Hoe het aanvoelen van de impasse doorbreken

Kritiek

Een politiek Gridlock
impasses en doodlopende lanen

Vladimir Poetin: in het westen steeds meer
symbool voor Russische aanmatiging, in
eigen land vrij geliefd omdat hij op de
puinen van de Sovjet-Unie opnieuw een
staat kon opbouwen die betrouwbaar blijkt,
behalve voor opposanten. Europa strekt zich
nu verder naar het Oosten uit, dan onze voorzaten
een eeuw geleden, voor wenselijk hielden.
Onze visie is misschien juist, maar vooral
eurocentrisch. 
Zijne majesteit hield zijn eerste toespraak voor den volke ter gelegenheid van 21 juli, maar anders dan vroeger werd het gebeuren niet net voor het nieuws van 19 uur gebracht, maar op een ander moment, toen ik zat te kijken naar het filosofisch kwintet. waar men discussieerde over veiligheid versus vrijheid, maar ook de bescherming van de private levenssfeer kwam aan de orde; uiteraard kregen we waar voor onze inspanning. Maar tegelijk spookte er van alles rond. En des avonds was Freek de Jonghe de zomergast, die sprak over vertrouwen, discipline en concentratie. Het minder fraaie weer had me niet belet een wandeling te maken, maar toch, de gedachte die me gisteren bezocht vergde een bijzonder woord: gridlock oftewel een situatie waarin het verkeer helemaal vast komt te zitten omdat elke afrit rond een verkeersas volledig verzadigd is. In de politiek, Europees, internationaal lijken alle afritten en opritten volkomen verzadigd of beter, iedereen plaatst desiderata voorop die de boel volkomen afsluiten.

Het debat afgelopen weken over de Europese positie in de Palestijnse kwestie bleef merkwaardig lauw en pas toen een vliegtuig neergehaald werd met toeristen, zakenreizigers en andere lieden, werd duidelijk dat men niet langer de zaak van op een afstand kon bekijken. Intussen zoekt Europa een opvolger voor mevrouw Ashton, over wie meningen verdeeld zijn. Maar tegelijk merkt men dat Europa geografisch haar plaats nog niet gevonden heeft en dus blijft het geopolitieke bewustzijn achterwege. Zou men niet mogen gewagen van een zekere wankelmoedigheid, waarin oude koloniale reflexen, de onachtzaamheid voor vergane glorie strijden met morele overwegingen. Oekraïne, Irak en Syrië, de problemen stapelen zich op, binnenlands en op de internationale scène. Velen menen dat Europa hier doorstastender moet optreden maar de randvoorwaarden zijn vooralsnog niet vervuld. Overigens zijn er ook in Afrika, Mali, Nigeria, Kenia, Zimbabwe en de Centraal-Afrikaanse Republiek, de RDC, overal zijn er gelegenheden om zich zorgen over te maken, maar of iemand oplossingen bij de hand heeft, blijft vooralsnog onduidelijk.

Europa heeft de afgelopen twintig jaar de gelegenheid gehad om als politieke entiteit een eigen rol in de wereld op te nemen, want sinds de val van het communisme leek er zich een vacuüm voor te doen in het Oosten van het oude continent, maar bij gebrek aan ideeën heeft men er veel kansen laten liggen en nog steeds heeft men in het Westen, in de landen die aan de wieg stonden van de EEG en later de EU nog steeds onvoldoende voeling met de politieke emoties in de landen die tot in 1989 onder een tirannie leefden. Dat blijkt nu eens te meer, nu in Oekraïne de verscheurende krachten aan het werk zijn: aan de ene kant de wens om een moderne, Europese natie te vormen en aan de andere kant het streven dat past in een nieuw Russisch irredentisme: overal waar men Russisch spreekt wil men ook onder de hoede van het Kremlin leven. Maar men kan het ook passen in de visie van John Lukacs, die stelt dat Rusland sinds de 18de eeuw altijd weer cyclisch evolueerde, krimpen en groeien. Aan de vooravond van WO I was Rusland in een groeifase, die door de oorlog niet zomaar gestremd zou worden, maar na de vrede van Brest-Litowsk in 1917 kwam er een krimp, die Stalin na 1939, mede dankzij het pakt tussen Molotov en von Ribbentop maar vooral dankzij de steun van de Amerikanen en de Britten van 1941 af kon weerstaan en vanaf 1945, na de overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog, kon Rusland opnieuw een (indirecte) groei kennen. Vladimir Poetin blijkt de krimp na 1989 nog altijd niet te accepteren en de vraag is of men dat wel van hem kan verwachten.

Iets anders nog blijft de vraag welke ideeën ons leiden in onze binnenlandse en buitenlandse politiek. Europese Waarden? Ik wil wel, maar dan zal toch moeten nagaan of die zomaar vereenzelvigd kunnen worden met economisch anarchisme. Want anders kan men de huidige situatie, waarbij een aantal spelers veel groter en machtiger zijn dan naties, zeker in het relatief versnipperde Europa niet noemen. Maar het antwoord kan het socialisme m.i. niet bieden, omdat daarin evengoed het particuliere handelen van personen buiten beeld blijft, omdat het een systeemdenken is dat de economie evengoed voorop stelt als drijvende kracht terwijl men kan vaststellen dat het economische maar een van de elementen, structurerende aspecten van een samenleving is. Dat probleem, wat nu het zwaarste weegt, kan men niet zomaar oplossen, want de zaak is, denk ik, dat de verschillende sferen van het leven en samenleven hun eigen belang hebben en dat het niet volstaat de aspecten naast elkaar te beschouwen. Het belang van ideeën, goede, nobele of uitingen van het (radicale) kwaad, hoe metafysisch en dus verwerpelijk sommige grote geesten die categorieën ook vinden, willen we graag afdoen als naïef, historici als Russel Shorto en Tom Holland stellen net vast dat bij gebeurtenissen van enige envergure vaak net wel ideeën van belang blijken. Het probleem zou wel eens kunnen benoemd worden: een volkomen gebrek aan interesse voor ideeëngeschiedenis. Ook vandaag merken we dat als er een economische verklaring aangedragen kan worden, men andere consideraties gewoon afwijst. Toch kan men het belang van ideeën niet zo gauw terzijde schuiven of ze komen langs gaten en kieren toch weer binnen. Nu, we hebben de religie onwenselijk genoemd en dus zal men het optreden van religieus bewogen strijders niet vatten. Misschien moet men dus accepteren dat mensen hun tekort in religieuze termen gieten en vervolgens aanvaarden dat ideologieën als het socialisme of liberalisme, hoe groot de claim ook mag zijn dat het socialisme wetenschappelijk gefundeerd is en het liberalisme berust op maatschappelijk realisme en vooral redelijkheid, het blijven ideeën, gedachten en verwachtingen die de ideologie schragen.  

De oorlogen, burgeroorlogen die nu woeden, hebben met elkaar gemeen dat economische aspecten mee de gebeurtenissen kunnen verklaren, maar toch blijkt het onvoldoende om de wreedheid te verklaren. In Syrië en Irak staan fundamentalisme tegenover een falende staat, terwijl er burgers zijn die de zaak helemaal anders willen, democratisch, rule of law en vrijheid. En Palestina? Hamas heeft haar aanzien opgebouwd door sociale voorzieningen te organiseren, maar hoe belangrijk ook, het blijft een systeem dat veel transparantie ontbeert en niemand toelaat zijn of haar streven naar welbevinden vorm te geven.

Het klopt dat deze gedachte uit de Amerikaanse grondwet een Europese gedachte is, maar het blijkt evengoed moeilijk om dat ook in het systeem tot uitdrukking te brengen. Bovendien is het nastreven van het individueel welbevinden vaak met wat men de algemene wil, de volonté générale noemt, zou botsen. Als die algemene wil moet afgedwongen worden, ook bij lieden die er zich tegen verzetten, zoals Rousseau, dan hebben Spinoza en Diderot begrepen dat vrijheid zo een dwang niet verdragen kan. Alleen is de vraag wat dat individuele belang dan wel zou moeten inperken, een kwestie waar we dus al een paar honderd jaar over discussiëren. In de roman "Jeder stirbt für sich allein" van Hans Fallada krijgen we een beeld van het leven in Berlijn onder de nazi's, dat ons wel kan laten zien dat het individuele welbevinden in een totalitaire staat ook altijd nog iets persoonlijks blijft. De vaststelling van Fallada, op grond van het politiedossier laat zien, zoals ook andere verslagen laten zien dat mensen wel degelijk voor oppositie kunnen kiezen of om opportunistische redenen meegaan in het verhaal van zo een bewind. Europese waarden zijn ons niet aangeboren en het vergt opvoeding en vorming, wil men de betekenis ervan goed onder de knie krijgen.  Aan de basis van de gridlock lijken onze benadering van begroting, economisch gebeuren, de rentevoeten en de voortdurend aangedragen verhalen via grafieken. Natuurlijk zal men geen geld uitgeven dat er niet is, maar tegelijk weten we dat succesvolle samenlevingen, naties zoals de Republiek der Verenigde Provinciën en het UK van de tijd van Willem III, een grote leningcapaciteit hadden, obligaties kon uitschrijven die op de vrije markt zeer gegeerd waren. Dat de VOC zelf ook nog eens een deel van de militaire uitgaven droeg, namelijk voor de mariene en veilige vaart naar Oost, mag men ook niet vergeten. Staten kunnen schulden maken, maar het moet wel betaalbaar én geloofwaardig blijken en dus kunnen staten hun creditwaardigheid op de helling zetten. Maar het blijkt eveneens zo te wezen dat een algemeen vertrouwen in een staat, een beurs voldoende kan zijn om de leningcapaciteit te ondersteunen. De kwestie of een staat een goede huisvader kan of moet zijn, komt dan ook populistisch over, als men zegt dat een staat niet mag lenen, maar die staat moet natuurlijk wel betrouwbaar heten. Die kwestie kan men niet afdoende onder ogen zien, omdat het er mee voor gezorgd heeft dat overheden ondanks alle goede wil er niet altijd meer in slagen hun engagementen tegenover hun burgers in te lossen, meer nog, soms zijn die burgers achtergestelde rechthebbenden, zoals de Grieken, maar ook de Argentijnen mochten dat ervaren.

Natuurlijk, die capaciteit leningen aan te gaan berust op de idee dat de overheid een aantal taken kan opnemen, van militaire orde, maar ook inzake infrastructuur en uiteindelijk zelfs inzake sociale voorzieningen, voor het eerst opgezet door een conservatief geacht regime, dat van Otto von Bismarck. Men zal dus begrijpen dat als een overheid niet enkel wegen aanleggen moet, dan kan men ook veronderstellen dat die overheid er vaste kosten bij op zich neemt. Soms blijkt men te kiezen voor PPS, Publiek-Private Samenwerking. De balans lijkt er aanleiding toe te geven dat overheden op die manier particuliere spelers kansen geven om overheidspatrimonium gedeeltelijk of geheel te verwerven. A priori kan men daar vrede mee hebben, maar als de bedrijfseconomische logica centraal komt te staan - en in het geval van PPS is dat expliciet de bedoeling - kan het zijn dat de overheid controle verliest. Maar de kwestie is dan ook dat het maatschappelijke doel uit het oog en de aanwending van middelen verdwijnt. Welke ratio's zal de bedrijfsleiding hanteren en wie zal dat op het terrein controleren. De problemen in het Nederlandse hoger onderwijs, de woningcorportaties en de zorg geven er aanleiding toe de overheid tot meer oplettendheid aan te zetten. Maar precies de structuur en organisatievorm die men kiest, laat die oplettendheid gemakkelijk botsen met de leiding zelf.

De reden dus waarom we voor een politiek gridlock als beschrijvende term hebben gekozen, ligt in het feit dat het voor de overheden in Europa steeds moeilijker wordt om de opdrachten, die al te vaak tot in details geregeld zijn, naar behoren te vervullen. De precisie van de taakomschrijvingen beantwoordt overigens niet altijd aan de verwachtingen, omdat er bovendien op politieke fora soms nieuwe eisen worden gesteld, die men niet altijd zomaar kan inlossen, al wil men dat zo graag. Een opvallend voorbeeld vormen de onkosten voor defensie, waarbij het materiaal steeds preciezer en krachtiger wordt, waarbij al goed twintig jaar met de vraag worstelt welk maatschappelijk doel dat moet dienen, want in het Europa dat we nu menen te kennen, is een binnenlandse oorlog niet meer mogelijk, maar aan de randen, vertaald in het nabuurstatenbeleid, hebben staten nog niet dat niveau van veiligheid en stabiliteit die Europa wel kent. Hoeven we te verwijzen naar Oekraïne, dan mag men nog altijd ook denken aan de Mediterrane ruimte en ook wel aan Turkije en dan zitten we al snel in Israël, Syrië, Egypte, Irak. Toch lijkt men vooralsnog te vergeten dat we dus best een gemeenschappelijk defensiebeleid ontwikkelen en vervolgens dat de lidstaten van de EU hun belangen beter weten op elkaar af te stemmen. Maar ook daar blijven we met onbeantwoordbare vragen zitten. Voor nationale regeringen wordt het dan moeilijk de uitgaven voor defensie te dragen en bijgevolg hun internationale verplichtingen na te leven. Een pleidooi voor een Europees defensiebeleid, u zal het raden, ligt nog ver in het verschiet en pleidooien voor het herstel van soevereiniteit zullen dat proces niet versnellen. Nu Nederland door omstandigheden een belangrijker rol toegemeten krijgt, zal men toch die impasse eens moeten gaan belichten en hopelijk de afsluitmuur van de impasse slopen.

Maar ook het energievraagstuk laat zien dat we niet onmiddellijk verschillende invalshoeken kunnen belichten, wat de besluitvorming er niet eenvoudiger op maakt. Burgers, politici en ambtenaren, ondernemingen hebben gedeelde en conflicterende belangen en het blijft wat mij betreft belangrijk genoeg dat we die balans beter zouden begrijpen. Energieverspilling vermijden is al langer deel van het opzet, maar de productie zelf moet verzekerd en tegelijk moet de prijs voor de consument, de particulier en het midden- en kleinbedrijf concurrentieel blijven. Het zijn dus wel veel randvoorwaarden, waarbij het nimby-syndroom moet meegerekend worden en ook hier zal men zomaar merken dat besluitvorming nooit optimaal kan zijn.

Dat alles draagt er toe bij dat politici voortdurend moeten rijden en omzien en als ze de publieke opinie durven te negeren, zal dat goed verantwoord moeten worden. Nu blijkt dat de uittredende regering op een aantal terreinen tot voorzichtig beleid besloten had en zo op een aantal terreinen de Vlaamse partijen had ondersteund, moet men zich afvragen hoe of de nieuwe, aantredende regering de argumentatie zal vinden om het vertrouwen te krijgen, van het parlement, maar vooral van de bevolking. Want dat men zo een regering zonder links kan aanvallen met het oude refrein van neoliberalisme, asociaal beleid en wat al niet meer, ligt voor de hand. Het vertrouwen van de burgers herwinnen? Het blijft een moeilijke zaak, maar het is wellicht een kwestie van handelen, durven en denken over de aanpak.

De gridlock komt er niet zomaar, terwijl er nu, naast krijgsgeweld in Syrië, Irak, blijvende instabiliteit aan de grenzen van Indië ook in Oekraïne een situatie ontstaat die kan uitlopen op een gefixeerd conflict, waar Rusland verre van bewegingsvrijheid te genieten over middelen beschikt om de aanhang discreet te steunen. Dat heeft tot gevolg dat nieuwe problemen kunnen opduiken, op de financiële markten en op die van grondstoffen, petroleum en gas voorop, zodat eerdere besluitvorming rond thermonucleaire energie herzien zullen moeten worden.

De enige manier om de gridlock te omzeilen kan erin bestaan de problemen goed in te schatten, maar tegelijk zal de oplossing niet liggen in de eigen ratio van de problematiek, want dan blijft men op dezelfde koers terwijl men dan alleen met recepten uit de oude doos op de proppen komt, wat de burgers wellicht niet zullen smaken. Maar kan men zomaar nieuwe recepten verzinnen en kan men de ratio van een bepaald domein, bijvoorbeeld het verzekeren van de energievoorziening negeren? Dat blijft de vraag, waarbij het publieke debat vaak slechts over deelaspecten blijkt te aan te snijden. Of moeten we nog eens de problematiek van de rechtsongelijkheid die zich aftekent, aan de orde stellen. Het blijkt namelijk een vaak niet geheel goed overzien probleem dat niet alle burger gelijk blijken voor de rechter, vooral rechtspersonen lijken op natuurlijke personen een voordeel te hebben verkregen, zelfs en misschien nog het meest als het om de behandeling van fiscale fraude gaat.

De idee dat we als burgers niet enkel de wet moeten gehoorzamen, maar ook mogen aannemen dat ondernemingen hun belangen dan wel moeten verdedigen, maar tegelijk blijft de kwestie van belang, denk ik, dat zij hun rol in de samenleving zwaarder laten wegen. Aandeelhoudersbelangen verdedigen is noodzakelijk, maar waarom zou men er geen goed gesprek over de belangen van de stakeholders gevoerd kan worden. Dan kan men tegelijk het begrijpelijke debat over fraude en aantijgingen ter zake in een ander perspectief bekijken. Fraude moet bestreden worden, maar de verleiding een quasi dichtgetimmerde fiscale wetgeving uit te buiten, zal er toch toe moeten leiden dat men die fiscaliteit nog eens gaat heroverwegen.

Kortom, ik denk dat we goed moeten nagaan hoe we over politieke besluitvorming nadenken, willen we niet enkel frustratie en afgunst, angst en onzekerheid kweken. Er is iets anders nodig, een geloof in het publieke gebeuren en hoe het algemeen belang, gevangen als dat zit in tegenstrijdige randvoorwaarden toch een zaak van iedereen wordt. Maar dan moeten we wel deel willen nemen aan het leven van de Res Publica en bovendien, hoe moeilijk dat ook is, eigen belangen enigszins durven temperen. Iedereen vooruit? Waarom niet, maar de weg moeten we dan ook samen gaan, anders stokt de beweging en raken we verlamd in een gridlock.

Bart Haers  


Reacties

Populaire berichten