Wie heeft nog tijd voor wroeging

Kritiek


Ethos, ethiek, het goede leven
Waarom we het niet altijd goed weten


Jigoro Kano  (1860-1938) was de grondlegger
van het judo. Hij had Jui-Jutsu geleerd, had
veel opgestoken van zijn meesters, maar
streefde naar een benadering die zelfverdediging
mogelijk maakte zonder de tegenstander
gevaarlijk te kwetsen. Jigoro Kano
was ook leraar en filosoof waardoor hij
als primair doel stelde dat judo diende
bij te dragen tot het verbeteren van
de persoonlijkheid. 
Lohengrin

Welke vorst kan nog regeren
zonder dat men zijn afkomst kent
velen willen maar al te bekend zijn
maar leggen eer in de armoedige afkomst

Ach, struikelt u over het woord "vorst"
waar u wellicht minister, voorzitter, president
of andere nuchtere termen verwacht?
Waant men zich niet algauw vorst
als men de sleutels van de stad krijgt?

Een zwaanridder redt een arme deerne
die geen vader of broers heeft
belaagd wordt. Zij trouwen en blijven samen
tot zij de vraag stelt: wie ben je?
Zwaan- en graalridder, Vissenkoning
maar je legt eer in je ambt
je voert het uit, zoals het hoort
Meer ben je niet, de tijd van je koningschap

b Art

Kan men spreken van een goede ethos, dan lijkt ethiek niet zomaar goed te noemen, doch wel te maken te hebben met de vraag hoe men goed leven. Goed leven? Het blijft een dingetje waar we niet over uitgepraat raken, al betekent het voor de ene vooral de manier vinden om genoegen aan het leven te beleven en voor de ander betekent het dan weer dat men in eigen ogen en in de ogen van anderen een goede mens te worden. Dat laatste, besefte ik afgelopen dagen, komt niet meer aan de orde. Goede mensen? Dat is iets voor overjaarse scouts.

Het valt op dat in de discussie over sjoemelende politici en scharrelende judo-trainers, dat men in feite vooral geschandaliseerd is voor wat iemand doet, geld uit de kas graaien of naar het lichaam van jonge meisjes, maar tegelijk blijft het ambigue, want de gevolgen voor die meisjes krijgen aandacht, maar wat de dader bewegen zou, krijgt spaarzaam aandacht want het volstaat te weten dat het viespeuken zijn of graaiers. Kunnen zij dan niet anders?

Ik weet dat de vraag wat vergeefs kan klinken, want men kan dan niet heen om de intenties van deze mensen en daar hebben we geen zaken mee, wat mij wel verbazen moet, want als men gaat spitten in het eigen leven, komen die intenties ook ter sprake. Waarom iemand aan de drugs raakt of domweg een ongeval veroorzaakt met doden en zwaar gewonden, komen de excuses gauw genoeg, de intenties niet. Zou men echt om die doden geven? Ik vrees dat men die vraag niet met goed fatsoen mag stellen, want we willen niet geweten hebben dat er zulke mensen rondlopen, want dat zou ons mensbeeld schofferen.

Toch merkt men in een seculariseerde wereld dat het begrip schuld en zelfs verantwoordelijkheid een groter belang krijgt, terwijl men vooral de schuld voor het eigen falen moet dragen en het morele falen dat u of mij treft, kan men niet verder ter sprake brengen. Schuldinzicht, zo klinkt het dan in krantenberichten over beruchte rechtszaken, heeft de dader nu eens wel en dan weer niet. Maar hoe zo iemand schuldinzicht kunnen hebben, als hij, zelden zij, denkt dat hij recht heeft op rijkdom en geluk.

Het probleem is niet dat mensen zomaar open en bloot een schuldbekentenis moeten doen, het gaat om de vraag hoe mensen ertoe komen anderen zonder meer en zeer wel wetend schade kunnen toebrengen. We zijn geen engelen en wie daaraan wil werken, wie van mensen engelen wil maken, krijgt beesten weerom. Het gaat erom dat we de aandacht voor het ontwikkelen van het (morele) geweten terzijde hebben geschoven, in de mate dat god uit ons leven verdween. De kerk legde dan ongemeen veel nadruk op het vermijden van de zonde an sich met het oog op het mogelijk maken dat we goede christenen zijn zouden. Onkuisheid was uiteindelijk nog de enige zonde die er voor de kerk leek toe te doen, maar wat is er mis met seksuele beleving, als men dat doet in overeenstemming?

Het probleem zit erin dat men het gebruiken van macht niet bespreekbaar wil maken, dat men zich moet teweer leren stellen tegen de grenzen van wat we aankunnen of moeten dulden als inbreuken op onze fysieke en morele integriteit. Maar wat als "het seksuele ding" slechts een middel om precies de macht van de ander te demonstreren en geen doel op zichzelf mag heten? Daar heeft Peter Adriaenssens in verband met het misbruik in de kerk over gesproken, net om aan te geven dat de machtsverhoudingen en bijkomend over de beslotenheid van zo een wereldje, de kerk, een judoclub, waardoor de misbruikte persoon pas langzaam door krijgt wat er gaande is. Bovendien denk ik, dat het gebeuren kan dat de persoon die vatbaar is voor misbruik - de passieve persoon - met een droom leeft van iets dat uitmuntend zou zijn, in het judo een medaille op tornooien, tot de Olympische spelen toe. Talent is kostbaar, vergt veel geduld en een trainer weet dat het inslijten van bewegingen, in het judo of in turnen tijd vraagt en dat er een Sint-Jakobsladder beklommen moet worden. Dat wil zeggen dat die trainer die de basisvaardigheden mee heeft gegeven geleidelijk de pupil op een hoger niveau kan brengen door telkens die basis bij te brengen en uit te breiden.

Maar als ik het me goed herinner is het niet de bedoeling dat een judoka bewust de andere pijn zal doen, maar men ontwikkelt inderdaad een cultuur van het lijden: als het niet pijn heeft gedaan, is de training maar half geslaagd. Toch was Jygoro Kano iemand die een martial art ontwikkelde met het oog op de snelheid en op intelligentie, niet op brute kracht. Alle bewegingen en tegenbewegingen zijn gericht op het overwinnen door de beweging - al kan er al eens iets breken, zeker in het moderne judo. Rechtstreeks pijn toebrengen, werd door sommige trainers stilzwijgend geduld, omdat men dacht dat de overwinning belangrijker zou zijn dan het winnen door kunst en kunde. Dat is toch wat wij in de dojo, gelegen achter de oude cinema in Waarschoot meekregen. Hoezo naïef? Vergeten we toch maar niet dat Judo niet alleen een competitiesport is, maar dat, zoals bij Karate de oefeningen ook in een demonstratie gebracht worden, de kata, waarbij de bewegingen van handen, voeten, lichaam gedemonstreerd worden met de nadruk dus op de perfecte uitvoering, niet op het verhinderen ervan.

Het najagen van de tederheid van een meisjeshart in die context, om er mee te spelen, als met een enkel blad - zong Boudewijn de Groot - en het gebruiken van haar lijfelijkheid, kunnen we niet los zien van een handelen dat niet meer op het judo gericht is, maar op de eigen drift en lust van de trainer. Niet die lust is fout, maar het voorwerp van de drift kan voor die persoon niet door de beugel, maar als twee jonkskes van 15 die al eens gemengd vechten in de dojo krachten voelen ontwaken en zij blijven intussen trouw de trainingen bijwonen, deelnemen aan tournooien en luisteren naar wat de meester uitlegt, want de trainer is meer dan een sportcoach, dan zal dat wellicht ook geduld kunnen worden. Maar als die trainer een meisje gevoelens ontlokt?

Nog eens, wellicht, om terug te keren naar het oude begrippenapparaat dat we met de kerk achter ons hebben gelaten, komen we uit bij kwesties als overmoed en zelfoverschatting, toen uitgedrukt in ondeugden, zoals hoogmoed en ook wel hebzucht. Het waren ondeugden, al weet ik niet meer of het doodzonden waren. Ik denk dat het nuttig is af en toe onze inzichten en ons gedrag te toetsen aan een meetlat, waarvan we de waarde kunnen inzien. De kerk heeft nagelaten, nadat het zondebesef diep was geïnterioriseerd  ook te leren nadenken over wat we kunnen doen in deze wereld. Goede mensen waren zonder meer mensen die in braafheid en onderworpenheid uitblonken, maar er waren er ook, die bij nader toezien eigengereid uit de hoek kwamen, zoals Pater Damiaan. Maar goed, zelfs van Daens werden in de mythologie de scherpe kanten afgeslepen. Vandaag kennen we alleen en losers...

Een goed mens willen zijn? Het ligt niet meer op onze lippen bestorven, want liever hebben we succesvolle mensen en zelfs van gelukkige mensen zeggen we vooral niet dat ze het goed met anderen, de directe omgeving waarin ze leven voor hebben. De vergroeiingen in de kerk kan men niet voor lief nemen, maar de affaires in de sport en in de showbusiness laten zien hoezeer dat de gedachte post heeft gevat dat we gerechtigd zijn op ons geluk, wel bevinden en dat er niemand iets mee te zien heeft, zelfs niet die andere, die we nodig daartoe gebruiken.

Nog eens, we zullen u niet vragen heilig te worden, van mezelf kan ik het ook niet verhopen, maar we kunnen wel proberen als mensen met elkaar om te gaan op een wijze dat we er zelf goed bij varen en tegelijk dat de ander er niet alleen niet onder hoeft te lijden, maar er ook iets aan kan hebben. Het gaat dus vooral ook om de vraag, nog maar eens en ten overvloede, of we bereid zijn, zoals dat heet, in de spiegel te kijken, zonder alleen maar te denken aan het kwaad dat we niet uitgericht hebben. Volstaat dat om zichzelf in de ogen te zien?

Omdat zowel de deugdenleer (Aristoteles) als het vermijden van ondeugden in een machtsdenken ingebed was geraakt en we de afgelopen decennia zonder ophouden deontologische codes hebben opgesteld, die impliceerden, volgens sommigen dat wat niet verboden is, ook toegelaten moet heten, wat uiteraard een goed excuus vormt om zich van niemand iets aan te trekken. Maar zoals men nu over de kwestie spreekt, lijkt het er ook op dat liefde, dat seksualiteit beleven altijd weer vies moet zijn. Wat zijn dan we dan opschoten sinds de tijden dat de pastoor ons waarschuwde voor ontucht, voor masturbatie en ongeregelde seks? Maar mijnheer pastoor sprak niet vaak over macht, zoals men dat nu nog niet doet, maar hield er zelf wel aan als autoriteit beschouwd te worden, die de hem gegeven macht naar eigen inzicht kon gebruiken - dacht hij.

Er zijn ampel trainers en vrijwilligers die het met de pupillen goed voorhebben en ervoor het vuur door gaan, af en toe slaat de intieme omgang wel eens vonken, maar dan zal de oudste de wijze daad stellen enige afstand te bewaren. Daar heeft men geen plichtenleer voor nodig. Wil je als begeleider van jong talent hoge toppen scheren, dan moet je dat talent toch beschermen tegen geweld en machtsmisbruik, maar als men teveel genieten wil van de toebedeelde macht, kan het goed fout gaan. Enigszins stoïcijns leven, zonder geheel afstand te doen van het leven, maar niet in de context van de judotraining, zou kunnen helpen, maar vraagt dat niet dat men tot de jaren des onderscheids is gekomen? Weten dat een collega in de fout gaat en niets doen, om de sfeer niet te bederven, leidt tot medeplichtigheid, maar dat lijken we ook niet in de smiezen te hebben. Nu goed, zal men dan de eerste steen werpen? Deze tijd kenmerkt zich nogal gemakzuchtig door naming, blaming en shaming, maar nog altijd hangt het er dan vanaf of iets aan het licht komt en wat niet. Wat niet weet dat niet deert, heet het, maar ik heb hoor dat woord niet meer dat wel eens gepast is, van wroeging en wat het is, lijkt men al helemaal niet veel meer te weten.  

Ongelukkige lapsussen, een verkeerd woord op een moment van spanning of soms even een verlies aan fijngevoeligheid, dat zal wel des mensen zijn, maar wie voortdurend meisjes of jongens afkapt, hun ontluikende seksualiteit te berde brengt en hen doet voelen dat ze alleen van de trainer alle heil mogen verwachten en de trainer weet het vertrouwen van de ouders te verwerven, dan kan het kind ineens ook het kind van de rekening worden. Maar wie zover gaat bewust te krenken en erger aan te richten, zal men, hem of haar, dan niet verzoeken zichzelf goed tegen het licht te houden, niet om redenen van mogelijke uitsluiting of schorsing, maar omdat het zo hoort. Het is bijzonder moeilijk in deze tijden een seculier taalgebruik een aanzet te vinden dat niet voorbij gaat aan het daderschap zelf, aan de intenties van de dader en die ter bespreking te brengen, zonder moraliserend uit de hoek te komen. Over kwetsbaarheid gaat het vaak genoeg, over de (problematische) positie van de daders en hun eigen lijden gaat het ook en uiteindelijk heeft men het over onschuldige slachtoffers die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats met de verkeerde persoon waren. Puur toeval of anders "bad karma'. Dan is er ook geen nood of behoefte om bij zichzelf te rade te gaan. Kan men mensen genezen van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, als we losers verachten.

Maar wie vele malen per week training geeft aan groepen jongens en meisjes die zich volledig willen geven voor de sport, zal dus ook hun fysieke en morele veiligheid in het oog moeten houden. Stel dat een trainer een relatie krijgt met een iets te jonge meid, die er zelf ook veel van verwacht, van die relatie, dan is dat nog van een andere orde dan degene die meisjes gaat afkraken en tegelijk onder knoet wil houden. De judowereld in Vlaanderen is niet beter of slechter, maar dit ene geval - waarbij toch meer mensen betrokken zijn dan met op het eerste zicht had verwacht, maar net dat maakt het moeilijk, zoals Peter Adriaenssens stelt, tot openheid van zaken te komen. Daarom zal men toch moeten proberen een dader tot inzicht in eigen functioneren te brengen, als die zelf daartoe niet komen wil. Men kan altijd in ontkenning blijven steken en dan loopt het verhaal af, maar degene die zich gefnuikt weet in hun sport als gevolg van onoorbare daden, blijft zo te zien met de ballast zitten. Rekenen op de weerbaarheid van die jongens en meisjes, noemt Adriaenssens een heilloze piste, want als men jongeren voor alles alert moet maken en weerbaar, dan ontneemt men hen hun onbevangenheid.

Toen ik als student over de biechtpraktijk las, merkte ik dat priesters gevraagd werd te weten wanneer ze met doorvragen naar omstandigheden bij het biechten der onkuis, de biechteling suggesties doen over wat, tja, lekker zou zijn, dat ze dan hun doel zouden voorbijschieten. Teveel ijver bij het biecht horen kan ook wellust blijken, viel ook te lezen, maar, zo luidde dan het verweer, de priester/biechvader moet toch weten of er sprake is van oprecht berouw. Jawel, luidden de raadgevingen, maar als u een jonge, gezonde boerendochter de deuren van het bordeel zou openen, bij wijze van uithoren, zou men dan haar niet met zekerheid op dat pad brengen? Mensen in onwetendheid laten, mag niet, maar jongeren de kans ontnemen het allemaal zelf in alle onschuld te ontdekken, helpt hen wellicht ook beter te ontdekken wat gepast is, wat hen niet tot slachtoffer zal maken van de perversies van anderen.

De krant de Standaard bracht het schandaal uit, over hoe judoka's door hun trainer, bij uitstek een voorbeeld en bij wie ze zich veilig zouden moeten voelen, misbruikt werden, beledigd, gekleineerd, maar het is nu niet duidelijk wat men moet aanvangen. De parlementsleden willen ad hoc-commissies, maar als die trainer blijft ontkennen, als de federatie niet wil zien dat die man niet te houden is omdat hij de geest van het judo zelf verraden heeft, dan zal men veel onderzoekswerk moeten doen. En inderdaad, bij de ontwikkeling van autonomie en zelfstandig oordelen, gaat het er ook over, denk ik, dat men bij zichzelf kan te rade gaan of desnoods raad schaffen, niet om zich vrij te pleiten, wetende dat men "het" gedaan heeft. Het is een kwestie van moderne ethiek, vermoed ik, dat men die oefeningen ook kan maken, dus het vermogen ontwikkelen te erkennen dat men in de fout is gegaan. Het gaat dan niet om sorry zeggen, maar om wroeging ervaren, al zal dat niet aangenaam zijn.


Bart Haers


natuurlijk moet men anderen geen wroeging aanpraten, wel ervaren, zelf, als men zich bewust wordt van het onheil dat men heeft aangericht. Misschien oubollig, dat woord, maar kan men leven met de schuld die men torst? Is dat niet wat Fjodor Dostojewski in "Schuld en Boete" heeft willen ontwikkelen als idee? Heeft men daarom de titel sinds een decennium vertaald als "Misdaad en straf"? Omdat we niet van boete houden. En heeft de kerk niet het woord "bekoring" geschrapt?  

Reacties

Populaire berichten