Over een Kabilische prinses/krijgsvrouw en Wilhelm II
Kleinbeeld
Kabylische kleurenpracht
en intellectuele exuberantie
![]() |
Gouache van Hamsi Boubeker |
Soms slaat de verwondering
toe, de verbazing, de overweldiging. Een goede vriendin had me uitgenodigd naar
het museum waar ze vele touwtjes in handen heeft, Charlier Museum en er was een
tijdelijke tentoonstelling die zou opengaan. Overigens hadden we nog veel
andere zaken om van gedachten te wisselen, die misschien wel eens hun weg
vinden, maar tegelijk ook wel tot onze gedeelde leefwereld behoren, van haar en
mij.
Hamsi Boubeker? Ik kende hem
niet, maar is dat niet de kern van het culturele leven, dat men van tijd tot
tijd de kans krijgt iets nieuws te ontdekken waarover de goegemeente nog geen
oordeel over geveld heeft? Hamsi Boubeker komt uit Bejala, Algerije en behoort
tot de Berberse cultuur. Sommigen menen dat alle problemen uit die hoek komen,
maar soms schijnt ook daar het licht.
Kabylië? Af en toe passeert de
naam van deze wel heel grote regio in mijn blikveld, maar het wordt maar niet
iets. Richard Powers schreef erover en liet in "Generosity, an enhancement"
zien hoe een mens zomaar gelukkig kan zijn en anderen daarmee aansteekt, ook
als die het niet willen, er geen reden toe zien. De werken op hout en doek, die
ik in Charlier Museum zag, wekten mijn verwondering, omdat ze zo kleurrijk waren
en vooral, het zat vol referenties, zoals wij die van kunstenaars uit de
Arabische wereld verwachten, omdat we weten dat figuratieve kunst niet mag en
al helemaal niet van mensen. Het gaat dan wel niet om blinde kopieerlust van de
realiteit, maar om figuren die geabstraheerd zijn, herleidt tot herkenbaarheid.
Ook zitten er mooie referenties in aan Breughel en zelfs Jeroen Bosch, gewoon
omdat de schilder, Hamsi Boubeker zich vertrouwd heeft gemaakt met onze
artistieke tradities en tegelijk zijn eigen wereld niet vreemd worden wil.
Grootse landschappen en ook
wel, lange tijd, een zekere afzijdigheid ten aanzien van het grote leven over
de Middellandse Zee, dat merkt men ook bij auteurs als Albert Camus. Maar de
oorlog kwam, in 1954 en in 1979 kwam Hamsi Boubeker als vluchteling aan in
België. In een eigen stijl, die hij zelf ontwikkelde, laat hij ons een
verbeeldingswereld zien, waarin de Kabylische vrouwen vaak aan bod komen, als
dragers van de wereld. Ook een strijdster krijgt een plaats, Kahini die met
haar volk probeerde de Ummayyaden tegen te houden, de Arabische macht die
vanuit Egypte Noord-Afrika ging onderwerpen. De weerstand was vergeefs, maar de
strijd niet zomaar gewonnen. Of zij Christen was, joodse of nog iets anders,
zij staat voor hem voor wat Kabylië betekent.
Maar lijdt hij niet aan die
typische weemoed van de banneling die merkt dat zijn leefwereld verandert, dat
oude gebruiksvoorwerpen voor keuken en leven verdwijnen en vervangen worden
door nieuwe producten, voor de globalisaties.
die van de handel en producten, die van de verhalen en die van de
verklaringen. Het klopt dat handel en industrie, de media en het onderwijs
zorgen voor een grote unificatie, maar hij lijkt het niet enkel te betreuren,
wel iets te tonen. Gevormd in zijn vroege jaren terwijl Frankrijk tegen beter
weten het zuidelijke departement binnen het land betrachtte te houden, zou hij
in België onder meer met muziek en als verhalenverteller rondtrekken.
Vervolgens zocht hij uit of hij een en ander kan illustreren en zo werd hij
schilder, tekenaar en verbeelder.
Het museum Charlier in
Sint-Joost-ten-Node, ligt in een gemeente waar de wereld samen is gekomen en de
titel, de wereld mijn dorp, komt dan ook niet echt provocerend over. Wel is het
mooi de overgangen te zien, dorpsscènes, spelen, koffie of the drinkende
dames, alles valt er te zien, maar ook aarden borden in expressieve kleuren,
doorgaans de basiskleuren, zodat de kijker tegelijk heldere kleurenvlakken ziet
en vervolgens hoe vlakken terugkomen. Mijn gids vertelde me dat hij veel met
driehoeken werk om zijn tekeningen te maken, wat een bijzondere dynamiek
aanleiding geeft aan die relatief kleine werken, omdat hij op een tafel werkt
en vooral werkt met canvas op een raam dat hij volledig kan uitwerken. Eerst de
tekening, dan inkleuren en vervolgens met Chinese inkt het geheel diepte geven.
Zoals gezegd, die ene figuur,
Kahina die haar volk mocht aanvoeren en enige tijd succesvol was. Haar methode,
de tactiek van de verschroeide aarde mislukte omdat niemand zijn eigendom aan
de vlammen wilde vrijgeven, ook niet voor het hogere doel. Maar zij vocht dus
overdacht tegen een overmacht en dat moet ons wel interesseren. Is zij een
geëmancipeerde vrouw of kwam de rol haar toe, nam ze die op en deed wat ze kon?
Het is met oorlogen en de wijsheid achteraf altijd wat, maar niet altijd helpt
ons dat een en ander goed te begrijpen.
In onze particuliere
gesprekken kwamen de kwesties dezer dagen naar voor en ik vroeg mij af of we
onze cultuur niet aan het opgeven zijn, door voortdurende in beate bewondering
te vallen voor de eerste die komt met iets nieuws, al lijkt het nergens naar.
In onze samenleving worden we in onze smaak gestuurd, daar kan ik mij maar
moeilijk bij neerleggen, niet omdat ik een snob zou wezen of alleen voor
highbrow vallen zou, want er zijn genoeg werken die me niet aanspreken. Maar
toen ik van mijn goede vriendin afscheid nam, omdat ze de officiële vernissage
diende voort te bereiden, kon ik haar dankbaar zijn voor deze ontmoeting met
Hamsi Boubeker. De man zelf hoop ik ook wel eens te ontmoeten, want misschien
laat het zien dat het boek van Powers toch ergens over gaat. Enfin, daar ben ik
van overtuigd, maar veel aandacht krijgt de auteur niet en ook zijn boek, dat
echt modern mocht heten, mag heten, verdiende best meer aandacht: kunnen we dan
niet ook zomaar ons welbevinden ervaren, ook al zijn er problemen, willen we
onszelf bewijzen?
In Brussel moet ik zelden lang
zoeken naar een plaats waar ik me zonder zorgen kan neervlijen en iets eten,
een glaasje wijn drinken en soms in gesprek raken. Toegegeven, met een brochure
van Charlier museum en Peter Sloterdijk, "De verschrikkelijke kinderen van
de nieuwe tijd" op mijn tafeltje kan zowel mensen afschrikken maar ook
blijken sommige andere bezoekers echt interesse op te vatten voor dat werk.
Terwijl ik op mijn avondmaal wachtte, een heerlijke tagliatelle met gerookte
zalm en mascarpone, vroeg een dame, iets meer dan begin dertig, wat ik ermee
had, met dat museum, want dat kende ze niet en ook van Sloterdijk kende ze
weinig. Maar ze had er al over gelezen en dacht dat de man een veelschrijver zou
zijn, die onze wereld niet als een lachebek tegemoet treedt. Ik vertelde haar
dat men zo gemakkelijk auteurs, filosofen op een verhoog zet, of om hen te
vierendelen of om hen te vereren, een tussenweg is er niet. Omdat men toch
nooit de mosterd zal halen bij één filosoof, kan het lezen van zo een werk toch
wel iets aandragen, zonder dat een lezeres onmiddellijk in katzwijm valt.
Bovendien brengt de filosoof enkele markante kanttekeningen aan bij de adoratie
voor de Verlichting en de Franse revolutie. Dat zou taboe zijn, in een tijd
waarvan men aanneemt dat elk taboe nu eenmaal sneuvelde.
Uitleggen dat kritiek op de
Franse Revolutie - niet met de wijsheid achteraf, maar vanuit de bekommernissen
van de Verlichtingsfilosofen - evengoed moet kunnen als nadenken over de
betekenis van Mei '68. Men heeft als reactie ook die periode scherp
aangevallen, maar ik denk dat men zo kind en badwater weg heeft gegooid. Soms
raken vreemden, mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten niet uitgepraat en
dat verdroot haar dat ik graag wou gaan luisteren naar een discussie - dacht ik
- waarin bijna 100 jaar later een proces gehouden zou worden over het handelen,
het verzuim en schendingen, aangericht door Wilhelm II. Gelukkig kunnen mensen
data en contactgegevens met elkaar uitwisselen.
![]() |
Hans Andriessen, Paul Mevis, Willem Sinninghe-Damsté. Het proces tegen Wilhem II. Een vonnis over de schuld van de Duitse keizer aan Wereldoorlog I. Lannoo 2016. pp. 520. 34, 99 € |
Bij de Buren, het
Vlaams-Nederlands Huis kwamen drie geleerden op leeftijd een boeiende gedachteoefening
houden: een proces tegen de voormalige Kaiser Wilhelm II beticht van oorlogsmisdaden,
voor de schending van de Belgische neutraliteit, het voeren van een
aanvalsoorlog en al die andere dingen, zoals de onderzeebotenoorlog. De
inspiratie kwam voort uit het feit dat in het verdrag van Versailles
gestipuleerd was dat een internationaal tribunaal de keizer zou vervolgen. De
kwestie was dat de keizer vanaf november 1918 in Nederland vluchtte en daar
onderdak en asiel kreeg. Nederland wilde de eigen neutraliteit hard maken en
weiger de keizer uit te leveren voor een proces. Conclusie: er kwam geen
proces.
Nu was Nederland zelf geen
partij in de oorlog omdat men begreep dat het Neutrale Nederland voor Duitsland
enige stille hand- en spandiensten kon vervullen, zoals ook de geallieerden
zelf ook niet veel ondernamen om Nederland van kamp te doen wisselen. Toch kan
men zich afvragen of zo een proces 100 jaar na de gebeurtenissen wel zinvol is,
want er zijn alleen nog bronnen en het hangt er maar van af of juristen die wil
lezen.
In het gesprek kwam iets aan
bod dat mij verontrustte: historici houden zich niet bezig met juristerij, terwijl
juristen vaak niet meer kunnen doen dan rechtsbronnen in overweging nemen. Maar
het mag gezegd, moet gezegd, dat historici net wel proberen de omstandigheden
in overweging te nemen en daarbij ook de constructie van juridische waarheden
onder ogen nemen en er kritisch over nadenken.
Was het nodig dat wij nu nog
alleen het proces tegen die keizer zouden voeren, want wie de Duitse
instellingen en samenleving rond 1910 kent, weet dat de keizer over de
organisatie van het leger niet zo heel veel te zeggen heeft: de administratie
en het leger voegen zich naar eigen reglementen en de regering stippelt het
beleid uit. De keizer is dan wel populair, net omdat het in die jaren Duitsland
voor de wind ging, zoals nooit tevoren. Natuurlijk is er wel eens wat ruis en
kent de economie de klassieke opeenvolging van ups en downs, maar niemand hoeft
te vrezen niet een paar handenvol graantjes van de welgevulde tafels van de
snel groeiende economie mee te krijgen.
De openbare aanklager vond dat
de kwestie duidelijk was, maar zelfs de neutraliteit van België was in de
oorlogsgebeurtenissen voor geen van de belligeranten een grote zaak, behalve
voor dit land dus. Militaire handelingen in veroverd gebied, het valt moeilijk
dat aan de regels van het volkerenrecht te koppelen. Bovendien, bedenk ik dan, kan
men niet zonder ernstig onderzoek naar de geopolitieke posities van de Europese
grootmachten van toen. Bedenke we wel dat er geen grond kan zijn voor zo een
proces tenzij precies de inspanningen die in den Haag sinds de late 19de eeuw voor een internationale regeling van gewapende
conflicten, teneinde de burgers oorlogen te besparen.
De geleerde heren hebben
geprobeerd een bepaalde lezing van juridische overwegingen aan te dragen en ook
dat kan boeien, omdat we in tijden dat de VN, de grootmachten en regionale
geopolitieke verhoudingen ertoe bijdragen dat miljoenen in hun veiligheid
aangetast worden. De mogelijk oorlog te voeren was reeds toen voor politici en
oud-politici als Auguste Beernaert een doorn in het oog.
Omdat men een staalkaart van
het boek wilde brengen, leek het erop dat men enkele elementen middels
enactment zou brengen maar de formule sloeg bij niet zo aan. Daar zijn enkele
redenen voor: ik had het boek van Christopher Clark niet nodig om te begrijpen
dat de Franse politieke, de steun aan Servië of de positie van Rusland in het
geheel van groot gewicht zijn. In 1918 werd bovendien niet onderhandeld met
vertegenwoordigers van Duitsland: op 28 juni 1919 werd de vrede getekend en
elke poging tot negotiëren werd vooral door de Fransen afgeblokt. Bovendien kon
men zich gemakkelijk indekken, want sinds de Russische revolutie en de vrede
van Brest-Litovsk, waren de Russen, de Sovjets niet meer in oorlog. Het roept
vragen op over de lezing van de feiten zoals die in het Vredesverdrag van
Versailles worden vastgesteld, want die herschrijven de periode juni tot
augustus 1914. Was er sprake van de ontmoeting van de tsaar met de Franse
president, 20 juli 1914...?
Men hoeft niet per se een en
slechts secundaire bron, een ernstige studie vanzelfsprekend centraal te
stellen als enige juiste benadering, maar Christopher Clark brengt minstens een
aantal inzichten die bestaande lacunes invulden. In de officiële lectuur
spreekt men over de coalitie tussen Rusland en Frankrijk, waarbij het
onduidelijk is wie er het initiatief toe nam. De positie van Servië tussen 1890
en 1914 bleef altijd onoverzichtelijk. Marc Reynebeau vroeg zich af wat het
verband was tussen een koningsmoord in Servië en de oorlog, maar die
koningsmoord gaf weer hoezeer in Servië het politieke bestel onderontwikkeld was.
Bosnië-Herzegovina kreeg van Oostenrijk infrastructuur, onderwijs,
gezondheidszorg en justitie. Niet iedereen was daar mee opgezet, vanwege de
ogenschijnlijke kost via belastingen. Maar waren de Bosniërs echt gekant tegen
de Dubbelmonarchie? Of was het de beruchte Zwarte Hand die de aartshertog deed
neerschieten. Ik hoorde zelden iets over het kluwen van geheime overeenkomsten,
goedkope leningen en pogingen het Habsburgse rijk onderuit ging. Die zwarte
hand, een copie van wat in Rusland ook bestond, om bekende nihilisten uit te
schakelen door infiltratie, intimidatie en moord. En werd er niet een tsaar
vermoord? Alexander II, van 1855 tot 1881 tsaar, vrij progressief,
ontwikkelingsgericht, maar onder andere de Polen wilden hun eigen land
bestieren. Ook dat zijn facetten die in de balans gelegd mogen worden.
Tot slot, een keizer die op 7
juli met zijn jacht uit Kiel vertrekt en pas op 28 juli terug aanmeert, kan dat
echt een oorlogsstoker zijn? Niettemin kan wel maar beter proberen dit boek te
lezen, omdat het door de omvang wellicht nieuwe inzichten brengt. De
boekvoorstelling liet wel toe even te praten en dat is altijd meegenomen.
Op weg naar huis ontdekte ik
bij Sloterdijk dat ook hij zich buigt over WO I, over Dada met name, wat op
zich best interessant was, maar in het eindeloze vallen, zoals hij dat noemt,
want Dada ontkende het zinvolle, ook van de eigen creaties. Dat draagt ertoe
bij, denk ik, dat we WO I ook niet enkel als oorlog mogen zien, als een
militaire aangelegenheid. En de keizer, hij hakte verder in Huis Doorn hout van bomen die men op zijn
verzoek omhakte. In 1941 stierf hij daar.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten