koning in Europa


Brief

Aan zijne majesteit Willem-Alexander ,
Koning der Nederlanden

Brugge, 29 april 2013

The prince can do no wrong

De afbeeldingen van de nieuwe koning, zijn gade, kroost en
moeder alsmede van de hoogwaardigheidsbekleders
zijn ons afdoende bekend. De tafel met de rijksappel, kroon
en scepter, de Constitutie en het Statuut bleef centraal
staan maar werd niet aangeroerd. 
De oranjekoorts is over de Zeeuwse polders ook tot hier overgewaaid en ik dacht er het zwijgen toe te doen. Maar omdat ook Andere Tijden, Brandpunt … zoveel aandacht aan uw inhuldiging besteden, kan het geen kwaad erover na te denken. We leven per slot van rekening in Europa en het lot van de naties, van de burgers van deze nieuwe en soms ongemakkelijk zittende politieke entiteit blijkt meer dan ooit verweven.

We zagen u in het gesprek met twee journalisten en vonden, velen onder ons, dat het goed was. Maar ik denk dat er zich een probleem voordoet, waarover we niet genoeg kunnen nadenken. Nu ben ik eerder staatsgezind dan Oranjeklant, maar begrijp ik wel dat daar niet zo gauw iets aan veranderen zal en moet ik ook vaststellen dat de beste praktijk van de Republiek in de grondwet van Thorbecke wel degelijk ingang heeft gevonden, tot spijt van uw voorzaten, vooral Willem III, de koning, niet de Koning-Stadhouder

Het blijft wonderlijk dat we over het optreden van prinsen en koningen vooral ingelicht worden als er schandalen aan de hand zijn of als er weer eens een beetje society-nieuws aan de orde is. Ik denk dat de rol van een koning in een parlementaire democratie wel degelijk van betekenis kan zijn, al zal het nooit spectaculair zijn, tenzij de omstandigheden spectaculair zijn.  De watersnoodramp in 1953, waar uw grootmoeder Koningin Juliana probeerde een troostende moeder te zijn, de vuurwerkramp in Enschede waar uw moeder dezelfde rol op zich nam, maar ook de aanslag in Appeldoorn. Maar uw overgrootmoeder, prinses Wilhelmina had een oorlog te verstouwen, ontsloeg in Londen haar defaitistische premier en kwam met de overwinnaars terug. Hoe het zat met de Indische kwestie, blijft mij wel intrigeren, maar dat lijkt na zovele decennia een fout ingeschatte poging de koloniale glorie te bewaren. Anders gezegd, de regering wilde tegen de geest van de tijd in een proces stoppen waarop men nauwelijks vat had. Intussen diende men onder leiding van de koningin, Juliana, het land opnieuw op te bouwen, wat wel een goed decennium duurde, voor die geest van restauratie en soberheid tot een nieuw elan kon leiden.

Het was het minst spectaculaire wat een landsbestuur kon doen en toch heeft de grootste invloed op het algemeen welzijn gehad, die wederopbouw, het herstel van het vertrouwen in overheden en instellingen. Of is het dan toch niet goed afgelopen? Toen uw moeder aantrad in 1980 diende de politie in groot ornaat en met veel machtsvertoon uit te rukken en kon men niet verhinderen dat de stad Amsterdam een slagveld werd. “Geen woning, geen kroning”? Was op dat moment het probleem van de woningnood niet altijd aan het wegebben? Na deze contestatie van links zou er twintig jaar later met Fortuyn een nieuwe contestatie komen, dan van populistische zijde, of rechts of, tja, wat was het nu eindelijk? Koningin Beatrix heeft toen tegen populisme gewaarschuwd, maar niet iedereen nam het haar in dank af en dat mocht haar Belgische evenknie ook ervaren. Vorsten moeten het volk toch immers te vriend houden.

U heeft geschiedenis gestudeerd, kent ongetwijfeld de grote werken over de Nederlandse geschiedenis en het meer subtiele werk van grote Nederlandse historici als E. H. Kossmann. De historicus zocht niet altijd de eenvoudigste weg om zaken van belang onder de aandacht te brengen en hij bracht me alvast bij dat in een democratie er zoiets als een lege plek bestaat. In het tijdperk van de Verlichte vorst, van de absolute vorst was er tussen het land en de vorst geen haar te krijgen, maar in een democratie is er niemand meer die kan beweren de staat te zijn. Voor burgers en buitenlui, maar ook voor politici roept dit vragen op, want de kern van het bestel kan men nog moeilijk personaliseren, tenzij in het volk en het bestel. De oranjegekte kan men dan ook verklaren als een bewuste poging van burgers en anderen om mee vorm te geven aan dat land. Het werpen met een toiletpot, iets wat we als jonge snaken in de KSA wel eens deden, krijgt dan een hogere betekenis.

Een land in crisis moet u overnemen, waarbij u dus hoogstens ceremonieel lintjes zou mogen knippen, volgens sommigen, volgens anderen dient u enkel instrumenteel lintjes te knippen. Het grote idee is dat u iets vertegenwoordigt en dat u de gevolgen van het werk van anderen mag afsluiten met een plechtig in gebruik nemen van een gebouw, een weg of een museum. Misschien komt het er nog eens van, majesteit dat u virtueel lintjes kan gaan knippen, ter gelegenheid van de openstelling van een nieuw publiek debatforum, nu de kranten en bladen uit hoofde van hun businessmodel de fora en openheid van hun websites tot het minimum beperken. Wie kan nu in een tweet iets zinnigs zeggen over de gevolgen van de droogte de laatste maanden. Oscar 38 vindt geen gras meer?

U wilde dan ook geen nummer worden, maar u wil wel het onvermijdelijke aanvaarden, koning worden van een land dat op verschillende terreinen worstelt met de zekerheden van gisteren. Die zekerheden? De hyupotheekrenteaftrek was er zo een,   de wijze waarop de welvaartstaat nu wat ingesnoerd moet worden omdat de regelingen van gisteren vandaag onhoudbaar zijn geworden, blijkt ook onder vuur te komen. Gelukkig hoeft u de details van de veranderingen niet zelf ter hand te nemen, dat doet de regering wel, want dat is haar opdracht. Men kan betreuren dat er geen greep op te krijgen is, maar ik denk dat we als burgers van de overheid veel vragen, maar dat, zoals een sociaaldemocratisch politicus gedeeltelijk terecht opmerkte, van onze belastingen veel naar voorzieningen, waar we wat blij om zijn, maar dat vergeten we. Meer nog, wat anderen krijgen, wordt wel eens met een rancuneus oog bekeken. Kan de staat die aanpak kan blijven volhouden?

Maar zelfs al kan die vraag nu niet helemaal tot ieders voldoening beantwoord worden, dan nog is van groter gewicht de vraag of burgers in het land zich wel bevinden en zich niet bovenmatig hoeven zorgen te maken over wat de politici uitvreten op het Binnenhof. Ik zeg het wel wat populistisch, maar dat is dan toch maar de weergave van wat we haast dagelijks in de media te lezen krijgen. Uw moeder werd bij momenten nog weinig vertrouwen gegeven, maar toen de politiek het leek af te laten weten, kwam zij terug in de gunst van het volk. Zij probeerde het vertrouwen in de instellingen opnieuw te herstellen, maar de politici bleken niet bij machte stabiele kabinetten te vormen, niet toen alles uitstekend leek te gaan, niet toen de hele zaak leek te kapseizen in de financiële crisis na 2008. Het probleem is evenwel dat burgers en politici geen gemene belangen denken te hebben. Alleen populisten durven te vertellen dat de vragen van de burger hun eisen in de Tweede Kamer zullen zijn. Maar als het zo eenvoudig was, dan had men al lang zo een populist op het pluche gehad. Gelukkig maar dat dit niet geval is. Maar wat dan, als de populist het niet goed kan doen, wie dan wel? Die vraag is geen vraag van 1 miljard euro, maar de vraag die net aan politiek engagement ten grondslag zou horen te liggen. U bent in de omstandigheden om de volksgunst niet te hoeven zoeken, zoals president Joachim Gauck in Duitsland dat ook niet hoeft te doen. Toch komen er momenten waar uw prudent optreden, maar ook uw moed de gemakkelijke praatjes te trotseren van belang zijn. Ik zag mevrouw uw moeder eens van op een afstand in Tilburg, bij gelegenheid van een redevoering van Francis Fukuyama, ingericht door de reflectiegroep Het Nexus Instituut, dat zich in grote ernst buigt over vragen van deze tijd en de betekenis van de humanistische traditie. Haar verschijning was waardig, rustig, ook wel stoïcijns, maar goed, zij kon en kan ook wel veel hebben – we hebben het dan niet over het leed dat elke mens kan overkomen, het verlies van dierbaren, van een zoon en die zaken meer, daar zal zij evenzeer onder lijden als elke moeder. Maar de afstand die er gehandhaafd wordt, beviel me wel. Nu goed, ik weet ook niet wat ik tot prinses Beatrix zou kunnen zeggen, als er niet een goede gelegenheid en reden tot spreken was of is. Dat geldt uiteraard ook u. Als er niet echt iets is en we ontmoeten elkaar niet, dan is die afstand geen probleem. Maar na een lezing van Fukuyama had men het over de moeilijke verzoening tussen de Europese liberale waarden en de integratie van lieden die – naar we aannemen – die waarden niet onderschrijven.

De discussie was in die zin ontgoochelend omdat noch de spreker noch anderen de gedachte zelf ter hand namen hoe we onze liberale waarden dezer dagen kunnen expliciteren en maken tot een nieuw program, ook voor hen. Humanisme is dan ook, met uw welnemen, niet zo eenvoudig te omschrijven of in enkele slagzinnen te omschrijven. Het opwindende verhaal, waarin de Republiek wel vaker het toneel geweest is van spannende conflicten, vraagt tijd om verteld te worden. Zoals we vandaag, tot mijn ergernis bij een expert politieke wetenschappen op bezoek gaan om te vernemen wat de toekomst brengen zal. Zijn of haar uitleg is dan zoiets als het lezen van theeblaadjes of van ingewanden van dieren. Toch hadden ook de Cybile of de Pythia in hun orakels een greep op de toekomst. Natuurlijk waren het de priesters die uitlegden wat het orakel kon betekenen, maar toch, wie het orakel raadpleegde, kwam met nogal wat vragen buiten. Vandaag hebben de orakelsprekers wel eens een diploma van de universiteit. Wie had, in 1651, zeg 1653 kunnen denken dat die jonge jurist uit Dordrecht het bijna twintig jaar zou redden en de gouden eeuw nog wat meer glans en  weerklank geven. Het was de man die Nederland de drie emblemata gaf die nog steeds in het geheugen zitten: de Nederlandse maagd, de leeuw en de ommuurde tuin – die waren er, maar niet in één emblematisch beeld. Johan de Witt was ook de man die zijn rivaal Willem III, later de Koning-Stadhouder instrueerde over het beleid van de staat. En merkwaardig genoeg, aldus de historicus Panhuysen, was Willem III misschien wel een onwillige leerling, maar wel oplettend en gevat genoeg om de raad in onvoorziene omstandigheden ook uit te voeren.

We weten dus niet welke gebeurtenissen uw regeerperiode zullen kleuren en kenmerken. We weten niet of er een nieuwe politieke moord kan voorvallen, die iedereen aan het schrikken brengt en over dergelijk onheil speculeren heeft wezenlijk geen andere betekenis dan het vertellen over spoken en geesten. We weten ook niet van komende rampen, schepen die vergaan of bruggen die instorten. Wel weten we iets over problemen in het aardgasveld en omgeving en begrijpen we dat we zuiniger met onze leefomgeving kunnen omspringen. Het verwarrende is, majesteit, dat we zelden met die hangende problemen bezig zijn als we uw inhuldiging willen belichten. De wijze waarop men een deel van de zorg wil toevertrouwen aan een informeel kanaal, bij ons mantelzorg genoemd, maar dat dan tegelijk voor de betrokkenen problematisch kan worden omdat de gekwalificeerde zorg beduidend beter is, ook voor de relatie tussen mensen die de zorg ontvangen en mensen die de zorg geven, informeel dus.

Staat u me na dit overschouwen van de donkere wolken die over uw regering zouden kunnen hangen, verwijzen naar het interessante werk van Martha Nussbaum, die de lezer, het weze een duinenfilosoof, wegwijst maakt in de vraag wat het toeval kan betekenen: kan men iemand een goed of misschien een zwak mens noemen als er geen omstandigheden zijn die hem of haar tot keuzes bewegen, dwingen? Zelf heb ik lang de indruk gehad dat ik niet voor zulke keuzes stond, maar men vertelt mij wel eens dat ik bij momenten toch wel blijk heb gegeven van een zekere kwaliteit. Nu, dit om te zeggen dat we andere mensen, die we niet kennen, niet zomaar kunnen beoordelen. Maar voor u zal dat ongetwijfeld anders liggen, want juist uw keuzes zullen bepalend zijn. Majesteit, neemt u in alle rust de tijd om met de regering te overleggen als er zich vragen voordoen, die een goed doordacht oordeel vergen. Het toeval is wat ons leven naderhand vorm geeft, zegt men, maar u en de regering, maar ook wij burgers kunnen maar beter proberen, denk ik, de omstandigheden goed in te schatten en naar best vermogen ermee om te gaan.  

Het land, maar ook de omliggende landen zullen toch niet moeten verwachten dat u daar oplossingen voor bedenkt – voor die schaduwen van morgen -, maar misschien kan het wel zo nuttig zijn na te denken, u en wij en die hele EU over hoe we de verschillende facetten van ons samenleven opnieuw beter onder ogen kunnen zien: wat persoonlijk is, heeft andere consequenties dan wat van algemeen van belang is. Als deskundige inzake waterbeheer heeft u wellicht de contradictorische wensen van buitenlui en stedelingen tot conflicten zien leiden. Welnu, in de staten van Holland zijn er redenen genoeg om die conflicten te zien opdoemen. Maar laten we toch maar aannemen dat iedereen van goede wil de zaken vooral wil aanpakken.

Mocht u mijn bescheiden adviezen verder kunnen gebruiken, dan wil ik mij best aanbevolen weten. Want dat zou de betekenis kunnen zijn van uw inhuldiging, dat eenieder belooft niet zozeer u te dienen, maar met u den lande ten dienste te staan. Dan ben ik als staatsgezinde wel zeer geneigd die benadering te ondersteunen.

Bart Haers

Addendum:

 Kort begrip van de rol van het koningschap in Europese tijden

Met enige tegenzin moet ik refereren aan uw voorvader Willem III, die last had met de constitutie en de beperkingen die dat aan zijn optreden zou leggen. Thorbecke heeft, zoals men weet goed begrepen dat Nederland als staat niet zou kunnen overleven als er een al te grote spanning ontstond tussen de kroon en de regering. Ook kon het land het zich niet veroorloven, want Nederland had in 1848 een opvallende achterstand opgelopen op België en het UK, omdat het de motor van de industrialisatie maar niet op gang kreeg. Mensen als Samuel Sarphati hebben er hun schouders onder gezet, want zijn saneringsbeleid van ongezonde woonwijken heeft mee, denk ik, aanleiding gegeven tot een meer algemeen plan van aanleg. Er waren er natuurlijk ook anderen, die niet enkel meer in de handel geloofden, maar ook de productie van industriële goederen van node vonden en vooral, er waren smeden, molenaars en andere ambachtslui die niet zo conservatief waren als wij wel eens denken.

Uw moeder, heeft de afgelopen jaren de motor van de Europese integratie wel draaiende gehouden, maar is er niet in geslaagd de gedachte te doen doorbreken, net zo min als anderen in Nederland, die Max Kohnstamm achterna, begrepen dat men in deze wereld, nu met nog meer kracht van argumenten, zonder een verenigd Europa de eigen mogelijkheden nodeloos in zal perken. Er zijn vele redenen voor aan te dragen, waarom dit zo is, zowel in de Nederlandse samenleving – net als in de 27 andere naties – waar stemmen tegen het Europa dat in de wereld van morgen een rol zal kunnen spelen te horen vallen en men meent verdacht te maken al wie een pleidooi voor Europa voert. Ook Europa lijkt wel eens blind voor de eigen arrogantie maar meer nog voor de eigen mentaliteit van onnadenkendheid tegenover een hoog geschoolde opinie.

Het zal dus aan u zijn, sire, de geesten in Nederland meer bewust te maken van het belang van een Europese gemeenschappelijke belangensfeer. Die hoeft inderdaad niet a priori militair te zijn, zelfs niet enkel Atlantisch georiënteerd te wezen, omdat we toch met Afrika, hoewel we veel tijd en invloed hebben verloren, die China heeft weten in te palmen, ook onze gemeenschappelijke belangen hebben. En dan zwijgen we nog van Rusland of Turkije. U begrijpt dat de belangen voor Europa rijk aan mogelijkheden zijn, maar dat de verwachtingen niet voldoende hoog gespannen zijn; Ze ontbreken ten enenmale.   

Het zal u misschien wat ergeren, maar in de mate dat u ertoe kan bijdragen dat Europa beter gaat functioneren en de eigen rol ten aanzien van die zeer verscheiden samenlevingen kan vervullen, hoe meer uw rol inderdaad van ondergeschikt belang zal worden. Uw succes zou kunnen betekenen dat het huis van Oranje de logica van die nieuwe staatsvorming zal moeten aanvaarden. Nu hebben uzelf en uw broers bewezen dat ze best bereid zijn in het burgerleven een plaats te zoeken en te vinden.

Ach, er zijn mensen die veel in te brengen hebben tegen de adel, maar tegelijk zelf druk doende zijn hun eigen burgerlijke dynastie op te zetten. Vaak hebben we dan het geluk dat het Buddenbrooksproces de zaken in de kiem smoort, dat wil zeggen dat generatie drie of vier gewoon faalt. Maar het hoeft geen wet van meden en perzen te wezen te zijn natuurlijk en dan kan de familie met een eigen nieuw mission statement aan de slag.

Het doel van uw regering is daarmee wat curieus, want ik vraag van u dat u zich overbodig maakt, maar overdenk ik de beelden van gisteren, met Manuel Barroso en Herman van Rompuy die in de Nederlandse constitutionele verhoudingen ook hun plaats hebben, dan blijkt mij alvast de grote uitdaging om het constitutionele kader goed te overzien. Hoe past het huis van Oranje in de Europese constructie? Het hoeft niet te betekenen dat er niets meer weg gelegd zou zijn voor uw Huis, maar wel dat uw huis vanzelf meer eigen initiatief kan nemen… als burger-koning? Daarbij viel het mij op dat de leden van het Europese parlement, verkozen door de Nederlandse kiezer – vanzelfsprekend – geen deel uitmaken van de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden: met mij begrijpt u dat we constitutioneel naar een bijzondere situatie evolueren. De afstand van soevereiniteit, waar liberalen als Frits Bolkestein zo huiverig voor zeggen te zijn werd al ingezet door de regeringen in de jaren na Wereldoorlog II en vooral na de EGKS-verdragen. Overigens heeft een nijver man als Sicco Mansholt met zijn landbouwpolitiek zoveel succes gehad dat zijn beleid diende omgebogen. Mansholt werd gedreven  door de dwanggedachte dat de Europese voedselvoorziening veilig gesteld diende worden en dat de boeren ook goed van het werk hunner handen dienden te kunnen leven – terwijl het handwerk in de landbouw hand over hand verdrongen werd door goede en steeds betere machines, tot in de runderstallen en melkveehouderij toe.

Majesteit, weinig hebben het voorrecht aan te treden voor een naar verwachting lange periode van betrokkenheid bij ’s lands welvaren, met de wetenschap dat de gedachten hierover onduidelijk zijn en ook wel polemisch. De samenleving wil bij momenten, zoals gisteren bleek een warme stalwarmte uitstralen, maar tegelijk bestaat er een heftig afwijzen van groepsdruk. Het individualisme zelf heeft zich, denk ik, onvoldoende kunnen ontwikkelen tot wat men in de klassieke wereld de persoonlijkheidsvorming mocht noemen. We willen ontiegelijk genieten van ons huis, de wijn of een schlagerfestival, willen op de een of manier opgemerkt worden en tegelijk willen we dat anderen ons niet voor de voeten lopen. Bovendien is een politieke mening niet meer een zaak van langzaam opbouwen van argumentatie, maar van een snelle quote die doorgaans eerder in meligheid excelleert dan in scherpzinnigheid.

In deze wereld, waar u uiteraard evengoed als wij deel aan heeft en bent in meegegroeid, ik denk aan de gebeurtenissen in 1980 en vooral aan de politieke moorden op Fortuyn en Theo van Gogh maar ook de uitzetting van mevrouw Ayaan Hirsi Ali, tot haar geluk zo te zien, zal uw taak in die zin best wel eens boeiend kunnen zijn: zoals Herman van Rompuy de president van de raad van Staatshoofden en regeringsleiders, zelfs zoals de Paus zal u merken voor een onuitgegeven parcours te  staan. In de sport is dat spannend, in de politiek lastig en voor het publiek wel eens vreeswekkend. Er zijn, denk ik, voor het eerst geen gidsen beschikbaar, omdat we nu, in Europa maar ook op het niveau van de VN verhoudingen hebben zien groeien, zich laten ontplooien hebben die veel zorg vergen, maar we zien dat weinigen, niemand als zodanig de touwtjes in handen heeft. Als democraat en republikein kan ik dat toejuichen, tenzij natuurlijk de uitkomst zou zijn dat wet en rechtsbedeling zouden leiden tot onrecht en willekeur.

Misschien zal daar uw rol, op het terrein van de uitrol van het beleid via wet en rechtsbedeling groter kunnen zijn dan u denkt. Men heeft vandaag wel eens de indruk dat er over de werking van instellingen, zowel inzake economie als justitie, maar ook onderwijs, gezondheidszorg en zo meer, de politiek heel wat kan voorstellen, zij botsen vaak met aannames die om de een of andere reden door de realiteit gelogenstraft zijn geworden. Onder meer over kwaliteit van leven voor burgers gaat het niet meer in eerste orde, omdat die burgers zelf de grond voor hun welbevinden op grond van analoge aannames uit het oog verloren zijn. Gebruik van de open ruimte? De publieke ruimte als plaats van ontmoeting? Het zijn zaken waar we best wel een en ander over kunnen zeggen.

Afsluitend, majesteit, kunnen we zeggen dat uw taak niet eenvoudig zal wezen, maar die is het voor niemand het geval, ook niet voor de politici en anderen die zich met het denken over de toekomst van de res publica inlaten. Er zijn vele valkuilen en toch wil ik dat niet voorop stellen. Misschien laat deze tijd, de komende tijd zien dat we andere paden kunnen opgaan. Welvaart zal men moeten blijven scheppen, maar of we middelen vinden om daarbij minder uitputtend te handelen ten aanzien van de bodemrijkdommen, zal wel veel onderzoek vergen. Als Bruggeling, graag mijmerend over een paar van mijn stadsgenoten Marcel Minnaert en Simon Steven. Simon Stevin vond emplooi in Holland en werkte voor prins Maurits, maar had vooral de verdienste het systeem van breuken om te zetten in een coherent decimaal systeem, waarna hij ook nog eens een renteboek uitgaf om de berekening van een rentebeding in klinkende munt om te kunnen zetten. Marcel Minnaert is hier – in Vlaanderen - minder bekend dan de tweede, maar Minnaert maakte met het klimmen der jaren interessante keuzes – hij was gijzelaar na 1942 in Sint-Michielsgestel, waar de toenmalige Nederlandse intellectuele elite samen was gebracht was. Men noemt Minnaert een marxist, maar zijn leven overschouwend blijkt hij vooral na te hebben gedacht over hoe een samenleving zeer tegengestelde belangen en verwachtingen kon verzoenen. De weg via het communisme lijkt later uit te zijn gelopen op een pragmatisch overdenken van mogelijke benaderingen. En dat is denk ik de opdracht die we allemaal wel hebben, u niet in het minst. En gelukkig hoeft u dat niet alleen op te nemen. We zitten immers, een dag als gisteren lijkt dat zeer te belichten, nu eenmaal in een en dezelfde boot.

Goede reis en behouden vaart,

Bart JCK Haers

   

Reacties

Populaire berichten