Vergetelheid als medicijn



Dezer Dagen


De mantel der liefde
Emoties en het menselijke avontuur:
de moderniteit


Stephen Toulmin stelde aspecten van de
moderniteit in vraag, die er nu nog toe doen.
Niemand geeft graag toe dat niet alles onder controle
is, of onderkent dat men niet alles onder controle
krijgen zal, wel dat men een leefbare verhouding
krijgen kan. Opvallend, nu tunnels in
duigen vallen, lijkt niemand te weten hoe dat komt
maar een gebrek aan onderhoud... 
Jan Terlouw zegt dat deze samenleving zo verschrikkelijk rechts is geworden, wat mij altijd een raadsel is. Rik Torfs schrijft over de levenden die hij vergeet en de doden die langzaam vervagen, op enkele bijzondere mensen na, niet omdat ze bijzonder waren, wel van belang voor hem. Verder hoor je voortdurend waaien dat we met de geestelijke gezondheidszorg niet echt succes boeken. Tot slot, slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk worden aangemaand hun klacht uit de kast te halen en alsnog stappen te ondernemen. Umberto Eco zou er wellicht wel iets over te zeggen hebben.

Laten we het maar toegeven, we leven in een wereld waarvan de tekenen vaak moeilijk te lezen blijken. Of beter, we hebben met een overvloed van tekenen te maken en het valt niet mee het belangrijke en het bijkomstige van elkaar haarfijn te onderscheiden. Bovendien, dat hoeft ook niet, want soms blijken bijzaken in een andere context van groter belang, want het perspectief bepaalt veel. De vaststelling dat wetenschappers, met heel erg goed overdachte en zeer nauwkeurig uitwerkte instrumenten de gravitatiegolven konden registreren, laat zien dat we als mensheid tot veel in staat zijn, maar dat we daar als personen niet altijd even gemakkelijk bij kunnen. Niet iedereen heeft de Algemene noch de bijzondere Relativiteitstheorie onder de knie, niet iedereen heeft kennis van de Kopenhagen Interpretatie omtrent de quantumfysica en alles wat daar omheen hangt, zoals het feit dat bij waarnemingen de observator niet buiten het waargenomene staat, wat Einstein maar niets vond. De Kat van Schrödinger komt dus op de koord. Toch blijf men ons wat al te graag voorhouden dat de wetenschappelijke benaderingen, zoals Newton die gerealiseerd en geformuleerd heeft, zoals Descartes die voordacht had, de enige werkzame zou zijn.  

Merkwaardig is dat ondanks juist dat soort vaststellingen mensen graag de idee hebben dat ze door te weten dat er gravitatiegolven bestaan, dat er zoiets als de Kopenhagen Interpretatie opgesteld werd, vat krijgen op realiteiten die in wezen ons voorstellingsvermogen verre overtreffen. Wat opvalt is dat het bekomen van onderzoeksresultaten in het geval van de gravitatiegolven wel werd uitgelegd, maar dat dit evengoed nog altijd niet duidelijk maakt hoe in dat proces klassieke wetenschappelijke aannames van actie en reactie nog te bespeuren vallen. Voor zover ik begrepen heb, komt in het begrijpen van de gravitatiegolven niet zozeer het verhaal van de kei in de poel aan de orde, hoewel men het wel zo uitlegt, maar dat bij een incident, de collusie van in dit geval twee zwarte gaten die met elkaar samensmelten, gegeven de relativiteitstheorie betekent dat in de ruimtetijd een gebied als een trampoline lijkt te functioneren en dat dus de beweging die dat veroorzaakt in de ruimtetijd verspreid  wordt door een even uittrekken en weer krimpen van volumes. Gebeurt dat nu in vlak, vraag ik mij af, om drie of meer dimensies.

Zo wijsneuzig als dat mag lijken, zo belangwekkend kan het zijn om ons denken over wat er in het dagelijkse leven voorvalt. We weten al langer dat niet iedereen ermee opgezet lijkt dat onze belevenissen en ervaringen in de aardse leven een begin kent en als dat er eenmaal is, ook een einde moet krijgen; tussen begin en einde  veel gebeuren, waarvan we ons heel wat kunnen vooronderstellen en zelfs voorspellen, maar dat evengoed van alles aan onze controle beheersing ontsnapt. Toch blijkt men het lastig te hebben met het feit dat ons bestaan onbestendig is. De gekende reactie is dan ook het onzekere uitsluiten en mensen, de soort, zijn er behoorlijk in geslaagd, terwijl we toch telkens weer op evoluties en gebeurtenissen botsen die we niet hadden zien aankomen, of niet willen zien aankomen.

De vaststelling dat onze samenleving verschrikkelijk rechts is geworden, spoort dan toch niet met het succes van Bernie Sanders in de VS, dat wil zeggen, er zijn mensen die uit dat rechtse denken weg willen, als het al geen illusie zou zijn. Pablo Iglesias, de leider van Podemos, scoort niet kwaad, maar hij stelde voor dat hij de machtsdepartementen als vice-premier toegespeeld zou krijgen: justitie, binnenlandse zaken en defensie, maar ook economie... Intussen blijkt hoe in Venezuela een exodus op gang is gekomen, waar men niet over spreekt vanuit Vlaanderen. maar wat Hugo Chavez en co hebben uitgericht, een zeer rijk land naar de verdoemenis helpen, mensen in die diepe nooddruft brengen, omdat zij de samenleving naar hun idee wilden hervormen, vormt geen thema. Controle van mensen, geesten, het apparaat  dat de samenleving zou zijn, inspireert velen, de vraag waar  de vrijheid blijft om zelf het geluk na te streven? Zou Terlouw dat echt willen. Idem voor Podemos, voor Tsipras die beide sympathie voor het model hebben van Chavez.

Toegegeven moet worden dat een partij als Recht en Rechtvaardigheid in Polen ook de staatsmedia in handen wil krijgen, de scheiding der machten tussen wetgevende en juridische macht wist te doorbreken en zo nog wat speeltjes meer van de totalitaire machtuitoefening najaagt. Maar er komen wel mensen in verzet tegen en begrijpt dat Polen om wellicht niet de goede redenen het liberale bewind van Donald Tusk heeft afgezworen. Idem voor Tsjechië, waar je ook tendensen merkt die te maken hebben met homogenisme, zoals in Catalonië en Hongarije het geval is. Dat streven naar een homogene natiestaat kan men inderdaad ontwaren maar men mag het allerminst rechts noemen. Wat het dan wel is? De speling van de geschiedenis die het vaak moeilijk maakt te vermijden dat er in landen minderheden wonen, omdat er soms bijzonder arbitrair met grenzen is omgesprongen, zoals de Versailles, Saint-Germain, Sèvres, Trianon in 1919 en in Potsdam in 1944.

De tegenstelling tussen rechts en links komt ook tot uiting als het over rechtvaardigheid gaat, waarbij rechts harteloos bepaalde regels wil opleggen, links vooral mensen zou toelaten in een rechtvaardige samenleving te wonen, waar er geen uitbuiting zou zijn en gelijkheid onder de mensen zou bestaan. Wat gebeurt er dan met persoonlijke vrijheid? Om die gelijkheid te realiseren moet men overigens de weg van Robespierre en Lenin op, of men wil of niet en men kan zich vragen of de klassenstrijd, het klassenbewustzijn wel werkzame categorieën zijn om onze samenleving te begrijpen. Meer nog, als men accepteert dat er maar twee klassen zouden zijn en daarbuiten nog een klasse die niet betrokken is bij de eeuwige strijd tussen de arbeiders en de patroons, de bourgeoisie, dan zou onze samenleving onleesbaar zijn, maar ook die van het Ancien Régime. Het kapitalisme brengt overigens haar eigen samenleving voort, waarin de middenklasse vanzelf ontstaat, terwijl ook de technologische ontwikkelingen van de afgelopen 600 jaar daartoe hebben bijgedragen.

Verwijzen naar Marx, Lenin en Rousseau, het houdt niet op, maar ik ben er ooit op gewezen, met studiegenoten, dat onze samenleving rechtser werd, vanwege een hoogleraar. Het was bedoeld als provocatie en pas enige tijd later kwam ik er in een gesprek op terug en vond dat in Tijden van Rakettenbetogingen en van harde strijd van de vakbonden tegen de regering het niet zo kon zijn dat de samenleving rechtser werd, wat beaamd werd. Maar we waren het er wel over eens dat zowel links en rechts het ongewisse verder wilden temmen en elkaar precies daarin vinden. Ook had ik bedacht dat men de verrechtsing wel kon zien als een poging van bestuurders en een wens van burgers in een meer geordende samenleving te leven. Het probleem was dat Links het niet over macht, staatsmacht wilde hebben, hoogstens als middel om de samenleving te hervormen. Het avontuur van de moderniteit, zegde en zegt men, gaat over vrijheid, Verlichting, autonomie, maar het lijkt er sterk op dat het om beheersing van de natuur gaat.

Vandaag hanteert men vaak andere termen, heeft men het apparaat aan metaforen uitgebreid, maar de discussie over macht vindt men te evident om het er ernstig over te hebben, over macht spreekt men nog steeds niet en over de voordelen te leven in een samenleving waar niet alles a priori vast ligt en waar mensen zelf hun leven tot op zekere hoogte vorm kunnen geven, gaat het gesprek alles behalve, al zou het helpen burn out te voorkomen. Het heeft te maken met de vaststelling dat het wetenschappelijke benaderen van de werkelijkheid wilde ontsnappen aan de waan van de dag en de onzekerheid van onze directe waarnemingen, godsdiensttwisten en burgeroorlogen. Een waarnemingspunt dat buiten onze werkelijkheid staat lijkt dan aangewezen en het komt me voor dat Stephen Toulmin, naast anderen die kritiek ten aanzien van de moderniteit terecht heeft voorop gesteld. Herman de Dijn vond de essays van Toulmin net iets te voorbarig, net iets te optimistisch en irenisch, maar de kritiek op een bejegening van rationalisme als een bezweren van de ongewisheid komt hem wel plausibel voor. De Dijn schreef zijn recensie van "Back to reason" na Dutroux en de Dioxinecrisis, vandaag zitten we in een ander tijdgewricht, waarin de grenzeloosheid en mobiliteit die zich nergens door laat tegenhouden,  nieuwe angsten en onzekerheid hebben gebracht. Het Klimaatdebat blijkt ook een domein waar men zich van angst graag bedienen wil.

Dezer dagen beleven we het opnieuw, dat men de kwestie van de slachtoffers van misbruik in de kerk wil aanzetten klacht in te dienen, tegen de daders en tegen de hiërarchie die de zaak niet zo goed zou hebben benaderd. Er is misbruik geweest, er is in de samenleving altijd de mogelijkheid dat mensen hun machtspositie misbruiken Maar men heeft de indruk gewekt dat elk slachtoffer op dezelfde en voorspelbare manier getraumatiseerd zou zijn en die trauma's de rest van het leven zou meedragen. Zoals niet iedereen zomaar bewonderend opkijkt van het ontdekken van de gravitatiegolven, zo zal niet iedereen vergelijkbare ervaringen op dezelfde manier verwerken. Bovendien kan er sprake zijn, volgens de heersende inzichten dat als een met prestige, autoriteit en macht omkleed persoon met een ondergeschikte, een jongere tot seksuele handelingen komt, zich aan misbruik schuldig zou hebben gemaakt. Het lijkt een objectieve benadering en vaak leidde dat wellicht tot trauma's, maar kan het zijn dat zo een ongelijkmatige en intrinsiek ongeregelde relatie - omdat een priester nu eenmaal geen seksuele intimiteit mag zoeken en beleven - voor beiden (enige tijd) wel gunstig heeft uitgewerkt, als de buitenwereld het ongeregelde niet zou hebben uitgebuit voor andere doeleinden of bijvoorbeeld het slachtoffer is gaan pesten.

Toulmin en De Dijn blijken aanhangers van een eerder op casuïstiek gerichte benadering, omdat een objectieve blik van nowhere in wezen geen betere inzichten biedt. In menselijke relaties speelt macht evengoed een rol als in het maatschappelijke leven en op beide niveaus liggen via instituties de verhoudingen min of meer vast, dus ook fatsoensregels. Maar een van de gevolgen van het moderniteitproject is dat men regels gaan zoeken is om willekeur te vermijden, wat in menselijke aangelegenheden niet altijd vanzelfsprekend is. Uiteraard kan men veel opsteken van sociologie, psychologie en economie, maar blijken de benaderingen en methodes niet altijd adequaat om op het terrein het wenselijke te doen.

Herman De Dijn en Stephen Toulmin verschillen van mening over wat er nu bereikt is, de vraag of we in het dagelijkse leven niet zouden kunnen leven met het ongewisse, zonder onmiddellijk in een kramp van paniek te vervallen, lijkt me interessant genoeg. De een gaat fluiten in het donker en beweert dat het leven een avontuur is, maar schuwt intussen el alle risico's, de ander legt een zeker fatalisme aan de dag, maar houdt zich staande.

Men stelt dezer dagen, enfin, al enkele jaren vast dat men graag ziet dat mensen er een gelijke smaak op na houden, dat mensen graag naar pretparken gaan of graag gaan fietsen in de fruitbomenstreek of de Westhoek. De omroep die het hoogste aantal kijkers kan bereiken, het boek dat het meeste verkoopt, veronderstelt altijd een andere kant, van mensen die ook wel hetzelfde willen doen, maar zeggen we niet allemaal wars te zijn conformisme? Blijkbaar geldt dat niet als de smaak van ice-cream of het kiezen voor bijzondere koffiebereidingen in het geding zijn. De markt maar ook de media brengen ons ertoe onszelf in vraag te stellen als de trilogie "Fifty shades of..." lezen en een film missen plaatst mensen buiten de communitas. Kapitalisme en het klassieke marxisme-leninisme, maar ook het nazisme zijn kinderen van de moderniteit en altijd zit er een sterke aandrang in naar eenvormingheid en eenvoud te streven. Politieke systemen, zoals het Britse en het Amerikaanse, die het meerderheidstelsel voorstaan negeren het feit dat de meerderheid de minderheid niet kan of mag monddood maken. Alleen in debat kunnen beide strekkingen, die overigens zelden homogeen blijken, het met de andere tot een getemperde, onvolkomen maar leefbare oplossing komen. Maar angst voor onzekerheid brengt mensen ertoe de luidste en duidelijkste stem te aanhoren en zogenaamde slappe figuren te hekelen.

Het lijkt met dit alles weinig uitstaans te hebben maar de gedachte die Rik Torfs deze week de wereld instuurde en er kort gezegd op neer komt dat veel onthouden best handig kan zijn, levendige herinneringen aan mensen en ontmoetingen koesteren en onderhouden best aangewezen lijkt, vooral omdat we denken niemand te mogen veronachtzamen maar tegelijk kan het vergeten met zich meebrengen dat mensen die eens ons pad kruisten, ten goede of anderszins maar uit wier zicht we later verdwenen en die we zelf ook niet in beeld hielden, het oordeel over die mensen niet nodeloos hard maakt. We reizen door het leven en soms komen we op een kruispunt, waar we omkijken en we zien mensen die verder meegingen en anderen die eerder andere paden zijn ingeslagen. Vergetelheid, aldus Torfs kan genadig zijn. Nu we via allerlei fora op internet sporen nalaten en iedereen ons ten allen tijde zou kunnen vinden, is pleiten voor vergetelheid als blijk van liefde wel heel navrant. Bovendien strookt vergetelheid niet  met onze levenseindecultuur, waar we ons van de afgestorvene alles willen herinneren, ook wat niet strookt met het beeld dat we het liefst zouden overhouden.

In wezen gaat het er mij om, eens te meer, dat we ons best eens afvragen kunnen hoe we met deze wereld omgaan.  Dag na dag, dag na dag bereiken ons berichten dat wetenschappelijk onderzoek zou aantonen dat mensen alleen maar handelen uit eigenbelang, ook als ze iets voor een ander doen. Men baseert zich op evolutionaire psychologie, maar we hebben er maar nauwelijks zicht op hoe mensen in zeer precaire familiegroepen over de savanne trokken of hoe ze ergens in het zuiden van wat nu Frankrijk is, met elkaar omgingen. Wie was de baas, of bazin en hoe verging het minder sterke mensen? Meer nog, de evolutie van de mens betekende altijd weer dat met ups en downs mensen afstand namen van hun natuurlijke conditie en de omgeving beter leerden te beheersen. De cultuur laat zien dat de menselijke natuur tot meer in staat is gebleken, mensen die zich voor hun stad opofferden of het recht een nieuw vorm gaven, om mensen tegen willekeur te beschermen. Maar het lijkt me niet van grond gespeend te bedenken dat op het individuele niveau de gedachte mogelijk is dat we iets doen voor elkaar zonder dat we elkaar daarom maar meteen voor Gutmenschen te moeten houden. Tussen hen die menen dat ze gewoon mensen voor hun eigen doeleinden menen te mogen manipuleren of zelfs kwaad berokkenen en zij die alles onbaatzuchtig zouden doen, ligt een breed scala van mogelijkheden. Alleen, als men vertelt dat zelfs de liefde in wezen en alleen, essentieel eigenbelang dient, moet dan nog wel omschrijven over welke liefde het kan gaan. Het gaat over meer dan alleen maar, tja, lichamelijke betrekkingen om de lieve lust. Zelfs is daar weinig mis mee, maar het gaat dan niet om iets anders dan lustbevrediging en soms duikt er toch een emotionele relatie op, ook als men het niet voorop had gesteld.

Wat ben ik het moe, dat voortdurende duiden van gebeurtenissen, gedrag, instituties in een eenduidige zin. Onze ervaringen in het leven kunnen traumatisch zijn, maar zijn we daardoor geheel bepaald? Als rechts zou staan voor harteloosheid en een strikt vasthouden aan de eigen belangen en aan regels en normen, waar staat links dan voor? Rechtvaardigheid? Dank u, maar ook dat kan men niet objectief vaststellen. We worden overspoeld van data, van informatie, we worden aangepord onze verlangens en verwachtingen te realiseren, maar moeten dat doen zonder geraakt te worden, zonder er ons in te verliezen en dienen in alles beheerst te blijven. De eisen zijn vaak veeleisend en sluiten elkaar meer dan eens uit, maar tegelijk zien we dat mensen in hun dagelijkse gejakker er vrij goed mee omkunnen, tot er iets op hun weg komt dat hen uit het lood slaat. Bij dat alles vergeten we dan dat we niet enkel hoeven te hopen dat onze haring braden zal, misschien kunnen we iets opbouwen, waar we deel aan hebben, zonder ons te conformeren of wat we van belang achten op te geven.

Jan Terlouw heb ik als jonge lezer zeer kunnen waarderen en zijn politieke optreden had vaak iets dat kon inspireren, maar de klacht dat deze samenleving te rechts wordt, heb ik al te vaak en sinds te lang gehoord om er mee uit de voeten te kunnen. Het verklaart niets, velt een moreel oordeel, zonder te specificeren waar het kalf gebonden ligt. Ook de amor mundi, liefde voor de wereld van Hannah Arendt legt weinig uit, maar het biedt wel soelaas als men weer begint te zeuren over de verschrikkingen die op ons af komen. Oh ja, die amor mundi is niet irenisch, afstandelijk of louter een woord, wel verplicht ze ons, als een categorische imperatief na te gaan hoe we ons in die wereld kunnen bewegen en wat we eraan kunnen bijdragen.

Mensen zouden vandaag meer dan vroeger lijden aan psychische aandoeningen, die de geestelijke gezondheidszorg maar niet weet op te lossen. Stress, burn out, depressie, maar ook psychoses en wat er nog aan diagnoses voorradig is. Maar in het kader van het moderne avontuur hebben we nog niet geleerd hoe we met onze ervaringen en de emoties die ze veroorzaken, die eraan ten grondslag liggen, hebben we nog geen passende benaderingen gevonden. Emoties leiden tot irrationeel gedrag. Zou het werkelijk zo zijn, dan zou deze wereld minder leefbaar zijn. Maar toch, het spreken erover, zoals Martha Nussbaum en Susan Neiman dezer dagen beproeven, blijft vakkundig buiten het publieke debat. Onze kijk op de wereld, de samenleving, onze omgeving kan uiteindelijk niet zonder de mantel der liefde en ook wel die vergetelheid.

Bart Haers

* over "Terug naar de Redelijkheid" van Stephen Toulmin schreef Herman De Dijn een interessante reflectie:
http://www.hermandedijn.be/viewpic.php?LAN=E&TABLE=PUB&ID=1289
 ** onze speurtocht naar wat het goede samenleven kan zijn, merkik wel eens dat we onszelf hopeloos vast blijken te zetten, waarbij we niet goed weten of we nu het zekere voor het onzekere mogen kiezen of het ongewisse een kans moeten geven. Een zwaarmoedige gok als die van Blaise Pascal spreekt me ook niet direct aan, maar een gokje op het leven, moet toch kunnen. 













Reacties

Populaire berichten