Hoe belangrijk is het te vergeten

Kritiek

Geheugenverlies
De herinneringsagenda en de gang van zaken

Mnemosyne en Lethe, geheugen en
vergetelheid worden bij de ouder
Grieken gepersonifieerd, maar
vandaag lijkt het wel handig
als men de vergetelheid van mensen
kan bespelen. Zou het werkelijk zo
wezen? 
De wereld draait door, zegt, zingt, zeurt men. Het kan zijn, maar het zijn wij die wel eens een slag van de molen lijken te hebben. Als een gereputeerd bureau van marktonderzoek, Ernst en Young dat zegt, dan moeten we toch luisteren. Maar het blijft mij verwonderen dat politici én journalisten altijd weer verregaande maatregelen eisen om een soms mineur probleem op te lossen en vervolgens er versteld van staan dat mensen die beslissen waar en hoe ze geld gaan investeren, op een ander een groenere weide vinden. Maar er is meer, want we hebben al jaren het geluk te mogen vernemen dat we gezonder moeten leven, maar tegelijk zijn er al jaren verstandige lui die menen dat men de strijd, de oorlog tegen drugs niet kan winnen. Het geweld en de dreiging van het gebeuren dat rond drugsgebruik hangt moet men vooral goed naar waarde schatten en inperken. Aan de andere kant, Paul de Grauwe en volksgezondheid? Hebben we hem daarover gehoord? Niet zo vaak, blijkt. Welzijnswerkers en gezondheidsfanaten hebben er problemen mee.

Het valt me op dat in al dat soort discussies die op zich groot lijken, de consistentie moeilijk te vinden is. Nog moeilijker is het, gedurende een legislatuur zich te herinneren wat partijen vooraf hebben gezegd. Maar het zou ook van een zekere bedrijfsblindheid kunnen zijn als partijen na verkiezingen hun beleidskeuzes niet ook aanpassen aan de omstandigheden en proberen, indien nodig gedane beloften vorm te geven met oog voor de middelen en mogelijkheden. Die vragen krijgt men zelden op papier. Want geloven dat men verkiezingsbeloften kan houden, is slechts weinigen gegeven. In feite had de VRT of een andere zender eens iets anders kunnen doen: opnieuw enkele discussies uit het jaar 2010 laten zien van protagonisten van toen. Op sommige visies zitten andere mensen, maar de partij heeft een geheugen? Mijn bedoeling is niet aan te geven dat we politici telkens weer aan oude, niet gehouden beloften moeten houden en erop afrekenen, want dan voert men geen verstandig beleid, want men kan van Macchiavelli veel zeggen, maar niet dat hij vond dat politici zich ten allen tijde alleen aan een doelstelling moeten houden, maar precies de veranderende omstandigheden onder ogen zien.

Het probleem dat hier aan de orde is, betreft de moeilijkheid van politici om de bestaansvorm van hun ideologie vast te houden, zonder zich te verliezen in de details van ooit. Men hoeft een boeiende symboliek niet te laten vallen, maar we zien van links tot rechts en weer terug dat partijen, zelfs de vroegere AMaDA, nu PVDA+ zich wel aanpassen, wat we dus normaal mogen noemen, maar tegelijk de tekenen van de tijd zo vertalen dat ze er duidelijk geen antwoord op hebben. Bedoeld wordt dat men kan blijven zeuren over het onrecht in de wereld, met structuurveranderingen alleen komt men er niet, want dan heeft men de harten van mensen niet mee. Schelden dat een partij, de grote tegenstander de mensen voorliegt, zet evenmin zoden aan de dijk en laat vermoeden, wekt de suggestie dat men zelf geen verhaal (meer) heeft. Volgt men deze campagne, die in België alle niveaus van centraal bestuur betreft, dan spreekt men niet enkel alleen maar over geld, men wekt nergens het vermoeden dat men begrijpt dat mensen weten dat ze zelf hun leven zullen moeten leiden, wat de politiek ook doet.

Als mevrouw Thyssen terug komt op de uitspraak van een kandidaat, de lijsttrekker van een tegenpartij, over de vraag hoe Griekenland het beste gebaat is, door de befaamde grexit of door binnen het muntsysteem te blijven, omdat dit laatste ook ons ten goede zou komen, dan vergeet zij dat in illo tempore haar eigen partij ook zeer twijfelde over wat de beste koers, maar het klopt dat, zoals Herman van Rompuy laat optekenen in het boekje, Europa in de Storm, iedereen in Europa op een zeker moment gokte op een uitstap van Griekenland uit de Euro en dat de kosten en baten berekend werden. De slotsom kon voor insiders alleen negatief zijn, maar economen, zoals Johan van Overtveldt, meenden dat de lasten van de ondersteuning van het land voor de EU zwaar zouden zijn en het land niet gebaat was met langer oponthoud in de muntunie. Dat nu de situatie opgeklaard is, mag niemand een wonder noemen, maar dat Griekenland - ondanks tekenen van herstel - nog steeds met onopgeloste problemen worstelt, zoals corruptie en weinig industrieel vermogen, mag men ook niet ontkennen. Ik vond en vindt dat Johan van Overtveldt het had over de beste oplossing voor de Grieken en voor Europa, maar dat hij als kandidaat voor het Parlement daarover een duidelijke uitspraak deed, kan men hem niet kwalijk nemen. Ook Marianne Thyssen heeft een punt, namelijk dat de uitstap van Griekenland toen, wellicht minder nu, het vertrouwen in de munt zou schaden en zo dus de andere landen van de Euro zou raken, mag zij met stelligheid beweren, want ook dat is iets waarover we weinig weten te zeggen. Het grootste probleem bleek en blijkt dat niemand weet, wist hoe dat moet.

Nu, we halen dit feit aan omdat hier vormen van geheugenverlies aan de hand zijn, die men ernstig hoort te nemen, want de discussie gaat over een standpunt waar Johan van Overtveldt als journalist en auteur voor stond, waar hij zijn opinie wel moest geven, maar dat hij als kandidaat voor een politiek mandaat in een andere rol terecht is gekomen. Dat hij dus zijn vroegere opinie niet afvalt pleit voor hem, dat hij beseft dat in het Europees parlement, de Europese arena de zaken, de uitvoering, maar zeker het debat over bepaalde issues best anders gevoerd wordt, want men neemt niet enkel het eigen gelijk te hoog op, men is ook op een andere manier verantwoordelijk.

Het gaat inderdaad om de vrije meningsuiting, maar zoals men wel eens zegt, kan men in woede de eigen opgebouwde positie afbreken door het verkeerde aan de verkeerde personen te zeggen. Tijdens de heftigste momenten van de storm heb ik mij vaak afgevraagd of de dure adviezen van economen niet ook mee de inspiratie vormden van de beleggers in obligaties, zodat die economen niet zelden een self fulfilling prophecy deden, wat in feite het lot is van wel meer doemscenario's. Een uitzondering kan hier gemaakt worden, de waarschuwingen van Geert Noels in de periode voor 4 september 2008 konden gelden als waarschuwingen, zij hadden niet de kracht om de gang van zaken in de VSA te veranderen. De keuze van de regering Lehmann Brothers niet te redden, lag niet in de vooruitzichten van Noels, maar dat het kon gebeuren dat een bank omviel, lag voor hem wel vast.

Net de superstorm die én de VSA en Europa bedreigde, was en bleef in zekere zin het gevolg van een samenhang van factoren, waar we finaal aan leken over te houden dat het de schuld was van de bankiers, wat klopt, maar vooral van de overheid die dereguleringen doorvoerde. Het was Reagan, maar ook Bill Clinton ernst met het opengooien van de financiële markten en ja, Gekko vond dat graaien een deugd is. Maar deze vormen van kapitalisme blijven ons bezig houden, omdat ze vele andere facetten onder hebben kunnen doen sneeuwen. Het heeft er ook mee te maken dat we soms te zeer cartesiaans denken over politiek, economie en vooral de financiële sector, dat wil zeggen, we zoeken de verklaringen voor de ramp in correlaties en causale verbanden, die wel passen in ons mens- en wereldbeeld, maar controleren lang niet altijd of dat ook aantoonbaar gemaakt kan worden.

Het verhaal van de crisis leest op het oog eenvoudig, maar als we de krachten, de vectoren proberen in kaart te brengen, kunnen we ons niet verlaten op de brede media, want die lijken het moeilijk te hebben een geinteresseerd publiek uit te leggen waar het om te doen is geweest. Het proces van deregulering van banken, maar ook de eigen dynamiek, die ervoor zorgde dat Dexia een bank als een andere werd, of dat leek toch zo, terwijl het gemeentekrediet een bijzondere rol vervulde, het waren processen die simultaan verliepen. Maar er waren beslissingen, van politici, van bankiers en van cliënten die het systeem op gang hebben gebracht, maar er ook de achillespees van vormden.

Geheugenverlies kan men in deze dan ook in verschillende opzichten aankaarten: er is het selectieve geheugen, waarbij men bewust zaken terzijde laat en er is de sleet der jaren, de vervaging van de dingen. Het actuele zette me ertoe aan deze kritiek van het geheugenverlies aan te vatten, maar het verschil in het omgaan met de meidagen van 1945 in Nederland en België, maar ook de bombarie rond het begin van WO I verbaasd me telkens weer. Men heeft 8 mei opgeofferd om pragmatische redenen, al weet ik niet goed of men dat echt beredeneerd heeft gedaan, want in mijn jeugd en jonge jaren is het wel zo geweest dat 8 mei wel een vrije schooldag was, maar geen enkele herinnering met zich bracht of herdenking. Voor zover ik het begrepen heb, heeft men 8 mei geruild voor regionale feestdagen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Als Vlaming, met een verleden in de Vlaamse Beweging zou ik dat moeten toejuichen, maar er is iets dat niet klopt. Men zou ook van 9 mei een Europese dag kunnen maken, met kranslegging voor alle soldaten die in Europese oorlogen gedood zijn. Maar ik vrees dat we daar nog niet rijp voor zijn. Meer nog, men lijkt vandaag meer bezig met de Dertigjarige oorlog, dan een halve eeuw geleden. Het gaat wel anders, natuurlijk, maar toch, als men WO I, de aanvang ervan zo in de verf zet, met bizarre discussies voert over het onverwachte spelletje voetbal ergens aan een front, in niemandsland, dan ontgaat mij dat, enfin naijver over waar de replay moet gespeeld worden.

Eerder al stelde ik men uiteraard empathie en zelfs medeleven met de slachtoffers kan opbrengen, maar dat men vooral over het daderschap moet denken. Het boek van Christopher Clark, de Slaapwandelaars, laat duidelijk zien dat het oude verhaal van de morele schuld van Duitsland aan WO I wankel is, een voorbeeld van het vae victis. Het optreden van Servië, gesteund door Rusland en Frankrijk - dat financieel bijsprong, wordt gestuurd door de idee dat elke regio waar Serven wonen onder Servisch bestuur moeten komen: irredentisme. Er waren voor augustus 1914 al twee oorlogen op de Balkan, maar hierover spreekt men te zelden. Tweede probleem is dat Duitsland en Frankrijk in het eerste decennium van de 20ste eeuw op ramkoers lagen, die zich in 1911 in de Agadir-kwestie manifesteerde. Tegelijk probeerden de Duitse regering en de Britten tijdens de twee oorlogen op de Balkan de zaak te temperen en de oorlog tegen te gaan. Verre van exhaustief willen we toch ook verwijzen naar de gedachte die leefde in Servië, Moskou en Paris dat de Dubbelmonarchie de legitimiteit verloren had zich te verdedigen en het overigens ook niet meer kon. Geleidelijk pas was me de afgelopen decennia duidelijk geworden dat het beeld van Oostenrijk-Hongarije dat we voorgeschoteld worden en welllicht de komende tijd nog wel aangereikt zullen krijgen niet echt geschraagd wordt door wat we kunnen weten. Het grote rijk was ook doende een eigen industrie op te bouwen, zoals men kan weten als men een biografie van Wittgenstein leest. Maar de burgerij koesterde een modernisme in de kunsten en de wetenschappen, waar we zelden de betekenis van zien voor de weerbaarheid van het land. En tot slot zijn er dan wel de grote interne spanningen tussen de Hongaarse poot en de Oostenrijkse basis van het rijk, wat het beleid echt wel moeilijk maakt.

Overzien we dat plaatje, dan wordt duidelijk dat het beeld dat we van augustus 1914 steeds weer herhalen in de werkelijkheid precies een grote complexiteit verhult. Het punt is dat naderhand, na de Vrede van Versailles en de andere verdragen die WO I moesten afsluiten om nooit geen oorlog meer mogelijk te maken de bezwarende elementen in het dossier, bezwarend voor Frankrijk naderhand zijn verdwenen: het staatsbezoek van Poincaré aan Moskou, de datum van het Oostenrijkse ultimatum aan Servië, niet de 29ste juni, wel, merkwaardig genoeg, pas op 23 juli, na het staatsbezoek van de Franse president. Zo moet men zich ook afvragen of een land dat mobiliseert, zelfs maar gedeeltelijk mobiliseert die hele militaire machinerie kan stoppen. Ook het Duitse keizerrijk kon op 4 augustus niet meer terug, eens de hele machinerie op gang gekomen was.

De elementen ten laste van het Duitse keizerrijk werden daarentegen wel goed onder de aandacht gebracht, maar was het zo vreemd dat de militaire overheid probeerde te voorzien hoe de machtsverhoudingen zouden evolueren, want Rusland industrialiseerde evenzeer en slaagde er geleidelijk in een beter leger op te bouwen. Het Duitse keizerrijk dacht dat de Tsaar tegen 1917 sterk genoeg zou zijn om een succesvolle militaire operatie uit te voeren. Bovendien, wat heel zelden aan de orde komt, net ook omwille van de vernietigende nederlaag in de oorlog van 1905 tegen Japan, Rusland aan ons werd voorgesteld als een vermolmd rijk, zoals Kakanië, de dubbelmonarchie. De Fransen hadden die voorstelling van zaken niet hoeven te geven, want de oorlog in Oost-Europa blijft voor ons doorgaans onzichtbaar.

De voorstelling van de oorlog en de herdenkingen geven uitgebreid blijk van geheugenverlies, soms zeer bewust. Zo spreekt men behalve in Nederland zelden of nooit over de bouw en inhuldiging van het Vredespaleis in 193 - want het had toch geen invloed, zegt men. Ook spreekt men niet over de spanningen tussen Rusland en het Britse imperium als het om de strijd om invloed in Perzië, nu Iran en zelfs in India. Kan men dat zomaar negeren? Christopher Clark  heeft het probleem van de diplomatieke strijd voorgesteld en tevens aangetoond hoe de geesten niet enkel in het Duitse Keizerrijk en in Wenen op oorlog waren ingesteld. De blindheid voor de strapatsen van de Serven, de bescherming die Parijs en Moskou leverde, blijft mij altijd weer verbazen.

Men zou nu kunnen vermoeden dat ik een zwak heb voor het Duitse Rijk, maar het is eerder de vraag hoe we vandaag proberen te begrijpen wat er 100 jaar geleden is gebeurd. Tja, het Schlieffenplan in verbeterde versie voorzag een overschrijden van de Belgische grens en de schending van de neutraliteit. Maar wat we volgens Christopher Clark niet voldoende weten is dat Frankrijk stond te popelen om België binnen te komen, maar net voldoende in staat bleken de zaak onder controle te houden. Het waren andere tijden, maar ze zorgen vandaag voor veel gedoe.

Terug naar onze tijd en dan wordt duidelijk hoe wij veel van wat na 1945, toen de voorzichtige heropbouw begon en de Benelux, het Frans-Duitse samenwerkingsverdrag werden getekend, de EGKS en vervolgens de EEG opgericht werden, dat alles tussen 1944 en 1958 niet echt vergeten zijn, maar er wel vaak de finaliteit van uit het oog verloren zijn. Doelstellingen zoals verwevenheid van economieën en politieke stabiliteit in Europa, het Westen dus, mogelijk te maken, lijken vandaag verworven, maar hebben nog steeds hun belang, net omdat ze wel eens bewust misbruikt worden, om de Unie te herleiden tot een economische constructie.

Opvallend is hoe men de natiestaten in ere zegt te willen herstellen, minder moet in Brussel beslist worden en tegelijk merkt men dat verschillende regeringen er niet goed in slagen binnen de nationale grenzen er het beste te maken. Nu, er is nog veel dat we vergeten, zoals bleek uit de opmerking van David Cameron, dat de Britse politici eenzijdig uit de hogere lagen van de bevolking geselecteerd worden, onder meer omdat men onderwijsprogramma's die in de jaren veertig waren opgezet gewoon had afgebroken, waardoor beloftevolle jongeren toch hogere opleidingen konden volgen. Dat heeft dan niets met sociaal beleid te maken, want het was om recrutering voor industrie, overheid en algemeen welbevinden te verbreden, maar mevrouw Tatcher vond dat zinloos. Bij ons speelt de vraag blijkbaar wat men sociaal beleid kan noemen, welvaartbevorderende maatregelen of maatregelen die op ressentiment gebaseerd zijn. Ondernemingen moeten hun belastingen betalen, maar mogen ook niet zomaar als verdacht gelden.

Nu goed, we zouden nog een eindje verder kunnen gaan, nog maar eens aan de orde stellen dat men de relevantie van de Vlaamse Beweging onder de aandacht te brengen en erop te wijzen dat de emancipatie een zaak was van de middenklasse, maar het wordt te vermoeiend. Alleen, men kan de geschiedenis van dit land dan ook niet begrijpelijk maken. Tegelijk ziet men dat bepaalde issues, zoals universitair onderwijs in het Nederlands vandaag voor sommigen van geen betekenis meer zijn.

Coda

Onze samenleving voert een herinneringsagenda, maar tegelijk merkt men hoe selectief het geheugen wel niet is. Van sommige instituties hebben we eerder vage noties en van bepaalde opmerkelijke evoluties kunnen we wel de resultaten noemen, niet hoe het in het werk is gegaan. Argumenten worden ad libitum gehanteerd zonder er zich altijd van te vergewissen of ze wel geldig zijn, terwijl we van vele zaken de draagwijdte toentertijd niet meer zien. De ontwikkeling van de geneeskunde, waar we allen baat bij hebben, de mobiliteit en de betekenis van ondernemerschap, het blijft vaak bij vage termen. En het manna van grote ondernemingen gaat aan Vlaanderen voorbij, terwijl kleine ondernemingen afhaken. Hoe we welvaart bevorderen? Die vraag komt in de actuele discussies altijd als een evidente doelstelling naar voor.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten