afgunst, egocentrisme? er is meer dan we bevroeden
Dezer
Dagen
Heftig de emoties
harde woorden, cynisme, kretologie
![]() |
Gutmensch of Allmensch? Wie zal het zeggen? Moeten we zo een algemeen oordeel vellen of kunnen we volstaan een uitspraak van de man te onderzoeken, zonder hem als persoon te fileren? |
Mensen
die menen dat ze het kunnen weten, vragen zich vertwijfeld af hoe ze het niet hebben zien
aankomen, die malloot in het Witte Huis. Het antwoord zou eenvoudig moeten
zijn: men keek niet goed, maar dat kan nooit volstaan. Wat het dan wel is, zal
echter veel reflectie vergen en empirisch onderzoek, over vragen die onze
samenleving en het persoonlijke aangaan. Over hoeveel controle we wil niet
willen en hoe boos we niet geworden zijn: de heftigheid van de emoties vormt
voor mij de kern van het vraagstuk. Of is het eerder een heftiger taalgebruik,
dat vooral indruk moet maken?
Men
zegt dat de emotionele heftigheid op de sociale media de kern van het probleem
vormen, maar de belangrijke bladen in Vlaanderen en Nederland hebben hun fora
afgeschaft, omdat ze met de heftigheid niet om konden en zo de thermostaat
weggegooid, in plaats van er met zorg mee om te gaan. Als het klimaat
oververhit raakt kwamen er beschamende woorden en dat mag niet, want het zou
besmettelijk kunnen zijn, maar sinds de jaren '60 was er uiteraard al langer
een vorm van politiek bedrijven die het aan heftigheid niet ontbrak. Natuurlijk
kan het scherpe woord beklijven, maar het afzeiken
van anderen is merkelijk toegenomen de afgelopen decennia in de media, net
zoals men begon te spreken van "klotedossiers" waar men ook
hoofdpijndossiers had kunnen hanteren als term. De verslaggeving over politieke
kwesties heeft ook met zich gebracht dat journalisten vaak de nodige afstand
tot de personen die het politieke debat voeren hebben opgeheven en staan
dichter dan ooit bij politici. Vooral de vaststelling van Chantal Mouffe dat de
politiek echt opnieuw een strijdperk werd waar het uitschakelen van de
tegenstander centraal staat, draagt ertoe bij dat het politieke debat focus
mist, in het verleden blijft hangen en vooral een loopgravenoorlog is geworden.
Jos
Geysels meent dat Links geen focus meer heeft, terwijl het zich gemakshalve
progressief noemt. Maar ze staan toch voor de rechtvaardigheidsdogma's die
losjes op John Rawls zijn gebaseerd? De focus kan ook maar moeilijk in de
'reële economie' gezocht worden, want bijvoorbeeld het kluster van maatregelen
ten aanzien van de horeca, gaande van alcoholvrij rijden tot rookvrij zeuren en
zagen aan de toog en eindigend bij de witte kassa, heeft voor vele cafés een
desastreus effect, ze zijn niet meer leefbaar. Natuurlijk zijn er nieuwe
starters, maar in de dorpen verdwijnen de herbergen en cafés als
ontmoetingsplaatsen. Ik denk dat men zo rigide geworden is in het nastreven van
het ideale dat men de werkelijkheid terzijde laat. Toch, "Kom op tegen
Kanker" en andere organisaties hebben inderdaad goede argumenten, maar hun
heksenjachten jagen mensen in de gordijnen. Hoe men vandaag tegen autonomie van
de persoon aankijkt, is me een raadsel, of beter, het is geen issue meer.
Zou
ik overdrijven als ik zeg dat we ooit, zo rond 1980 meer ruimte hadden om te
experimenteren, om ideeën uit te testen en ook om het leven te leiden dat we
dachten dat het goed was, op grond van eigen oordeelsvermogen? Vandaag ligt het
allemaal terug bij derden, instellingen, pastoors van atheïstische snit, die
komen vertellen wat hoort en wat niet. Joke Hermsen schreef met
"Grensgangers" een roman waarin ze verschillende stemmen liet horen,
die vooral ook botsten en waar de frustraties van een generaties, de mijne,
volop tot uiting kwamen, maar ook de vaststelling dat het conflict onverwacht
heftig tot uiting komt, terwijl we ooit in de kroeg op de Blandijn geloofden
dat we konden spreken zonder de ander te schofferen. Vandaag spreken velen om
anderen te schofferen en de onderliggende kwesties zijn van geen tel meer,
leiden niet meer tot grondig (zelf-)onderzoek.
Voor
Tinneke Beeckman heb ik wel waardering, omdat zij aan spoorzoeken doet op platgetreden
paden, waardoor we de rijkdom ervan terug kunnen ontdekken, met haar boek over de
betekenis van Spinoza voor onze tijd niet baseerde op enkele hits, maar in de
teksten zelf dook. Ook met haar werk "Macht en onmacht" wierp ze een
boeiend licht op wat er in onze samenleving gaande is, ook als het over de
verafgode Verlichting gaat. Maar ze veegt ook de vloer aan met intellectuelen
die het menselijke aanvoelen voor een theorema hebben opgegeven, zoals ze over
uitspraken van Emmanuel Todt schreef. Toch is er een moment waar ik mij afvraag
of Beeckman niet een en ander over het hoofd ziet als ze zelfzorg in deze tijd
overdreven vindt. Want ik denk, met Foucault als pleitbezorger - de Foucault
van de laatste publicaties - dat zelfzorg in de Griekse filosofie wel degelijk
een eerste uitwerking kreeg, bij Socrates maar zeker ook bij de Stoa en
Epicuristen. Via de cynische filosofen en de asceten in Syrië en Egypte, via de
culturele sfeer in Alexandrië is dat in het christendom terecht kunnen komen,
doch volgens mijn inschatting vanaf ongeveer de twaalfde eeuw in pastorale
zielenzorg omgezet, waarbij de zelfzorg als thema en als oefenterrein verloren
ging.
Toen
we jonger waren zegden onze opvoeders en leraren dat respect betonen voort zou
moeten komen uit zelfrespect, beheersing uit een goed omgaan met het zelf. De
omgang met Nietzsche, de uitlatingen van enkele kakelaars gedurende een paar
decennia hebben inderdaad de (geveinsde) woede in het publieke leven ruimte
gegeven, maar lang bleef het niet acceptabel als mensen woedend werden in
publieke vergaderingen. In Nederland is gebleken dat enkele zuipschuiten zonder
enige consideratie een dame die pleitte voor het aanvaarden van een
asielzoekerscentrum konden scanderen: "daar moet een piemel in". Het
zijn dus niet mijn woorden en er werd schande over gesproken, maar de vraag hoe
we al die asielzoekers die hier toekwamen moesten opvangen, kreeg door beide
partijen de doodsteek. De overheden hebben op een redelijk aanvaardbare manier
gedaan wat moest, zeker als we dat vergelijken met wat de Australische
overheden doen met bootvluchtelingen uit Azië.
Het
frustrerende is, zoals bij grote projecten blijkt, dat het debat over de
oplossing van de verkeerscongestie rond Antwerpen niet werkelijk onderzocht
wordt, men miskent zelfs openlijk de realiteit, dat het verkeer functie is van
onze veranderende manier van leven en van consumeren, van produceren ook.
Beweren dat mensen hun auto verkeerd gebruiken, betekent dat men zelf een goed
verkeersgedrag voor ogen heeft staan en dat men de eigen normen voor juist en
onbetwistbaar houdt. Dat anderen daar kregel van worden, laat hen dan weer
koud. De haat tegen "Gutmenschen", die men wel eens bespeurt, komt
voort uit een paternalisme dat men best eens zou temperen. Overigens vind ik de
term "Gutmensch" bedenkelijk en nodeloos verwijtend. Maar het blijkt
wel goed te vatten wat Hannah Arendt zelf al had bespeurd: er zijn mensen die
menen uit hoofde van hun persoon en hun kennis, expertise, menen dat ze het
absolute gelijk in pacht hebben en wie dat alles niet deelt, wel dwalen moet.
Wie niet opmerkt dat die eigen normen aanhoudend de wereld, het leven van
anderen onzichtbaar maakt, dus ook het oordeelsvermogen uitschakelt, zal dus
niet verwonderd moeten zijn als hem of haar het verwijt toegeslingerd wordt een
Gutmensch te zijn.
Het
goede willen is een ding, de maatschappij willen verbeteren is wenselijk,
verontwaardiging kan terecht zijn, maar als men zelf andere mensen onheus
bejegend, hun kennis miskent en hun manier van omgaan met anderen afwijst, ik
heb het dan vooral over een burgerlijke hoffelijkheid die dezer dagen verdampt
lijkt te zijn, moet geen welwillende reactie meer verwachten. Journalisten en
commentatoren, die zichzelf progressief noemen en ronduit over
"winners" en "losers" spreken en die ook nog eens in de
krant of het blad te kijk zetten, menen zo helderheid te scheppen, maar ze
scherpen mee het klimaat van verhevigde emoties aan.
Nu,
met die emoties blijkt aan de hand dat men de andere 'droeve emoties'
toeschrijft, jaloersheid, hebzucht, egocentrisme en zelf, denkt men dan een en
al welwillendheid aan de dag te leggen. Ik vrees dat politieke correctheid op
zich aanbevelenswaardig kan zijn, als men tenminste ruimte laat voor nuance en
ook het oordeelsvermogen niet uitschakelt. Politieke correctheid als dwangbuis
leidt telkens weer tot heftige discussies die het gesprek zelf overbodig maken
en het probleem verder laten rotten.
Bovendien
blijkt men nogal eens geneigd bij de andere alleen negatieve emoties te zien,
ook waar die emoties ten eerste oprecht zijn en ten tweede voortkomen uit
ervaringen, die men al dan niet goed heeft kunnen verwerken. Maar zelfs kan het
zo zijn dat mensen die op het oog misschien al eens lomp lijken,
"Allmenschen" zouden kunnen zijn, zoals Alicja Gescinska dat
presenteerde en boven zichzelf uitsteken op heel bijzondere domeinen. Wie al
eens met de zorg voor oudere mensen met dementie geconfronteerd wordt en merkt
hoe het personeel in zo een zorgcentrum echt heel wat inzet betonen en veel
respect betonen, moet toch eens begrijpen dat er daar wonderen gebeuren. Ook in
de gehandicaptenzorg zien we dat, maar tegelijk, in de media komen de foutjes
uitvergroot aan bod, komen de vergissingen in drievoud aan bod zonder dat men
nagaat of en hoe er iets aan de hand is. Het kind met het badwater weggooien...
Het
goede in onze samenleving benoemen, het lijkt een overbodige luxe, maar het kan
wel toelaten dat er een herstel van het vertrouwen in anderen komt. Susan
Neiman schreef in "Afgezien van de feiten" hoe we dag na dag een
mensbeeld opgedrongen krijgen dat de negatieve emoties en attitudes voorrang
geeft: altruïstisch gedrag is altijd verdoken egoïsme, we zoeken altijd
rationeel het onderste uit de kan te halen. Neiman zet hier vraagtekens bij,
want er is geen bewijs dat de overlevingsstrategieën die de jagers-verzamelaars
alleen maar op het eigen overleven gebaseerd zouden zijn geweest. Er pleit veel
voor te bedenken dat men als individu alleen niet veel kansen had, wat ook tot
uiting kwam in de vele vormen van uitstoting uit de gemeenschap, ook bij
sedentaire gemeenschappen. Verbanning is het opzeggen van alle hulp en
bijstand. Het is een argument uit het ongerijmde dat mensen, groepen heel goed
weten hoe belangrijk onderlinge hulp en bijstand voor een samenleving zijn.
Solidariteit
en broederschap kunnen wel vervagen als de samenleving complexer en
omvangrijker wordt: verstedelijking kan ertoe leiden dat mensen vooral voor
zichzelf gaan opkomen, al zal er altijd wel nog
een kring zijn waar men op kan terugvallen. Maar met dat alles is het
van belang te begrijpen dat links broederschap, net als autonomie onder heeft
laten sneeuwen en rechts succes als een zeer persoonlijke zaak zijn gaan zien.
Maar of men Marc Coucke niet als voorbeeld mag stellen? Er zijn andere
ondernemers, die met veel minder lawaai voor hun omgeving grote betekenis
hadden of hebben. Maar Coucke verguizen, daar doe ik niet aan mee. Wel denk ik
dat hij niet zomaar kan stellen dat hij - mocht hij belastingen op de
meerwaarde hebben moeten betalen - dat
niet wilde omdat het een druppel op een hete plaat zou zijn. Hij moet die
meerwaardebelasting niet betalen, omdat de wetgever bevonden heeft dat een
ondernemer die een eigen bedrijf overlaat, waar hij of zij hoofdelijk voor
verantwoordelijk was, zich ook verantwoordelijk voor toonde, niet nog eens
belast moet worden. Overigens bestaat er wel een belasting op de
liquidatiebonus die van tien tot 25 procent wordt opgetrokken in 2014[i].
Als dat geen meerwaardebelasting is, begrijp ik het niet meer. De heftigheid
waarmee die meerwaardebelasting bepleit wordt, verbaast mij, omdat
meerwaardecreatie de kern vormt van ons bestel en in se niet per se leidt tot
onverminderd nastreven van winstmaximalisatie. Meerwaardecreatie is wel nodig
voor de continuïteit van de onderneming dus het behoud van werkgelegenheid - al
valt er over dat punt ook weer heel wat te melden.
De
heftigheid van de emoties komt niet van het internet, maar werd wel versterkt
weergegeven, ook al omdat nobele commentatoren er zich graag aan ergeren,
terwijl ze zelf graag over Losers klagen. De heftigheid van het taalgebruik
weerspiegelt overigens ook niet altijd de heftigheid van de emoties, valt te
vrezen, maar omdat we niet bereid zijn uitspraken en of mededelingen aandachtig
te bekijken en graag met de letter van de teksten bezig zijn, de lezer als een
robot zien, die niet interpreteren zou, komen we in een oorverdovend gewoel
terecht, waar het persoonlijke en het publieke met elkaar vermengd zijn
geraakt. Niet elke woede of verontwaardiging is onterecht, maar we worden niet
enkel gedreven door woede, hebzucht, angst, maar die andere emoties, intenties
krijgen geen of onvoldoende aandacht - tenzij bij BV's die voor allerlei goede
doelen peetje of meetje willen spelen, om het goede doel een smoel te geven en
dat ook graag met de nodige heftigheid doen.
Laten
we daarom nog maar eens proberen bij denkers als Fernando Savater of Neiman te
rade gaan, maar vooral niet vergeten dat we zelf ook wel iets kunnen bedenken,
wat goed en wenselijk is, ook als het voor ons van ondergeschikt belang is. De
heftigheid van de taal en van de emoties maakt het redelijke gesprek onmogelijk
en ontneemt mensen de soms levensnoodzakelijke vrijheid, veiligheid en
geborgenheid waar ze zo naar trachten. Vrijheid, autonomie, veiligheid en
geborgenheid zijn geen weemakende slogans, maar juist een goed samenleving
kunnen die bieden. Allmenshen vinden? Ze zijn er wel, maar van geen
nieuwswaarde.
Bart
Haers
[i]
http://www.vlaanderen.be/nl/ondernemen/overname-stopzetting-en-faillissement/roerende-voorheffing-op-liquidatiebonus
Reacties
Een reactie posten