Mayeur en politieke arrogantie
Dezer
Dagen
Grote vissen bijten niet
schuldinzicht van politici
![]() |
Wat gebeurt er achter deze fraaie gevel, dat we niet mochten weten? |
Politici
maken geen fouten en als ze betrapt worden, stappen ze opzij, met een groot
hart, maar nooit geven ze toe dat ze zelf de zaak naar de haaien helpen. Nu
Helmut Kohl overleden is, komt die kwestie van een grote gift weer aan de orde,
waar Kohl nooit enige duidelijkheid over heeft willen verschaffen, want hij had
zijn woord gegeven. Maar toen al had ik de indruk dat Kohl zijn fout wel inzag
en niet anders kon dan gelaten de sancties aanvaarden. Uiteindelijk blijft Kohl
de man van de Hereniging en van de Euro, van de Unie ook en dus zal men
begrijpen dat hij hoog ingeschat moet worden.
Politici
mogen geen fouten maken, maar moeten op vele fronten hun mannetje staan,
minstens de indruk wekken dat ze het goed voor elkaar hebben en altijd weer
toegankelijk zijn. Politici, zegt men moeten de weg kennen in de instellingen
en weten hoe ze iets voor elkaar kunnen krijgen, want anders zijn ze geen knip
voor de neus waard. Tegelijk geeft hen dit wel eens een misplaatst gevoel van superioriteit
mee, waar ze moeilijk van doordrongen raken, dat het misplaatst is. Het gaat om
macht, maar het woord is taboe, maar vormt de drijfveer voor velen en dan komt
de vraag: waarom doet u dit? Waarom wil u mensen vertegenwoordigen? Aangezien
die vraag zelden expliciet wordt gesteld, aangezien ze vooral antwoorden moeten
bedenken op vragen die gesteld kunnen worden, kan het gebeuren dat ze niet meer
tot een verhaal over hun ambtsbetrachting in staat zijn. Regeltjes opstellen,
venijnige vragen stellen in het parlement en zorgen dat je eens naar De
Afspraak mag, naar Pauw of naar DWDD, want de wereld draait natuurlijk door.
Politici
die niet streven naar naamsbekendheid en zich geen aanhang opbouwen, verdwijnen
al snel weer in de coulissen, net zoals politici die de toppers in eigen rangen
in de wind zetten of in de schaduw proberen te stellen. Stellen dat politici
als Ivan Majeur nieuwe fenomenen zijn, vergist zich, dan een kwart eeuw geleden
had je ook al mandatenkoningen die hun inkomen als burgemeester aardig wisten
aan te dikken en die via dienstbetoon mensen aan zich wisten te verplichten.
Het dienstbetoon in openlijke vorm verdween, omdat politici geen brieven meer
mochten richten aan administraties om iets voor deze of gene geregeld te
krijgen. Maar dat heeft naar mijn inzicht ook wel als nadeel dat politici vaak
niet meer met de laarzen in de modder van het leven staan en dat links met een
discours over armoedebestrijding komt dat vooral de actievoerders en experten
aan universiteiten ten goede komt.
Maar
wie de kat bij de melk zet, moet niet zeuren dat die kat zich te goed doet en
als politici inderdaad merken dat een aantal mandaten die te verdelen vallen
goed verdienen, zullen velen menen dat ze er gerechtigd toe zijn. En het klopt
ook nog eens een keertje, dat als men vanuit verschillende gemeenten samen een
dienst of organisatie van algemeen nut opzet, dat zij ook wel moeten weten wat
er daar gebeurt. Het hoeft dus niet zo te zijn dat men zomaar mandaten dient te
schrappen, wel als duidelijk is dat ze opgezet zijn om zoveel mensen in het bad
te trekken en niet met het oog op goed bestuur. Men is blijkbaar al vergeten
hoe bij de gemeentelijke holding de raad van bestuur meer weg had van een
algemene vergadering en dat het bestuur weinig adequaat kon optreden omdat de
strategische lijnen niet tijdig geformuleerd werden.
Een
van de cruciale problemen die de laatste jaren onmiskenbaar aan het licht zijn
gekomen is dat politici zich laten voorstaan op hun pragmatisme en dat kan men
wel toejuichen, als er naast dat pragmatisme ook een stevig doortimmerd mens-
en maatschappijbeeld hun handelen schraagt. Ik zal het wel nooit eens worden
met Björn Rzoska, fractieleider voor Groen in het Vlaams Parlement, maar hij
weet doorgaans goed zijn dossiers uit te kiezen en goed beslagen op het ijs te
komen, maar meer nog dan dat weet men waar hij voor staat, omdat hij zijn
handelen inderdaad afstemt op het haalbare en nodige, maar tegelijk de regering
ook weet te waarderen als die een zaak naar behoren afhandelt. Wie echter naar
het onderwijsdebat kijkt, zal merken dat de ideologisch bevlogenheid van
mevrouw Elisabeth Meuleman vaak niet gehinderd wordt door enige zelfkritiek,
laat staan door kritiek van buitenaf, van het corps van leraren en onderwijzers
v/m, die beseffen dat al die hervormingen wel eens het doel, mensen die van
huis uit niet bevoorrecht zijn toch ver te kunnen opstoten in het onderwijs,
ver boven wat men van hen verwacht.
Inderdaad,
men streeft twee zaken na, gelijkheid en gelijke kansen en het bestrijden van
de armoede. Het zijn nobele doelstellingen, maar ze komen er zelden toe, de
politici die dit nastreven met mensen op het terrein aan de weg timmeren te
spreken, tenzij natuurlijk gelijkgestemde zielen. Kritiek goed onderbouwd te
berde brengen vraagt nu eenmaal enige welsprekendheid en dat lijkt zelfs
leraren niet altijd gegeven. Men moet niet klagen bij een politicus m/v over
wat er fout gaat en dan hopen dat ze het begrepen hebben. Beter is het, denk
ik, met een goed doordacht plan van aanpak aan te komen. Te betreuren valt
evenwel dat de media decennialang blind gebleven zijn en doof voor de kritiek
op wat onderwijshervormers in gedachten hadden en hebben. Mevrouw Meuleman kan
dus lustig ten strijde trekken tegen het feit dat de regering het ASO niet wil
afschaffen. Maar wil Vlaanderen, willen Vlaamse ouders, leraren, werkgevers dat
wel. Het aantal uren wiskunde in de wiskunderichtingen van het ASO is al te
zeer terug gedrongen. Nu volstaat het rond te kijken om te beseffen dat
journalisten, sociologen en pedagogen allemaal doordrongen waren en zijn van
een heftige afkeer tegenover wiskunde en wiskundig denken, al hanteren ze in
hun onderzoeksmethodes wel eens fragmenten van de statistiek. Maar wiskunde
grondig onder de knie krijgen vergt ook een zekere ambitie, maar leerlingen
moeten ook de indruk hebben dat het waardevol is, zich er diepgaand mee in te
laten. Derhalve moet ik vaststellen dat zij die het onderwijs willen hervormen
vergeten dat mensen altijd mensen zullen blijven en dus dat jongeren altijd
zullen vinden dat ze niets nuttigs leren, want dat wist Maurice Maeterlinck ook
al, zoals in Bulles Bleues te lezen viel. Politici moeten niet uitgaan van hun
eigen voorkeuren en afgrijzen, maar, mag men hopen, houden er goed doortimmerde
mens- en wereldbeelden op na. Neen, het mag iets anders zijn dan wat ik voor
belangrijk houd, maar het moet er wel zijn. Er kan immers geen debat ontstaat
als mensen hun dada's niet kunnen onderbouwen.
Het
komt er op aan dat we de afgelopen dertig jaar voor politici en hoge ambtenaren
steeds meer deontologische codes hebben ontwikkeld, maar het brengt blijkbaar
niet alle politici ertoe na te denken over wat ze aanrichten. Men heeft bij
Weber de termen Verantwortungsethik en Gesinnungsethik en doorgaans stelt men
beide tegenover elkaar. Gesinnungsethik kan ertoe leiden dat als men zich
volledig van de Verantwortungsethik onthoudt, in een machiavellistisch patroon
begeeft: het doel heiligt alle middelen. Iemand als Maduro lijkt zijn beleid
nog altijd vanuit zijn ideologische bevlogenheid of verblinding nog altijd als
legitiem en noodzakelijk voor te stellen, terwijl het volk allang niet meer
mort maar zelfs bereid blijkt tot geweld. Zonder Verantwortungsethik komt elke
Gesinnungsethik in het domein van de overschrijdingen van ethische grenzen. Ik
weet dat men de termen doorgaans als elkaar uitsluitend naar voor schuift, net
om het gedrag van onder meer politici te duiden. Maar mij lijkt het dat Max
Weber net aan zijn publiek van studenten wilde voorleggen dat als men niet meer
kan verantwoorden wat de eigen ideologische bevlogenheid voor wenselijk en
aangewezen houdt, men als politicus heel wat schade kan aanrichten.
"Politiek als Beroep" was een lezing voor studenten in 1919, toen
Duitsland in de touwen lag, onder meer door de binnenlandse spanningen tussen
de Stahlhelm en andere vrijkorpsen enerzijds en de mensen die de Republiek van
Weimar wel een steun en kans wilden geven anderzijds.
Leeft
men voor de politiek of van de politiek? Het is een van de vragen die Weber
opwierp en ik denk dat we die vraag ook moeten stellen. Geen politicus zal
toegeven dat hij of zij van de politicus zou leven, maar gezien de situatie in
de PS en ook wel bij andere partijen, die met de PS in symbiose leven, kan men
er moeilijk omheen dat nogal wat politici het ideologische jargon goed in de
vingers hebben, maar vervolgens lustig van de revenuën het beste plukken, ook
al gaat dat ten koste van het maatschappelijke doel.
Men
kan vandaag niet goed over ethiek spreken zonder de verdenking op zich te laden
anderen de les te willen spellen. Maar mocht de sociaal assistent Mayeur het
werk van Weber en dan vooral diens rede "Politiek als beroep" ter
harte hebben genomen, hij zou wellicht niet zover over de schreef zijn gegaan.
Ik voel er niet veel voor politici zomaar graaiers te noemen, maar ben
uiteraard niet blind voor de wijze waarop ook in Vlaanderen politici met vzw's
aan de slag zijn gegaan om een maatschappelijk doel te dienen, om vervolgens
die vzw te hanteren als een subsidieslurper. Uiteindelijk is het
maatschappelijke doel maar bijzaak. Het is niet zo dat er voor cultuur en
sociaal-cultureel werk geen subsidies mogen gegeven worden, maar toch was het
ooit zo dat het maatschappelijk doel omschreven werd in termen van een decreet
en de activiteiten op maat van de subsidiebepalingen ontwikkeld, op zo een
wijze dat het zo weinig mogelijk kost. Het maatschappelijke doel?
Mayeur
en anderen dachten echt dat zij juist handelden, althans, dat vertelden ze,
omdat ze zichzelf niet willen beschuldigen. Maar nog eens, als wij hen zouden
vragen of ze echt niet begrijpen dat ze ethische grenzen overschreden hebben,
ze zouden niet weten waar we het over hebben. Het doel heiligt de middelen en
dat doel is de touwtjes in handen houden, ook al dienen ze het publiek al lang
niet meer. Maar er zijn vooralsnog geen tegenkrachten in de Brusselse politieke
gremia, die hen echt kunnen bedrijven. Meer nog, wie Emir Kir, burgemeester van
Sint-Joost-ten-Node zou aanspreken, zou te horen krijgen dat die arme mensen
zonder zijn partij in het verderf gestort zouden worden.
Men
kan het probleem Mayeur en van de ontsporing van de Brusselse politiek in het
algemeen niet alleen afdoen als een gevolg van normvervaging. Hun normen zijn
gewoon anders van aard en negeren de vraag of hun beleid nog wel effectief en
efficiënt werkt, ook uitgaande van hun eigen ideologie het socialisme dat
mensen (wilde) emanciperen. Zij zullen niet toegeven dat ze leven van de
politiek, dat ze hun ideologische bevlogenheid niet hebben opgegeven, wel
integendeel. Kritiek aan hun adres zal dus erop gericht moeten zijn dat ze zelf
hun ideologische veren hebben afgeschud, dat ze de macht hebben en zullen
houden omdat het moet, maar dan alleen voor de partij en de mandatarissen en
niet voor de samenleving. De Nederlandse PVDA en de Franse PS zijn niet zonder
reden afgestraft. Maar mochten liberalen en CD&Vers menen dat ze buiten schot blijven, zelfs de
N-VA moet zich over het koppel "Verantwortungsethik-Gesinnungsethik"
grondig bezinnen, want anders komt men tot een hol pragmatisme, dat nergens
meer voor staat. Macht is in een parlementaire, democratische rechtsstaat
evenzeer aan de orde als in andere regimes, macht verwerven staat op de agenda
van elke partij, maar als men vergeet dat men het niet maken kan van de
politiek te leven, dan vervalt men in de arrogantie van de macht.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten