Nadenken over utopia
Dezer Dagen
Identiteit, geborgenheid,
betrokkenheid
De druk van het onvolkomene
![]() |
Thomas More, 1478 -1535, door Hans Holbein de Jongere |
De
dagen reien zich verder aan elkaar, met elke dag die kleine rel of het grote
woord en intussen, denken velen, lopen we verloren in het vrijwaren van iets
dat niet altijd te benoemen valt. Toch, als men ziet hoe aan de ene kant een
meisje van 15 met een onvoorstelbare maturiteit bij Podium Witteman over haar
vorderingen als violiste praat, hoe tegelijk een door koningin Maxima gesteund
project "De leerschool", jongeren met alle tinten blond en donker,
Afrikaans of Surinaams, Indisch samen muziek beoefenen en ondanks het gebrek
aan middelen thuis toch met muziek uit de voeten kunnen en er overduidelijk
speelvreugde uit putten en iets van ernst, nodig om mooi te kunnen spelen, dan
merkt men dat het doen soms belangrijker is dan praten. Maar als we spreken,
blijkt ook, moeten we dat ernstig doen, zoals de Homo Ludens van Huizinga, al
betekent dat niet dat het zeurderig spreken zal wezen, want retorica verdraagt
ook speelsheid, humor, droge en iets van vettiger samenstelling. Maar wat
bedoelen nu met "ernst" en hoe meten we dat af.
Over
sport, voetbal en wielrennen wordt met grote ernst gesproken, over hoe we met "maatschappelijke
vraagstukken" om zouden moeten gaan, blijkt de ernst soms verder te
zoeken. Racisme, discriminatie, die zijn er en sommige mensen menen dat ze
ertoe gerechtigd zijn neer te kijken op wie onze waarden niet deelt. De moor
Othello werd door Jago in het verderf gestort, omdat die zijn eigen doelen, een
hogere militaire roem, niet kon halen. Goethe zal Jarno, de geheime rekruteerder
voor het leger en geheime zaken, inzetten in "Wilhelm Meisters
Lehrjahre", waarbij het mij voorkwam dat Jarno en Jago elkaar niet zoveel
ontlopen als het om veinzerij, zoetsappig vertrouwen wekkend de dolk in de rug
te planten.
Het
wezenlijke van het betere literaire werk bestaat erin, dat de auteur meerdere
figuren, toneel-figuren tot werkelijke toneelfiguren laat evolueren, waarbij de
onderscheiden figuren hun eigen autonomie behouden en niet zo handelen dat de
protagonist tot een held kan uitgroeien. In de mindere letteren zal men zo een
welhaast onvoorspelbaar interageren zelden aantreffen. In soaps hebben we dan
weer de indruk dat het leven zoals het is gerepresenteerd wordt, maar daar
blijken de verhaallijnen soms zo gekunsteld, dat we om den duur gaan geloven
dat dit het leven is, dus ook dat we in het leven altijd wel een slechterik
zullen ontmoeten. Iemand die ons persoonlijk kwaad wil doen, vormt evenwel niet
het grootste probleem, want die houdt zich bezig men degene die hij/zij wil
treffen, maar precies degenen die geen andere doelen najagen dan eigen profijt,
macht, prestige... eventueel wraak en daarbij mensen op zijn weg niet als
mensen ervaart, doch als objectieven, hindernissen op zijn of haar weg.
Intriganten? Soms, maar het kan ook wel zijn dat ze zelfs niet onmiddellijk
herkenbaar zijn.
Maar
kan men onze samenleving als een soap voorstellen of politiek als een spel dat
alleen om macht zou gaan? Intussen zegt men zelden wat die macht kan bewerken
en waarom men dus ook de staatsmacht zal beperken, zodat de ambities tot een
volmaakte ideale samenleving te komen getemperd worden en in dit jaar waar
velen met het boekje Utopia, dat 400 jaar geleden verscheen hun profijt mee
willen doen, want er valt veel over te vertellen, zou men over die overtrokken
ambities ook moeten spreken. Zoals anderen nog wel eens naar Plato's
opvattingen verwijzen, zonder ze gelezen te hebben, zo kan men gemakkelijk naar
Utopia verwijzen, maar het feit dat in die modelwereld mensen wel hetzij de
Maan hetzij de Zon aanbidden mogen, zonder elkaar de schedel in te slaan,
betekent niet dat deze mensen in hun aanbidden wel degelijk een eigen inzicht,
levensvisie en wereldbeschouwing gearticuleerd te berde brengen, wat ook voor
Kundera een probleem was. Men kan, meent Kundera, perfect in een tolerante
wereld leven, als dat betekent dat mensen geen opinie meer zouden hebben, maar
het blijft dan wel geestdodend. Thomas More begreep wel dat discussies van node
zijn en dat de visies die eraan ten grondslag liggen niet zomaar dingetjes
zijn.
De
uitdaging voor More en voor Erasmus was evenwel niet de godsdiensttroebelen, want
als Utopia verschijnt in 1516, dan zou men toch moeten weten dat pas met
Luther, die in 1517 de 95 stellingen op de poorten van de dom van Wittenberg
nagelde, de godsdienstige verdeeldheid in Europa brandstof en een stevig
vehikel kreeg tegen de kerk. Luther was niet alleen met zijn kritiek op de
aflaten, de misbruiken van de kerk en het gebrek aan zorg voor mensen, maar ook
waren er bewegingen zoals de Broeders des Gemenen Levens, waarvan sommigen
stellen dat ze zich kantten tegen de kerk, terwijl anderen in de congratie van
Windesheim een typisch fenomeen van institutionalisering zien, waarbij het
oorspronkelijke charisma van de stichter, die net niet met kloostergeloften,
armoede en gehoorzaamheid te maken wilde hebben, versmacht werd. Zoals men weet
vond de kerkelijke hiërarchie dat zo een vrouwenklooster, ook niet onder
Windesheim werkelijk aan de verwachtingen van een geordend bestaan zou
beantwoord hebben, als ze vrij in en uit hadden kunnen lopen. Toch hadden de
Moderne Devotie en Geert Groote ongemeen grote aandacht voor onderwijs, als
vehikel voor het overdragen van inzichten.
Wat
voor betekenis kan dit hebben voor ons, in deze tijd? Het feit dus dat men de
relatieve chronologie van de Utopia van Thomas More zo merkwaardig fout
inschat, namelijk voor de echte dragers van nieuwe kerkgemeenschappen en een
machtsstrijd op grond van religieuze tegenstellingen, verandert namelijk wel
degelijk de betekenis van het boek. Ook Hendrik VIII was toen nog een jonge
vorst, pas 18 jaar later zou hij met More breken en hem laten veroordelen en
terechtstellen. Het boekje van More, zoals men het gemelijk noemt, vormt dus
een reflectie op wat men van de realiteit vinden kan. Als bestuurder kende hij
de in en uitkomsten van dat beleid, maar of en hoe hij bedacht dat mensen beter
gemaakt konden worden? Misschien, overweeg ik telkens weer, kende Bernard
Mandeville deze tekst ook maar al te goed, want wie een utopie wil creëren moet
mensen ook nog eens overtuigen erin mee te gaan.
Als
Utopia dan geen blauwdruk kan zijn, dan geeft More wel een aantal hints over
hoe we het verschil kunnen erkennen, laten bestaan, zonder daarom met elkaar
slaags te raken. Hij overdenkt ook de mogelijkheid op die manier hoe mensen die
van elkaar verschillen, relatief uniek zijn in een groter geheel toch zichzelf
niet hoeven te verloochenen om erbij te horen.
Want
dat is wat hij ontdekt als politiek probleem tijdens zijn reizen door Europa,
waar een nieuw soort steden ontstaat, zoals Brugge in de veertiende en
vijftiende eeuw, later ook Antwerpen, naast Parijs en Londen, Venetië en Genua,
waar de omvang bijna onoverzichtelijk wordt. Als undersheriff van Londen stelt
hij ook vast dat mensen niet zomaar in vrede samen kunnen leven, maar zij
dienen gemeenschappelijke normen te aanvaarden, dienen zich af te vragen of het
niet wenselijk is ongewapend elkaar te ontmoeten en respecteren dat niet
iedereen zich op dezelfde wijze voedt of dezelfde gebeden zegt. Utopia wordt
dan een oefening in het bedenken van een samenleving waarin de problemen van
zijn tijd een oplossing krijgen.
Kunnen
wij nog, voor onze tijd zo een oefening aanvatten? In de vorm van dystopia
kregen we die de afgelopen eeuw enkele fraaie voorbeelden, die overigens
telkens vooral de organisatie van de macht en de mogelijkheid tot controle van
de bevolking van bovenaf centraal stellen. In die zin blijft Utopia wel een
buitenbeentje dat het juist niet rekent op de staatsmacht om orde en
stabiliteit te verzekeren. In de periode waarin Utopia tot stand komt, zal het
More ook wel bekend zijn geweest dat in verschillende delen van Europa al
verschillende pogingen waren ondernomen om de eindtijd te verbeiden en sektes
kregen vorm rond de wederkomst van de heer en het najagen van de utopie. Norman
Cohn schreef over dat millennialisme of chiliasme, het nastreven van het bereiken
van de eindtijd en er zich optimaal op voor te bereiden en dat had voor de
lokale samenlevingen ontwrichtende gevolgen. More zal dus ook het verhaal van
de volgelingen van Jan Hus in Bohemen gekend hebben en ook de verschillende
bewegingen die vonden dat kerk en samenleving al te bedorven waren, geen oorden
voor zuivere zielen.
In
deze tijd kennen we die bewegingen ook wel, mensen die streven naar zo niet een
god toegewijd bestaan in afwachting van de komst van de messias, de here zelve
of de zevende Mahdi, want hoe verschillend de invulling ook mag zijn, het
streven naar een zuivering van de wereld ligt er altijd aan ten grondslag. Het
betekent een fundamentele onvrede met onze samenleving, cultuur en
levensvormen, het betekent integendeel dat men zeer strak zal gaan hechten aan
regels die in onze tijd en omstandigheden niet meer van tel lijken. Dat evenwel
vormt slechts een tak van de evolutie, want men kan ook vaststellen dat ook de
modernen wel eens utopische dromen hebben, waarbij wat hen niet zint of wat
volgens de vestiging van een nieuwe orde in de weg staat uitgeroeid of verdelgd
moet worden.
Tegenover
die bewegingen bestaat ook dezer dagen wel voldoende afkeer, maar de
verdedigingslinies worden opgetrokken langs de grenzen van de moraal, waardoor
de eigen morele inzichten ook strakker omschreven worden. Het mag van belang
heten erop te wijzen dat men in die omstandigheden vooral mensen aantreft als
More, Erasmus en Miguel de Unanumo, die net het morele oordeel in het midden
laten, maar wel de moed tonen, ook als ze van iedereen verlaten zijn, hun
inzichten niet op te geven. More zal sterven omdat hij de "faits et
gestes" van Hendrik VIII ten aanzien van Catharina van Aragon, maar ook
tegenover de afscheiding van de Kerk van Rome afwees. Of hij werkelijk zo vroom
was als sommigen ons willen doen geloven, durf ik te betwijfelen, want
vroomheid kan ook betekenen dat men zich lafhartig achter de leerstellingen van
anderen verschuilen zal.
Cervantes,
de Unanumo, More, Erasmus, ook Mandela en Vaclav Havel toonden zich mensen die,
ook als de wereld, de machten dezer wereld hen dreigden te overweldigen
standvastig, zonder dit van anderen te eisen, hun weg vervolgden. Susan Neiman
zou hen helden noemen, de laatste twee helden van deze tijd. Hun
standvastigheid werd op de proef gesteld, maar als we zien hoe Zuma en de
opvolgers van Havel handelen, moet men toch begrijpen dat zij de inzichten niet
konden verloochenen maar ook niet konden instaan voor hun opvolgers. Dat kan
niet, begrijpt men onmiddellijk en dan zegt men dat de gewone loop der dingen
opnieuw een aanvang neemt. Maar hoeft het echt zo te lopen?
Dezer
dagen staan we voor enkele kwesties, die alle te maken hebben met het zoeken
naar de perfectie, of het nu om Pegida gaat of om de Syriëstrijders. Maar ook
in andere spectra ziet men dat mensen en groepen de redelijkheid terzijde
schuiven, zoals ook Chris De Stoop aangeeft in zijn werk "Dit is mijn
hof", waar een burger, in de hoedanigheid van professor een oude
leefwereld, die inderdaad al zwaar onder druk stond door de evolutie en de
technologische ontwikkelingen in de landbouw, door het economische beleid, maar
het droeg er wel toe bij dat de polders in het Waasland door een beleid van
natuurherstel onderuit werden en worden gehaald... in naam van de zuiverheid. Zou
professor Meire zich herkennen in dat streven naar perfectie? Zou hij daar
ueberhaupt bedenkingen bij hebben?
Een
samenleving dezer dagen is niet meer gebaseerd op verwantschappen van de sibbe
en clans, van stammen, dus door het bloed, maar door het feit dat mensen
samenleven in megalopolissen, waarvan bijvoorbeeld Vlaanderen maar een
onderdeel is. Het betekent dat de rol van de overheid voor die vele groepen en
de miljoenen individuen een aanbod moet kunnen doen, dat wil zeggen dat men
samen kan leven, geweldloos en dat wet- en regelgeving zorgen voor stabiliteit
en voorspelbaarheid. De volgende stap, die naar geborgenheid en zelfs
identiteit, kan de overheid niet alleen of op eigen houtje verzorgen, maar wel
toe bijdragen. Niet alles wat de overheid doet kan iedereen ten goede komen,
maar tegelijk weet men ook dat de zorg voor bijvoorbeeld voor goede kinderopvang
kinderloze koppels en singles van belang kan zijn. Moet de overheid voor het
kunstpatrimonium zorgen? Dat kan ook door particuliere personen of stichtingen,
maar waarom zou niet de tendens verder uitgebouwd worden dat hier werkelijke
samenwerking tussen publieke instanties en particulieren, bedrijven mogelijk
wordt.
Hoe
we onze samenleving als een identificerend gegeven invullen, vergt aandacht en
tegenwoordigheid van geest. Als men tot het uiterste gaat in het naleven van
godsdienstige voorschriften, dan zal men de samenleving veel schade toebrengen.
Extremisme belijden blijft betrekkelijk gemakkelijk en al gaan sommigen ervoor
door het vuur, velen blijven zich vooral warmen aan de gloed van de heldere en
eenduidige inzichten. Aangezien zowat iedereen op zoek is naar de bron, naar
een bron van zo een gloed, bestaat het gevaar dat we elkaar opnieuw naar het
leven staan. Toch kan er geen sprake van zijn dat we bepaalde verworvenheden
laten schieten want dan brengen we mensen in een rechteloze positie en gaat het
recht van de sterkste regeren. Als burgers moeten we weten wat we willen, maar
er zijn kwesties waar het onderste uit de kan willen, niets bijdraagt aan het
welzijn van allen.
De
staat is een instrument om een complexe entiteit, de samenleving, met vele
verschillen, met soms grote spanningen tot gevolg te regelen zodat vreedzaam
samenleven mogelijk is. Kan men mensen verwijten dat ze de belastingen niet
betalen door gebruik te maken van wettelijke middelen, dan kan men hen niet
zomaar bewegen anders tegen hun bijdrage aan te kijken. Maar soms lijkt het
alsof de pot de ketel verwijten maakt, want onder meer de vakbonden blijven om
pragmatische en zelfs acceptabele redenen buiten schot van de belastingdiensten,
maar tegelijk menen mensen uit de top van de vakbonden de ondernemers
voortdurend de morele les te mogen lezen, terwijl velen van hen hun de
verschuldigde belastingen plegen te betalen en bovendien vaak ook nog benevol
maatschappelijke taken op zich nemen. Als men enkel oog heeft voor wat volgens
de zwarte legende van het kapitalisme de patroon zou zijn en niet ziet dat deze
mensen voor hun personeel wel grote aandacht en respect aan de dag leggen -
niet allemaal, maar hoe zou dat kunnen ? - dan kan men er niet aan denken dat
op beslissende momenten die mensen zich zomaar van alles laten gezeggen.
Overwinnen betekent nog niet overtuigen, zegde Miguel de Unanumo, maar dat
lijkt men vandaag alweer te vergeten. Hoe men mensen zal overtuigen,
bijvoorbeeld omtrent Europa, blijft dan nog maar de vraag.
Paul
Scheffer schreef een essay over het belang van de grenzen en de begrenzing,
maar het blijkt voor het debat weinig uit te maken, want velen vinden nog
altijd dat men als wereldburger niet moet kijken naar het lot van medeburgers
in Molenbeek of de Bijlmer. Maar toch zijn er die dat lot wel ter harte nemen,
zonder illusies als het om de resultaten gaat, wel overtuigt van het belang van
de bijdrage. Alleen de plagen van deze tijd onder ogen zien, kan dan ook geen
blijk zijn van een betrokken inzet en groot inzicht.
Bart
Haers
____________
http://www.dbnl.org/tekst/_gid001189501_01/_gid001189501_01_0110.php
Deze bovenstaande link mag u verrassen, ik vond die toevallig en was geintrigeerd door de toon van de discussie. Ook voedde ze mee de gedachten over deze reflectie, al zoemde het wel mee op de achtergrond.
Reacties
Een reactie posten