Zich kwetsbaar tonen vs Veerkracht
Dezer
Dagen
Kwetsbaarheid
een manipulatief begrip
![]() |
Camille Claudel was een leerlinge en minares van Rodin en als beeldhouwer minstens even bevlogen. Maar zij bleek "kwetsbaar" en eindigde in de psychiatrie. |
Filosofiemagazine
brengt een aantal stukken over kwetsbaarheid en we horen en lezen er vaak
genoeg over. Wat bedoelt men dan, vraag ik me soms af en waarom zouden we ermee
uitpakken, dat we kwetsbaar zijn? En om wat voor kwetsbaarheid gaat het? Soms
lijkt het inderdaad een pose of zelfs een kwaliteit en dat lijkt me voor mensen
die echt kwetsbaar blijken, niet wenselijk. Bovendien zwijgt men dan al eens
over andere facetten van ons bestaan, zoals weerbaarheid en veerkracht.
Laten
we er geen doekjes om winden, velen onder ons worden wel eens geraakt door
ongeluk, falen, verlies of hardhandige behandeling of erger. Het leven heeft
genoeg pijn en lijden in de aanbieding opdat iedereen zich wel slachtoffer zou
kunnen weten en dus kan men altijd zeggen dat men kwetsbaar is, een
achilleshiel ons bestaan altijd weer precair maakt. Een grotere verschuiving in
het mensbeeld over een periode van dertig, veertig jaar kan men zich moeilijk
voorstellen, al was het maar omdat we op die manier telkens weer het recht aan
onze kant lijken te hebben als we ons verongelijkt voelen. Omdat men leed niet
vergelijken kan, is elk leed altijd weer authentiek en waarachtig, maar de
omgang ermee is een ander verhaal.
Kwetsbaarheid
promoten lijkt me even onzinnig als voorstellen dat we nooit onze fysische en
psychische verwondingen mogen laten zien, eerst aan onszelf, ook aan anderen.
Maar er is het trauma, de traumatische ervaring en dan, hoe dan ook de vraag
hoe we ermee om kunnen gaan. Willen we of kunnen we het gebeuren te boven komen
of blijven we onze ellende koesteren als een schat? Het klinkt wat grof voor
wie echt slachtoffer is van afwijzing, verlies van een ouder of andere naaste
verwant, falen op school en wat al niet meer. Kan een vrouw die aangerand werd
vergeten? Ik weet het niet en durf er ook geen verklaring over afleggen, noch
haar verwijten maken dat ze niet door zou gaan met haar leven.
Dat
is het vreemde met het woord "kwetsbaar", dat het over rauwe
aandoeningen gaat van het gemoed die ook lang na het gebeuren een leven kunnen
belasten en tekenen. Kwetsbaar zijn we in principe sowieso al is dat ook wel
veranderd in de afgelopen decennia, want mensen hebben vaak het geluk oud te
mogen worden en dan is het verlies op jonge leeftijd van een ouder een blijvend
verlies, dat men niet kan helen. Vroeger werd er sowieso vanuit gegaan dat men
niet altijd de jonggeborene zou zien opgroeien, want of het kind stierf voor
het vijf jaar werd, of men stierf zelf voortijdig, tussen veertig en zestig.
Ook was er in het dagelijkse leven van mensen wellicht meer onderling geweld,
al kan men dat niet met zekerheid zeggen. Meer nog, denkt men erover na, dan
kan het evengoed best zijn meegevallen, behalve als men een bokkende vader had
of een geldwolf van een baas. Hoe mensen vroeger met leed omgingen kan men ook
niet zonder onderzoek vertellen en daar blijkt de historische,
cultuurhistorische literatuur in wezen weinig aangebracht te hebben. Waren onze
voorouders zo rond 1875 gelukkig? Dat hangt ook van hun levensomstandigheden
af, maar ook van hun eigen ingesteldheid, zoals dat nu nog altijd het geval is.
De angst voor verlies aan welvaart lijkt velen vandaag in hun greep te hebben,
het geloof dat het nog eens beter wordt, blijkt, als we ons of informatie via
de media verlaten onbestaande, maar het blijkt allemaal moeilijker te vatten
dan men kan bevroeden.
Bovendien
botsen we nog op een andere paradox, want terwijl men zegt dat we onze
kwetsbaarheid moeten durven tonen - moeten en durven, van buitenaf opgelegd,
blijft raar klinken - blijken we ook gerechtigd als het zover is juist niet kwetsbaar te moeten
verder leven. Hulp moeten ontvangen, het
blijft een taboe, want het doet afbreuk aan iets cruciaals, zelfbeschikking.
Zou het kunnen, zo rondkijkend dat mensen veel meer hulp krijgen bij leven dan
ze vermoeden en dat die evidente afhankelijkheid van hulp bij het wassen en
plassen net de stap te ver is. De kwetsbaarheid van de oude dag moeten beleven
is niet evident, maar tegelijk onontkoombaar, omdat we nu eenmaal langer leven
dan we als soort in beginsel hadden meegekregen. Tegelijk is die kwetsbaarheid
ook niet allesbepalend, wanneer men er zich rekenschap van geeft dat dit geen afbreuk
doet aan het leven dat men gehad heeft voor het trauma of de aandoening. Toch
kan men er geen zinnig debat over voeren.
Kwetsbaarheid
is in zekere zin eigen aan de menselijke bestaansvorm, condition humaine,
terwijl ik denk dat het vaak een kwestie van overleven is, want wie werkelijk kwetsbaar is, zal zich
zelden bloot geven. Zich kwetsbaar tonen, het lijkt mode bij mensen die denken
dat ze geen achilleshiel hebben en dus wel wat weerwerk kunnen verdragen. Gaat
het echt mis, dan blijkt er geen lievemoederen aan. We zien al te vaak hoe
persoonlijk leed van bekende figuren in de pers wordt uitgesmeerd, alsof zij
anders lijden dan de onbekenden, terwijl ze zelf al te onbekend zijn. Kwetsbaarheid
voorwenden kan ook nog altijd.
Intussen
vergeten we dat als we iemand willen steunen die kwetsbaar blijkt, dat men of
haar beter maar een beetje veerkracht kan aanreiken, of beter de bron van
veerkracht in zichzelf laten aanboren. Weerbaarheid aanprijzen heeft met name
geen zin omdat men de betrokkene, de kwetsbare, zegt dat ze sterk moeten zijn,
aanspoort zich te weren en dat ze niet aan hun emoties of sentimenten mogen
toegeven. Weerbaarheid tonen, ondersteunen is van een andere orde, want hoewel
dat ook met woorden gaat, denk ik, gaat het vooral om het mee op pad gaan,
waarbij de woorden daden zijn.
Wie
dit bullshit wenst te noemen, mag, maar het mag wel duidelijk zijn dat wie
kwetsbaarheid tonen als deugdelijk gedrag voorstelt, moet bedenken dat
kwetsbare mensen zich niet kunnen weren, tenzij dus door te pogen met die
kwetsuren te leven en er iets van te maken. Hoe dat kan, zoals hoger geschetst,
door niet een gedrag aan te prijzen noch een attitude, maar vooral door aan te
geven wat iemand, ondanks alles, nog vermag. Want daar zit, denk ik, in de
geestelijke gezondheidszorg wel een knelpunt, dat professionaliteit vergt dat
men een persoon niet altijd als een persoon, individu wil zien met een eigen
zelfbewustzijn.
Al
vaker heb ik nagedacht over het denken van de Franse psychiater Boris Cyrulnik,
die in Frankrijk een zekere renommee kent, door zijn boeken over zijn
persoonlijke geschiedenis, hoe hij de Endlösung in Bordeaux wel overleefde en
zijn moeder, zijn vader niet. Hij ontdekte dat het verhaal dat hij jaren als
het zijne vertelde, op verschillende punten niet met de toedracht
overeenstemden. Hoe dan ook, dat eerste verhaal heeft hem zeker gestimuleerd om
vooruit te komen en gebruik te maken van de mogelijkheden die Frankrijk toen
bood en hij kon studeren, werd arts, psychiater. In zijn jonge jaren ging hij
mee, ook denkend aan zijn vader die in de Spaanse burgeroorlog ging vechten
tegen de troepen van Franco, met het communisme, maar hij lijkt er nu niet zo
vaak op terug te komen. Wel verklaart hij de keuze door geest van de tijd, toen
men vond dat het Europa van de Trente Glorieuses al te zeer op geld en goederen
was gericht, maar precies die kans kreeg dankzij het economische wonder dat
Europa kende. Maar dat hij in zijn praktijk ging zoeken naar manieren om mensen
boven hun trauma uit te krikken, door precies te bedenken hoe hun veerkracht
zou kunnen werken, is iets wat in de GGZ bij ons wel aandacht verdient.
Tegenover
kwetsbaarheid staat ook empowerment, waarbij men mensen de mogelijkheid biedt
zelf de dingen te doen, wat op zich ook weer goed is, maar in empowerment lijkt
ook de gedachte te zitten dat men het alleen doen moet en dan komt in het
klassieke paradigma terecht. In de relatie tussen personen met psychische
kwetsbaarheid en professionele zorgverleners schuilt nog iets dat onze aandacht
waard is, namelijk dat zorgverleners vaak niet goed zien wat iemand vermag, wat
in de discussie rond ervaringsdeskundigheid aan de orde komt. Ik vind het woord
horribel, omdat de ervaring van een patiënt niet als mens, maar als patiënt
voorop staat en ook als het over getuigenis afleggen van herstel, zal me er
zich toch voor moeten hoeden vooral dat ziektebeeld en de aandoening centraal
te stellen, want het gaat om de gehele mens, meer dan de ziekte zelf. Thomas
Mann heeft daarover in de Toverberg behartigenswaardige discussies gevoerd,
waarbij de humanist Settembrini en de jezuïet Naphta de jonge ingenieur Hans
Castorp van hun gelijk wilden overtuigen: de zieke is niet eerbiedwaardig omdat
hij ziek is, want ziekte is - zeer Lumières - een schandaal. Castorp en co
spraken over TBC en geestelijke aandoeningen zijn nog van een andere aard, maar
het is een gedachte die men wel eens vergeet. Nu, de wijze waarop men tegen
ziekte aankijkt, als een schandaal dus, terwijl dat nu eenmaal (tijdelijk) het
geval is, geeft aan de psychiatrie vaak het odium opgeleverd dat ze niet zoveel
vermogen. Het hangt van de aanpak van de arts af, zoals Trudy Dehue dat heeft
beschreven.
Ook
is er nog de vraag naar vermaatschappelijking van de geestelijke
gezondheidszorg, waarbij duidelijk moet zijn dat men daarmee de acceptatie van
geestelijke, psychische aandoeningen wil bevorderen als ook (ex-)patiënten hun plaats in hun omgeving en
dus de samenleving wil terugbezorgen. Nu is dat natuurlijk een
aanbevelenswaardig streven, maar als een mens, vaker een man, met een mes door
de straten dwaalt en mensen zonder duidelijke redenen aanvalt, verwondt, dan is
het onmiddellijk een verwarde persoon. Het mag duidelijk zijn, sommige daden
komen voort uit het verloren lopen in eigen bewustzijn of juist het zich
afsluiten van de buitenwereld, van prikkels die hun gevoelens en inzichten in
de war brengen maar ook afsluiten van redelijkheid en communicatie,
zelfcorrectie.
Spreken
over kwetsbaarheid kan heilzaam wezen, verondersteld dat men er geen pose van
maakt. Mensen die heel wat open zenuwen met zich dragen, werkelijk kwetsbaar
zijn, worden lang niet altijd begrepen. Hun gevoeligheid wordt dan aanstellerij
en dikdoenerij. Sommige mensen kunnen ook al eens uit het dak gaan als men hen
op de meest kwetsbare plekken raakt. Beter is het dus te zoeken naar manieren
om mensen die ondersteuning nodig hebben wezenlijk te behandelen als personen en
hun veerkracht aan te boren. Voor professionelen in de geestelijke
gezondheidszorg is dat een bron van debat, heb ik begrepen, waarbij vertrouwen
geven niet altijd het eenvoudigste is, maar wel zeer de veerkracht kan ondersteunen.
Kwetsbaar is men vanzelf, maar ik begrijp wel dat er mensen zijn die zich
altijd zeer defensief en geharnast ten tonele begeven, waarbij kwetsbaarheid een
blijk van menselijkheid moet zijn.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten