Democratie revitaliseren



Nieuwe Tijden


Er is iets uitgebroken,  
niet de pleuris


David Cameron vond dat er iets mis in de Britse
politiek, dat zijn omgeving uit gelijkgestemde
zielen, die alle dezelfde achtergrond hadden. Toch
schreef hij het referendum uit en verloor de gok.
Een nieuw thema, Nieuwe Tijden, omdat ik zoals u een beetje beduusd kijk naar wat er gaande is. De triomf van het populisme? Het lijkt erop en toch kan men dat niet zonder meer stellen, wel kan het zo uitpakken dat wie het systeem aanpakt, daar garen bij spint, maar dan was ook Barack Obama een populist, want hij sprak mensen aan op hun verlangen naar verandering. Nieuwe tijden? Ze komen eraan, maar het is de sensatie dat het allemaal wat vergeefs lijkt, die ons moet beroeren en tot denken aanzetten.

De vraag blijft hoe het begonnen is en dan komen we uit bij de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het vermogen van een groep mensen rond Vladimir Poetin om de chaos van de jaren na 1991 geleidelijk om te zetten in stabiliteit en orde, in een tsaristische traditie, waarbij geheime diensten zorgen voor het ophelderen van de lucht,  uiteraard in het donker. Men leze hier geen goedkeuring, wel de vaststelling dat wat wij zo afgrijselijk vinden, voor Russen lang weldadig is gebleken. Nu zijn de grenspalen in de Russische geheid en weet iedereen hoe de hazen lopen, ook Poetin zelf. Maar anders dan de voorgangers, op Gorbatshov na wellicht, weet Poetin dat hij het volk moet toespreken, niet op een formele wijze, maar precies op hun diepste angsten en grootste verwachtingen. Hij bespeelt zijn publiek, zeggen wij intellectuelen dan met enig afgrijzen, maar hij slaagt erin de onvrede over de chaos en de armoede en de schaarste weg te werken. Als goede politiek er een is die werkt, dan is Poetin ook een goed leider. Of hij op deze wijze dat immense rijk en de burgers die erin leven een dienst bewijst, valt nog te bezien. Hij hanteert oorlogen voor binnenlands gebruik en lost buitenlandse vraagstukken op door er binnenlandse kwesties van te maken.

We schrijven dit een dag na de dood van El Lider Maximo, Fidel Castro en juist het verschil in stijl, het gebrek aan inlevingsvermogen van Fidel, hebben me altijd gestoord, maar goed, ik heb nooit enige verleiding gevoeld om het communisme als een heilsleer te zien. Wel is het nuttig te begrijpen dat Fidel zijn volk overduidelijk wel een dienst had kunnen bewijzen door, nadat hij Fulgencio Batista - aan de macht van 1933 tot 1959 - ten val had gebracht, de democratie in te stellen, maar dat was overduidelijk niet de bedoeling, waardoor we moeten besluiten dat Cuba al sinds 1933 geen liberaal bewind en liberaal beleid heeft gehad. 83 jaar. Goed, Fulgencio Batista, dat was corruptie en roofbouw, maar ook Amerikaanse toeristen en casino's, een economie waar mensen iets van konden meepikken, terwijl vanaf 1959 de boel op slot ging. De Partij was alles, was overal en deed alles, zoals men weet zonder enige vergissing te begaan, ten bate van iedereen; gisteren zegde ene Marc Van de Pitte van het Cuba Comité dat er gratis onderwijs was ingesteld en gratis geneeskunde, maar de geneeskunde die er beoefend wordt, schijnt bij ons als hopeloos verouderd bekend te staan. Of anders gezegd, ik begrijp niet, geenszins hoe iemand Fidel Castro de hemel in kan prijzen, wetende hoe hij het land en de burgers op slot heeft gezet en elke persoonlijke ontwikkeling onmogelijk gemaakt.

Nieuwe tijden laten zich niet lezen, omdat veel van wat we dachten te weten, plots niet meer geldig zou zijn, maar mensen blijven mensen, op individueel vlak, maar ook als samenleving. Daarom zal in deze nieuwe tijden het lezen van de mogelijkheden best mogelijk blijken, alleen zal het niet zo eenvoudig zijn er ook iets mee aan te vangen.

Stellen dat de democratie in crisis is, diepe crisis vormt een thema dat men uit ten treuren kan bespelen, men verandert er niet veel aan, door te jeremiëren. Dat Trump verkozen werd - niet helemaal, maar zo is het verkiezingssysteem nu eenmaal - kan men betreuren, betreur ik ook, maar ik kan aan die realiteit niet veel veranderen. Wel kan ik hopen, betogen vooral dat het nu tijd is dat Europa aan zichzelf gaat denken. Eilasie, iedereen wil af van Europa, wil terugvallen op de Kleinstaaterei, terwijl de wereld maar wat blij zou zijn als Europa mislukte als politiek project. Maar een van de redenen waarom een Thierry Baudet kan zeuren over terugnemen van soevereiniteit, ligt in het feit dat mensen al decennia aangepraat worden dat politici niet deugen, van alles beloven en hun woorden niet gestand weten te doen en dan zou meer (directe) democratie de oplossing zijn. U begrijpt, wij begrijpen dat een democratie op dat wantrouwen en die minachting niet kan functioneren. Bovendien, hoe de samenleving functioneert, hangt niet enkel van politici af, maar ook van u en mij.

Maar politici doen toch maar wat, lees ik al op facebook als reactie op mijn verzuchting. Wel, soms lijkt het me ook wat gemakzuchtig, dat hameren op een verbod op onverdoofd slachten, de eis van sommigen dat ons onderwijs cito presto hervormd zal worden en dat men alsmaar doorgaat met het verketteren van de auto, terwijl mensen hoe dan ook in omstandigheden leven dat een auto vaak aangewezen is. Wie dat ontkent, maar zichzelf van alles en veel blaaskens wijs. Als men vervolgens tranen met tuiten huilt op het spreekgestoelte van de Kamer omdat een bedrijf de deuren sluit, wordt het inderdaad ongeloofwaardig. Of beweren dat men in 2040 allemaal elektrisch moet gaan rijden, terwijl men niet zeker is of men voldoende elektriciteit zal kunnen opwekken, lijkt me ook wel een riskante gok. Dan zwijgen we nog over de enorme belasting die het maken van batterijen met zeldzame metalen zal gaan betekenen voor het milieu.

Desondanks ben ik de mening toegedaan dat politici, individuele politici en de politieke klasse inderdaad wel respect verdienen, wat niet betekent dat men hen op hun mooie ogen moet geloven. Kritisch zijn betekent nog niet dat men hen moet beladen met alle bagger en afvoeren naar het asiel voor minder begaafden, want dan geeft men zelf blijk van mateloze zelfoverschatting. Alleen moet ik dan betreuren dat sommige mediamensen ons vaak en met genoegen kond doen van het intellectuele onvermogen van deze of gene bewindsman. Als zij, zoals monsieur Armand De Decker deed, er blijk van geven veil te zijn, te koop te zijn, dan moet men deze mensen met een ostracisme bedenken., wat zijn partij enigszins halfhartig doet. Maar het valt op dat men politici er altijd van verdenkt het oor te laten hangen waar het meeste te rapen valt. De tabakslobby zou de politici in de zak hebben, maar tegelijk is het aantal antitabakmaatregelen niet meer te tellen.

Populisme aanklagen, het kan wel eens terecht wezen, maar vaak is het een blijk van gebrek aan argumenten. Natuurlijk, wat Geert Wilders uitvreet, kan uitkramen, slaat nergens op, maar hoe zal men ondergraven wat hij meent te moeten zeggen? Hij zegt immers niet zo heel veel, laat het erbij dat de anderen, het establishment bestaat uit losers, terwijl hij zelf als politiek medewerker in de partij van Mark Rutte zichzelf omhoog heeft geknokt, tot hij op eigen benen kon staan. Wie gelooft zo een Wilders? Dat is nu net het punt, die kiezers van hem hoeven hem niet te geloven, zij geloven het systeem niet meer, terwijl ze hun genoeglijke leventje naar eigen smaak leiden. Ik verwijt dat die kiezers, burgers niet, stel wel vast, dat we graag kankeren over het systeem, maar als de overheid een of ander recht wil inperken, dan komt iedereen op straat.

Nieuwe tijden waarin persoonlijke onvrede maatschappelijk uitgevent wordt, wat het er voor beleidmakers niet gemakkelijker maakt, zeker niet als men op die onvrede wil inhaken en die blijkt zo diffuus dat men er zich geen blijf mee weet. Mag men de vraag stellen, mag ik mijzelf de vraag stellen of ik ontevreden ben over het bestel? Een ander dan een bevestigend antwoord krijgt geen kans meer en dat is wat mij betreft unfair, niet enkel tegenover de politici dezer dagen, maar voor hen die het systeem hebben opgebouwd, de democratie, de welvaartstaat, het Rijnlandmodel. Maar, voor de ene gaat de gelijkheid niet ver genoeg en voor de ander is die gelijkheid veel te ver doorgeschoten. Voor de een moet kapitaal nog altijd als diefstal beschouwd worden - terwijl ze zelf min of meer renteniers in hope zijn, via hun pensioenfondsen - voor de ander moet de staat mensen de kans geven om te ondernemen en er iets van te maken, niet te veel regels en al helemaal geen dagelijkse controle.

Ik denk dat dus dat dit bestel, als zodanig, afgezien van de dagelijkse gang van zaken, onze steun, onze civieke inzet vergt. Dat er discussie zal zijn over de vraag of kunstenaars gesubsidieerd moet worden of dat banken gered mogen worden op kosten van de belastingbetalers, zijn belangwekkende discussies, maar zij kunnen maar open en vrij gevoerd worden als politici weten dat hun woord niet a priori weg gehoond zal worden. In deze visie past het ook te stellen dat het referendum een gevaarlijke inbreuk vormt op de besluitvorming. Wij verkiezen vertegenwoordigers, die vervolgens gedurende een legislatuur namens ons beleid gaan voeren, uitvoeren dan wel wetgevend en aan het einde geven we ons oordeel. Soms lijkt dat weinig uit te halen, maar dat ligt eraan dat als politici ergens gaan spreken burgers vaak te laf zijn om ernstige vragen te stellen en politici dan weer versagen door het een moeilijke vraag te noemen, als ze toch een lastige vraag krijgen.

We beleven een overgang, maar weten niet waar die ons zal leiden. Intussen zijn berichten over het zieltogen van de democratie voorbarig en moet elkeen er als deelhebber alles aan doen om het bestel vitaal te houden. Wat mij al zo een dertig jaar bezig houdt, blijft de vraag hoe men van burgers kan verwachten dat zij het bestel ernstig nemen, als zij, die burgers keer op keer voor onwetend gehouden worden. Mensen hebben een bovengemiddelde opleiding genoten in Europa en zeker in Vlaanderen en toch, of het over voeding of over kennis van het geldwezen gaat, telkens verschijnen er onrustwekkende studies die het onvermogen van Jan en Mieke onder het volle licht brengen. Wat doen die dan bij verkiezingen? Zij stemmen voor een partij die hen niet te kakken zet. Sorry voor de uitdrukking, maar zo voelt dat wel aan, denk ik. Wie kennis heeft van de arcana imperii zal wel licht denken dat de buitenstaander niet veel te bassen heeft, maar net daar zit de zwakheid van deze adviseurs, zoals Susan Neiman, alweer zij, heeft betoogd. Hillary Clinton kreeg veel tegenwind en zelfs haat te verwerken, omdat ze volkomen vergroeid was met die politieke hofhouding in Washington, terwijl ze ook nog eens met Wallstreet vermaagschapt was. De bronnen van alle ellende? Wallstreet is de kapitaalmarkt, maar ook de smeerolie voor de economie en men kan veel zeggen over de bankencrisis van 2008, men kan niet ontkennen dat onder Obama de bankensector opnieuw in de reële economie is gaan investeren, omdat de banken zelf niet zomaar geld meer konden vangen.

We weten niet wat komen zal, nieuwe tijden dus, maar waarom zouden we dat met vaar en vrees tegemoet moeten zien? Allen samen kunnen we het bestel revitaliseren en reanimeren, opnieuw vertrouwen putten en vooral vertrouwen geven. Als er iets is dat aan de jaren dertig doet denken, dan is het de voortdurende sfeer van schandalen, die het politieke leven in de ban heeft. Hand- en spandiensten leveren aan een miljardair is meer dan laakbaar, maar het moet altijd nog bewezen worden, maar het valt op dat politici nu op alles aangesproken worden. De normen en waarden van onze samenleving zijn ruimer dan wat het politiek correcte denken voor meent te moeten houden. Racisme moet men niet dulden, maar niet elke uitspraak komt neer op racisme. Zeuren over de bange blanke man is ook niet zo fijn. Laten we dus maar proberen de koe bij de horens te vatten en werken aan een goed samenleven en een behoorlijk functioneren van de democratische instellingen, in vertrouwen. Geen blind vertrouwen, wel vertrouwen.

Er is iets uitgebroken en we kijken ongemakkelijk om ons heen, want we verdenken er elkaar van de boel te belazeren. Het valt op dat we zijn gaan geloven dat we zonder ondersteuning van de samenleving succes kunnen boeken, maar alleen al de bescherming van onze rechten, kunnen we zonder een goed functionerende rechtsstaat niet voor verworven houden. Of wat met vorming? Is het Britse of Amerikaanse systeem van particuliere scholen - die top zouden zijn - en publieke scholen, door de staat ingericht, maar benedenmaats werken zodat minder bevoorrechten geen kansen krijgen op een goede opleiding. Gezond liberalisme vergt juist dat iedereen faire kansen krijgt en dus moet de overheid de kwaliteit van alle onderwijs garanderen. Maar of dat dan in een moeite door gelijk onderwijs voor iedereen moet zijn, valt te betwisten. Maar in het huidige klimaat zit de polarisatie het debat in de weg. Men kan dus niet zomaar zeggen dat het de rechtse partijen zijn die het onderwijs om zeep zouden helpen. Goed onderwijs opbouwen vergt vertrouwen van de overheid in de mensen voor de klas en omgekeerd moeten die leraren v/m weten dat hun kennis en kunde gevalideerd wordt en niet nodeloos in vraag gesteld.




Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten