Falen van de klassieke partijen
Dezer Dagen
Het Weimar
moment
Een onmogelijk
politiek debat
Een week lang ging de discussie over de vraag of Bart de Wever, voorzitter van N-VA kan oproepen tot een extralegale oplossing voor het vastlopen van elk beleid op federaal niveau. De partijvoorzitter vreest voor verlies aan welvaart en kansen voor de burgers, voor verarming, maar de argumentatie kwam helemaal niet aan bod, wel ging het over de voorgestelde medicijn en voor een profetische uitspraak. Nu, Cassandra werd steeds minder geloofd, naarmate ze meer onheilsvoorspellingen deed. Toch denk ik dat we moeten nadenken naar wat de democratie precair maakt.
De Republiek van Weimar liep uit op de machtsovername door
de NSDAP en Hitler, dus een succes kan het niet geweest zijn, maar de Republiek
die in de plaats van het Keizerrijk kwam – de notie van het Duitse Rijk werd
evenwel niet opgegeven – begon onder een slecht gesternte, door toedoen van
Erich Ludendorff en von Hindenburg, die president zou worden in 1925 en een grotere rol wist op te eisen dan
in beginsel aan de president was toegekend. Ludendorff vluchtte na de oorlog
naar Zweden en werd een heraut van de dolkstootmythe en van de Vijfde kolonne. Het
verdrag van Versailles, waar de vertegenwoordigers van de nieuwe Republiek geen
inbreng aan hadden en de daarop volgende ellende, met een aantal pogingen tot
staatsgreep, al in 1920 maakten het de bestuurders, de regering van de
Republiek niet gemakkelijk. Maar ook de Franco-Belgische bezetting van het
economische en industriële hart van Duitsland, het Ruhrgebied, in 1923-1925 (België
trok zich terug in 1924) en de groteske staatsgreep in München in 1923 van de
NSDAP en Hitler, die bedacht werd met een vestingstraf van 1 jaar, die voor
velen nog steeds als een uiting van slappe rechtspraak, bleven voor gedoe
zorgen. Intussen was in 1922 Walter Rathenau vermoord. Maar wie was die Rathenau?
Hij was ingenieur, wetenschapper en publicist, vreesde in 1914 voor de gevolgen
van de oorlog, maar werd vervolgens ingeschakeld in de oorlogseconomie van
Duitsland, als hoofd van AEG, het bedrijf dat zijn vader had gesticht en
waarvan hij zelf in 1915 hoofd werd. Hij vond zelf van Joodse afkomst, dat de
joodse bevolking in Duitsland moest gaan voor assimilatie en zowel socialisme
als zionisme moest laten varen om zich in te zetten voor Duitsland – al met al
gaf Walther Rathenau geen steun aan de obsessie van Ludendorff dat de Joden als
een vijfde kolonne in het thuisland tegen de oorlog hadden geageerd. Men kan
ondanks de moord op hem, Rathenau niet zomaar zien als een “held” of martelaar.
Toen in 1925 het verdrag van Locarno werd getekend,
waarbij de Republiek van Weimar wel aan tafel had gezeten, zoals ze ook in de
conferentie van Londen een inbreng had kunnen hebben, was dat te danken aan een
nieuwe houding van Frankrijk, waar de nationalist Poincaré vervangen was door
een socialistische regering Herriot en ook de Duitse minister van Buitenlandse
Zaken Gustav Stresemann met meer realistische inzichten en argumenten kon
streven naar een normalisatie. Dat was wellicht ook een Weimar-moment, omdat in
die periode de Duitse economie opnieuw kon opveren. Dat had ook te maken met de
inspanningen die de Amerikaanse regering in overleg met de verdragspartijen van
Versailles om de belasting op de Duitse economie van de herstelbetalingen substantieel
te verlichten. Ook België nam deel aan deze onderhandelingen. Als het al zo is
dat het plan niet helemaal slaagde, voor Duitsland betekende dat een einde van
de hyperinflatie waarbij de prijs van het brood steeg tot 69.000 Reichsmark in augustus
1923 en nog doorschoot tot een astronomische 201.000.000.000 Reichsmark in
november van dat jaar 1923. Het plan werkte dus gedeeltelijk, maar de geëiste herstelbetalingen
bleken zelfs al voor de crisis van 1929 uitzonderlijk zwaar te wegen, ondanks
de Amerikaanse leningen.
De groei van de partij van Hitler, de NSDAP was
overigens niet lineair en bij verkiezingen in 1928 leek ze weer te verdampen,
laat staan dat de overtuigingskracht alle andere politieke bewegingen helemaal
overspoeld zou hebben. Het probleem was, zo begrijp ik het toch, dat op zeker
moment, toen de beurscrash de Duitse economie opnieuw dooreen schudde, zeker
vanaf 1930, wat ook voor andere landen in Europa grote gevolgen had, de Duitse
politiek zich met de grote vraagstukken over tewerkstelling en omvallende
bedrijven, geen succesvolle antwoorden meer had.
Omdat de Amerikaanse bedrijven na de schok van oktober
1929 verdwenen of niet langer konden investeren in Duitsland, viel het moeilijk
een economische politiek te voeren dat licht kon brengen aan het einde van de
tunnel. De overtuiging van Franz von Papen, Kanselier in 1932, adviseerde de Reichspresident
Hindenburg Hitler het kanselierschap aan te bieden, omdat hij dan door de
wetten gevangen zou worden en hij, Franz von Papen dat heerschap, Hitler dus,
onder controle zou houden… Franz von Papen maakte deel uit van de conservatieve
vleugel van das Zentrum, terwijl anderen weigerden mee te gaan in een
samenwerking met Hitler, zoals Heinrich Brüning die ook gesprekken voerde, maar
geen akkoord kon bereiken. Das Zentrum
zou zichzelf in 1933 ontbinden, nadat duizenden leden gearresteerd werden. Dat
was het Weimarmoment waar we ons zorgen om moeten maken: hoe houdt men
machtspolitici tegen, die bereid waren of zijn om het bestel helemaal onderuit
te halen met de gedachte het zo te redden. Konrad Adenauer, burgemeester van Köln,
toch geen bescheiden provinciestad, zou in 1933 ook uit zijn functies gezet worden
en moeten onderduiken. Hij kon geen kant op, verbleef een tijdlang in de abdij
van Maria Laach en ook bij vrienden. Tijdens de jaren van wederopbouw werd hem
vaak voor de voeten geworpen dat hij te weinig deed voor de denazificatie, maar
hij kon zonder veel moeite argumenteren dat hij, Adenauer genoeg had afgezien
van de Nazi’s – zij konden hem ook niet echt blijvend achter de tralies steken omdat
hij als katholieke politicus uit het Rijnland toch wel populair was en bleef.
Cruciaal in de Weimarrepubliek was de bevestiging van
de partijen die in 1918 door Hindenburg (en Ludendorff) gevraagd waren de
vredesonderhandelingen te voeren in de hoop dat zij achteraf de schuld zouden
krijgen van de vernietigende vredesvoorwaarden. De demobilisering van het leger
was in feite onmogelijk omdat er geen werk was voor de soldaten in de
burgermaatschappij en omdat velen ook nog eens zwaar gewond door het leven
moesten maar ook weinig ondersteuning van de regering kregen.
Verwijzingen naar het Naziregime worden doorgaans
beschouwd als pogingen om een debat dood te maken, maar de uitspraak van de
voorzitter van N- VA dat we dicht bij een Weimarmoment staan, was en is ook wel
provocatief, maar kan ons ook helpen de huidige situatie beter te begrijpen.
Als de machtsgreep van Hitler mogelijk is geweest, dan was het omdat het
traditionele Duitse establishment dacht dat hij, Hitler niet zoveel kwaad zou
aanrichten, al wisten ze goed genoeg dat de NSDAP geen andere partij naast zich
zou dulden. Na de overwinning en de brand van de Reichstag werden de
communisten en socialisten uit het parlement geweerd en werden de leden en
achterban naar de eerste concentratiekampen gebracht, de zogenaamde Moorsoldaten.
Maar bij gelegenheid van de nacht van de Lange Messen, waar een interne concurrent,
de SA van Ernst Röhm, werd ook het Zentrum uitgerookt, een partij die zichzelf
dan maar ontbond.
De analyse die uit dat Weimarmoment naar voorkomt is
dat Bart de Wever vreest dat de traditionele partijen hun kop in het zand
steken en de bedreigingen niet willen zien voor het bestel om zo alsnog aan de
macht te blijven deelnemen. Gezien de resultaten in de peilingen van VLD en
CD&V, Groen ook, kan men zich afvragen wat voor hen het zwaarste weegt, hun
overleven of het hoeden van de grondwet en de rechtsstaat? Het blijft een vraag
die we ook kunnen uitbreiden, machtsfactoren zoals de sociale partners, vakbonden,
patroonsorganisaties, mutualiteiten, maar ook daar ziet men dat er een kloof lijkt te zijn ontstaan
tussen de achterban en de top van de organisaties, de leiders. Ook de media
kunnen best wel eens vaker in de spiegel kijken, want de wijze waarop het
commentariaat de gebeurtenissen presenteert, spoort ook niet altijd met wat
burgers zelf menen te zien. Maar kan men er als burger onderuit dat we ook mee
dragers zijn van dat bestel en dus onze rol te spelen hebben? Het feit dat de
politieke geschillen vaak genoeg instrumenteel ingezet worden, waardoor politieke
partijen niet altijd uitblinken in beginselvastheid, zoals bijvoorbeeld blijkt
in de discussie over de partijfinanciering, draagt verder niet bij tot
geloofwaardigheid. Die krijgen te veel, zegt men, maar tegelijk is er niemand
bereid de subsidiestromen in te perken. Carl Devos stelde terecht vast dat we
niet spreken over hoe we zouden willen dat partijen functioneren en hoe lastig
het is om een goede studiedienst op te zetten. Men kan natuurlijk proberen, zoals
Connor Rousseau betracht, te doen geloven, dat de partij een beweging is
(geworden) waarbij de leden hun inbreng te doen hebben. Vaak genoeg merkt men dat
partijen de leden graag mobiliseren voor feestjes, zelden voor georganiseerd
overleg om tot besluiten te komen over de te volgen weg. Leden van de
partijraad bij N-VA klagen wel eens dat
er teveel door het Partijbestuur wordt vastgelegd, maar toch functioneert de
partijraad nog wel.
De vraag is of we als burgers nog wel voldoende
waardering opbrengen voor het bestel, ondanks de (aperte) disfuncties, die
nodig gecorrigeerd worden. Met zijn verwijzing naar een Weimarmoment had de Wever
het ook over het vastlopen van de Franse IVde Republiek, omdat partijen geen andere
bezigheid meer hadden dan elkaar elke slagkracht ontzeggen. Kwam de Vde
Republiek, met een nieuwe grondwet die de president veel meer macht gaf. In elk
geval waar de overheid als zodanig niet meer slagkrachtig kan opereren,
gedragen door de bevolking, zal een machtsgreep op den duur de enige oplossing
blijken. Charles de Gaulle heeft de democratie wellicht niet gered, wel
verhinderd dat avonturiers zich van het staatsapparaat meester zouden maken.
Zijn samenwerking met Konrad Adenauer heeft tevens de democratische
ontwikkeling van Europese Welvaarstaten zeker bevorderd. Altijd kunnen er wel
onverwachte gebeurtenissen op het pad komen, zoals Mei ’68 of de crisis van 1973-1974,
maar hoeft het bestel niet in gevaar te brengen. De RAF, het IRA of de Rode Brigade
in Italië hebben wel voor onheil gezorgd, maar de rechtsstaat bleef overeen,
omdat de politiek pal stond – misschien deelt u die mening niet (helemaal),
maar men kan moeilijk beweren dat het bestel instortte. Ook nu zou men kunnen
verwachten dat het bestel veerkrachtig genoeg is om de welvaart in stand te
houden en net daar wordt nu voor gewaarschuwd. Natuurlijk kan men niet slag om
slinger de vrees voor groot dreigend onheil verkondigen, wat in de media en
zeker de populaire media het geval is, maar terwijl we hier over die fatale
druppel alcohol redetwisten, sterven in het Oosten van Congo mensen in een eindeloos
conflict en worden de bodemrijkdommen geplunderd. Daarover eens nadenken, lijkt
me gewettigd. Terwijl mensen hier sterven na hun 85ste verjaardag,
zien we dat zelfs in de Verenigde Staten de gezondheidszorg niet bij machte
meer blijkt de levensverwachting merkbaar op te krikken.
Men hoeft het niet eens te zijn met welke
partijvoorzitter dan ook, wie niet nadenkt over het feit hoe lastig het is
noodzakelijke infrastructuurwerken op te zetten, zoals het Oosterweelproject of
zelfs maar een voetbalstadion. Hoe kan men individuen zoveel macht geven, dat
projecten van publiek belang spaak lopen? Nu is het wel een boeiend debat
waard, hoeveel burgers van elkaar of van de infrastructuur moeten aanvaarden.
In het geval van Ventilus hebben gemeentebesturen hard stelling ingenomen tegen
een bovengrondse hoogspanningslijn van de kust naar de gebruikers. Ook het
stadsbestuur van Brugge, waar ik woon, steunde dat protest, terwijl ik dat
onzinnig vond. Pleiten voor elektriciteitsproductie op zee kan niet zonder een
uitgebreid netwerk van hoogspanningslijnen. Het Simon Stevinproject – ook met
windenergie, op zee opgewekt, dat naar het binnenland moet, botste op
weerstanden. Maar als men het lijstje van randvoorwaarden voor bovengrondse dan
wel ondergrondse hoogspanningslijnen ziet, dan merkt men dat we wel zullen
moeten kiezen tussen leveringszekerheid tegen redelijke prijzen of anders, tja,
we hebben gezien wat er gebeurd als de productie stokt of plots veel duurder
wordt.
Voor België pleiten is uiteraard legitiem, maar pleiten
voor een verregaande uitsplitsing van bevoegdheden, wordt onmiddellijk afgedaan
als staatsgevaarlijk op principiële gronden, zoals de afwijzing van elke vorm
van nationalisme of de idee dat diversiteit de norm moet zijn. Alleen, in dit
land hebben we niet echt een forum waar de publieke opinie gevormd wordt. In
Franstalig België is Frankrijk eerder het te volgen voorbeeld en is kennis van
het Nederlands nooit goed ontwikkeld. Maar cruciaal is de vraag hoe Brussel en
Wallonië bestuurd worden, want daar zat een belangrijke knoop om in dit land
nog beleid samen kunnen te voeren. Waarom dure stations bouwen in Bergen en
Luik en het drukste station buiten Brussel, Gent Sint-Pieters een bouwwerf
blijft en dat nog tot 2027, als het goed gaat.
Het wantrouwen tegenover de overheid wordt vaak
opgewekt door gedeeltelijke info te verstrekken, terwijl de voorzieningen, van
het onderwijs over gezondheidszorg tot infrastructuur er niet zijn voor het
heil van politici, maar voor ons gemak, of beter, tot nut van ‘t Algemeen. Wel
is het zo dat de overheid soms wetgeving op stapel zet, zonder goed te kijken
of er geen mogelijke contradicties kunnen verschijnen, waardoor de
doelen die de wetgever voor ogen heeft staan, niet bereikt kunnen worden en burgers
zich onnodig gefnuikt voelen in plaats van gefaciliteerd. Het is wel zaak te
zien of de gronden voor kritiek ten aanzet van het beleid, niet ten koste gaan
zou van een bestel dat ons sinds bijna 79 jaar welvaart en maatschappelijke
rust heeft bezorgd. Jawel, er was al eens wat gedoe met de CCC en de Bende van
Nijvel is niet ontmaskerd, wat een blaam blijft voor politie en justitie, maar
tegelijk heeft men de strapatsen van Marc Dutroux wel kunnen stoppen de leven
van kinderen redden. Te laat? Onweerlegbaar, maar als de politie niet over de
indicaties beschikt, is het moeilijk achter de voordeur te gaan kijken. Het
valt op dat we getraind zijn op het ontwaren van een falende overheid, maar de
discussie over wat er wel moet gebeuren, blijft achterwege.
Kan men bijvoorbeeld een discussie over taalgebruik in
Vlaanderen voeren? Nederlands is de voertaal in de publieke sfeer maar men
vindt vanuit universitaire gremia van sociologen en linguïsten niet dat men ouders
mee verantwoordelijk kan houden voor het falen van peuters en kleuters bij de
Koalaproef. Intussen zijn er wel kinderen die veel sneller vooruitgang boeken
en toch niet het gevoel hebben aan hun trekken te komen en uitgedaagd te worden.
Toch verwijt men liever de minister van onderwijs dat hij faalt als het over
het lerarentekort en de daling van het onderwijsniveau gaat. De discussie over
wat er met het onderwijs gebeurd is, blijft evenwel uit. Dan gaan ouders zich
vragen stellen en de overheid wantrouwen. Aan de andere kant wil de overheid
per se 0 verkeersdoden per jaar, maar hier heeft de overheid weinig vat op, behalve
via het verhogen van de pakkans en slimme camera’s en trajectcontroles. Wie
intussen moet wachten op schadevergoedingen na een ongeval ziet dat het
allemaal moeilijk vooruit gaat, met vaak, ondanks de feiten, een vonnis van de
politierechtbank dat de verantwoordelijkheid bij beide partijen legt, dan zal
men wel eens boos worden op een boete, waar die niet helemaal rechtvaardig
lijkt. De overheid wil absolute veiligheid, maar de vraag is of dat de beste
manier is, omdat de burger zich vervolgd weet. Zoals Paul Frissen schreef, kan
de overheid niet alle risico’s wegwerken, misschien wegmoffelen door een teveel
aan wetgeving, die niet altijd gehandhaafd kan worden.
Een Weimar moment? Het is een goed woord en iedereen
leek te luisteren, maar of iedereen ook de draagwijdte mee kreeg, blijft maar
de vraag, want verwijzingen naar de jaren ’30? Daar doen we niet aan, toch?
Maar het is precies een boeiende tijd, waarin het politieke gevecht ook de
burgers mee kon krijgen, zoals bij de invoering van de betaalde vakantiedagen.
In ons land kwam er, tegen de zin van de Maximalistische Vlaamse Beweging een
proces van wetgeving met het doel de samenleving te vernederlandsen. Frans van
Cauwelaert was hier de gangmaker maar op zeker moment werd hij door een
partijgenoot beschuldigd zonder bewijzen van gesjoemel. Zijn taalbeleid als parlementariër
heeft in Vlaanderen wel voor verstrekkende en gunstige gevolgen gezorgd, de
Vernederlandsing van de samenleving. Toch staat de man noch zijn beleid hoog
aangeschreven. Men kan daarbij de
kritiek best ook vermelden, maar dit stilzwijgen, dat blijft toch een smet op
de kennis van de ontwikkelingen van de Vlaamse taalgemeenschap. Net dat was wat
critici van het nazisme, zoals Victor Klemperer naderhand zouden aandragen. Klemperer
zag ook hoe de taal door de Nazi’s met enig succes werd gevormd naar een noden,
zoals hij in Lingua Tertii Imperii beschreef.
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten