Thomas More en de macht
Kritiek
Thomas More en Politieke Macht
Hoe men het hoofd kan verliezen*
![]() |
Thomas More 1478 - 1535. More als Kanselier, ondoorgrondelijk en toch bewust van zijn opdracht. Werk van Hans Holbein de Jongere. |
De
zestiende eeuw van onze tijdrekening blijft een bijzondere periode in de
ontwikkeling van inzichten en ideeën over mens en samenleving. Enerzijds was er
het humanisme met figuren als Pico de la Mirandola en diens rede over de
menselijke waardigheid, verder waren er Thomas More en Erasmus en doorgaans
houdt het daar op. Het is ook een tijd waarin de kritiek op de kerk, op de
bedienaren niet meer vrijblijvend geformuleerd wordt, maar er zijn Zwingli,
Melanchton en uiteraard Luther en Calvijn. Zowel onder Hendrik VII als onder
Hendrik VIII, nog voor de grote kwestie aan bod kwam, werd aan hervormingen van
de kerk gewerkt. Ketters, koningen en filosofen hebben hun aanzienlijke
bijdragen geleverd aan het normbesef en waardestelsel dat we nu als Europese
Cultuur voorstellen. Alleen, bij nader toezien blijkt het moeilijk uit te
leggen waar het om gaat. Als het om politieke macht gaat, blijkt het nog een
moeizamer debat te worden. Doorheen zijn biografie van Thomas More krijgen we
hier een fraai uitzicht op, want Peter Ackroyd besteedt aan het vraagstuk heel
wat aandacht.
Soms
hoor je mensen vertellen dat de middeleeuwen staan voor simpele samenlevingen
waar de macht duidelijk toebedeeld is en dat men hoogstens af en toe een
opstand kan detecteren. De werkelijkheid die men ontdekt als men ernstig naar
die periode kijkt, of het nu de Nederlanden zijn, Frankrijk of de Duitse
landen, blijkt heel wat complexer en diffuser te zijn: de macht is helemaal
niet duidelijk toebedeeld, noch binnen de kerk en al helemaal niet in de
wereldlijke vorstendommen. Engeland en Frankrijk hebben gedurende bijna 120
jaar met elkaar gestreden om de troon van Frankrijk, waarbij er zich in
Frankrijk een strijd afspeelde tussen de Armagnacs en de Bourguignons. Het
conflict draaide ook nu weer om de troon en de Engelsen speelden het spel van
de hertogen van Bourgondië aardig mee.
Edoch,
ook voor Engeland werd het einde van de Honderdjarige oorlog bron van nieuwe
conflicten, maar na de dood van Richard III konden de Tudors de macht in handen
krijgen en verzoenden de huizen van York en Lancaster zich. Hendrik VII begon
dan met het herstel van de koninklijke macht en administratie. Hendrik VIII zou
die politiek voortzetten en gedurende een paar decennia wist hij goed de koers
vast te houden, maar toen hij vergeefs een zoon hoopte te verwekken bij
Catharina van Aragon, begon hij aan een nieuw project. Het lijkt eenvoudig te
vertellen: koning wil op grond van kerkelijke regelgeving over welke
verwantschapsgraden aanleiding geven tot verboden huwelijken scheiden van
Catharina. De paus weigert. Koning boos en wordt dan maar zelf het supreme
hoofd van de Engelse kerk. More is het er niet mee eens en "snatch",
de beul scheidt het hoofd van de romp met een bijl. Alles is duidelijk.
Tijdens
de vijftiende eeuw kennen de Noordelijke Nederlanden, het graafschap Holland
hun ernstige interne twisten en in de Zuidelijke Nederlanden was er ook niet
veel nodig om tot gewapende conflicten te komen, maar als puntje bij paaltje
kwam, bleek men over de nodige instrumenten te beschikken om interne conflicten
te beheersen. In Engeland zouden de Tudors er ook in slagen hun macht te doen
respecteren, maar tegelijk was duidelijk dat ze de handen niet vrij hadden,
want er was nu eenmaal een parlement en daar werden de beden, verzoeken om
nieuwe belastingen vaker afgewezen dan de koning lief was. Soms ging die dan
ook ver om de parlementen onder druk te zetten. Ook Thomas More is als Speaker
opgetreden en diende daar de belangen van de koning en de wensen van het
parlement met elkaar te verzoenen.
Wanneer
Thomas More via de vormingsinstellingen die de Inn's vormen met de macht in
contact komt, zal dat in eerste instantie zijn als zaakwaarnemer van Londense
gilden, onder meer van de stoffenhandelaars. Later wordt hij onder-sheriff van
Londen en moet hij kleine en grotere criminaliteit aanpakken. Ook als lid van
de verschillende koninklijke rechtbanken en raden, zien we hoe More voortdurend
mensen moet beoordelen, veroordelen die vaak ter goeder trouw hebben gehandeld.
Hij wordt bekend als een strenge maar rechtvaardige rechter.
Van
zijn eerste schooltijd af heeft Thomas More de kans gekregen zijn welsprekendheid
te oefenen en tegelijk leerde hij, zoals andere studenten een zaak van meer dan
een kant te bekijken. Hij zou ook op dat vlak in de Lincoln Inn - waar hij een
jaar lang lezingen moest houden en dus de facto docent was - en later in zijn
diplomatieke opdrachten op het continent uitblinken omdat hij vaak de standpunten
van de tegenpartij beter kon integreren in zijn eigen strategie. Hij kon met
andere woorden de beslissingen sturen door zich te verdiepen in wat de
verschillende actoren op de agenda hadden staan. Waarom moest hij dan het hoofd
buigen voor Hendrik VIII? Omdat hij trouw wilde blijven aan de opdracht die hij
voor zichzelf zag.
Peter
Ackroyd laat zien dat Thomas More, eenmaal kanselier geworden ook met de 'grote
kwestie' van de koning zal moeten dealen, wil hij zijn positie en hoofd niet
verliezen. Zijn voorgangers waren ook niet enkel ontslagen maar kregen te horen
dat ze hoogverraad hadden gepleegd en More maakte zich op dat vlak geen
illusies. Van begin af aan was More bezig geweest met de grote kwesties van het
land, zoals machtsmisbruik door hoge heren, de oorlogskredieten van de koning
en de handelsbelangen. In die zin bevat het eerste deel van de Utopia een helder
programma dat More voor zichzelf had ontworpen, de enclosurebeweging tegengaan,
de koning ertoe brengen geen onnodige oorlogen meer te voeren en de belastingen
op een redelijk niveau houden. Hoe revolutionair zou men dit programma kunnen
noemen? Maar meer nog, als More al trouw wilde zijn aan de koning dan eerder
aan het koningschap als sluitstok van een maatschappelijke orde dan als de
handelende politieke chef die Hendrik VIII was. In die zin gold ook voor More:
"The prince can do no wrong."
Was
More revolutionair in die zin dat hij de maatschappelijke orde wilde
veranderen, door de macht bij te sturen, dan is het zo dat hij tegelijk hecht
aan de traditie, de universele kerk hoog op het verlanglijstje maar ook dat de
koning zich richt naar universele richtlijnen. More gaat dan ook uit van zowel
principes die altijd gelden en de toepassing ervan in concrete gevallen,
casuïstiek dus. Uit zijn correspondentie met onder meer Erasmus weten we dat
hij zich zeer bewust was van wat er in de kerk was fout gelopen en waar men aan
diende te werken. Tegelijk is het zo dat hij begreep dat wanneer de koning zelf
het supreme hoofd zou worden, de filters van debat zouden wegvallen en de
willekeur van de vorst de kerk in gevaar zou brengen. De vraag die men zich na
de lectuur van de biografie van Thomas More moet stellen is wat voor
koningschap More dan wel wilde.
Tijdens
de zestiende eeuw zien we in verschillende delen van Europa vragen verschijnen
over de aard van het koningschap en hoe of de koning inderdaad boven de wetten
zou kunnen staan, zoals de ideologen van het absolute koningschap betoogden.
Zowel Hendrik VIII als François Ier waren daar druk mee om hun
positie te versterken tegenover alle mogelijke (binnenlandse) tegenstanders.
Karel V, die andere grote tijdgenoot, lijkt zich op dat vlak weinig illusies te
hebben gemaakt, want hoewel hij voortdurend op reis was tussen het Spaanse rijk
en de Nederlanden, Habsburg en Italië, leek hij bereid concessies te doen als
iedereen daar baat bij had. Nog steeds heb ik geen goede verklaring gevonden
voor de "Sacco di Roma" in mei 1527. Het heeft plaats gevonden in een
conflict om de hegemonie over Italië, maar het was een Franse legerleider,
Karel III van Bourbon die de troepen had geleid. Intussen zat de koning van
Frankrijk acht maanden lang in gevangenschap na de nederlaag bij Pavia (24 mei
1525).
Men
kan vermoeden dat deze oorlogen voor iemand als Thomas More niet enkel zinloos
waren, maar ook nog eens wederrechterlijk. Echter, hij kon zelf alleen maar
hopen via diplomatie bepaalde strategische doelen te bereiken en het falen van
zijn voorganger, Wolsey, hem bespaard zou blijven. Echter, de omstandigheden
bepaalden het anders.
Hendrik
VIII die zich eerder ook tegen de Lutherse ketterij had verzet, zag er een
hefboom in om zijn handen vrij te hebben en met een nieuwe koningin, Anna
Boleyn voor een mannelijke erfgenaam te zorgen. Zij schonk hem Elisabeth I,
maar het zou even duren voor ze werkelijk erkend zou worden. Na Anna Boleyn
kwamen er nog een paar koninginnen de koninklijke sponde delen, zonder het
beoogde resultaat. More zou het allemaal niet meer meemaken, maar het handelen
van de koning - per se een mannelijke erfgenaam voortbrengen - vond hij
wellicht van den zotte. Zoals gezegd wilde Hendrik VIII echter ook af van de
pauselijke bemoeienissen in zijn koninkrijk en ook daar kon enige sympathie
voor de nieuwe mannen wel nuttig blijken. Koning en hoofd van de kerk? Voor
More was dat een rolverdeling die alleen onheil kon brengen.
Volgen
we de afwikkeling van het proces en de veroordeling met terechtstelling van
More, dan zien we dat de man zich wel wilde verdedigen tegen landverraad en
majesteitsschennis, maar van zijn inzichten over de rol van de koning en van de
kerk niet wilde afwijken, dat wil zeggen, hij sprak er niet over in de loop van
het proces, wanneer hij voor deze of gene commissie diende te verschijnen;
wilde de koning zijn hoofd, dan zou het zo zijn. Spiegelde hij zich aan
Socrates, dan vooral in de gedachte dat hij aan de neiging diende te weerstaan
zichzelf in veiligheid te brengen.
Net
op dit punt komt een karakteristiek inzicht van More aan de orde, dat in die
tijd blijkbaar opgeld maakte, dat de wereld een schouwtoneel is en dat iedereen
zijn of haar rol te vervullen heeft. Het politieke leven vandaag is nog steeds
een spel van schijn en illusie, zegt men vaak, maar een figuur als More, die
volgens Erasmus op en top een hoveling geworden was en zich bovendien bewust
was van zijn belangrijkheid in het geheel, laat vermoeden dat er zich ook
hierover nieuwe inzichten vormden. Hadden Hendrik VII en Hendrik VIII resoluut
gekozen voor hoog geschoold personeel in plaats voor sabelslepers van adellijke
bloede, dan was ook dat op zich al omwenteling en John More, de vader van
Thomas was de eerste van zijn familie die een loopbaan als advocaat en rechter
kon uitbouwen. Thomas More klom nog hoger, maar bleef uiteindelijk ook wel
verbonden met de burgerlijke cultuur van de betere Londenaren. Maar, vernemen
we van de biograaf, hij bleef naar verhouding sober leven en zijn inzet betrof
het beleid en het belang van het land.
"Praemunire"?
Het was een regel dat kerkelijke kwesties altijd aan Rome voorgelegd mochten en
in hoofde van de paus dienden voorgelegd te worden, ook als de koning liefst geen
pottenkijkers aan het hof wilde. Nu bestond precies de akte "Praemunire
facias" (1392) die beperkte de reikwijdte en zo konden de aartsbisschoppen
van Canterbury en York hun besognes, conflicten met de koning niet meer aan
Rome voorleggen. More begreep wel wat de koning voor ogen had staan als hij de
regels strenger ging hanteren. Macht stond in deze centraal en dan was de
kanselier nog altijd de dienaar van de koning, hoeveel macht de kanselier ook mocht
hebben.
Het
valt buiten het bestek van een biografie, maar het ware nuttig na te gaan of
het beleid dat More voorstond in het vervolg vrucht heeft gedragen. Men kan dan
wel zeggen dat hij uit de gratie van de koning viel, More had zich bezig
gehouden met het landsbestuur en zich met "de grote kwestie" zo min
als mogelijk ingelaten. Ons beeld van de zestiende eeuw blijft bepaald door de
oorlogen tussen de toenmalige grootmachten, de interne conflicten die hun
belang hadden, maar het kan bijna niet anders dat het dagelijkse bestuur van
bijvoorbeeld Engeland in handen van de kanselier lag en dat hij er eer mee
wilde inleggen. More heeft voor Engeland mee de vrede van Kamerrijk
onderhandeld en was daar bepaald fier over, zodat hij het op zijn epitaaf liet
hakken. Hij begreep het belang van de handel voor Engeland en het belang van
rechtszekerheid. Kortom, als we ons More alleen herinneren omdat hij onthoofd
werd, dan begrijpen we niet in welke constellatie hij tot de hoge ambten
geroepen werd en hoe hij zich van de res publica een beter beeld had gevormd
dan zijn collegae. Zijn strijd tegen Luther en de Lutheranen kan men voor
halsstarrigheid houden, het paste in zijn visie op de samenleving als een
eensgezind huishouden waar men wel allemaal verschillende inzichten kon
koesteren, men bleef binnen de universele waarheid en hield zich aan de rechten
die men had.
Thomas
More, die onder meer de Civitas Dei van Augustinus had gelezen en weet had van
wat er voor verbetering vatbaar was in de wereld, voelde zich gezegend mee te
mogen werken aan de verbetering van Civitas humana. Hij maakte zich geen
illusies over de macht van de koning maar is gedurende vele jaren een loyaal
adviseur geweest. Hij kende het theater van de macht en kon onder ogen zien dat
het op een dag over zou zijn. Zijn echtgenote probeerde hem en zichzelf, de
kinderen ook nog te redden, maar More vond dat niet betamelijk. Of hij een
stoïcijn was, valt niet te staven, maar hij begreep wel de ijdelheid van elk
streven zichzelf te redden, want dan moest hij de hervorming in Engeland
steunen. Het koninkrijk heeft overigens een meer paapse aanblik blijven
vertonen dat de Lutheranen voor ogen hadden staan.
Bart
Haers
___________
* Dit is ook een uitvloeisel van de lectuur van Peter Ackroyd. Thomas More. biografie.
Reacties
Een reactie posten