Nadenken over grenzen van betrokkenheid




Brief


Aan Paul Scheffer,
over grenzen, identiteit en identificatie

Brugge, 13 februari 2016


De val van Smyrna 1922, waarbij de Grieken de
strijd verloren om hun grote aanwezigheid in
Anatolië en elders in Turkije veilig te stellen,
zorgde voor een proces waarbij Turken en Grieken
het systeem van Displaced Persons hanteerden.
Churchill zou dat in Potsdam 1945 nog eens
overdoen, waarbij tot 12 miljoen Duitsers
uit voormalige gebiedsdelen werden
verdreven, maar ook Polen moesten
weg uit Oekraïne en Bello-Russia,
Oekraïners uit Poolse gebieden:
etnische zuiveringen alom. 
De discussies over Europa, over eenwording en het bewaren van culturele diversiteit, over ontplooiing van volkeren die veertig jaar onder Sovjet-dictatuur hebben geleefd, al dan niet met Duitse grundlichkeit uitgevoerd, blijven ons bestoken. Men zou kunnen denken met Walter Benjamin dat we ons naar de toekomst begeven, met de rug ernaar toegekeerd, de Angelus Novus dus, denk ik dat de roeier toch wel van tijd naar voor moet kijken om niet voortijdig te stranden.

Toch is de idee die u te berde brengt best boeiend: we hoeven niet politiek verenigd te zijn, Vlaanderen en Nederland opdat we niet met elkaar zouden praten. Nu in Nederland Vlamingen interessante tussenkomsten in het politieke, culturele en intellectuele debat brengen, nu in Vlaanderen de idee "satisfait" te wezen opgang maakt, zou men die grens als horizon kunnen zien, waar we vergeefs een verdwijnpunt zoeken, maar waar we - anders de andere horizon - wel gemakkelijk overheen kunnen komen.

Hoort men Lieven De Cauter, cultuurfilosoof, vertellen over hoe zich een Europese identiteit onderkent, waarbij de gedeelde geschiedenis m.i. wat onvolkomen wordt uitgewerkt, dan denk ik dat hij over de paradox heen weet te stappen dat hij het concept volksidentiteit afwijst. Nu, in meer dan een opzicht heb ik afgelopen dagen het begrip onderzocht en ook als misleidend te kijk gezet. Dat heeft ermee te maken dat al dan niet zelf verklaarde elites maar ook het zogenaamde volk zelf graag de kloof zien die zich tussen hen uitdiepen en verbreden zou.

Het zijn begrippen, volk bij uitstek die zich lenen tot een grote mate van abstractie en tegelijk er een te beperkte inhoud aan te geven. Dat we als volk samenleven onder dezelfde wetten en dezelfde economische werkelijkheid, een taal delen en met elkaar wel overweg moeten kunnen, willen we iets gedaan krijgen, betekent nog niet dat men iedereen over dezelfde kam kan scheren. Dat schreef ik al eerder en ik weet dat sommige lezers het er niet gemakkelijk mee hebben. Rouwt heel Nederland wanneer Armand sterft? Of Vlaanderen bij de dood van Eddy Wally? Dat kan men toch niet in ernst beweren. Kan men beweren dat het "gazettenpraat" is? Ik denk dat we moeten begrijpen dat deze veralgemeningen tekort doen aan de veelvormigheid van een als eenheid gedacht volk. Die eenheid hoeft, zoals u ook wel aangeeft, geen harnas, geen dwangbuis te zijn, want we erkennen de vrijheid van personen niet met Claus of Boon te dwepen, maar inderdaad Elsschot of Walschap - buren die elkaar niet zo goed kenden - hoog aan te slaan, net als Timmermans en Maurice Gilliams. En dan zijn er nog vele andere die we kunnen noemen.

In een debat in het museum van de democratie en de dynastie, ingericht door De Buren, het Vlaams-Nederlands Huis waar u ook enkele malen heeft gesproken, zegde Luc Devoldere dat een volk zich kenmerkt door het feit dat men dezelfde taal spreek en dezelfde kranten leest, wat in Europa vooralsnog niet het geval zou zijn. Opgemerkt kan worden dat bijvoorbeeld Nederlandse en Vlaamse kranten wel degelijk artikels en opiniestukken delen en dat in het algemeen de audiovisuele media vaak gelijkaardige formats gebruiken om bijvoorbeeld gesprekken op te voeren. Zelfs zijn de thema's vaak opvallend gelijklopend. Niet in dezelfde taal gebracht, zal men La Grande Librairie en Boeken best kunnen zien als uitdrukkingen van een gelijkaardige inzet boeken, goede boeken onder de aandacht te brengen. Vlaanderen heeft geen prestigieus boekenprogramma, waar men allerlei genres van boeken en dus niet enkel romans aan bod kan laten komen. Waarom geen bundel van Patrick Lateur en eentje van een jongere dichter of dichteres te berde brengen. Men moet niet enkel monstres sacrés opvoeren, want dat kan saai worden.

Moeten we ons dan wel identificeren met iets dat we zouden delen? U verwijst prachtig naar Pieter Geyl die de Vlaamse Beweging genegen was, u verwijst naar Johan Huizinga, maar u had ook naar Jan Romein en Annie Romein-Verschoor kunnen verwijzen die met Erflaters  van onze beschaving toch wel wezenlijk voor het begrijpen van onze cultuur een bijdrage hebben geleverd. Sinds Pierre Nora ons het concept "Lieu de mémoire" bijbracht, zou men denken dat de benadering een nieuw élan zou krijgen, maar bedacht moet worden dat men te onbesuisd met het concept aan de slag is gegaan en dat een boek over België aan de hand van "Lieus de mémoire" uiteindelijk schipbreuk leed omdat de aanzet tot synthese achterwege bleef.

In het identificatieproces vinden we een gelijkaardige paradox, want we willen ons met iets identificeren, dat er meestal al niet meer is en dat inderdaad door erflaters is aangebracht. Zal de populaire cultuur, waaraan André Haazes en Eddy Wally doorgaan voor onze erfenis? Of een moderne kunst die elitair is, maar simpel en banaal? Of leven mensen niet in die wereld alleen en laten ze zich niet zo heel veel op de mouw spellen.

Het zal u wel niet verrassen, maar hoewel ik me behoorlijk op de hoogte tracht te houden van het reilen en zeilen in deze onze samenleving, merk ik toch nog wel eens op dat ik ook wel op een andere planeet lijk te leven dan vele van mijn medemensen. Vroeger kon ik me daar wel eens aan ergeren, maar nu vat ik op het met de fatalistische gedachte dat we niet allemaal altijd deel hebben aan dezelfde hebbelijkheden en dat nog eens tegelijkertijd. Wat we wel opvalt is dat sommige roeiers in wezen niet rustig op hun gevoel voor afstand en de regelmatige slagen met de spanen gewoon het landschap voor hen groter zien worden. Een waterfiets heeft het voordeel dat je wel vooruit kan varen, maar het blijft wel een minder mariene manier om zich voort te bewegen. Anders gezegd, dat varen met de rug naar de toekomst heeft niet enkel nadelen, maar we mogen ons niet de gevangene wanen van het verleden. De oude geschiedenis is afgedaan, niet meer te hernemen, maar het kan wel belangwekkend blijken te zien hoe het toen verlopen is. Anderzijds, als we voortdurend de horizon afturen, weten we ook niet altijd meer wat we zouden moeten zien. Zeker als het om categorieën als "Volk" en Natie en Staat gaat, moeten we zowel het verleden in gedachten houden, dus proberen te kennen en tegelijk voor de toekomst te vatten wat we ervan zouden willen zien worden.

Over Gesellschaft en Gemeinschaft zal het dus wel moeten gaan, hoe de tweede term het samenleven ziet vanuit wat gedeeld wordt en hoe men verbonden is, terwijl het begrip Gesellschaft volgens Ferdinand Tönnies meer een kwestie zou geweest zijn van "Kürwille", waarbij inderdaad calculaties aan ten grondslag liggen. Tegenover Kürwille" staat "Wesenswille", die meer gericht zou zijn om het willen samenhoren, om emotionele samenhorigheid. Het ligt voor de hand dat het ontstaan van massasamenlevingen aanleiding gaf tot een herdenken van het bestaan als samenleving, maatschappij, natie. Waar  Gottfried Herder er al een begin mee maakte het samenleven van mensen in een natie te definiëren als precies die mengeling van calculatie en emotie, waarbij Herder, anders dan Maly het voorstelde in zijn boek over de ideologie van de N-VA stelde deed Herder, die uit Riga kwam noch het (extreme) nationalisme aankaartte, noch de idee van een cultuuronverschilligheid. Men kan proberen de positie van zo een man in actuele discussies in te passen, ten gronde blijkt het eerder van belang te zien hoe een filosoof ertoe kwam in de veelheid van identiteiten, zeker ook in Riga, te koppelen aan zoiets als de Volksgeest. Men vergeet dan vaak dat een auteur als de Brits-Duitse Houston Stewart Chamberlain, bevriend met Wagner, veel heeft bijgedragen aan een eng nationalisme en antisemitisme en ook Ernest Lavisse niet vergeten, die stelde dat god Frankrijk mooi geschapen had, maar dat de geschiedenis Frankrijk groot gemaakt had. Herder zou er niet zo hoog mee hebben opgelopen, want Riga was toen een culturele mengelmoes waar Duitstaligen, Russen, Polen, Oekraïners en Joden elkaar moesten duldden en gezamenlijk de belangen van de gemenebest te bestieren, zeker na de verovering door Tsaar Peter de Grote.

Zou men in dat alles het onvindbare midden kunnen formuleren, waarin we begrijpelijk kunnen maken dat leven in een samenleving, ongeacht de positie die we er sociaal-economisch en qua patrimoniaal in bekleden, ook iets voor die gemeenschap kunnen betekenen en daarbij tegelijk voor dat geheel best ook onze eigen belangen goed voor ogen houden. Een zekere mate van calculatie kan men dan niet afwijzen, want de gemeenschap kan individuen niet instrumentaliseren of herleiden tot hun deelname aan de werkzaamheden, de industrie of andere sociaal-economische functies. Daarom kan men zich vragen stellen omtrent de idee van het sociaal contract, want de gemeenschap en dus de samenleving heeft altijd een geschiedenis die onze persoonlijke betrokkenheid overstijgt. Maar de organisatie van de samenleving is wel weer nodig om iedereen de nodige veiligheid te bezorgen, zodat we ons veilig weten.

Tony Judt heeft in verschillende boeken en discussies die kwestie aangesneden, onder meer waar hij zijn ervaring in een Kiboets verhaalt en ons meegeeft dat hij plots merkte dat hij niet zou mogen studeren tenzij op vraag van de raad van de Kibboets en dan nog wat zij aanbevelen. Men kan menen dat dit een goede organisatie vormt, maar de jonge Judt vond dat wel erg ver gaan.

Toch zal men, zeker nu onze samenleving een groot aantal mensen opvangt die hun leven elders hebben aangevangen en om redenen van oorlog vertrokken zijn naar betere oorden, de onze. Het betekent dat we onze samenleving anders moeten begrijpen, zonder er daarom de eigenaardigheden van te verloochenen. Waarden en Normen? Die staan niet op zichzelf, want het kan toch maar moeilijk dat we onze nieuwe medeburgers meegeven dat religie mag, doch alleen in de beslotenheid, religie of levensbeschouwing. Maar dat we van de sharia niet gediend zijn. Hoe legt men dat uit? Het verhaal vertellen van de pacificatie en domestificatie van onze samenleving, waarbij het geweld stilaan op de achtergrond verdwijnt, zonder daarom te verdwijnen. Wapendracht in de publieke ruimte? Alleen de politie mag dat, onder strikte voorwaarden, maar er lijkt zich een wapenwedloop voor te doen in sommige steden, waar men proactief geweld nuttig lijkt te achten, maar wel kan botsen op de notie dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel met goede bewijzen, deugdelijke bewijzen geboekstaafd is geworden. Habeas corpus?

Ook individuele vrijheid laat zich niet zomaar als abstract begrip overdragen. Het wordt vaak abstract gedacht, maar zoals onder anderen Peter Bieri laat zien is het van belang dat personen zich vrij weten en weten om te gaan met die vrijheid. We stellen het graag voor dat onze waarden en normen ook met vrijheid te maken hebben en ontkennen anderzijds dat persoonlijke vrijheid zou bestaan. Zelden evenwel lezen we goede bronnenstudies waarin het concept vrijheid in het Westerse denken wordt toegelicht. Om mensen bestand te maken tegen een totalitaire verleiding kan het nuttig zijn die vrijheid in onze concepten, bijvoorbeeld bij het sluiten van contracten te belichten.

Wat die vrijheid binnen de samenleving betekent? Het is een kwestie waarover we vaak met oneliners inzichten krijgen toegeworpen, maar zelden volstaan ze. Men kan niet over waarden en normen, noch over vrijheid spreken als men het niet over de gedachte van Mandeville heeft, namelijk dat private ondeugden maatschappelijk nut kunnen opleveren. 60 jaar later zou Adam Smith in diens "Theory of moral Sentiments" dit inzicht heroverwegen, op het eerste  zicht ook afwijzen, maar de polemische afwijzing blijkt in de filosofische traditie vaak een aanzet gevormd te hebben tot een hernemen van een afgestorven debat maar het debat niet direct mocht voeren, laat staan inzichten expliciet delen, waarbij de heftige en exhaustieve afwijzing als een vorm van verspreiden bleek te werken.

Voor de discussie over wat we betekenen in het geheel van de samenleving, heeft dit ook een belang, omdat we vertrouwd zijn met het beeld van een samenleving dat het individu lijkt te vermorzelen. Kijken we naar de samenleving dan verdwijnt het individuele, kijken we naar het individuele dan verdwijnt het maatschappelijke buiten beeld. Voor de migratie- en vluchtelingenkwestie geldt dat evenzeer.  Ik denk dat het behoren tot deze samenleving, waar, zoals Herman De Dijn het pleegt te benoemen, de beargumenteerde keuzes van anderen hun plaats hebben, waardoor dus iemand naderhand rekenschap kan geven en dit kan doen door eventuele emotionele drijfveren in een goede argumentatie te gieten, de ruimte biedt om zich binnen zo een samenleving veilig en vrij te weten. Het gaat dan niet in eerste instantie over moord en doodslag, wel over het handelen in de samenleving, hoe we ons professioneel gedragen. Evenwel, gebeten als we zijn door binaire benaderingen waarbij iets alleen waar dan wel onwaar kan zijn, ontgaat ons vaak de ruimte voor argumentaties waarom er nog andere mogelijkheden zijn.

We kunnen dus in die benadering alleen samenleven als we de argumentaties van anderen voor hun handelen in goed vertrouwen aanvaarden. Het vertrouwen dat anderen het goed met ons en wij met hen voorhebben, vormt de basis voor de cultuur van de actuele Westerse samenlevingen. Toch moeten we dan meteen de paradox op tafel leggen dat we niet per se meer geloven dat anderen in goed vertrouwen handelen. Wijkwaakzaamheidscomitees geven aan dat er aan dat goed vertrouwen is geknabbeld.

Het vertrouwen in het politieke wordt vaak beschaamd, daar weten we alles van, maar als we merken hoeveel geschreeuw er in de wetstraat en zelfs in het gemeentehuis te horen valt en hoe vaak het achter het gouden scherm - Harry Mulisch - veel aan de hand was maar het bestel niet raakte, dan moet men zich afvragen of we als burgers van politici moeten verwachten dat alles door hen geregeld worden. Als burgers laten we "the commons" de publieke zaken vaak over aan politici en instituties, terwijl we er zelf wel ook belang bij hebben. Maar net zo een comité dat de veiligheid in de wijk moet verzekeren, waarbij grenzen omtrent privacy en vooral het geweldmonopolie opgerekt en soms doorbroken worden, helpen niet. Het zal er dus op aankomen dat we weten dat we zaken kunnen delegeren aan de staatsmacht en die geregeld sanctioneren bij verkiezingen en in debatten. Dat neemt niet weg dat we ook een en ander vermogen indien we ook zelf de zorg om de gezamenlijke aangelegenheden op ons nemen.

Alleen zijn we daar niet meer op ingesteld, want we vernamen dat de politici alles wel zouden organiseren, van de wieg tot het graf, met excessen die erbij horen. De publieke zaak werd ons uit handen genomen en dat werkt nu tegen het systeem. In de VSA en in Europa verloren we staatszin en staatsgezindheid uit het oog, die de uitdrukking vormen van het gezamenlijke bestuur. Het volk werd politiek versmacht en reageert nu verongelijkt omdat er zoveel mis lijkt te gaan. Aan de ene kant opgebouwde rechten - op het patrimonium van de staat - en aan de andere kant het geloof dat alles goed geregeld bleek. De instroom van vluchtelingen zorgt voor ongenoegen en erger, maar men meent dat de oplossingen simpel moeten zijn: geen vluchtelingen meer en geen opvang meer en toch zeker niet in onze straat, wijk, dorp.

Maar de exodus was begonnen en van de oevers van Babylon komen ze hierheen, uit Alleppo komen ze hierheen en wij zijn verongelijkt, zoals kinderen die plots een nieuwkomer in de groep zien opduiken en die bang zijn dat hun speelgoed gedeeld moet worden. Natuurlijk blijkt het ongemakkelijk dat onze samenleving door deze instroom haar gekende vormen en instituties ziet onderuit gaan. Niemand kan a priori beweren dat deze mensen er geen goede kanten aan zien deel te hebben aan ons bestaan, maar er ook het hunne toe bij te dragen.

Men schiep op een zeker moment een mythe over de hard werkende Vlaming die niet meer door de overheid gepluimd mocht worden.  Mensen werk hard en betalen inderdaad soms veel para- en fiscale lasten, maar men doet er alles aan om het grote bedrijven naar de zin te maken. Bovendien aanvaarden we dat aandeelhouderswaarde maximaal wordt opgetrokken, ook ten nadele van belastingen. Ook via pensioensparen en -fondsen hebben we een link met die benadering, waardoor bedrijven alleen mogen groeien en de omzet elk trimester drie % hoger moet uitvallen, anders gaan we andere opportuniteiten opzoeken. En toch, maar toch laten we niet na te kankeren op de grote bedrijven die te weinig belastingen betalen. Wat ontbreekt is de gedachte dat we het land samen in pacht hebben, van onze voorzaten en het best mooi en welvarend doorgeven aan volgende generaties. Zorg om het gedeelde en algemene belang?

De samenleving gedacht als Gemeinschaft is wel wat veelomvattend, daar kan ik inkomen, maar het is dan toch maar het gevolg van economische, demografische en medische ontwikkelingen, waardoor we nu met zes miljoen, met 500 miljoen zijn, onoverzichtelijk veel dus, waar geen verwantschappen nog spelen kunnen. Door zowel de mogelijk tot identificatie als de ontwikkeling van een landelijke identiteit als schadelijk weg te zetten, ontneemt men mensen de mogelijkheid aan een metafysische werkelijkheid, de natie, het volk, deel te hebben. De bezwaren zijn bekend, maar men negeert daarbij de baten, want een democratie berust ook op gedeelde zorg voor het geheel en goed vertrouwen. Men kan het niet vatten, wel, men kan ook de vele anti-gevoelens en fobietjes niet vatten. In een democratie dat niet ook meer is dan een toevallig samenraapsel - het werd dan ook samenraapsel maar vroeger dan men doorgaans aanneemt, omdat mensen nu eenmaal graag migreren: Duitsers in Antwerpen in 1900 en in Oostende, Poolse, Oekraïensche landverhuizers, joodse, christelijke orthodoxe die op zoek gingen naar een beter leven en in Antwerpen bleven hangen.

Hoe kunnen we ooit deze landverhuizers opvangen, toelaten hun leven hier op te bouwen en erop te vertrouwen als we weten dat dit processen die enige tijd in beslag nemen. De emigratie uit Europa naar Ellis Island, maar ook naar andere oorden, Buenos Aires en Sao Paolo betekende veel voor het land, de landen van herkomst, voor die mensen zelf, maar ook voor het land, de landen van aankomst. Men merkt niet zo gemakkelijk, valt op, dat er aan de aankomst van zovele Ieren een hongersnood vooraf is gegaan, maar ook een vorm van segregatie in het Protestantse land dat de VSA waren. Hoeveel Duitse ingezetenen naar de VS getrokken zijn vanaf de late achttiende eeuw vormt geen deel van de publiek gedeelde mythologie.

Niet begrijpen dat mensen het lastig hebben met de aanwezigheid van mensen die massaal en bijna massief een geloof aanhangen dat ons volkomen vreemd is, kan leiden tot verblinding, terwijl begrijpen dat onze neiging tot generaliseren, dat elke moslim in essentie tot proselitisme overgaat en waar ze wonen een nieuw perceel aan het Huis van de Islam willen toevoegen, zou aan veel mensen onrecht aandoen. Conclusies trekken uit foute aannames en bij gebrek aan gedegen observatie heeft de afgelopen decennia onze omgang met immigratie verstrooid. U bent een van die mensen die meer dan kant van de zaak onderzocht heeft.

De globalisatie was de economische invulling van een wereld zonder grenzen, ontwikkelingssamenwerking een andere en cultuurrelativisme een derde, maar die blijken voor veel gedoe en onbehagen te zorgen. Zonder grenzen, blijkt nu, kunnen we niet leven, maar we willen die zelf niet voelen of ervaren. Sinds 9/11 heeft men nieuwe veiligheidsmaatregelen in het toerismeverkeer afgesproken, maar tegelijk merkt men dat die maatregelen vooral de gewone toerist verontrusten, irriteren en wezenlijk aan de veiligheid niet veel lijken toe te voegen, verondersteld dat men zonder die maatregelen net niet mensen op ideeën zouden brengen.

De fysieke grenzen, zelfs de huisdeur van de andere moet ons interesseren. Maar u zal het met me eens zijn dat er ook andere grenzen bestaan in ons hoofd, zoals de aanvaarding of afwijzing van ideeën of van handelingen. U heeft meer nog dan ik ervaren hoe men een halve eeuw geleden druk doende was taboes over boord te zien, zowel de contestataire generaties als machthebbers hebben de idee van grenzen zelfbewust opzij geschoven, waar het hen uitkwam. Iedereen ging de grenzen opzoeken en als het zo uitkwam overschreed men die, want niets mocht het persoonlijke welbevinden in de weg staan.

Er zijn evenwel, ondervinden velen onder ons, grenzen aan wat we kunnen verdragen, van anderen, van de overheid, van de grote spelers in de sociale media. Ook de migratie- en vluchtelingencrisis zorgen voor een nieuwe nood aan begrenzing, maar niet iedereen onderkent die nood. Pas toen in Keulen vrouwen door een aantal mannen bepoteld werden, bestolen, aangerand en een paar ook nog verkracht, ontstond een grote druk om aan de ene kant de "zaken" bij hun naam te noemen, maar later bleek dat het vooral Magrebijnse mannen waren geweest en op enkele uitzonderingen nee geen nieuwe landverhuizers. Mensen zijn en blijven mensen en de grenzen van Europa - zeker de regio van het vroegere Klein-Azië zijn de grenzen over duizenden jaren, van ongeveer 1000 BC af tot rond 1921, toen Turkije ontstond en zij de Grieken massaal als ongewenste gasten zagen - altijd vager geweest dan wij het ons graag voorstelden. Een degelijke cultuurstudie van de omgang over de Middellandse zee heen, zou laten zien dat die zee geen grensgebied was, maar wel een gedeelde ruimte: zeeslagen, zoals Lepanto, maar ook intense handel en kaapvaart, het speelde er zich allemaal af.

Grenzen zijn, tot slot, net als rivieren vaak ook knooppunten van contacten. Europese binnengrenzen waren er voor Napoleontische tijd, wel, maar die waren zeer transparant en soms kwamen er onverwacht grote volksbewegingen op gang, zoals van de Hugenoten na de revocatie van het Edict van Nantes.

Graag groet ik u dan ook en druk ik u mijn dank uit voor uw bijdragen aan deze complexe debatten. Dat we zonder grenzen kunnen, geloven nog slechts weinig mensen, maar wat we ervan mogen verwachten is minder helder. Misschien kan goed geschiedenisonderricht al helpen de ambivalentie van territoriale grenzen onder de aandacht te brengen.   

Vale,

Bart Haers

PS het kan dat deze brief wat lang uitvalt, maar het valt me wel op dat men zich beperkt tot een benadering men er inderdaad vlug vanaf zal maken, maar dat men achteraf het gevoel heeft dat er niet zo heel veel echt aan de orde is gekomen. In de zelfbeperking toont zich de meester, zegde Geothe en hij verblijdde ons met zeer omstandig uitgewerkte, schitterende werken als de Natuurlijke affiniteiten en Wilhelm Meisters Lehrjahren. Natuurlijk, tijd om te lezen is er minder dan vroeger, maar wie het wil lezen moet toch niet klagen. Een menu met drie gangen vraagt ook wel wat tijd, om voor te bereiden en om te verorberen.


Reacties

Populaire berichten