Bourgeois? Obama? een voortvarend oordeel?

Dezer Dagen


Obama, Bourgeois en Hollande
Politici in de weegschaal

Een premier of minister-president is in hoge
mate een protocollair figuur, die moet
opdraven voor allerlei gebeurtenissen,
zoals de 30.000ste Last Post in Ieper. Wezenlijk
is dat niet, maar we weten zo te zien niet beter. 
Opiniepeilingen? Ze kunnen me wat, al kan het ook wel interessant de stemming te meten over grote vraagstukken en het vertrouwen in de politiek als het om courante zaken gaat. Schrijft iemand me dat hij voor Trump gaat, wegens ontgoocheld in Obama, dan krijg ik er het heen-en-weer van, want Obama heeft meer mogelijk gemaakt, dan ikzelf voor zijn verkiezing in 2007 had verwacht. Maar mensen die toen enthousiast waren, haakten al vroeg af, omdat politiek een zaak is van molens die traag malen, terwijl men graag snel resultaten ziet.

De olifant in de kamer? Angela Merkel, maar het valt moeilijk haar positie te onderschatten, terwijl men haar vanuit Oost en West achter de veren zijn. Natuurlijk schaar ik me niet achter mensen die de dame allerlei onheuse dingen naar het hoofd slingeren, om Berlusconi niet te noemen, wel is het verschijnsel bekend dat men over iets niet kan of wil spreken, al dient het onderwerp zich reuzengroot aan. Obama is veilig ver weg, denken sommigen, maar zij slagen er niet afdoende in te begrijpen dat de VSA in 2008 met vele problemen kampte, als gevolg van de neoconservatieve revolutie van Busch en co.

Voor de goede orde, er zijn maar weinig toppolitici die op een ongenuanceerde instemming aanspraak kunnen maken, want politici moeten vooral vergeten dat ze vooruit kunnen gaan zonder om te kijken. Want dan worden ze nogal gemakkelijk luchtfietsers en dat moeten we niet willen. Anders gezegd, politici die te goed weten waar het op aan zou komen, dreigen te vergeten dat ze verantwoordelijkheid dragen voor een complexe samenleving, waar zoveel meningen leven als er neuzen zijn.

Heeft Obama de oorlogen in Afghanistan en Irak kunnen beëindigen, dan is duidelijk dat hij dat deed ten koste van een zekere stabiliteit in de regio. Mocht hij er  actief  aanwezig gebleven zijn met troepen, dan was de situatie niet minder chaotisch gebleken. Maar Obama gelaste of liet toe dat met drones aanvallen werden uitgevoerd, waarmee hij militaire superioriteit aan de dag legde, in die zin dat hij zo geen eigen manschappen aan gevaren bloot heeft gesteld. Aan de andere kant kan men het gebruik van drones voor krijgsverrichtingen ethisch onderzoeken, want is het fair strijden tegen onbemande wapentuigen? De VI en VII waren toch ook al onbemand, maar die werden niet ook van duizenden km afstand aangestuurd. Bovendien, heeft men Bin Laden omgebracht, dan kreeg men in Syrië en Irak IS weerom en ook in Libië blijkt die groepering actief. En Europa heeft te lijden van bomaanslagen en politici weten zich met de nieuwe situatie geen blijf. Tijd voor buitenbeentjes om hun ding te doen, zoals Erdogan en Poetin, maar ook anderen, zoals Victor Orban, meten zich een imago aan van stevige mannetjesputters. Waarom de heer Donald Trump zoveel aanhang vindt, kan eraan liggen dat hij naar het beeld van de gemiddelde commentator gewoon is met Washington de vloer aan te vegen, ook als dat een zwaktebod moet heten.   

Politici moeten tegelijk de courante kwesties, zoals het budget opvolgen, in de gaten houden als proberen op momenten waar het erop aan zou kunnen komen, bijzondere situaties het hoofd bieden. Maar mag men ook verwachten dat ze de wereld verbeteren en, gegeven onze situatie, proberen te zien hoe groot de marge wel niet is. Obama heeft met Obamacare een oud agendapunt opgenomen, met des te meer urgentie omdat de medische wetenschap steeds performanter wordt, maar voor mensen met een modaal inkomen zelfs onbetaalbaar leek, lijkt te worden. Waarom de middenklasse in de VS zo tegen obamacare is, kan men alleen begrijpen vanuit een extreem concept van individualisme, dat echter, zo begrijp ik toch de Tocqueville, in de VS in 1830 getemperd werd door het besef dat men samen een en ander te bestieren heeft. De hele discussie over de vraag waarom burgers in de VS het recht graag in eigen handen nemen, onder meer vanwege wantrouwen ten aanzien van de overheid, moet ons wel boeien, omdat bijvoorbeeld het ontstaan van burgerwachten ook bij ons aan de orde is, omdat verder mensen justitie wantrouwen en daar is niemand mee gebaat.

Dat er grote processen op een sisser zijn afgelopen, hangt overigens vaak niet van de rechter af, maar van het hele netwerk van procedures waarvan advocaten gebruik kunnen maken. Het doel is te vermijden dat er een onschuldige in de gevangenis zou terecht komen, wat eeniegelijk kan onderschrijven, terwijl het wel opvalt dat advocaten soms wel zeer ver gaan in het bijstaan van hun cliënten. In wezen, maar daar kan de politiek weinig aan verhelpen, hebben we het begrip schuld - alvast voor onszelf - gewist. De politiek heeft er als systeem van besluitvorming wel toe bijgedragen dat mensen zichzelf zo lang als mogelijk van veel willen vrijpleiten, ook al weten ze hoezeer ze wel schuldig zijn.

Maar dat het strafrecht en strafprocesrecht er voor leken alles behalve transparant uit ziet, moet men toch onderkennen. Dat men de onschuldige burger tegelijk wil beschermen tegen ongepast optreden van politiediensten en het parket, moet men toejuichen, tegelijk voert men een vrij strak veiligheidsbeleid, waarbij iedereen zowat schuldig blijkt aan mogelijk nog te begane misstappen. Geen land in Europa ontsnapt aan die dynamiek, waardoor de paradox ontstaat dat overheidsdiensten iedereen gaan screenen, om toch maar niet voor verrassingen komen te staan en zelfs privacy op de helling zet, wat naar mijn aanvoelen een misvatting moet heten. Maar voor de regering is dat tegelijk ondankbaar, omdat veiligheidsbeleid kostelijk uitvalt en die verrassingen niet altijd te voorkomen vallen. In België zien we dan nog eens dat de federale regering bevoegd is voor veiligheid en politie, niet de deelstaatregeringen. Het andere beleid is er overigens bij ingeschoten, zoals de discussie over behoorlijk onderwijs voor elk kind, waarbij de ideologische tegenstellingen onder wetenschappelijke rapporten, die vaak niet neutraal of objectief van aard zijn, bedolven worden. Integendeel, de hele discussie is zo ideologisch als maar kan, want men gaat ervan uit dat onderwijs direct tot meer gelijkheid moet leiden, maar net in dit land blijkt de ongelijkheid minder sterk te zijn geëvolueerd dan in andere landen. Dat ligt dan onder meer aan... het onderwijs.

Als een opiniepeiling aangeeft dat de minister-president van Vlaanderen minder vertrouwen krijgt dan de regeringsleider op federaal vlak, dan kan het eraan liggen dat men al bijna twee jaar lang vertelt dat de Vlaamse regering als maar hogere rekeningen op de rug van de consumenten legt, maar zegt men niets over de problematische kwaliteit van de wegen. Zijn er veel redenen om ongelukkig te zijn met het beleid? De oppositie zal niet nalaten dit te vertellen, maar ook vakbonden en studiediensten laten ons weinig ruimte voor twijfel. Zou Obama echt niet deugen? Bourgeois? De economische indicatoren ogen voor geen van beiden kwaad, wel integendeel, maar toch blijven we het horen zoemen, over crisis en werkeloosheid. Dat de economie niet echt lijkt te groeien, blijft dan ook een raadsel, maar we worden wel geconfronteerd met een hoop aansporingen om minder uit te geven, het geld vooral niet te laten rollen.

Vergeleken met François Hollande die er maar niet in slaagt de arbeidsmarkt minder strak geregeld te krijgen en zo ondernemers tot aanwerven van nieuw personeel te bewegen, doen  Obama noch Bourgeois het slecht. Het ondernemersklimaat is overigens niet de enige parameter, want Hollande scoorde wel als vader des vaderlands na de schietpartijen in Parijs van 7 januari en van 13 november. Economisch beleid kan echter nooit de pretentie koesteren onmiddellijk resultaat te bereiken. Economische groei is het gevolg van collectief gedrag inzake consumptie en investeringen, niet te vergeten ook van uitvoer en dus van een aantrekkelijke mix van kwaliteit en prijskaartje.

Soms leest men dat politici niet op hun intenties beoordeeld mogen worden, alleen op wat ze klaar weten te maken, maar een deel van het beleid is bijna altijd een poging een klimaat te scheppen waarin mensen ertoe komen te ondernemen, projecten op te zetten, hun welbevinden te optimaliseren. Obama probeerde zo de wapenhandel in de VS meer onder controle te krijgen met het oog op het vermijden van nieuwe dodelijke schietpartijen. Ook over het politieoptreden - iets wat vooral een bevoegdheid is van steden, stelde hij vragen, maar ook daar verweet men hem de werkelijkheid niet te zien. Welke werkelijkheid?

Kan men leven in een land waar mensen van hun leven niet zeker zijn, als ze op school zijn, of hun kinderen? Ik begrijp niet en weiger te begrijpen waarom deze mensen, de wapenlobby en burgers niet begrijpen dat wapenbezit de stap naar onoordeelkundig gebruik alleen maar groter zal blijken. Obama had ook af te rekenen met de instroom van grote groepen migranten uit het grote gebied ten zuiden van de VS en ook daar wordt hem falen in de schoenen geschoven.

Het is dat punt, het zwaaien met de notie "falen" dat men in het politieke debat graag uitpakt. De criteria? Tja, vaak aanvaardt men al niet het regeringsprogramma en dan valt het moeilijk over falen te spreken, want een regering waarvan het programma niet aanvaarden kan of wil, zal altijd falen. Voor journalisten kan het dus niet zo zijn dat ze de regering alleen beoordelen aan de hand van criteria die vreemd zijn aan het opzet, maar dat blijkt ook moeilijk begrijpelijk te maken. Want men heeft als journalist wel een goede kijk op de politiek, waartoe die leiden moet ook, maar in het dagelijkse leven, verneem ik van medeburgers, blijken de media soms bizarre criteria te hanteren: men heeft slechts een mogelijkheid voor ogen, zoals blijkt uit het mobiliteitsbeleid, met name minder auto's. Hoezo? Zouden onze toeristische attracties daar niet onder leiden? Of de werkgelegenheid in de auto-industrie? De snelheid waarmee we ons in het verkeer bewegen is apert afgenomen, maar daar zit tien jaar strijd tegen doden en zwaar gewonden in het verkeer achter. Deels is die strijd ook nodig, maar tegelijk krijgen we haast dagelijks berichten over ons deplorabele rijgedrag. Verder wil men meer openbaar vervoer, maar krijgt men geen greep op de kosten, als er al consensus over bestaat hoeveel dat de rijksmiddelen mag kosten.

Politici hebben een rol te vervullen, maar of dat een voorbeeldfunctie inzake onberispelijk gedrag mag impliceren, weet ik nog zo zeker niet. Onkreukbaarheid is nog iets anders. Nu, als er een politicus is die blijk geeft van grote plichtsbetrachting en van onkreukbaarheid dan is het Geert Bourgeois wel. Maar toch krijgt hij daar geen lof voor, wel integendeel, men klaagt hem aan wegens bodemloze saaiheid. Kijk, dat vind ik nu eens van een hypocrisie getuigen, waar men niet van terug heeft. Overigens, politici zullen pas op hun onkreukbaarheid beoordeeld worden na afloop van hun mandataire leven, want men weet dat nooit zeker. Obama blijkt ook bij het publiek vertrouwen te genieten wegens zijn open en transparante houding, maar toch wordt hij afgerekend op zijn huidskleur.

Laten we dus maar eens eerst proberen politici te begrijpen om pas dan  met oordelen en veroordelen een begin te maken. Overigens, François Hollande is op een vlak een gewone Franse president, want ook hij had af te rekenen met vrouwenaffaires, of met affaires tout court. Ik heb het niet voor Hollande, dat wist ik vooraf, dus kan ik zijn beleid niet aan dat a priori afmeten, maar toch, zijn economisch beleid heeft niet tot een begin van relance geleid, want men ziet dat de tewerkstelling in de private arbeidsmarkt niet toeneemt en bovendien blijkt men kwesties als de 35-urige werkweek maar niet te kunnen milderen of te hervormen. Ook het ontslagrecht speelt mee, maar daar is Frankrijk zeker geen unicum. En moet men al te flexibele werknemersstatuten voor lief nemen wanneer men ziet hoe managers als voetbaltrainers om de haverklap vervangen werden/worden? Dat belet continuïteit van de onderneming en zou de aandeelhoudersvergadering en vooral de board aangerekend moeten worden.

Kom mij niet vertellen of Obama een slechte president voor de VS in deze tijden was, want veel van zijn beleid zal pas over een vijf tot tien jaar beoordeeld kunnen worden. Hij heeft de economische malaise mee onder controle gekregen, de werkgelegenheid mee helpen opkrikken en een aantal ecologisch schadelijke projecten finaal van tafel geveegd, zoals de nieuwe pijpleiding tussen Alaska en de olie-industrie in het Zuiden. Hij heeft ook mee de discussie over de uitstoot van CO2  mogelijk gemaakt, maar tegelijk heeft hij het meer bewust aanwenden van fossiele brandstof niet kunnen aanzwengelen, omdat dit tegen de geest van de Amerikanen in zou druisen.

Politici met uitvoerende mandaten worden dan wel terecht op de rooster gelegd, het blijft ook zo dat zij er niet altijd in slagen hun bedoelingen te realiseren, omdat in onze rechtstaat heel wat voortdurend ter discussie gesteld kan worden. Geert Bourgeois zou liever subsidies aan bedrijven stopzetten, maar het ziet ernaar uit dat Vlaanderen volkomen fiscale autonomie moet hebben om bedrijven toe te staan hun investeringen en innovaties beter te plannen en fiscaal te optimaliseren. De staatsstructuur is complex? Tja, zo heeft men het gewild, om te verhinderen dat Vlaanderen te veel autonomie zou krijgen. Het maakt het voeren van langjarig volgehouden beleid bijzonder moeilijk. Over de ratio van het beleid, zal men toch afzonderlijk moeten nadenken, want dan moet men meer dan een benadering onder ogen nemen en daar komen we nog minder aan toe.


Bart Haers

Reacties

Populaire berichten