Eeuwige en andere waarheden




Dezer Dagen



Godsdienstwaan en -oorlogen
worstelen met oude of nieuwe demonen




Naar Orwell verwijzen blijkt vaak
al even gratuit als de reductio ad
hitlerum. Maar de omgang met de
waarheid volgens Orwell kan
ertoe leiden dat alles waarheid
wordt als de chef het zo wil. Ook
Nir Baram spreekt over het
schrijven van de waarheid
van personen - de
showprocessen. Denken
over wat waarheid is,
kan best okay zijn, een
waarheid opleggen nooit. 
Een paar maanden geleden hoorde ik een jonge filosoof Maarten Boudry boudweg fulmineren dat elke religie niet meer is dan een schadelijke illusie en dat we ons met nuttige illusies moeten inlaten met de waarheid - zonder hoofdletter. Ik was daar behoorlijk opgelaten over, in de betekenis van gegeneerd en zelfs bevangen door plaatsvervangende schaamte, omdat ik dacht dat die discussie in de jaren 1980 was uitgevochten en dat religie een faculteit is waar sommigen zeer aan hechten en anderen niet. Maar ergens woedde de veenbrand verder en kon men wel opmerken dat de discussie opnieuw zou oplaten. Na het aanhoren van de heer Boudry heb ik bewust het boek niet aangeschaft, omdat er andere dingen te lezen zijn, zoals Judas, van Amos Oz, inderdaad over politieke en religieuze illusies, over verraad en over de relatie tussen Jezus en de Joodse gemeenschap.

Begin 2016 menen briefschrijvers in de krant dat men (als gelovige) geen uiterlijke tekenen van de obediëntie waaraan men verkleeft is, mag dragen in het publiek, dat geen enkele theologisch fragment politieke beslissingen mag beinvloeden - dus ook niet van de rechtvaardigheidsideologie van John Rawls - en dat politiek rationeel moet gevoerd worden. Niet de religie moet hier verdedigd worden, wel de vrijheid van levensbeschouwing en het feit dat een levensbeschouwing ook in ons handelen, spreken en besluiten tot uiting moet kunnen komen, anders heeft die geen betekenis. Soms klinkt het dan, dan botst het eens een keertje. Moet dat burgerkrijg leiden? Daar zijn we hier toch aan voorbij, maar niet overal.  

Tomas Sedlacek beschreef in filosofie van goed en kwaad dat in de sociale wetenschappen, zeker in de economie het geloof, zeg maar de illusie van objectiviteit schadelijke vormen kan aannemen. Natuurlijk weerspiegelt een begroting van een politieke overheid niet enkel de werkelijkheid maar ook hoe die volgens de opstellers eruit zou moeten zien, terwijl de boekhouding van diezelfde overheid weinig ruimte laat voor frivoliteiten. Niettemin geloven we graag, te graag dat experten de economische toekomst kunnen voorspellen en zelfs de sociale werkelijkheid wil wel eens onderhevig zijn aan aannames die ons leuk lijken, maar niet aan feiten getoetst zijn. Toch zal men in het parlement graag debiteren dat er degelijk uitgevoerd onderzoek is dat bevestigt dat de visie van de spreker goed onderbouwd is. Misschien heeft die spreker wel degelijk een rapport uit Oxford of MIT bij de hand, maar over de aannames waarop het onderzoek stilzwijgend is opgezet, spreekt men niet.

Men moet ook niet willen dat mensen geen overtuiging hebben, al is het de onze niet  en dus fataal gelardeerd van tekortkomingen. Men kan gemakkelijk vele argumenten tegen de religie bedenken en uit de geschiedenis puren. Van het Christendom, RKK, vele protestantse obediënties en de orthodoxe kerken weten we hoe de ene de Kruistochten aanvoerde, wat slechts een gedeeltelijke waarheid is en historisch in de tijd aan evolutie onderhevig was. De andere zette de maatschappelijke orde op de helling, er waren godsdienstoorlogen en de Orthodoxen gedroegen zich altijd weer als staatsgodsdiensten. Er vielen doden, vele doden te betreuren in de Bartholomeusnacht, tijdens de Dertigjarige oorlog en de NSDAP ging joden, maar ook christenen vervolgen, de ene om religieus-etnische redenen, in het kader van de utopie van het Duizendjarige Rijk, de anderen omdat ze niet goedschiks meededen. Oh ja, er waren in Duitsland ook christenen die de NSDAP volmondig steunden en socialisten die hetzelfde deden, behalve de groep die tot het einde het Falen van de SPD wilde ontkennen.

Rik Torfs vraagt de liberalen, Jean-Jacques De Gucht en Patrick Dewael voorop in vrijheid te kiezen voor de vrijheden dan wel voor de uitbouw van de seculiere staat. Ook daar vielen vruchteloos slachtoffers voor, ten tijde van Robespierre en de eredienst van de rede. Toen gebruikte men de verworven macht om een eigen utopie te creëren en eindigden de scheppers ervan onder de guillotine. Het probleem van de seculiere staat ligt niet in de afwijzing van religie als zodanig maar in het geloof dat men zelf voor iedereen goed kan handelen als overheid en dat andere dan feitelijke consideraties van geen tel zijn.

Het is niet omdat men vrijzinnig is dat men mee moet strijden tegen elke uiting van religiositeit of tegen kerken. Natuurlijk kunnen instituten die zoveel macht hebben gehad misbruik maken van hun macht, alvast de bestuurders kunnen dat. Rectoren van universiteiten kunnen het vrije denken bevorderen of het net integendeel beknotten om een (seculier) doel te bereiken.

Het is niet omdat men aandachtig de gang van zaken in het wetenschappelijke bedrijf tracht te volgen, dat men zomaar elke hype moet volgen. De idee van Charles Darwin, de evolutietheorie laat toe te ontdekken hoe we als soort uit andere soorten zijn voortgekomen, maar de hypothese dat we nog altijd en alleen maar behept zouden zijn met de aandriften van onze verre voorzaten, moet men daarom niet voetstoots accepteren. De evolutietheorie zoals Darwin die formuleerde wettigt toch immers ook de hypothese dat niet enkel het stofwisselingsstelsel verandert ook het brein onderhevig kan zijn aan diepgaande wijzigingen, waardoor aspecten van cultuur mogelijk worden, zoals betere vormen van samenleven?

Het is zoals Mia Doornaert opmerkt in haar column, vertrekkende van "L'année dernière à Marienbad", waaraan een herinnering gekoppeld werd aan een spel met lucifers op een tafeltje, waarbij men de andere met de laatste diende op te schepen. Het spel legt ook uit in praktische oefeningen hoe binair denken dan wel functioneert. Maar de samenleving mag dan geneigd zijn te kiezen voor die optie, die duidelijkheid biedt want het maakt veel helder als men de eigen positie gunstig kan voorstellen en die van de andere als negatief. Maar heef Doornaert gelijk als ze Joachim Gauck ten tonele voert als de uitdrager van een binair Duitsland, een helder Duitsland dat de asielzoekers wil helpen en een donker, Duitsland, dat de asielzoekers zo snel mogelijk over de grenzen van de EU wil terugdrijven? De grotere denkfout die ze naar mijn inzicht uitwerkt is dat er zoiets als een absolute waarheid, eigen aan de theocratie zou bestaan en een eerder relatieve waarheid, die in een seculiere staat zou bestaan. De utopische werkelijkheid die George Orwell schetst in "1984" laat er geen twijfel over bestaan: er is geen sprake van religie, er is zelfs geen sprake van een absolute waarheid, alleen de waarheid die op enig moment nuttig is, een nuttige illusie.

Het probleem van de waarheid lijkt men niet te kunnen benaderen als men niet een verschil weet te accepteren tussen het universele en eeuwige enerzijds en het contingente anderzijds. Mensen kunnen illusies ontwikkelen over het universele, kunnen zich een godje bedenken of een theorietje over hoe de werkelijkheid het gevolg is van these en antithese die tot synthese leiden moeten. De visie van Hegel kan interessant lijken, een verrijking van het strikt causale denken zelfs, maar het laat niets over aan (menselijke) vrijheid van handelen. Hannah Arendt weigerde zich om onder meer die reden een filosoof te noemen, dat ze zich niet wenste in te laten met eeuwige waarheden en hersenspinsels die slechts in een wel ingericht appartement in de wolken tot stand kunnen komen. Zij sprak over de "Human Condition" en over de vita activa als de betere vorm van leven, tegenover de vita contemplativa. En nu kan men wel roepen "Ha, ze is ook tegen religie", maar ze is dat niet instinctmatig.

In haar oeuvre refereert Arendt vaak aan bijbelteksten en geschriften van kerkvaders zoals Augustinus, waarbij bepaalde inzichten het met redenen omkleed moeten ontgelden en andere daarentegen veel aandacht krijgen. Haar idee over de liefde voor de wereld, amor mundi, komt mij bijzonder voor omdat het ons wel enigszins afhelpen zal van de gedachte dat het leven wel triestig is in het aardse tranendal. De omstandigheden zijn wat ze zijn, maar men kan van de wereld zoals die is niet zeggen dat het alleen maar een hopeloze bende is. Mensen hebben belang? Juist, ooit stelde een Belgische christendemocraat dit voorop: omdat mensen belangrijk zijn! Daarop wilde iedereen er wel mee spotten, maar kan men als politicus, als journalist het tegendeel beweren? Toch is dat niet wat haar het meest bezighield. Ze bevond onder meer dat in totalitaire regimes mensen zich ten dienste stellen moeten van het systeem en geen privacy meer hebben. Lijkt logisch dit aan te vechten, maar Arendt vond ook dat we bijvoorbeeld de vrijheid niet als een strikt individuele aangelegenheid kunnen zien, omdat vrijheid alleen werkzaam is tussen mensen en tegelijk (fataal) onbeheersbaar is, in de zin dat vrijheid tot onverwachte initiatieven kan leiden.

In die zin roept de visie van Maarten Boudry heel wat vragen op, omdat hij meent dat we vooral nuttige illusies moeten vooropstellen en vervolgens omdat religie an sich een gevaarlijke waan is. Het is, zo schrijft ook Marc De Kesel, maar moeilijk aannemelijk te maken dat men geen beroep op goddelijke inspiratie mag maken en vervolgens de Evolutie als alles verklarend principe te presenteren. Arthur Koetsler beschreef in "Darkness at noon" hoe hij en zijn kameraden geloofden dat de geschiedenis hen gelijk zou geven. Hitler kon niet zwijgen over het Lot, das Schiksal, zoals de neoliberalen geloven in de markt. Arendt beklemtoonde dat mensen altijd iets kunnen beginnen. Is dat minder vrijzinnig dan te geloven in de volkomen bepaaldheid van de mens, het determinisme? De evolutie heeft, zo leren mij onderzoekers vaak dwaalsporen gevolgd die om de een of andere omstandigheid niet verder voerde. Levensverschijnselen en levende wezens blijken niet altijd levensvatbaar, maar het zijn niet altijd universele wetten die de kwestie beslechten, maar contingente gebeurtenissen, zoals een inslaand klein zonnenstelsellichaam oftewel een planetoïde, ook wel asteroïde genoemd, in andere talen. Alleen de evolutie van de benaming van dit soort voorwerpen laat zien hoe wetenschappers zichzelf altijd wel corrigeren. Verandert dat iets aan de algemene relativiteitstheorie? Daar valt niet veel aan af te dingen, zo verneem ik van specialisten als Robbert Dijkgraaf. Dezelfde fysicus leert dat ook in het universum op een bepaald ogenblik niet een bepaalde natuurwet werkzaam is, maar dat de omstandigheden kunnen bepalen hoe de fysische omstandigheden zich zullen ontwikkelen. Is de maan ontstaan door een collusie van de aarde met een andere "hypothetische" zusterplaneet?

Het lijkt er dus op dat we dezer dagen geconfronteerd worden met een conflict tussen vele groepen die er een vrij helder, hel beeld op na houden van wat de mens hoort te zijn en hoe die zich moet gedragen, waarbij we Boudry scharen naast even overtuigde lieden die er een door hem verafschuwde visie op na houden, een religieuze waan. Enigszins buiten het strijdtoneel staan dan mensen die begrijpen dat eigen is aan het menselijke dat er een grote mate van onbepaaldheid vast te stellen valt. Filosofen en profeten hebben zo te zien grote angst voor het onvoorspelbare dat het contingente te zien geeft, geven ook niet om wat ze dan graag een mierennest noemen, als het al geen addernest is.

De wereld zoals we die kennen is goed noch slecht, maar wat vroeger bedreigingen waren voor individuen of voor groepen, omdat hun overleven in het gedrang werd gebracht, zoals ziekten, zoals onderlinge onmin, zoals zwangerschappen en bevallingen, waarbij menigeen voortijdig het loodje legde, waarvan de oorzaken pas veel later door mensen als Louis Pasteur ontdekt werden en behandeld konden worden. Ook de penicilline bracht veel baat, tot men antibiotica in de veeteelt ging gebruiken.  Die ontdekkingen, zoals de Evolutietheorie, waarvoor we Charles Darwin dankbaar horen te zijn, al zegt men mij graag dat iemand anders het ook had kunnen doorgronden - ergo: de kat van Schrödinger is niet per se van Schrödinger - leert ons hoe wonderlijk het leven op aarde in elkaar zit, hoe lange tijd levende wezens elkaar in leven hielden en elkaar verdrongen, opvraten of er in symbiose mee leefden, want het scala van mogelijkheden is schier oneindig en voor de leek niet te overzien. Dat is wat men aan Darwin kan ontlenen en niet dat de natuur er alles op gezet heeft de mens mogelijk te maken. Als wij tot nader order het eindpunt van de evolutie blijken, dan moeten we daar ook wel aan verbinden dat de evolutie doorgaat, niet dat we die proberen te moeten beheersen. Op zich is met die betrachting niet zo heel veel mis, maar als het zo betekenen dat men de evolutie van de soort zou afblokken, dat men dan het einde zou kunnen inluiden - al valt dan te bedenken dat er altijd nog een of af andere afgelegen levende groep voor nieuwe impulsen kan zorgen.

Sommige voorstellingen moet men wel afwijzen, zoals de gedachte dat de vrouw omwille van haar vrouwelijkheid fragiel, kwetsbaar en zelfs handelingsonbekwaam zou zijn, niet in staat tot hogere wiskunde, wat ook niet alle mannen gegeven is, maar hoe zal men iemand daarvan afbrengen? Het mag duidelijk zijn dat het bevel van hogerhand niet helpen zal. Juist, vorming, opvoeding en overreding, ondernemingen   waarvan het resultaat niet bij voorbaat blijkt vast te staan. En daar zullen we het mee moeten doen.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten