Electionblues
Dezer
Dagen
Zeeën van opinies,
warrelingen en onbegrip
elites en elitehaat
![]() |
Een socioloog die eerder empirisch de relaties tussen mensen in een zwakke sociale positie zich verhouden tot het algemeen belang: Richard Sennett. |
De
dag was jong gisteren, toen duidelijk werd dat Trump voldoende kiesmannen zou
halen en 2 jaar gedoe eindigde op ene deceptie, voor elites en mensen die van
zichzelf vinden dat ze het hart op de juiste plaats dragen en vooral in staat
zijn tot helder en logisch denken. Dat ze niet altijd de empirie laten
meespreken, was me al opgevallen, maar in de lange uren gezever over hoe het allemaal was kunnen gebeuren, bleken de media
niet in staat tot enige zelfreflectie, al moet dan weer grondig onderzocht wat
we dan bedoelen. Het werd een vreemd zwalpen op een door een orkaan gegeselde
zee van opinies, waarbij het sloepje algauw uit het roer liep. Bovendien, we
hoorden dezelfde experten die al voor de verkiezingen hun grote gelijk hadden
geclaimd. Waar strande mijn sloepje?
Voor
den Donald heb ik het niet, maar goed, ik bevind me ergens in een kleine franje
van de zogenaamde intellectuele elite en dat wordt me vaak op duidelijke wijze meegegeven.
Dat ik mij wel degelijk bewust ben van de moeilijkheid om mensen te ontmoeten
die niet meteen sporen met mijn situatie, laat onverlet dat dit wel gebeurt en
dat er een empirisch inzicht kon ontstaan over andere mensen in een
gedeeltelijk ander universum, want overlappende aspecten zijn er natuurlijk
altijd wel, meer nog, misschien behelzen die meer van mijn en hun inzichten dan
we gemeenlijk aannemen. In onze jeugd was de samenleving minder gesegregeerd en
ik moet vaststellen dat het vaak mensen zijn die zich toen, omstreeks 1980
sociaal gedreven vonden en noemden, mee de polarisering in de hand gewerkt
hebben. De anderen zijn dan dommekloten en niet in staat tot solidariteit. Of
het waar was, is, weten we niet meer en onderzoeken we niet meer. Er ontstond
een vernederend discours over dat klootjesvolk, dat tegelijk vaak, met dank aan
Bourdieu in het hart werd gesloten. Geleidelijk werden volkse figuren in de
media opgevoerd, die dat rafelrandje in 'onze' wereld brachten, zoals een
Sergio of een Eddy Wally terug salonfähig. Het was geen kwestie van smaak of
goesting, het was een bewuste keuze voor een geloof in de ruwe bast en soms
blanke pit.
Intussen
schreef men zich te pletter aan grootse postmoderne fresco's over de wereld die
onbegrijpelijk werd, ging men politieke correctheid uitdragen en vond men het
goed en achtte men het edel, al mag het net zo niet klinken. Er ontstond
geleidelijk de idee dat wat men goed vond in feite rationeel is, evident en
onontkoombaar want gebaseerd op redelijk denken. Empirische gegevens die het
verhaal doorprikken worden niet geduld noch in overweging genomen. Initiatieven
als "zonder haat straat" kwamen in het straatbeeld, maar hoe mensen
dachten over nieuwkomers, wilde men
niet echt weten. Onderzoek van Marion van San werd voorwerp van heftige
polemiek, maar bij mijn weten heeft geen enkele krant haar onderzoek door een
journalist laten lezen om het af te toetsen en na te gaan hoe zij tot bepaalde
inzichten is gekomen. De idee van het onderzoek over criminaliteit en criminalisering
bij allochtone jongeren was op zich al een aanfluiting van goede smaak. In 2001
kon Patrick De Wael het rapport alleen maar laten archiveren, want spreken over
criminogene aspecten van de leefwereld van jongeren uit milieus met een
migratieachtergrond werd onmogelijk geacht. In die zin leefde men in de illusie
dat men dingen kon doodzwijgen en verdoezelen. Nu in Molenbeek een groep
jongeren actief is gebleken, die zowel in de criminaliteit als het terrorisme
actief zijn, blijkt dat onderzoek van Marion Van San toch wel relevant.
Het
mag duidelijk zijn dat men ook verder ging, want toen Willem Vermandere dat
liedje bracht over de bange blanke man, vond ik dat zelf zo een veralgemening
dat ik het alleen kon betreuren dat de man zich op die manier mee schuldig
maakte aan het culpabiliseren van mensen die geen kwaad in de zin hebben, maar
bezorgd zijn over een aantal kwesties, die hen ook aanbelangen, zoals het goede
samenleven zonder vaar en vrees. Nemen we de klimaatkwestie onder ogen, dan
denk ik dat men vooral omzichtig met de voorraden fossiele brandstof moet
omgaan en dat men ook de luchtvervuiling moet terugdringen, maar tegelijk zal
men niet om het feit heen kunnen dat mensen die nu leven, gebruik maken van de
mogelijkheden, zoals de auto, informatica en graag eens goed eten, of veel
eten. De bladen staan vol met adviezen hoe we zouden moeten leven en zoals ooit
in de katholieke actie het geval was, werkt men graag met exempels, figuren die
het goede prefigureren en ook hier komt culpabilisering om de hoek kijken, net
als in de goede oude moederkerk.
Aan de
andere kant, zelfs als het over geluk gaat, krijgt men de idee dat we zelf aan
het onbehagen lijden dat tot foute politieke keuzes kan leiden, vergetende dat
het de bladen zijn die de argumenten vlijtig aandragen voor zo een onbehagen en
voortdurend de wrok meegeven om wat er allemaal mis zou gaan. Geen enkele
Vlaamse krant heeft de laatste twee jaar een begin van een visie op de economie
van de VS aangeboden en hoe dat uitpakt voor mensen in Winsconsin of
Pennsylvania; oude verhalen over oude industrieën die al dertig jaar op de
helling staan, krijgen veel aandacht, hoe men daarvoor al dan niet oplossingen
heeft voorzien, blijft het stil. Macro-economische data vertellen grootheden die het persoonlijke
leven en handelen ver overstijgen en in die zin is elke politiek die enkel
vertrekt van die grootheden op een zeker moment een moeilijk te hanteren
instrument om met mensen te spreken over hun leven en hun verwachtingen. Dat is
onder meer wat Tomas Sedlacek in zijn boek "Economie van goed en
kwaad" vaststelt: elk handelen om te overleven, om goed te leven heeft
economische facetten, maar kunnen niet altijd als economisch relevant geduid
worden in een of andere theorie, noch die van Keynes noch die van de Chicagoschool.
Rationele verwachtingen spelen in de neoliberale visie van die school een grote
rol en ook de neokeynesiaanse school nam die rationele verwachtingen op en dat
is wat nogal eens tot misverstanden aanleiding kan geven.
In
1972 verscheen van John Rawls "A theory of justice", waarin hij een
gedachtenexperiment ontwikkelde, de 'original position', waarbij men kan
overwegen kan wat rechtvaardig is als men niet weet wie men is of welke sociale
en economische omstandigheden dat bestaan kenmerken. Het laat toe aan
rechtvaardigheid een quasi rationeel cachet te geven, waarbij inderdaad gelijke
kansen op vrijheid en op kansen aan de orde zijn. Deze ideeën hebben in de
afgelopen dertig jaar school gemaakt en in een aantal opzichten kan men de
theorie best hanteren in het onderzoeken van de staat van rechtvaardigheid in
een samenleving. Maar dan loopt het ook ras mis, want de perceptie van
oneerlijke verhoudingen blijken wel eens te rationeel en te weinig empirisch.
Het verschil is dat mensen wel weten dat iemand die zestig uur per week zijnen
nestel afdraait voor een bank of voor een kabinet misschien niet altijd even
gemakkelijk eens de riem kan afleggen. Mensen oordelen inderdaad ook in het
licht van wat ze willen bereiken en voor de ene is prestige belangrijker dan
voor de andere. Maar dat kan men moeilijk weten of zelfs maar meten in termen
van winstmaximalisatie, aangezien we geacht worden in dat kader ons leven te
leiden: de top halen.
Alicja
Gescinska stelt dat de Amerikaanse samenleving haar failliet beleeft, maar ik
vraag me met permissie af of mensen in Oklahoma of zelfs Chicago per se menen
dat ze falen omdat ze niet helemaal tot het gaatje gaan. Men spreekt over het
onbehagen omdat men zelf, geen grijzende man met geld zijnde harder moet
werken. Maar als men nagaat hoe de idee van de Amerikaanse droom samenviel met
de ontwikkeling van het wilde kapitalisme waarin Vanderbilt, Carnegy en al die
anderen hun kans gingen en slaagden, vergetend dat anderen het ook probeerden
en nooit die almacht bereikten en toch vinden dat ze iets goed hebben gedaan,
kan men dezer dagen toch nog voorbeelden vinden van stevige sociale promotie en
professionele successen. Wie naar een samenleving kijkt, spreekt over gelijke
kansen en tegelijk voortdurend alles wat niet de top haalt, afdoet als non
discript, moet wel begrijpen dat hij of zij geen oog heeft voor hoe mensen
leven, welke aspiraties ze koesteren en of een aantal mensen bewust resigneren,
maar daaromtrent ook wel met rust gelaten willen worden. Historisch is de
Amerikaanse droom vooral de droom van de industrialisatie en precies Thomas
Mann beschreef in "De Buddenbrooks" aangaf hoe men niet altijd in
staat is mee op te gaan met de golf van de modernisering.
Tinneke
Beeckman stelde vast in "Macht en Onmacht" dat men de afwijzing van
het bestel bij de jonge terroristen niet alleen sociaal-economisch kan duiden.
Afgezien van de aantrekkingskracht die het jihadisme blijkt uit te oefenen op
jonge criminelen, kan men er ook niet omheen dat mensen hun ongenoegen wel eens
verankeren in een strenge leer, waar handelen duidelijk gekaderd is en zo
houvast kan bieden. Hier kan men enkel, zoals ook Richard Sennett het bedacht,
via empirisch onderzoek toe komen, want hoe zullen deze mensen vragenlijsten
invullen? Het gaat niet om kwade wil, maar om een wijze van onderzoeken die de
onderzochte niet zint, hem of haar vraagt naar zaken die ze wellicht niet
altijd willen overdenken.
Maar
zoals Christopher Clark in "Het IJzeren Koninkrijk" over het Pruisen
in de laten 19de eeuw en voor 1914 het uitdrukte, er waren navrante verschillen
tussen de hofkringen, de "sociaaldemocratische cultuur" en wat het
zogenaamde gewone volk beleefde, betrachtte, maar tegelijk was er een gedeelde
cultuur, een set van inzichten dat velen deelden en waar ze deel aan hadden,
dankzij onderwijs, dankzij de bladen. Philipp Blom kwam tot de bevinding dat in
de meeste Europese landen die deelnamen aan WO I en vooral in het Westen, de
telgen uit oude geslachten, uit de elites relatief meer het leven hadden
gelaten dan onder de andere burgers. Dat valt moeilijk te rijmen met de
voorstelling dat het de gewone soldaten waren die het meest in het vuur gejaagd
werden terwijl de officieren op veilige afstand bleven. In België was het
enthousiasme voor die oorlog noch bij de elites noch bij het volk erg groot,
onbestaande eindelijk, terwijl in Duitsland, Frankrijk en het UK onder de
studenten van de universiteiten en de intellectuelen een golf van enthousiasme
oprees en velen meesleepte. Ook Thomas Mann bleek tijdens WO I geneigd dat
nationalisme, zelfs een cultuurpatriottisme schrijvende te ondersteunen, maar
hij zou later inzien hoe fout die "Betrachtungen eines unpolitischen"
wel niet waren. Erica Mann zou na zijn dood het essay (toch) heruitgeven.
In
deze dagen dat velen hun ontgoocheling nauwelijks kunnen verbijten en moeten
vaststellen dat in Amerika ook wellicht gelijkgestemden voor de man hebben
gekozen, moeten we dus dat onbehagen en die voorkeur niet culpabiliseren noch
die keuze criminaliseren. Het komt mij voor dat men in 2000 nagenoeg dezelfde
dingen bedacht heeft, maar er geen weg mee wist omdat de vaudeville rond de
telbureaus en technische fouten in Florida de afloop hypothekeerden en toen
Busch de winnaar bleek, was men in feite nog niet klaar met het hele gedoe.
Busch? G.W. staat voor een late reactie op 11 september, voor een onnodige
oorlog in Afghanistan en vooral Irak, voor de val van Lehman Brothers in 2008.
Busch stond onder curatele van de neo-conservatieven, Trump lijkt er geen
uitstaans mee te hebben, zelfs ideologisch geen strak plan te hebben.
Dan
komt dan toch die vraag weer opdoemen: waarom haten mensen in welvarende landen
zo grif hun bestuur en de mensen die dat bestuur schragen, incarneren? Het
gemakkelijke en onbevredigende antwoord is dat ze het niet snappen, het
moeilijke antwoord kan men slechts bij benadering geven. Hier speelt de kloof
tussen een rationeel denkende elite (een elite die denkt rationeel te denken)
en een bevolking die niet blind is voor empirische gegevens, maar ook vatbaar
blijkt voor goedkope kritiek aan het adres van het bestel. Goedkope kritiek aan
het adres van het systeem? Dat politici er niets van kennen, maar van wat dan
wel? Misschien is de kritiek wel terecht dat politici niet goed weten hoe
anderen hun keuzes maken, levenskeuzes, kleine keuzes ook, waarbij de
ratio stricto sensu niet altijd de bovenhand halen. Mensen gaan ten onrechte
naar de spoeddiensten van ziekenhuizen omdat ze niet goed de weg weten met het
systeem van wachtdiensten of de honoraria te hoog vinden. Maar nu wil men in
een aantal ziekenhuizen de wachtteams van huisartsen een plaats geven om zo aan
de poort de selectie te maken zodat de urgentieartsen hun aandacht aan echte
spoedgevallen kunnen besteden. Maar dat de gezondheidszorg ook wel eens
georganiseerd wordt vanuit de positie van de zorgverleners wordt daarbij zelden
in het debat gebracht. Zou dat niet legitiem zijn, dan zou de gezondheidszorg
en vooral de concrete zorg op het terrein chaotisch verlopen.
Het
onderwijsbeleid in de VSA en andere Westerse landen is minder emancipatorisch
dan toen de kwaliteit werd gehaald door vast te houden aan onwrikbare
standaarden: leerlingen moesten voldoende punten halen en de opvolging van
leerlingen gebeurde via schriftelijke beurten en mondelinge, want het puntenboekje lag altijd klaar. Men heeft
het competitieve onderwijs afgebouwd en zelfs eliteonderwijs zoals Eaton lijkt
niet meer zo strak en hoogstaand als men wel wil doen geloven. Wellicht is het
instituut het voor onbetaalbare toegangsticket voor een vlotte toegang tot de
hallen van de macht. Vooral is de bescherming tegen de buitenwereld voor de
bloedjes wellicht een knoert van een hinderpaal om andere mensen te leren
begrijpen.
Velen
vandaag stellen zich vragen over de vraag waarom vele van die kiezers lijken af
te wijzen wat wij koesteren, de waarden van de verlichting en dan vooral de rationele
aanpak van problemen, waarbij het resultaat altijd onwrikbaar en onweerlegbaar
is. Empirische kennis van wat werkt, intuïtief begrip voor wat anderen doen
heeft niet de status van een afgeronde en onweerlegbare redenering. De
Mercatorkaart was ideaal en geschikt voor zeezeilers omdat ze minstens
toelieten bestek te maken wat hun positie op de breedtegraden betreft. Ook voor
de positie op de lengtegraden was ze nuttig, maar het duurde tot in de
achttiende eeuw voor men die positiebepaling goed kon hanteren. Niemand zal
daarvan de zin ontkennen of juistheid, maar het is wel al een beetje uit te
tijd, omdat men nu met satellieten veel sneller een juiste plaatsbepaling kan
afronden en voor drukke vaarwateren is dat wel zo nuttig. De Mercatorkaart
heeft evenwel nadelen, die door andere projecties opgegeven worden, maar
waardoor het beeld van een continent wel zeer veranderen kan. De vorm van de VS
kennen we van de Mercatorprojectie en die is zo iconisch, dat mensen er
gemakkelijk mee uit te voeten kunnen. Andere projecties rekken het Noordelijke
continent in de Noord-Zuidrichting uit en drukken de landmassa in
Oost-Westelijke richting samen en zouden zo laten zien dat de claim van het
Vrije Westen op voorrang en de legitimatie van hun positie onterecht is. Een
Mercatorprojectie is dan niet meer neutraal of wetenschappelijk verantwoord,
wel ideologisch gedragen - maar wij begrijpen dat niet omdat we de ideologische
lading van Mercators cartografie niet doorzien. Het was op college en aan de
universiteit dat we zulke andere projecties te zien kregen, met de ideologische
duiding erbij en de vraag bleef zweven of dat wel helemaal klopte, dat Mercator
inderdaad de handigste manier bleef om zich een beeld te vormen van de wereld,
los van ideologische consideraties.
Het
probleem is nu dat elkeen de andere verdenkt van fout benaderen van kennis om
ideologische redenen. Het Darwinisme of de Evolutietheorie, die in een Westers
narratief stond voor het doorgronden van diepste geheimen van het leven: waar
komen we vandaan? Hoe werkt voortplanting en hoe kwam er leven op aarde? Hoe
veranderen soorten? Dat soort vragen heeft in de negentiende eeuw geleid tot
vooruitgang op het vlak van biologie, maar ook het mensbeeld bijgesteld. Het
feit dat in de commentaren op de verkiezingsresultaten ook verwezen werd naar
dit soort op het oog achterhaalde debatten in de westerse wereld, omdat de
aanhangers van Trump die evolutietheorie om religieuze redenen niet lusten,
laat onverlet dat Trump zelf zich laat
voorstaan op het feit wel erg "the fittest" te zijn voor de job. Wij
zullen, hoorde ik een paar jaar geleden zeggen, de aanvallen op de
evolutietheorie afslaan, maar daarmee werd meteen de evolutietheorie meer dan
het voordien geweest was, een wetenschappelijke theorie, maar het werd een
dogma, waar men niet aan mag tornen. In 2009 werd de theorie uitgebreid
gevierd, tegen het licht van de reactie, zoals Intelligent Design, maar hoezeer
ik de theorie ook onderschrijf en redelijke grond vind om een andere verklaring
voor de ontwikkeling en evolutie van de soorten ook niet voor deugdelijk te
houden, vond ik de discussie bepaald agressief gevoerd.
De
discussie speelt ook op het vlak van de Klimaatverandering. Trump spreekt van
een hoax, omdat men er ook wel enkele keren aanleiding toe heeft gegeven dat
men de menselijke inbreng in de klimaatverandering niet mag onderschatten.
Empirisch valt die klimaatverandering vaak niet goed te ervaren, tenzij men aan
de hand van grote gegevensverzameling over langere termijn kan aantonen dat de
klimatologische omstandigheden zijn gewijzigd.
De argumenten die ervoor pleiten dat mensen de afgelopen 150 jaar,
misschien al langer mee het klimaat hebben beinvloed, kan men niet weerleggen,
iets anders is het te geloven dat we hocus pocus die klimaatverandering zullen
kunnen beheersen, laat staan terugdraaien. CO2 verminderen, of beter de
uitstoot ervan, de uitstoot van methaan reduceren? Prachtig en dat kan gepaard
gaan met ook voor mensen minder hinderlijke verbrandingsprocessen. De vraag is
of we daarmee voldoende greep hebben en of dat niet botst met andere fenomenen,
zoals de toenemende welvaart in andere delen van de wereld, waar men zich nog
geen zorgen wil maken over het klimaat.
Deze
discussie gaat dan ook nog eens gepaard aan de discussie over globalisatie.
Globalisatie zelf alleen heeft de verhuis van jobs met zich gebracht, maar de
ICT-revolutie heeft gezorgd voor nieuwe jobs en nieuwe beroepsactiviteiten. Het
beeld van deze, onze wereld niet verwarrend vinden, doch helder en klaar, lijkt
mij gemakzuchtig en gespeend van begrip voor anderen die van de olifant in de
kamer slechts de slurf zien of de achterpoot. Het gaat dan niet om uitleggen
wat goed is voor de mensen, maar precies de complexiteit, ook empirisch waar te
nemen te duiden. Met alle respect voor het vak van journalistiek, maar op dit
terrein schieten juist de journalisten hier vaak te kort en ook politici laten
de gedachte over de complexiteit der dingen liever achterwege. Wel presenteert
men tegelijk behoorlijk strenge directieven, waarvan burgers niet altijd de zin
vatten, soms zelf de manke aanpak ervan doorzien. Onder meer Raymond Tallis,
maar ook Stephen Toulmin menen dat we wetenschappelijke kwesties niet zomaar
mogen vereenvoudigen om het over het voetlicht te brengen. De discussies sinds
gisteren duidelijk werd dat Trump de kiesmannen achter zich had, nodig om
verkozen te worden, gaan evenwel aan dat inzicht voorbij.
Hoe
complex tot slot is een samenleving niet en hoe werken omstandigheden in op
groepen en individuen? Kan men dat aflezen uit de kranten? Van televisie en via
welke zender/omroep: ABC, CNN, FoX? We kunnen daar nooit geheel zeker van zijn,
omdat velen zich inderdaad nogal eens van commentaren onthouden in de publieke
sfeer. Het is nu maar de vraag hoe "Black life matters" zal evolueren
en of men in staat zal blijken op vreedzame wijze de beoordelingsfouten van
politiemensen aan te klagen die onterecht het leven kost aan onschuldige
burgers. Een goed begrip van Amerika kan men vinden in allerlei boeken, van
Frank Albers, van Geert Mak ook, die John Steinbeck achterna reisde en van
andere Amerika-kenners. Kenmerkend is niet dat zij niet proberen de gang van
zaken in de VS te vatten en goed over te brengen bij de lezer, wel dat zij zich
niet zonder vooroordeel over hun studieobject buigen en zich ook al eens door
fascinatie laten leiden. Overigens, waar zijn de Europakenners of de
Hollandwatchers te vinden als men ze nodig heeft? Kennis opbouwen over een
samenleving vergt wel wat tijd en het blijkt altijd bewerkelijk het algemeen menselijke
in de bijzondere expressie te ontwaren, laat staan dat men de vele facetten in
een oogopslag kan vatten.
Trump
werd verkozen door een deel van het electoraat en velen gingen niet stemmen.
Men zegt dat zij de wetenschappen afwijzen, dat zij irrationeel de dingen
benaderen en dat ze niet bij machte zouden zijn te begrijpen waarom Trump
ongeschikt zou zijn voor de job. De neerbuigendheid en het paternalisme viel me
al langer op, maar gisteren was het echt schokkend. Op uitzonderingen als Bas
Heijne na, probeerde men er zich nauwelijks voor te hoeden zich over de eigen
blinde vlek te bekommeren, namelijk dat men niet zomaar alles kan zien, omdat
wat men ziet in een samenleving altijd weer datgene is wat men zelf opmerkelijk
vindt en wat evident lijkt, ziet men niet. Was de vreugde van populistisch
rechts, bij Marine Le Pen, bij Geert Wilders en het Vlaams Belang groot, dan
was de afkeer en ontzetting bij democratische partijen, systeempartijen groot.
Over Trump gaat het dan niet meer, wel over hoe men het ongenoegen kan
exploiteren en met empirisch beproefde verhalen mensen verleiden. Laat
duidelijk zijn dat ook democratische partijen en commentatoren daar niet immuun
voor zijn, voor de verleiding.
In
wezen kan men stellen dat velen die spreken namens of ten bate van de
democratie in hun visie en houding wel een dosis totalitair denken valt op te
merken. Kan men bezwaarlijk vooraf beweren dat Trump een goede president zal
zijn, hem bij voorbaat elke kans ontzeggen is niet democratisch. Waakzaam zijn
voor de instituties opdat die niet (verder) uitgehold worden kan dan een eerste
opdracht zijn, belangrijker is nog dat men datgene waarvoor men zegt te staan,
de open samenleving ook in daden en handelen moet huldigen. Mensen vernederen
omdat ze een set van inzichten schokkend genoeg afwijzen, zal niet helpen;
bemoeizuchtig mensen trachten aan te sturen die niet volgens de normen van de
betere middenklasse leven zal ook niet helpen en vooral mensen neerbuigend
bejegenen die nagenoeg dezelfde studies afgewerkt hebben maar zogenaamd
subalterne posities bekleden is wellicht ook iets waar men voor zal moeten waken.
Wie pleit voor het behoud van Zwarte Piet? Mensen die weten dat kinderen eens
tot ongeloof vervallen het hele verhaal van de sint ook ras vergeten of aan de positie
van piet geen grote conclusies trekken. Mogen mensen zeggen dat Zwarte Piet
voor hen, omdat ze uit Suriname of Indië komen, of Afrika, omdat ze zich als
andersgekleurde medemens inderdaad schokkend grof bejegend worden? Uiteraard,
maar wat moet de conclusie zijn? Tot nu toe is het telkenjare een heel gedoe en
lijkt men zelfs de heilige schrift omtrent Sinterklaas letterlijk te nemen. Wil
men botsen in een samenleving als de onze, dan zijn er aanleidingen genoeg te
vinden en kan men door de rol van slachtoffer aan te nemen veel aandacht
vangen. Echte slachtoffers hoort men dan weer zelden. Hier komen vele
ontwikkelingen in het denken van de afgelopen decennia samen. Alles wat kenbaar
is, moet redelijk zijn, zegde Hegel, maar wellicht ging hij voorbij aan de
vraag of mensen altijd kenbaar zijn.
Zwalpend
op de oceaan van meningen die werden aangedragen, had men geen idee meer van de
efemeriden van ideologische aard die een poging tot begrijpen van het
Amerikaanse electoraat belemmeren kunnen. Dat wij, de weldenkende gemeente, mee
het redelijk goede onderwijs in de VS en Europa voor de massa hebben
ondergraven en niet begrepen hebben dat niet meer spreken over infinitesimalen
en differentialen in de wiskunde voor het begrijpen van deze wereld schadelijk
is, maar ook de omgang tussen mensen met en zonder die inzichten wel heel gauw
tot misverstanden kan leiden. De elite moet niet op de hurken zitten om iets
uit te leggen, wel de kans geven dat wie er de wil toe heeft die kennis ook te
verwerven en er uiteindelijk iets mee aan te kunnen vatten. De Amerikaanse
droom is wellicht op die manier ook door progressieve geesten op de helling
komen te staan. Beroepen bovendien belachelijk maken in series waarin men
bekende lui heel andere beroepen iets laat doen, of neofieten binnen de kortste
keren een ambacht bij proberen te brengen, helpt ook niet. Bewondering voor de
meubelmaker, de metaalbewerker of de glazeniers, voor al wie niet top lijkt,
maar wel er het beste van weet te maken... het zou een ander klimaat mogelijk
maken.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten