Cultiver son Jardin
Dezer
Dagen
Zalig genieten/koortsachtig
genot
Verwacht het verwachte
![]() |
Apfitheater Palmyra, waar we bang voor zijn/waren dat het vernietigd zou worden. Maar in het onderwijs neemt men de toegangen tot de cultuur weg, waar deze ruïnes de getuigen van zijn. |
Ik
las het in de krant, van kinderen die men geen moment van ledigheid meer gunnen
kan, angstig dat ze lastig zouden worden, misschien zouden gaan twisten met
elkaar of uit pure verveling balorig zouden worden. Musea, films, pretparken,
klaargemaakt plezier waarvoor men de hand niet hoeft uit te steken, vormen een
goede uitweg. Maar leren we zo onze bloedjes van kinderen wel zelf de weg te
vinden in het omgaan met de eigen tijd?
Verveling
moet men mijden, maar ook ledigheid en het gevolg is een ontstellende
vermoeidheid, waar gedachten geen tijd krijgen om te incuberen, te rijpen tot
iets. Wandelingen maken, merk ik vaak is een ideaal moment om te laten komen
wat er in het hoofd komt en er achteraf iets van te maken. Ook kan een
wandeling tot mooie gesprekken leiden, niet enkel met de andere wandelaars,
maar ook met bomen en struiken, soms een ree of andere dieren in de omgeving:
een spinnenweb observeren bijvoorbeeld. Maar niet iedereen kan zich zo laten
overweldigen door details, zegt men mij, want dan voelen ze zich onveilig. De
zomer komt niet terug, lijkt het soms, maar over welke zomer men dan spreekt,
blijft mij een raadsel, want elk jaar komen de maanden mei tot september toch
terug. En ook de herfst en de winter kunnen best aangenaam zijn.
Het
lichaam vraagt beweging, zegde iemand mij, jaren geleden toen ik niet tot veel
sport aan te porren leek, maar het had met andere zaken te maken, een
lusteloosheid die ophield toen ik het genoegen van de beweging domweg
herontdekte, maar wie me ook porren wilde, het lukte hen niet. Dezer dagen is
het nodig mooie ervaringen op te doen, zoals reizen naar Patagonië of op zoek gaan
naar de anaconda's. Tegelijk zeggen anderen dan weer dat we die gebieden met
rust moeten laten, want anders gaan die ecosystemen eraan ten onder.
Het
gemak waarmee velen onder ons reizen en de wereld verkennen, op Erasmus gaan is
best mooi en aanbevelingswaardig, maar ergens zet die koortsachtigheid ons
denken ook in een loop, een lus, waarbij er van het zien en ervaren soms niet
zoveel aan bod komt. Een wandeling in Dordogne, langs brede rivieren en tussen
heuvels waar ooit onze verre, zeer verre voorzaten hun grottekeningen maakten,
waar je rustig paddelend en zonder het risico op stroomversnellingen onder de
maan naar de volgende hotspot kan laten meedrijven, het kan toch opwindend
zijn.
Er
zijn dingen die een mens moet zien, zoals de werken van El Greco of Jeroen
Bosch, maar telkens er een grote tentoonstelling wordt aangekondigd, start de
rat race, moet men zo snel mogelijk kaartjes scoren, zoals bij een concert van
"geef maar buzze" of "Rolling stones". Mooi, maar ergens is
het hele concertgebeuren, zowel van klassieke muziek als van de resem van
legendarische bands een spel van rituelen, waarbij je achteraf zelfs niet kunnen
beweren iets unieks te hebben beleefd. Hoeft ook niet, want als iedereen naar
Bach, Matthäuspassion gaat kijken en hopelijk ook luisteren, dan is er
natuurlijk nog weinig dat uniek kan heten, tenzij juist de eigen ervaring.
Het
bederft het genot, denk ik altijd, als men moet genieten, want we kunnen toch
ook, dan kan dat ook in bezigheden wezen die ons niet direct het opperste genot
bieden, maar ons toelaten - het is niet anders - (nuttig) bezig te wezen.
Mensen hebben niet voor niets hobby's, zoeken naast hun professionele
bezigheden iets om zich intens mee in te laten. Nu, het lezen van een goed boek
- wat dat dan mag wezen, blijft altijd weer voer voor discussie - kan voor de een
vorm van intens genoegen blijken, terwijl iemand anders er gewoon geen vreugde
in kan vinden. Paard rijden dan maar of zich toeleggen op dressuur? Moet
kunnen.
Laten
we wel wezen, de overvloed aan mogelijkheden moet ons wel doen duizelen en als
we dan weer aangespoord worden om toch maar keihard te genieten, dan is het de
vraag hoe dat dan gaat. Ik denk dan wel eens aan Marcel Proust die van de
verveling een eindeloze reeks herinneringen maakte. Zelf op wandel in een oud
domein, omringd door bossen, waar de straffe wind doorheen en overheen raast,
doet dat gedruis me denken aan "En eeuwig zingen de bossen", eerste
deel van een triologie van Trivge Gulbranssen, waarover Wikipedia niet zo heel
veel weet te vertellen. Ergens in de loop van jaren werden boeken als deze
gewoon weggezet als romantische flauwekul, terwijl het op een manier een
belangwekkend thema van de nieuwe tijd op scherp zette: het strijden om de
macht tussen patriarchen en zich ontvoogdende buurtschappen.
Natuurlijk
verschijnen er voortdurend nieuwe boeken en het is niet altijd gemakkelijk om
er het betere werk van te vinden. Maar soms kan het lezen over goede boeken,
literaire of andere, ook best wel aangenaam zijn. Het lezen van de literaire
kritiek wordt dezer dagen vaak afgedaan als tijdverlies, omdat het ook steeds
vaker zo uitpakt. Sommige boeken krijgen als vanzelf een bijna hysterische
receptie, andere vindt men in de betere boekhandel en met geen andere
aanbeveling dan dat de boekhandelaar het daar heeft uitgestald, maar voor de
ervaren lezer is dat vaak al genoeg.
Maar
goed, laten we nog even verwijlen bij de gedachte dat zonder zekere extases het
leven nooit aangenaam kan zijn, dan moeten we ons afvragen of we wel willen dat
anderen hun hoogst individuele extases beleven? In deze tijden, met jongelui
die graag met wapens en bommen hun gelijk willen bewijzen of beter, hun
dienstbaarheid aan een hogere idee, ziet men dat niemand deze vorm van extase kan
accepteren. Het omgekeerde zou verbazen, al mogen we niet vergeten dat dansen
op de rand van de vulkaan voor jongeren een geliefde bezigheid is en altijd is
geweest. Nu zijn het niet enkel jongeren die graag op de rand van de vulkaan
gaan dansen, maar ook jonge ouder worden mannen en vrouwen willen nog wel eens
de extase ervaren van een uitputtende krachtproef, zoals de triatlon dan wel een
gevaarlijke reis over onberijdbare paden in de savanne of de taïga. De gedachte
over de Klausenpass te rijden is dan natuurlijk van een walgelijke gewoonheid,
dat men er zelfs niet over spreken zal en toch, zo een rit kan ook opwinding
brengen.
Het
leven is prachtig en toch heeft een observator altijd weer de indruk dat er
zoveel blijft om over te klagen. Het kan best zijn dat we niet alles tegelijk
kunnen willen, ook al omdat die elkaar uitsluiten. In je tuin zitten genieten
zonder einde? Hoe doet een mens dat nu? Of zou echt niet aangenamer zijn zelf
dat eigen tuintje te cultiveren? Maar dan moet men heel goed leren
onderscheiden wat voor planten en bomen er geplant worden, hoe borders
aangelegd worden en hoe het licht, de zon zich ten opzichte van de tuin
beweegt. Het leren spitten, het gebruik van enten om zelf een eigen plant of
boom te creëren, het is iets anders dan de tuin kant en klaar thuis besteld te
krijgen.
In
die zin blijft een opmerking van Sloterdijk in "de verschrikkelijke
kinderen van de nieuwe tijd" nazinderen, waarbij hij er op wijst dat men
de opstand van de bastaarden, de lui die niet passen in het plaatje en dus geen
rechten lijken te hebben ten onrechte geinterpreteerd heeft als een neerwaartse
gelijkheid en niet als de vorming van een aristocratie. Een adel van de geest?
Kan men er meer bekrompen geesten op na houden als toeverlaat? Het lijkt me
evenwel geen onmogelijke kwestie, want precies het natuurlijke proces van
verburgerlijking van de samenleving, heeft laten zien dat al in de achttiende
eeuw burgers met enig vermogen en ambitie zich de adellijke levenswijze gingen
aanmeten. Natuurlijk, het kon wel eens een parodie lijken of een amechtig doen
alsof, zoals Molière al een eeuw vroeger in "Le
bourgeois-gentilhomme" heeft opgevoerd, maar tegelijk, die burgers,
grootburgers en adellijke figuren met poen - wat lang niet altijd het geval was
- vonden er plezier in hun leven door uiteenlopende bezigheden, waar meer dan
één specimen levenslang genoegen in konden vinden en sommigen na korte tijd al
weer tot verveling vervielen. Goethe beschreef in de
"Wahlverwantschaften" zo een adellijke sfeer waar het nietsdoen en
het aanwenden van koortsige activiteit tot grote rampen in liefdesleven moest
leiden. Hen conservatief noemen, zoals men pleegt te doen, verhindert hun rol
in handel en economie, maar ook (landbouw-)technologie te begrijpen, net omdat
ze geleerd hebben dat hun positie in de samenleving hen tot niets blijkt te
verplichten. Noblesse oblige? Soms wel, maar vaker was het een gedwongen
onbestemdheid, die hen tot creativiteit dwong. Ook Charles Darwin hoefde niets
speciaals te doen en zo werd hij een onderzoeker die tijden kon wachten met het
publiceren van zijn inzichten.
Als
het dus over genieten van het leven gaat, kan men vele kanten op, die elkeen
cultiveren kan naar eigen inzicht en vermogen. Als men vreest dat kinderen
schoolmoe worden omdat ze niets voelen bij vectoren of functieanalyse, algebra
en driehoeksmeetkunde, dan zou men ook kunnen bedenken dat ook hier de drift
tot resultaten te komen op korte termijn het plezier van het studeren zelf uit
het oog verliest. Tony Judt stelde vast, als ouder wordende academicus, dat
zijn onderzoekspraktijk in niets geleek op het zeer gedegen werk van zijn
voorgangers, die soms tien, vijftien jaar doende waren voor ze een onderzoek
publiek maakten. De publicatiedrift als gevolg van fout begrepen meet- en
evaluatiecriteria maakt het academische onderzoek eerder dor dan levendig. En
toch, uit mijn bemoeienissen met de medievistiek als student viel het me op dat
sommige auteurs vaak heel korte mededelingen brachten die dan circuleerden,
waarin ze over de lezing van een woord of zin bij Alcuin van York of Philippe
de Commynes dan wel Villhardhouin, de chroniqueur van de IVde
kruistocht. Hoe het zij, vandaag zal men nog zelden een beknopte geschiedenis
van de verovering van Constantinopel in 12 delen gepubliceerd krijgen. De
overvloed aan details maakt sommige mensen dan ook wel kotsmisselijk, maar het
trage voortschrijden van de klassiek geschoolde historicus-filoloog kan toch
nog bekoren.
Hoe
men zover komen kan, dat men het eigen leven zinvol kan beleven zonder dat de
opdracht van buitenaf komen, lijkt me een onderwerp van cultuurpsychologische betekenis, maar het
kan ook onze kijk op onderwijs, onderwijsbeleid en onderwijshervormingen, maar
ook op de media beter oriënteren. Wiskunde? Voor velen geen cadeau, maar ook
andere vakken, zoals Latijn en Grieks blijken dezer dagen besmet omdat ze zo
nutteloos lijken. We roepen scha en schande omdat een bende terroristen een
antieke site als Palmyra volledig dreigen te vernielen, maar maken zelf zonder
ophef en in het volle bewustzijn van onze eigen uitmuntendheid hele domeinen
van kennis voor jongeren ontoegankelijk.
Hoe
kan men proberen het optreden van die uit West-Europa vertrekkende jongeren
begrijpen? Hun bereidheid te strijden voor de vestiging van de Islamitische Umma,
het huis, de gemeenschap van de Islam, die een einde maken zal aan alle
verdeeldheid, niet in het minst op het vlak van geloof en religies, obediënties,
begrijpen we niet (meer), maar 83 jaar geleden waren er ook die de verdeeldheid
van Europa wilden opheffen, zowel via een "Front populaire" als via
de nazistische utopie.
Men
kan hen vertellen dat ze het fout voorhebben, maar men kan dat niet goed met
argumenten meer doen, omdat we niet meer zeggen dan "wij geloven in de gelijkheid
van man en vrouw" of "wij wensen de scheiding van kerk en
staat"... terwijl waar het om zou kunnen moeten gaan juist veel meer te
maken heeft met wat Sloterdijk een aristocratische en zelfs enigszins
anarchistische acceptatie van gelijkheid. Dat laatste veronderstelt dat mensen
inderdaad als autonome individuen hun
eigen levensweg leren uit te bouwen en dat hun keuzes hen wel verplichten. Niet
noblesse oblige, wel het vermogen, zoals Arendt het stelde, de wens iets te
beginnen, iets eigens op te zetten. De verveling moet men er dan bij nemen, ook
de routine, tenzij jongeren en ouderen er plezier in gaan vinden.
De
strijders voor het kalifaat die uit onze steden vertrokken zijn, of net terug
zijn gekomen om hier te vuur en te zwaard onze
cultuur te vernietigen, doen dat niet zomaar. Een aantal hebben een
crimineel verleden, andere leefden juist een braaf en kleinburgerlijk bestaan
als brave scholieren, maar allen konden met de verveling noch met de
zinloosheid nog langer overweg. 50 jaar geleden kon men via Provo of via het
leven in de commune wat peper aan het eigen leven meegeven, al was niet
iedereen er blij om en bleken achteraf een aantal van hen spijt te hebben,
bijvoorbeeld omdat ze een toffe peer als prins Claus de huwelijksdag verknald
hadden. Anderen gingen verder en vormden een Rote Armee Fraktion, rode brigades
en dachten ook met geweld de boel hier op orde te kunnen brengen.
Maar
de slimste onder hen gingen braaf sociologie of pedagogie studeren en begonnen
zo aan een lange weg door de instellingen, die ze gaandeweg hervormden. Het
gevolg is dat ze wel een zeker niveau van gelijkheid mogelijk maakten, maar de
verveling onder jongeren nog verder aanwakkerden. Ze leerden ons hoe
verderfelijk de familie en het familieleven wel niet zijn, ze leerden ons hoezeer
kleinburgers alleen op het eigen profijt uit zijn, niet uit ervaring maar als
geloofspunt en verder moest men de rijken hun geld afnemen. Maar of men zo een
utopia kon realiseren, bleek en blijkt altijd weer op een ontgoocheling uit te
lopen. Zelf oprijzende naar de top, zelf opnieuw een elite, hebben ze geen zin
die aardige posities op te geven. Hun argumentatie en hun cultuurmarxisme blijven
echter invloed uitoefenen op onze samenlevingen. Alternatief denken dezer
dagen, blijkt vaak heel conformistisch, ook al omdat de markt er wel weg mee
weet.
Verveling
is een ervaring, een vorm van onlust die men alleen zelf kan verslaan, maar dat
leert men van jongs af aan, al doende. Ouderen laten hun kinderen er de tijd
niet meer voor. Een landerige zondag in het huis van de grootouders, zo ervoer
ik het, kon me wel eens op ideeën brengen, die dan wel eens minder leuk
afliepen, maar ook dat is deel van het spel. Worden we niet allemaal
moralisten, als we de top van de (leeftijds-)piramide naderen?
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten