Te leven als bannelingen
Recensie
Reizen door de nacht
Klaus Mann en het leven
in ballingschap
![]() |
Klaus Mann. De Vulkaan. Roman onder emigranten. Oorspronkelijke titel: Der Vulcan, Roman unter Emigranten. Nieuwe vertaling Ria van Hengel. Em. Querido's 2018. 544 pp. (met vertalingen en epiloog ) 24,99 €
.
Wat is een actuele roman? een roman die verschijnt terwijl de actie, het gebeuren nog aan de gang is. Vreemdelingen
onderweg naar nergens, niet wetend waar ze veiligheid zullen vinden en hun
leven herleiden. Klaus Mann maakte het zelf mee, was wel bevoorrecht dankzij
zijn naam en de discrete steun van zijn vader. Maar vluchten moest hij, net als
zijn zuster en ouders, die ausgebürgert werden. Deze roman is zeer Europees, maar
het schept de levensomstandigheden van de migranten, van migranten van allerlei
herkomst en allen vrezend voor hun leven.
Het verhaal
dat we te lezen krijgen begint vroeg, in 1933 en loopt tot 1938, wanneer Klaus Mann,
hoe dan ook lotgenoot, naar de VS vertrekt en aan de vervolging, maar niet aan
verslavingen ontsnapt. Waarom hij de roman schreef valt af te lezen uit de
wijze waarop hij mensen en hun handelen presenteert, wars van nostalgie maar
ook niet doordrongen van het geloof dat in ballingschap alles beter worden zal,
sommigen hadden helemaal geen hoop meer, anderen sloten zich bij de
Internationale brigades in Spanje aan. Hoe was het leven voor burgers die als
joods werden aangemerkt, al waren ze soms al enkele generaties
gechristianiseerd of geseculariseerd? En hoe zag het eruit voor ideologische
tegenstanders, die werden aangevallen en voor de machtsgreep vaak harde straatgevechten
hadden geleverd? Weinig beloften dan gevangenschap. De Mann’s waren wat Thomas
betreft door zijn huwelijk met Katja Pringsheim verwant aan een joodse, geseculariseerde
familie. Heinrich Mann was dan zelf weer vanwege zijn keuze voor het socialisme
een zeer verdachte auteur, want succesvol. En dan was er nog Erica Mann, die al
even de kijker liep met haar optredens, onder meer in de Pfeffermühle, waarna ze
net als Klaus naar Nederland, Frankrijk en uiteindelijk de VS trok. Erika Mann
zou ook een nieuwe uitgave van Der Vulkan in Duitsland – de eerste in Duitsland
na de Exil-uitgave bij Querido in 1939– verzorgen, maar kuiste de roman wat op,
in verband met drugs en homoseksuele handelingen.
Hoe belangrijk
die ook zijn, drugsgebruik en de homoseksuele relaties, het is een verhaal in
een groter geheel, waar verschillende mensen hun verhaal laten vertellen of
zelf vertellen, omdat de auteur net niet wil overkomen als de alleswetende autoriteit,
want de mensen handelen zelf, vertellen ook hun dromen en nachtmerries. Het
gaat ook over de grote geschiedenis, over de samenwerking van Franco met Hitler
bij het opsporen van joodse vluchtelingen, zoals op Majorca, waar een bankier
enige tijd pleistert, nadat hij in Parijs al de groep had ontmoet, die de kern
van de roman vormt. Marion bezoekt Bernheim in Parijs en in Majorca en is
getuige van de overval op de woning van de bankier. Klaus Mann laat overigens
niet na, ook kritisch te kijken naar die bankier en de andere figuren. De enige
die daar lijkt aan te ontkomen is Marion en omwille van haar tocht langs
theaters met Duitse theaterteksten en andere tekstfragmenten, zou men haar
kunnen vereenzelvigen met Erika, het andere koningskind. Overigens, de bankier
lijkt wel wat op wat men over de Pringsheims kan denken, de familie van Katja,
Klaus’ moeder.
Het
verhaal van de groep die elkaar in Parijs treft, in een goedkoop eethuis, waar
ze met elkaar over hun situatie en verwachtingen spreken, waarbij onder meer
een matrone, die in Berlijn een eethuis had gerund, waar enkele van de groep
ook zaten, verbonden met de sociaaldemocraten en dus mensen die gevaar liepen
en moesten vluchten. Van begin af aan worden we meegezogen in de besognes van
deze mensen, want hoe kan men overleven zonder een legaal statuut en zonder
mogelijkheid tot werken? Hoe kan men aan de aandacht van de politie ontsnappen.
Overigens, hoewel Amsterdam ook wel eens genoemd wordt, komen ook Praag en Zurich
ruim aan bod als oorden waar Duitse vluchtelingen aanvaard worden, zij het
oogluikend en wie niet over de juiste papieren beschikt, kan het schudden,
zoals die jongen die uit Praag naar Zurich komt en daar een meisje, Tilly
treft. Tilly die zwanger wordt, het kind niet wil houden en zich met veronal
een uitweg zoekt en vindt. Zurich is ook de stad waar Thomas en Katja Mann met
de jongere kinderen in 1933 een verblijfplaats vinden. Alleen Golo Mann blijft
nog enige tijd in Duitsland en zal later redactiewerk doen voor Thomas Mann.
Neemt Thomas Mann pas in 1936 afstand van Duitsland – door het regime werd hij
al lang uitgespuwd, dan onder druk van Erika en Klaus, maar ook omdat duidelijk
wordt dat geen afstand nemen niet langer te rijmen valt met zijn visie en ook
wel reputatieschade zou opleveren. Maar kan men überhaupt afstand nemen van het
land van herkomst? Thomas en Heinrich hadden in de jaren 1890 in
nationalistische kringen verkeerd maar – wat Heinrich betreft – het socialisme
wilde wel het internationalisme uitdragen, het nationalisme was ook nooit ver. Thomas
kon na een lezingenreeks in 1933 niet terug naar München en vestigde zich eerst
in Zuid-Frankrijk en dan in Zurich, waar Erica en Klaus hem en het gezin
opzochten. Later ging het richting Amerika, tot in Californië. Voor Klaus was
Thomas niet enkel een goede tovenaar, maar Thomas zou hem wel laten weten dat
hij “De Vulkaan “ goed vond.
Maar
hoe kan men over het gebeurende schrijven – want in 1938 was de ballingschap
van al die mensen, waarmee Klaus dit universum bevolkte nog lang niet voorbij
en we weten dat er in Frankrijk mensen werden opgepakt in september 1939, omdat
ze tot de vijfde kolonne zouden behoren, terwijl ze net op de vlucht waren voor
de Nazi’s? Anderen, die naar het UK, de VS of Argentinië verhuisden, zouden min
of meer rust vinden, zoals Benjamin Abel en Marion von Kammer, die op de een of
andere manier overleefde, met haar voordracht en relatief geslaagde tournees,
waarbij ze uit haar reiskoffers leefde, tot in New York toe, waar ze viel voor
de charmes van een jonge Italiaan. Die wilde zich niet binden, wilde vechten
tegen iets of voor iets, het wordt niet helemaal duidelijk, maar geeft wel eens
te meer aan hoe Klaus zijn eigen situatie en die van andere bannelingen met of
zonder doel probeert in te schatten. Tegenover het leven van deze zwervers
staat dan weer de wereld die Marion in de VS ontdekt van mensen die weltevreden
hun gezapige leven leiden en wordt er kregel van, maar ze kijkt er ook naar
uit.
Zo ook
krijgt het verhaal de indruk biografisch te wezen, terwijl het lezen ervan
duidelijk maakt dat de figuren misschien wel iets van doen hebben met reële
mensen die Klaus was tegengekomen, maar tegelijk presenteert hij ons bij
momenten tableaux vivants van het leven toen, rond 1934-1938. Het gebruik van
drugs was hem niet vreemd, maar hij overleefde voorlopig, terwijl Martin sterft
aan zijn verslaving. Opvallend is vooral hoe de auteur in dat aftakelingsproces
laat zien hoe Martin geleidelijk een niet meer noemenswaardig leven kan leiden,
hoe de aftakeling hem al klein kreeg nog voor hij werkelijk stierf. Maar Martin
heeft geluk, dat hij op de een of andere manier kan profiteren op wat geld van
thuis. Maar een vader die doet alsof hij slimmer is dan de nieuwe machthebbers,
die beter denkt te zijn opgewassen tegen de eisen van de tijd, zoals bij het
overlijden van Martin blijkt, kan niet echt vatten waarom zo een jongen zich
overgeeft aan verslaving en dan nog, ook nog, iets met een jonge jongen heeft
gehad.
Kikjou
krijgen we nooit helemaal helder, een schandknaap die tegelijk ergens in België
een uitermate katholiek rustpunt heeft, die een engel weet te mobiliseren die
hem meeneemt naar Madrid en Barcelona, waar de burgeroorlog woedt en waar
Marcel, de man van Marion na schijnhuwelijk, volgens de burgerlijke stand,
stoemelings sterft, terwijl hij uitkijkt naar het einde van de strijd, voor
hem. Kikjou, meegevoerd door de engel, ziet dingen die een mens niet kan en wil
zien, maar lijkt daarmee een deus ex machina, als het verhaal aan elkaar
gesoldeerd moet worden, waar geen andere middelen meer ter beschikking staan.
En net daarom zijn die twee nachtelijke scènes zonder meer deel van de roman,
geven ze aan het verhaal van Kikjou, die ook aan morfine verslaafd was geraakt,
een dimensie die past bij andere over de jongen. De seks die hij met Martin
heeft, een vermeend kunstschilder, wordt niet zedig weggemoffeld, wel degelijk getoond,
wat voor die tijd vrij ongewoon is. Het feit dat Klaus en Thomas Mann, de
vader, met elkaar van mening verschilden over hun geaardheid, kan hier niet
vreemd aan zijn en toch, de Tovenaar, Thomas dus, zou er geen bezwaren tegen gehad
hebben, zoals ook de liefdesnachten van Marion in New York, met de jonge Tulio,
de glazenwasser. De engel die Kikjou meevoert, noemt zich de engel van de vluchtelingen
en emigranten en Kikjou ziet mensen die hij kende, maar ook andere, die hij
niet kent.
Hoezo
New York? De roman speelt zich in hoofdzaak af in Parijs, lijkt, het maar ook
Praag, Zürich, … enfin, ik schreef het al, de roman speelt zich dus af rondom
Duitsland, en heel af en toe ook nog in Duitsland. Een discussie die opduikt is
of men in Duitsland blijvend, wel echt iets onderneemt tegen het regime. In
1945 of iets later zal Thomas Mann zijn broer Michael Mann heftig de mantel
uitvegen omdat boudweg gesteld werd, dat je echt zoiets als innere migration
kan beleven, wat soms kan, soms ook een schaamlapje moet zijn geweest, want
oppositie plegen in Duitsland onder de Nazi’s, viel niet zo gemakkelijk te
realiseren en de kans gepakt te worden, was vrij groot, zoals het verhaal van
de Witte Roos, van leden van de Rote Kapelle ook, liet zien. Klaus Mann kon dat
verhaal niet kennen omdat het pas speelde na de in deze roman beschreven
gebeurtenissen en na het schrijven van de roman.
Men
noemt werken graag meesterwerken, of liever, ontzegt graag een opvallend werk
de titel: meesterwerk. De roman lijkt fragmentarisch, heet het, maar op een
gegeven moment moet men wel toegeven dat deze roman, net omdat de figuren die
mogen opdraven die ons voeren in het milieu van de bannelingen, mensen die voor
exil kiezen en niet weten hoe het zal aflopen geen mooi voorspelbaar leven
leiden en dus soms even lijken te verdwijnen. Sommige figuren gaan opnieuw aan
de slag, zoals de merkwaardige mevrouw Schwalbe, krijgt aandacht, omdat ze
altijd weer een gastvrouw is in haar eethuis maar ook zodat haar vertrek naar
de oorlog in Madrid betekenisvol wordt. Hoewel Klaus Mann zelf uit een
bijzonder welgesteld gezin komt, had hij linkse sympathieën, onder invloed van
oom Heinrich, al zal dat wellicht overdreven zijn. Natuurlijk kon men tegen het
fascisme niet halfslachtig optreden, maar of de linkse weg zoveel uitzicht bood,
moet men ook goed overwegen, want in de begindagen van de machtsovername door
Hitler gingen communisten en socialisten als eersten naar de eerste kampen,
werden “Moorsoldaten”. Het socialisme zelf, zoals Jacques Van Doorn schreef had
overigens gefaald, waarover de machtsgreep getuige was. Vooral omdat de
arbeiders zich van de SDP hadden afgekeerd.
Klaus
Mann ziet duidelijk dat dit besef, vanwege intellectuelen dat de val van de
Republiek niet enkel ligt aan de economische omstandigheden, maar middels de
verschillende figuren, zoals de socioloog Deutsch, aan de wijze het
veronderstelt waarop de socialistische topfiguren de zaken hebben aangepakt. Nu,
een deel van die discussies verliep ver van de camera’s en de persen, een ander
deel betrof de uitgangspunten zoals internationalisme en uiteraard gelijkheid.
Voor wie met de ogen van vandaag deze scènes leest, merkt dat de dilemma’s nog altijd
van gewicht zijn, zeker telkens wanneer links tegen rechts komt te staan. Mann
laat zien dat wie dat gedoe met enige lankmoedigheid bekijkt en vooral voor
zichzelf een broodwinning vindt, zoals Marion von Kammer, zoals de actrice die
eerst naar de VS gaat, met dank aan een agent en vervolgens haar verdiende salaris
gaat investeren in Zürich, waar ze met Frau Kammer gaat optrekken en vriendschap
sluit. Een pension opengehouden door twee dames, dat moet toch vertrouwen
wekken.
Dan is
er dus Tilly Kammer, die ook op zoek moet naar een paspoort en dat in Praag
vindt, waarbij ze een jongeman ontmoet die vervolgens verdwijnt – en weer
opduikt in allerlei penibele omstandigheden. Zijn vriend Ernst gaat vervolgens
naar Zürich waar hij de jonge Tilly beter leert kennen en bezwangert. Ook hij
trekt verder, zij blijft achter, heeft goede kennissen, bankiers en kent een
vriendelijke jongeman, maar zij kiest voor een abortus, die mislukt en laaft
zich in het hotel waar ze zwanger raakte aan Veronal, een overdosis. Daar
ontdekt Marion hoe haar moeder, de stijfdeftige madam von Kammer en van zich
zelf ook niet zonder renommee, menselijk kan zijn, als alle pretentie zonder
grond blijkt. Alleen het jongste zusje heeft dat nog niet opgepikt.
Het
verhaal leest aardig weg, had ik vele jaren geleden al gemerkt, maar nu, kan ik
vaststellen dat de verhalen, de mensen die hun opwachting maken en ons
verbazen, onthutsen soms, ons wel degelijk iets vertellen over het lot van
mensen die hun land en woonstede noodgedwongen hebben moeten verlaten. Het gaat
om mensen die in Duitsland deelnamen aan het sociale leven en plots als paria’s
behandeld worden. Enkelen ontsnappen, anderen zoeken vergetelheid, allen weten
wat ze achterlieten. Een voormalige politiediender, een madam die menige fanfare
van honger en dorst heeft gevoed, mevrouw Schwalbe en linkse agitatoren, joodse
mensen. Er valt veel te vertellen, zo meende Klaus Mann en hij zocht een vorm
waarin sommige figuren nauwelijks een schaduw nalaten en dan weer zijn het
indrukwekkend aanwezig figuren, zoals de bankier Bernheim. De scène in Parijs
is pompeus, op Majorca bijna grotest, tot de inval van nazi’s en Franquisten. Zijn
einde geeft aan hoe tragisch het kan uitpakken als men zich misrekent, wat voor
een bankier wel heel pijnlijk moet heten. Hij dacht namelijk veilig te zijn in
Oostenrijk, ondanks de dreigende Anschluss en de twijfelachtige steun van de
kerk. Hoe pijnlijk de scène ook is, kan men hier de sardonische lag van Klaus
Mann horen, die net vertelt hoe mensen in ballingschap zich voortdurend rijk
rekenen en veilig achten.
In die
zin brengt de auteur ons een caleidoscopische film van de menselijke conditie,
verhevigd door de omstandigheden. Het gaat niet om een huis clos, maar toch erkent
men in de roman bij momenten echo’s en kritiek op het werk van Thomas Mann, de
Toverberg. De wijsgerige uiteenzettingen verwijzen naar de tijd zelf en naar
discussies die toen woedden. Klaus Mann gaf in Amsterdam bij Querido een
tijdschrift uit, “Die Sammlung” (volledige titel: Die Sammlung, Literarische
Monatschrift unter dem Patronat von André Gide, Aldous Huxley, Heinrich Mann,
herausgegeben von Klaus Mann) met geld van een Zwitserse dame uit zeer bemiddelde kringen,
Annemarie Schwarzenbach, waardoor hij ook een aantal discussies kon volgen. Wat
voor een literatuurhoogleraar was Benjamin Abel, op wie Marion botste toen ze
haar literaire tournee van Europa naar de VS had verlegd, met de hulp van een
literair agent en daarbij redelijk succes scoorde, zodat ze in New York niet
illegaal verbleef, maar ook al eens weinig geruststellende opinies hoorde rondzoemen.
In een zo een stadje, waar ze een lezing gaf en warm onthaald door een
welstellende lokale mecenas ontmoette ze Abel, die haar die eerste avond
voortdurend tegensprak in het publieke debat. Hoger haven we het al aan, in New
York kende ze een lustvolle liefde met een Italiaanse glazenwasser. Zijn vertrek
valt net niet samen met haar tournee door de VS en Klaus Mann kon toen wel al
ongeveer navoelen wat zo een reis door de Mid-West kon betekenen.
Wie
meent dat dit haastwerk is, de roman dus, moet toch maar eens de vraag stellen
wat hij of zij wil lezen. Het is Klaus Mann die deze roman heeft opgezet en
uitgewerkt, waarbij hij de lezer met enige urgentie kond wilde doen hoe het
leven van mensen in ballingschap er nu wel uitziet, terwijl hij tegelijk de internationale
spanningen te berde brengt. Joden, intellectuelen en mensen die niet willen
werken voor de nazi’s, dat is toch al een aardig kiekje van de toenmalige
Duitse en Europese samenleving. Dat er mensen ten onder gaan, aan drugs, aan
verdwaalde kogels, het lijkt zowel erg en tragisch als gewoon feiten des levens.
De
roman, geschreven in bijzondere omstandigheden, werd eerst in Amsterdam uitgegeven
op een beperkte oplage en later, jaren na de oorlog door Erika Mann, zus van
uitgegeven in een opgeschoonde versie. Zelfs
de immer kritische vader, Thomas Mann kon de roman waarderen, wat het moeilijk
maakt vandaag zonder meer te wijzen op zwakke plekken. De vier periodes die
hier tussen 1933 en 1938 aan bod komen, zijn ook het leven van Klaus Mann,
inclusief heroïneverslaving en hij schreef vanaf 1835, 1936 aan dit werk, toen
hijzelf al op doorreis vertrok naar de VS, waar ook zijn vader zou aankomen.
Waarom het werk van Klaus Mann niet opgenomen werd in de canon van Duitse
letteren van het Interbellum, zou gelegen kunnen zijn aan het feit dat hij zijn
seksuele belevenissen, homoseksuele dus niet weg heeft gehouden van de roman,
maar ook omdat hij zijn kritiek aan de Duitse medeburgers niet spaart, wanneer
hij een mooie jongeman laat opdraven die een meisje zogezegd voor het verzet
een actie laat uitvoeren nadat hij is geïnfiltreerd in de groep rond Marion en
Schwalbe. Onveiligheid, wantrouwen, aperte gevaren, dat is wat de vluchtelingen
beleven. Toch moeten we vooral begrijpen dat deze roman als geen andere een
actuele roman was bij verschijnen, waarbij de auteur heel wat gebeurtenissen
heeft meegemaakt of als getuige geobserveerd heeft. Een discussie over pacifisme
en het vermijden van oorlog in 1936, waarbij een vriendelijke Engelse
intellectueel spreekt over de vrede die men moet bewaren, hoe profetisch, of eerder,
hoe exact kan men de eigen tijd begrijpen en weergeven. In 1938 gaf Neville
Chamberlain Tsjecho-Slowakije op om de vrede te redden. En wat met die Walter
Konradi, die iemand laat verdwijnen op een geheime missie en de ouders van
Martin laat oppakken bij hun thuiskomst in Berlijn? Wie deze roman wil
samenvatten in enkele bladzijden zal veel laten liggen.
Hoe
kunnen we ‘empathisch’ herkennen wat mensen beleven die plots van huis en erf
verdreven werden, mensen die het wel stelden en als ze joods waren dat bijna
vergeten waren of voor zichzelf niet meer van tel, zoals Hannah Arendt mocht
meemaken? Bedenkend hoe Walter Benjamin,
de filosoof en cultuurcriticus in Portbou zelfmoord pleegde en zo in feite de
weg vrijmaakte voor anderen van de groep vluchtelingen op weg naar Portugal,
kan niemand nog denken dat een roman dat beter zichtbaar zou maken. Echter,
juist de roman van Klaus Mann laat zien hoe het wel degelijk mogelijk is, voor
een schrijver om een leven op de rand van de ondergang, een leven hoop en
wanhoop te verwoorden en de (latere) lezer iets mee te geven van wat het betekende
voor de betrokkenen. Of dit een meesterwerk is? Tja, wat moet een literair
meesterwerk voorstellen? Hoe groot is niet het verschil tussen Le rouge et le noir
van Stendhal, “de boeken der kleine zielen” van Louis Couperus en Pride and
Prejudice van Jane Austen? Of moet ik er nog, enigszins delicaat, “Hoe het groeide”
van Knut Hamsun aan toevoegen – die op hoge leeftijd heulde met Duitse bezetter
in Noorwegen – maar zo is het nu eenmaal, een canon opstellen werkt exclusief,
terwijl “De Vulkaan” van Klaus Mann best nog altijd lezenswaardig is. En moet
een recensent die het allemaal niet hoefde te beleven de auteur, die al sinds
1949 ad penates is, nog zeggen hoe de roman er had kunnen of moeten uitzien?
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten