Hoe simplisme verblindt



Dezer Dagen


Populisten aller landen
hoe groot is het ongenoegen?

Dit brandnieuwe ziekenhuis, dat tevens twee bestaande
entiteiten, campussen moet vervangen, had veel voeten
in de aarde, maar het is er uiteindelijk. De wegeniswerken zijn
bezig om de toegankelijkheid te bevorderen en de Lijn
zal haar dienstverlening moeten aanpassen. Dat is dan nog
het korte verhaal. 
Gisteren sprak het OM in de zaak tegen Geert Wilders de vordering uit: 5000 €. Wilders zelf vindt dat de democratie en het recht op vrije meningsuiting op de helling staat en Nederland afglijdt naar Turkse toestanden. Pardon, zitten er dan journalisten en professoren in de bajes?

Trump, Marine Le Pen, Wilders, de Winter... Victor Orban en Zeman in Tsjechië, de lijst is lang, maar de sky lijkt de limiet voor deze politici die zich tegen het establishment zeggen te verzetten in naam van de zwijgende meerderheid, die ze zouden vertegenwoordigen. De partijen die op het oog dat establishment dienen en bedienen verliezen terrein omdat iedereen zich wel slachtoffer wil voelen van het beleid, van het falend gerecht en door zijn of haar medemensen dag na dag in het zak gezet worden. Bovendien zal men in kranten en bladen dag na dag mededelingen vinden over hoe slecht het gesteld is. Maar als we naar de centrumpartijen kijken, dan zien we dat de zegslieden m/v ook graag laten blijken dat ze massa's werk hebben omdat er zoveel te regelen valt. De fatale staat krijgt vorm omdat politici op alles willen letten en niet doorhebben dat ze zo de begroting overbelasten. Hoe gaan we om met zoiets als het voorzorgsprincipe.

In Antwerpen blijkt het (rechtse) gemeentebestuur een vorm van bemoeizorg te hebben uitgewerkt om in moeilijke wijken, waar de samenlevingsproblemen iedereen raken, mensen te bezoeken en met langzaam winnen van vertrouwen proberen met zichzelf te leren leven en vervolgens met de medemensen. Samenlevingsproblemen komen inderdaad vaak voort uit het feit dat mensen met zichzelf geen blijf weten. In Suburbia leidt dat tot vrijwillig isolement, in dicht bevolkte wijken tot ergernis en fricties, als er al geen geweld van komt. Dat systeem van aanklampende bemoeizorg kan misschien wel een bijkomende aanpak vormen, waardoor politiemensen minder met dagelijkse onrust bezig moeten zijn en mensen tot rust kunnen komen.

Er is veel dat in het leven geroepen wordt, waar men nauwelijks weet van heeft omdat men er niet zo heel veel mee in aanraking komt, maar die precies wel een gunstige invloed hebben op het samenleven in onze wijken. Zijn er teveel immigranten, dan zal men ze met ze geen stokken weg krijgen, maar met hen moeten leven. Daar hebben mensen die prat gaan op hun politieke correctheid wel een gigantisch probleem geschapen, door de boodschapper af te branden en de boodschap te negeren. Dat gaf aan Jean-Marie Le Pen munitie, al zegde ook François Mitterand op zeker moment dat het land vol was, zoals ook Pim Fortuyn dat deed. De enige kreeg een bescheiden applaus, de tweede de kogel.

Maar de afkeer van bestuur en elites wordt vaak gevoed door persoonlijke rancune en men heeft het essay van Peter Sloterdijk 'Woede en tijd" ook niet ernstig besproken in de media. In dat boek stelt hij dat mensen via allerlei systemen hun woede kunnen opsparen en op zeker moment willen ze incasseren, maar de woedebanken, die slagen er maar zeer matig in die woederente uit te betalen. Het gaat om een cultuur van ressentiment en zich slachtoffer noemen, zich voorstellen als zodanig. De overheid doet niet voldoende, heet het dan, vooral niet voor mij. Het is op dat sentiment dat populisten hun bedje spreiden.

Kijken we goed toe, dan zien we dat in de politieke constellatie die we nu kennen de oppositie de regering voortdurend verwijt van alles niet te doen, aan de plichten te verzuimen tegenover God en klein Pierke en vervolgens stelt men met leedvermaak vast dat ze het moeilijke begrotingsprobleem niet opgelost krijgen. Daar zitten weeffouten in het systeem achter, die we niet onderkennen, omdat er in de media zelden een poging ondernomen wordt om bepaalde beleidsdomeinen te onderzoeken, niet in het licht van een of ander acuut probleem of een incident, maar omdat men een kijk op de normale werking nodig heeft om verbeterpunten te zien en dan na te gaan of die aanpakken echt wel resultaten zal afwerpen. Deze uitspraak verdient nuance, want met "De Correspondenten" wilde de krant De Standaard juist op die manier maatschappelijke kwesties te belichten, maar toch, het onderzoeken van het apparaat goed uitleggen, verdient aanbeveling. Alleen zal men mij niet moeten verwijten dat ik naïef zou zijn, want hoe kan men gerichte en nuttige kritiek brengen als men geen goed beeld heeft van de werkelijkheid?

De betaalbare gezondheidszorg vormt zo een hoofdpijndossier, waarbij het opvalt dat het hele gebouw, van eerstelijnszorg tot uiterst gespecialiseerde en spitstechnologische apparaten, die er nu beschikbaar zijn, herbouwd zal moeten worden terwijl het allemaal blijft functioneren. Wie dus een analyse, een onderzoek wil, zal merken dat de still die hij of zij maakt bij afronden alweer verouderd is, want alles beweegt. De criteria voor goede zorg veranderen als nieuwe therapeutische middelen voorhanden zijn. Bovendien valt het op dat we godganse dagen bezig zijn met strijden tegen kanker, maar dat we geen zicht hebben op wat er met GGZ, geestelijke gezondheidszorg aan de hand is. Daar houdt men bij rode neuzen en Te Gek. Alle waardering, maar wie al eens een boek over depressie leest, merkt dat medicatieschema's niet zomaar voor het grijpen liggen: men moet als arts nagaan of het voorgestelde schema werkt en waar het nog iets beter kan, wat een andere aanpak vormt dan de evidence based benadering, die uitgaat van protocollen die al dan niet aanslaan. Het kan een methodestrijd zijn, er zit ook een dieper probleem aan vast, dat te maken heeft met het feit dat het begrip 'wetenschappelijk' dezer dagen eenduidig benaderd wordt. Trudy Dehue schreef over ADHD en hoe artsen vaak aangespoord worden met protocollen te werken en/of een medicijn voor andere behandelingen dan die welke getest werden te hanteren. Dat is ook niet geheel evidence based, maar blijkt vaak voor een toename van diagnoses te zorgen.

Maar het hele systeem van gezondheidszorg is een onmetelijk geheel van instellingen, waar ook nog eens tal van mensen bij betrokken zijn. Dat er al eens iets fout gaat, lijkt belangrijker dan wat er wel goed blijkt te gaan en waar mensen iets aan hebben. Als er een neurochirurg blijk geeft van fouten en daarmee weg kan komen, of in een ander land herbeginnen kan, dan kan die veel onheil veroorzaakt hebben, maar blijkbaar komt de toedracht aan het licht en kan men hem voor de rechter brengen. Artsen hebben een zwaarwichtige verantwoordelijkheid en toch, men kan merken dat de ene arts tot het gaatje gaat, terwijl andere het liever wat rustiger doen. Daar kan de patiënt niet doorheen zien, maar in de praktijk sijpelt dat wel door. Maar deze menselijke factor pakt doorgaans juist gunstig uit, omdat artsen operaties verrichten op onverwachte momenten, op een kerstdag bijvoorbeeld, omdat de gezondheidstoestand van de patiënt dat vergt. Hun verdomde plicht? Zeer zeker, maar men moet het wel doen.

Overzicht krijgen op dat bewegende beeld gaat niet vanzelf en toch is het nodig; de kostprijs van medicijnen vormt vaak een steen des aanstoots maar sommige zijn zo nieuw en tegelijk zo gericht op een specifieke vorm van kanker of een andere aandoening dat het moeilijk is er een massaproductie voor op te zetten. Men zal ook niet wensen dat ze hun kostbare onderzoek verder afbouwen omdat octrooien niet lang genoeg bescherming bieden. Hier spelen economische, wetenschappelijke en ethische kwesties en valt het niet mee de legitimiteit van zakelijke overwegingen te erkennen.

In de VS blijkt het wegennet, vooral het grote aantal kunstwerken, bruggen, viaducten en tunnels tot op de draad versleten. Ook in Europa en zeker ten onzent kan het wegennet een groot onderhoud verdragen, maar dat kost geld - niet onderhouden ook - en men kan niet alles tegelijk doen, want nu al klaagt iedereen over de wegeniswerken.

Iets anders is het beleid dat sommige steden hebben verkozen, waardoor men van buiten de stad nog nauwelijks nog op een vlotte wijze naar de stad kan. Goed, het stedelijke weefsel is beperkt wat toegang betreft, maar het bewust aanbrengen van flessenhalzen, het beperken van parkeertijden en parkeerplaatsen blijkt volgens experten de beste manier om de doorstroming te beperken. Maar het gevolg is wel dat men de stad zal vluchten en het nog enkel als museumsite kan bestaan. Dit is zorgelijk omdat gebouwen, een centrum zonder functie ook geleidelijk verloedert. Het is bovendien zorgelijk omdat eenzaamheid gemakkelijk volgt uit ongewild isolement. Wie, zoals schepen Filip Watteeuw van Gent een simpel beeld ophangt van wat leefbaarheid is, zal veel tegenwerking ondervinden, maar hij weigert te begrijpen dat openbare wegen er zijn om mensen zich vrij te laten verplaatsen en elkaar te laten ontmoeten. Zodoende krijgt de overdreven zin voor organisatie en het invoeren van beperkingen op mobiliteit een totalitair trekje. Nog eens, Filip Watteeuw brengt de fatale staat naderbij en roept veel onbegrip op, wellicht ook woede.

Niets is simpel in onze samenleving, maar populisten kunnen gemakkelijk die deuntjes spelen, want hun tegenstanders maken ook met groot gemak de zaken simpel, spelen in op angsten, spelen het dogma duurzaamheid graag uit, maar leggen niet of onvoldoende uit waarom de ene benadering duurzamer zou zijn dan de andere en wat de ongewenste neveneffecten kunnen zijn. De moeilijke oefening tot het maken van afgewogen en uit de aard van zaak complexe presentaties blijft al te vaak achterwege. De conclusies kunnen dan ook altijd alleen maar beperkt geldig blijken.

Maar het vraagstuk dat Filip Watteeuw nog het meest incarneert is de vaststelling dat hij als bestuurder de onafhankelijkheid van personen, burgers mee in het gedrang brengt. De politiek is in deze niet de enige factor, want bijvoorbeeld nutsbedrijven zijn voor ons broodnodig. De kostprijs van het water, het vraagstuk van de zuivering en hergebruik van water zorgt voor weinig transparante verhogingen van de prijzen, waarbij men ook nog moet vaststellen dat als we relatief minder water per persoon gebruiken, de watervoorziening de te verslane kosten moeilijker bij elkaar kan brengen.

Niet zo lang geleden pakte een krant uit met het bericht dat wie zijn mentaal gehandicapte dochter of zoon, die in de weekend naar huis haalt om inclusief aan de samenleving deel te nemen volgens het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap niet meer zeker zou zijn van een plaats in de voorziening. Mijn klomp brak in gruzelementen, want die ouders en andere familieleden nemen zo veel zorg op zich en weten zich ervan verzekerd dat als zij komen te gaan hun kind, volwassen kind goed af is. De minister heeft die communicatie in het Vlaams parlement zo te zien alleen in commissie behandeld, terwijl dit toch een majeur probleem is voor ouders en gezinnen met een persoon met een mentale handicap. De beleidsmensen willen de voorzieningen alleen voor mensen die zogezegd die hulp niet kunnen missen, maar vergeten dat het zorgen voor hun familielid vaak een zware belasting is, maar dat ouders die zorg ook niet helemaal willen opgeven. Gaat het gewicht der jaren zich daar op enten, dan is zo een voorstel van het VAPH echt wel een grove vergissing en laat het zien hoe de ivoren toren het menselijke ontbeert. Zou men dan niet woedend over zo een dienstnota?

Er is niet alleen onvrede over als fout gepercipieerd beleid, wat niets zegt over de juistheid van de perceptie. Bovendien merkt men dat beleid nog nauwelijks een kans krijgt: mediamensen willen onmiddellijk evalueren en dat doen bijvoorbeeld ook analisten. Bedrijven, maar ook overheidsinstellingen hebben tijd nodig om beleid uitvoering te geven en na te gaan of het goed werkt en wat de mogelijke kinderziekten zijn. Toen Bologna uitgerold werd, waarbij de oude systemen van kandidaturen en licenties veranderde, stonden journalisten daar zeer enthousiast achter en wie kritisch keek, werd nauwelijks ernstig genomen werd. Al na een jaar kwam de gunstige evaluatie van de krant De Standaard, terwijl professoren ook de studenten merkten dat er veel nog niet goed zat. Zij kregen op geen enkele manier greep op de processen en de veranderingen diende met luidkeels toe te juichen. Gerede kritiek werd niet weerlegd. Professoren gedesinteresseerd en wie kon haakte af.

Politici, extreme en andere, willen in de media een plaats krijgen, willen gehoord worden. Geert Wilders doet dit door ostentatief de openbare omroep te negeren en zijn verhaal te brengen via andere dragers of in persoon. Er valt een en ander te zeggen over deze regering Rutte- Samson maar of de balans zo uitgesproken negatief moet zijn, valt nog te bezien. De stoelendans op justitie was niet gunstig, de zorgverlening voor hulpvragende ouderen op gemeentelijk niveau organiseren en de zorgvraag zelf niet meer ernstig organiseren, het blijft een punt waar onvrede wellicht terecht moet heten. Een goed argument: de zorg bij de mensen krijgen, kreeg af te rekenen met de verdenking dat men wilde besparen en bovendien dat men vond dat burgers meer zorg op zich moeten nemen. Een bloemist in onze straat diende regelmatig zijn buurvrouw te gaan zien, omdat die zich wel eens in gevaar kon bevinden. Mijn moeder hield ook wel een oogje in het zeil en de enige zoon van die dame van welhaast 90 toen, nu 93 en verblijvend in een home in het dorp, bracht veel op, maar men kan dat niet meten en vooral niet afdwingen.

Toch horen we van liberalen en socialisten graag dat ze voor zelfbeschikking zijn en dat mensen, vrouwen best een voltijdse baan nemen, maar als men tegelijk vergt dat ze voor vader of moeder zorgen die hulpbehoevend is geworden, dan brengt men dat andere plaatje in het gedrang. Men kan niet altijd alle gewenste situaties tegelijk realiseren omdat ze domweg botsen. De verkokering van beleidsmensen en beleidsblindheid onderzoeken zou dus al een hele winst opleveren.

Maar hoe krijgen we nu die woekerende veenbrand die de 'volkswoede' heet te zijn in beeld opdat we die kunnen blussen? Tevreden mensen zijn voor politici zelden een geschikte doelgroep. Op zeker moment schreef Visie, het blad van beweging.net, het voormalige ACW een uitgebreid dossier over armoede. 1,7 miljoen Belgen leven in armoede. Hoe groot dat getal is, valt niet direct concreet te maken, het zou om 20 % gaan. Er is armoede, maar er is ook veel ondersteuning van mensen in armoede en bovendien blijkt niet iedereen permanent in armoede te leven, want het kan feit arm te zijn kan vele oorzaken hebben, waar het beleid zelfs geen vat op heeft, omdat het om gebeurtenissen in het persoonlijke leven gaat. Zoals al gezegd, de aanklampende bemoeizorg in een moeilijke wijk in Antwerpen lijkt voor een verbetering te zorgen en er zijn talloos veel instellingen aan de slag, een heel leger mensen die zich inzetten om mensen met moeilijkheden, armoede en andere bij te staan, te steun, doch, als men het fenomeen armoede alleen als een structureel gegeven ziet, niet iets van persoonlijke en individuele aard, bovendien nog eens menend dat bestaande opvang en zorg niet scoort, dan schiet men op mensen die juist door zo een Beweging.net gesteund zou moeten worden.

De zorg om mensen in armoede is groot en uitgebreid en kan wellicht nog verbeteren, door het beleid aan te vallen, ondersteund men bovendien die mensen die menen dat de overheid al te veel uitgeeft aan die lanterfanters en hangmatarmen. Men heeft van de strijd tegen de armoede een groots opgezet project gemaakt, maar in het politieke palaver komen de mensen die op het termijn de zorg voor armen op zich nemen en er zich vaak zeer in engageren er bekaaid af. Men moet, ik vrees in herhaling te vallen, begrijpen dat het ideaal van een samenleving zonder armen geen realistisch doel is en ook accepteren dat mensen die het werk doen in huizen en wijken met mensen die het nodig hebben niet echt gestimuleerd wordt door in een taal die bol staat van hyperbolen het beleid op plichtsverzuim te wijzen, maar bovendien ook nog eens munitie levert aan hen die de zorgverleners voor softies  houden.

Onze samenleving is wat die is en er valt een en ander op aan te merken, maar het voortdurende gezeur over dat mensen die het beleid vorm geven niet deugen, hun best niet zouden doen, maakt het beleid ongeloofwaardig en de verleiding te korten op de kosten groter. Deze samenleving begrijpen verdraagt geen simplisme, maar deze samenleving, onze cultuur omhelzen vergt meer dan begrip, vergt welwillendheid en betrokkenheid. Met alle respect voor kardinaal Cardijn, maar zijn mensen, beweging.net lijdt ook aan bijziendheid en weet niet goed meer hoe te handelen. Daar profiteren zij van die mikken op de onzekerheid van burgers, op de stille ongenoegens.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten