Wijtschate als vermaak
Dezer
Dagen
De oorlog, de feiten en het
herdenken
![]() |
Herbert Plumer, Generaal en verantwoordelijke voor de mijnaanval op Wijtschate. |
Het
verhaal van oorlog, krijgsgeweld en "Dulce et decorum pro patria
mori", het blijft een aardig toeristisch product. Hoe het allemaal
mogelijk is geweest, hoe we de oorlog zien in onze Europese geschiedenis, het
blijft voor commentatoren, toeristische ondernemers en af en toe een
intellectueel een aardig spaarpotje. Al in 1921 begonnen ondernemende Belgen en
Britten met rondritten per car naar de Verwoeste Gewesten. Maar Europa was
uitgeput en politiek was het moreel onder niveau. Daarover had het ook kunnen
gaan.
Ik
was al langer een kritisch toeschouwer bij de herdenkingsindustrie, vooral
omdat men het vertikte begrijpelijk te maken hoe gebeurtenissen met elkaar
verbonden waren en hoe men ook de houding van burgers, politici, militairen kan
begrijpen. De verheerlijking van de oorlog, zoals men dat Ernst Jünger verweet,
was en blijft een aanfluiting van de vredesgedachte, maar Jünger maakt
duidelijk dat het Futuristisch Manifest (1909) van Marinetti niet uit de lucht
was komen vallen, maar een hele generatie in beweging had gebracht, met zucht
naar snelheid en duizeling. Iedereen ging met zijn eigen inzichten,
gefrustreerde verlangens en vervulde wensen naar de oorlog. Het enthousiasme
van Duitse, maar ook van Franse intellectuelen - die laatsten verloren zich
niet minder dan de Duitse in de oorlogsroes - blijft doorgaans onbesproken, net
als de gedachten die via het onderwijs waren aangedragen, waarbij Ernest
Lavisse het zelfbeeld van de Fransen heeft willen opkrikken en finaal een
niveau van verdwazing bewerkte, die nog steeds nagalmt.
Het
probleem bij het overdenken van historische gebeurtenissen blijft altijd dat
men de plaats van zo een gebeuren in een ruimere context maar meestal blijft
het verhaal steken bij wat de promotoren voor ogen hebben staan. De Serviërs
die de slag op het Merelveld herdenken, de Vlamingen die 11 juli herdenken, in het eerste geval een
nederlaag, in het tweede geval een overwinning - in een langjarig conflict - isoleren
een feit en vergeten, of ze het gebeuren nu willen afdoen als een legende of
als een grootse heldendaad en vergeten dat dit voor de tijdgenoot een moment
was waar veel gewonnen en verloren kon worden. Vaak zijn we dan niet bezig met
wat de hoofdrolspelers bezielt, laat staan dat we ons bekreunen om wat de
figuranten in te brengen hebben. In het Britse leger en de herinnering aan de
oorlogsjaren speelt Herbert Plumer geen hoofdrol, zoveel is zeker, maar kan men
wel stellen dat het juiste paard de haver krijgt?
Wie
probeert de oorlogssituatie in het voorjaar van 1917 in kaart te brengen aan de
westelijke fronten, maar ook in het Oosten en dan zijn er nog de Balkanfronten
en de Italiaanse, merkt dat het niet evident is de simultane ontwikkelingen goed
te zien en te begrijpen dat de kansen op vele fronten nog steeds ongewis zijn.
Wat men ook niet in kaart brengt, dat zijn de politieke en militaire
gebeurtenissen in het Duitse Keizerrijk, waar de macht verschoven is van de
politici naar "Das Militar". De positie van Hindenburg en Ludendorff?
Hou op zeg, dat heeft toch nauwelijks belang, hoor ik onze journalisten al
zeggen. Het is wellicht een van de lessen die Winston Churchill in 1944 trok,
toen hij bewust de ijdelheid van Charles de Gaulle inzette om de Franse
politieke situatie onder controle te houden en de aanspraken van de communisten
in toom te houden. Het is evenwel niet zonder belang dergelijke ontwikkelingen
in het achterhoofd te hebben, wanneer men over een oorlogsdaad spreken wil als
de ondermijning van Wijtschate door Plumer met het oog op het doorbreken van de
verdedigingswerken van de tegenstander. Evenzeer komt dan de vraag op ons af
waarom men niet meer en beter gebruik heeft gemaakt van de bres en wie was daar
verantwoordelijk voor.
Deze
week gedenken we ook hoe op 6 juni in een vliegende storm de landing op de
Normandische kusten plaatsvond en hoe ondanks alle voorbereidingen er nog
zoveel mis leek te gaan. Succes en nederlaag lagen ook daar voor zowel de
Duitse troepen onder Rommel en die van Ike Dwight Eisenhower dicht bij elkaar,
al konden de bevrijdingslegers wel rekenen op een sterke luchtmacht en een
gigantische oorlogsvloot. Oorlog voeren is geen kinderspel en een overwinning
kan zo verspeeld worden door nonchalance en zelfs verzuim. Altijd zet men ook
middelen in, zo leert WO I die men niet echt niet heeft, dat wil zeggen, dat op
een stafoverleg wel eens foute informatie ter tafel komt, zodat verwachtingen
fataal niet ingelost kunnen worden.
Ik
ben de hele resem herdenkingshoogmissen moe omdat ze nergens anders toe leiden
tot vermaak van mensen. Er zijn andere mogelijkheden om zich te vermaken, maar
er zijn ook redenen om aan te nemen dat het vermaak aanbieden dient om het
inzicht onmogelijk te maken, dat de oorlog van 1914 inderdaad, zoals
Christopher Clark schreef een onderneming was van slaapwandelaars. Het
Schlieffenplan, dat intussen een Moltke II-plan werd, de vergissing over de
mobiliserende kracht van tsaristisch Rusland en andere aannames, over
Duitsland, de Dubbelmonarchie en het Britse imperium, men blijft het allemaal
herhalen, terwijl te dien tijde voor alerte waarnemers een en ander al snel een
illusie bleek. Met kerstdag weer thuis? Geen enkele hoge officier en politicus
gedacht dat men pas vier jaar later met kerstdag weer thuis zou zijn, enfin, de
overlevenden. Herdenkingsgeschiedenis en lieux de mémoire, het ontneemt het
zicht over langere lijnen van oorzaken, gevolgen, correlaties en serendipiteit.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten