Warrelingen in vrouwenlevens
Reflectie
Anna
Karenina herlezen
Tolstoj
en de kwesties van zijn tijd?
![]() |
Tolstoj als jongeman, midlifef en als oude man. |
Sommige boeken blijven ons bezig
houden, ook twintig, veertig jaar nadat je het voor het eerst hebt gelezen,
waarbij dan geleidelijk het boek meer blijkt dan je eerst al had gedacht, want
wat komt er niet allemaal aan de orde? Anna Karenina vertelt het trieste
verhaal van een vrouw, over echtbreuk en toch er is een parallel verhaal, over
een man die zich niet geheel voelde passen in het mondaine leven in Moskou en
Sint-Petersburg, die op zoek gaat naar zijn lot en plaats in het leven, maar
verliefd wordt op een jong meisje, dat eerst nuffig lijkt, maar geleidelijk een
volwassen en autonoom wezen wordt.
Kerstvakantie, buiten mottig
weer, het regent mot, binnen is het rustig of toch enigszins, want er komt veel
volk aan huis en toch, in mijn hoekje met een boekje, achteraan in de tuin het
tuinhuis, waar de kachel snort, de muziek speelt, kan ik rustig lezen en een
nieuwe wereld verkennen. Anna Karenina las ik na Oorlog en Vrede en ik leerde
dat een schrijver over meerdere registers kan beschikken, al zit er ook eenzelfde
klank in de boeken, waarbij ik niet meer weet wie de boeken vertaald had. Het komt
er ook op aan te zien wat voor personages Tolstoj opvoert en in de leefwereld
van Anna Karenina spelen leden van de adel, vorsten en vorstinnen, graven en
soms wel eens magnaten een rol, maar er zijn ook linken naar de meer gewone
wereld, van boeren en handwerklieden, de kindermeisjes en alles en iedereen die
deze wereld bevolkt. Tolstoj gaat vrij ver in het samenbrengen van mensen van
verschillende status, verschillend karakter ook, maar ja, anders is er geen
frictie, geen drama. Bovenal spelen vragen over wat de nieuwe wereld, die van
treinen en mechanisatie brengen zal. Op de achtergrond speelt de Krimoorlog een
ongewisse rol, maar de invloed van het panslavisme valt niet te ontkennen,
naast de nuchtere kritiek van lieden als Ljewin, Kostja. Zijn ene broer,
Nikolai blijkt eerder een revolutionair, 50 jaar voor Lenin in Londen de
Bolsjewiken zal verzamelen en zich wellicht ook ergeren aan het feit dat hij
niet aanwezig kan zijn bij de opstand in Petersburg, waar vele doden vallen in
de sneeuw van de opstand. De andere broer, de oudste, blijkt een kamergeleerde,
die er maar niet in slaagt zijn ongetwijfeld briljante inzichten te doen doordringen
in de publieke opinie, om het leven voor de Russen beter te maken. Zich
inzetten voor de Slavische broeders in Servië kan dan een mooi alibi vormen om
zich niet met zijn wetenschappelijke bedrijf bezig te houden. Konstantin Dmitrijevitsj
Lewin blijkt de meeste geaarde, rustige van de drie broers, maar zelf worstelt
hij met zijn bestaan als edelman, die zich inlaat met de uitbating van zijn
landbouwbedrijf, afstand neemt van de adelsvergadering in het district, omdat
hij niet gelooft dat die heren ook maar een strootje zullen verleggen. De
boeren grond geven, lijkt hem een oplossing, maar een eerste experiment
mislukt, want de boeren spelen hun gronden voor wat kopeken door aan een unieke
pachter, waardoor hun lot niet echt verbetert.
De protagonisten in deze roman behoren dan wel allemaal tot de hoogste
klassen in Rusland, in wezen blijkt zelfs Aleksej Alexandrovitsj Karenin niet
echt de hoogste posities in het Tsaristische Rusland te kunnen bereiken. Zijn jongere
zwager Stepan Arkadejevitsj Oblonski, vorst van afkomst, blijkt moeite te
hebben van zijn traktement te leven, wil hogerop, maar raakt in onmin met zijn
echtgenote, wegens al dan niet vermeend overspel met het kindermeisje. Darja
Alexandrovna wil scheiden, maar weet dat ze niet weg kan, wat haar vader, vorst
Sjtsjerbatski tot voorzichtigheid aanmaant wat de toekomst betreft van zijn
jongste dochter, Kitty, Katerina Alexandrovna, die pas in de wereld is gekomen,
als achttienjarige.
Voor we ons inlaten met Anna Karenina,
kunnen we al vaststellen dat Lev Tolstoj erin slaagt een hele kring van mensen
bij elkaar te brengen, die op het oog weinig redenen hebben met elkaar
vermaagschapt te zijn, behalve natuurlijk dat het om (oude) en in zekere zin
verarmende adel gaat, die echter nog steeds op grote voet meent te kunnen leven.
Stepan Arkadjevitsj Oblonski heeft een zus, Anna, die een oudere man huwde met
een goede toekomst en een hoog ambt; zij heeft een zoontje, waarover we niet zo
heel veel te weten komen en zij verkeerd met gemak en gratie in de hoogste
kringen. De roman vangt aan met bekende woorden, maar de ontmoeting van Anna
met een oude gravin Vronskaja, tijdens een treinreis van Petersburg naar
Moskou, waar Anna haar broer en schoonzus Darja zal bezoeken, om de scherven
van het huwelijk op te pakken en te lijmen, voor zover mogelijk, lijkt gewoon
zo een typische treinanekdote, toen de hoge adel in luxueuze treincoupés door
het land denderden, of naar Europa trokken. Toch, dat elk ongeluk altijd weer
anders blijkt, daar kan men Tolstoj volgen, maar doorheen zijn roman merkt men
ook dat hij het niet zo gelooft, dat elk geluk
van mensen op elkaar lijkt. Behalve Stepan Oblonski zijn er maar weinig
mensen gelukkig in deze roman.
Men zal zich de jonge lezer
indenken, die wel al eens de trein neemt, om naar Brussel te trekken of naar
Antwerpen, maar zich afvraagt hoe die treinen zijn ingericht. In Oostende,
leerde de jonge lezer later, kan men nog zien hoe er een eerste klasse
wachtkamer was, naast de vertrekken voor de koning en zijn entourage. Maar er
was ook een wachtruimte Tweede en een voor Derde klasse, want men diende de
welgestelden niet te confronteren met de armoede die er ook was. De jonge lezer
kon dat alles niet direct vatten, maar bij elk herlezen, ontdekte hij heldere
gestalten, waar er eerst schaduwen, schimmen leken te bewegen. De mens leerde
de jonge lezer niet kennen, dat er veel soorten mensen zijn wel en dat er
zoiets zou kunnen zijn als standsverschillen.
Anne Karenina vraagt zich niet
af, lijkt het mij, of ze ongelukkig is met haar huwelijk en haar situatie, ze
vindt alles best in orde en geniet van het aanzien dat haar stand en situatie
haar opleveren. Ze leert een jonge officier kennen, graaf Alexej Kirilovitsj Vronski,
die zijn moeder komt afhalen aan het station in Moskou, waar Stepan Oblonski
verschenen was om zijn zus op te halen. Stepan kent Wronski enigszins, Anna
kijkt uit naar de hernieuwde kennismaking met de zoon over wie de moeder,
gravin Vronski zoveel heeft verteld tijdens de lange treinreis.
Het gesprek met Stepan en vooral
met haar schoonzus Darja, Dolly in de familie, blijkt redelijk succesvol, maar
er ontwaakt bij Anna een vermoeden dat haar situatie niet helemaal in de haak is.
Dat vrouwen niet over hun vermogen beschikken, treft zowel Anna als Darja en
zal in de roman een aantal ontwikkelingen onderhuids aansturen, wat toch wel
pleit voor de visie van Tolstoj, al zou hij na een lang leven breken met zijn
vrouw en nagenoeg sterven in een station. Het zijn elementen die pas later tot
de lezer doordringen, omdat het geen issue lijkt in de roman. Wanneer Anna Karenina
de liefde van graaf Vronski op de proef stelt omdat zij langzaam paranoïde
wordt, want ze moet zich wel moet afsluiten en wordt nergens nog ontvangen
wordt in Moskou over Sint-Petersburg, verliest ze ook de greep op haar eigen
leven en neemt ze tot wanhoop gedreven een fataal besluit. De relatie met haar
dochterje dat ze heeft met Vronski lijkt anders dan ze zich had voorgesteld. Goed,
het was conventie dat een gescheiden vrouw niet meer als fatsoenlijk gold, maar
er waren genoeg mannen en vrouwen die al eens een scheve schaats reden. Het
punt was dat ze ontdekte dat de sociale druk om zich terug te trekken, haar wel
degelijk raken kon. In het buitenland had ze een genoeglijke tijd gekend, maar
het feit dat ze haar zoontje niet bij zich had, maakte haar onrustig. Een
vluchtig bezoek aan het huis van haar ex-man, om haar zoontje te zien, loopt
net niet rampzalig af. Op het landgoed van Wronski kan ze zich uitleven in het
verfraaien van de kamers, maar ook dat gaat vervelen en er is zo weinig te
beleven, buiten de grote steden, zelfs lezen gaat vervelen, moet ze onderweg
vaststellen.
Daar zet Tolstoj twee mensen
tegenover, Kitty, die aan het begin van de roman hopeloos verliefd is op
Wronski, terwijl Lewin haar het hof maakt en in eerste instantie wordt
afgewezen. De helft van de roman gaat erover hoe Lewin door die afwijzing
misantropisch wordt en zeker zijn gelijken gaat mijden, al lukt dat niet zo
goed. Onwetend ontmoet Kitty Nicolai, de broer van Kolja, in het buitenland,
waar ze gaat kuren omdat ze de afwijzing door Vronski niet kan verdragen en
iedereen vreest voor TBC, maar onder invloed van Warenka, een door haar
stiefmoeder gemaltraiteerde ziel aan weldadigheid gaat doen, tot ze merkt dat
niet iedereen daarvan gediend is, gaat denken dat ze dat doet uit hovaardigheid
en niet als Warenka uit de diepten van het gemoed, oprecht en – wat betekent
dat? – nederigheid.
Terwijl Lewin met zijn demonen
worstelt, Schopenhauer leest en andere kwesties onderzoekt, werkt hij op zijn
landgoed met alle macht aan een verbetering van het rendement en aan de
verbetering van het lot van de boeren, die er niet altijd in slagen ook maar
een zekere welstand op te bouwen. De lijfeigenschap zal pas in 1861 afgeschaft
worden - terwijl de roman zich afspeelt ten tijde van de Krimoorlog en de roman geschreven is in 1877, wat voor de lezer betekent dat hij mee moet met meerdere tijdsperspectieven - en toch zien we Tolstoj hier nadenken over een betere organisatie van de
landbouw. De discussies van Lewin met Stepan Oblonski gaan dan weer over het
verkwisten van vermogens, van de adel, door de adel, omdat ze grote lappen
grond ver onder de prijs verkopen, omdat ze er niet grondig mee bezig zijn. Vronski
probeert zijn landgoed ook te optimaliseren, maar heeft niet de interesse voor
al die nevenaspecten, die Lewin net telkens weer aan de gang houden.
Lewin keert op zeker ogenblik
terug naar Moskou, omdat hij enkele zaken moet afhandelen en ontmoet Kitty opnieuw,
die gelouterd werd door haar liefdesverdriet en haar verblijf in kuuroorden in
het buitenland. De geleerde lessen maken haar niet onderdanig of nederig, maar
brengen haar vooral een nieuw soort zelfvertrouwen bij, waar ze blijk van geeft
tegenover de man die ze had afgewezen. Tijdens een tête-à-tête na het diner,
beginnen ze elkaar voorzichtig af te tasten, omdat ze zichzelf niet nodeloos
willen kwellen maar ook de ander ontzien. Via woordspelletjes onthullen ze
zichzelf en elkaar hoe het ervoor staat, met hun gemoed en wat ze werkelijk
verlangen. Enfin, de laatste hinderpalen worden opgeheven en de volgende dag
gaat Lewin haar hand vragen, zoals dat hoort. Toch maakt Tolstoj er geen happy
end van, waarbij alles plots rozengeur en maneschijn wordt, maar doorlopen de
geliefden, die met bekwame spoed huwen en vervolgens naar het landgoed van Konstantin
trekken. Een brief van Marfa, de gezellin van Nicolai, broer van Konstantin die
al was opgedoken in de roman en terminaal ziek blijkt, roept bij Kostja heel
wat op, zeker ook ergernis, maar als zijn vrouw wil meereizen, maakt hij zich
boos, want hij denkt dat ze zich aan hem wil opdringen, terwijl hij de zaak,
excusez le mot, vlug wil afhaspelen. Met Kitty erbij lijkt het hem moeilijk nog
sereen tegenover de dood te staan, maar zij bewijst haar goede diensten, brengt
wat comfort in het leven van Nicolai, helpt hem te verschonen, waarna hij
langzaam uitdooft, al duurt dat blijkbaar toch nog een aantal dagen. Het is
niet de enige ontdekking die Lewin doet over zijn vrouw, die kort daarop
zwanger blijkt te zijn.
In Moskou leeft Lewin minder op
de kopeke, speelt hij in zekere zin het spel van de hogere kringen mee, ontmoet
wetenschappers en zet zijn eigen zoektocht verder, tot het kind geboren wordt.
Zelden las men in de literatuur hoe een vader worstelt met de geboorte van het
kind en hoe het een plaats moet krijgen in zijn leven. De zin van het leven?
Eens terug op het landgoed ziet Lewin geleidelijk beter in dat de vragen geen
rationele oplossing kunnen krijgen, zoals filosofen die menen te moeten formuleren,
want het leven is er, tot het verkwijnt. Ook die andere vraag, naar het goede
leven, zoals Kant die behandelde kan hem geleidelijk minder bekoren. In de
ervaringen van de boeren met wie hij omgaat, ontdekt hij levenswijsheid, die
hem via de boeken niet tegemoet was getreden. “Leven volgens Gods geboden”? Een
oude boer laat hem zien hoe elke mens leeft volgens eigen goeddunken, de een
vreet zich vol, de ander leeft vanuit zijn ziel. Lewin ontdekt dat hij niet zo
moeilijk moet zijn voor zichzelf.
Graaf Wronski daarentegen kan
zichzelf best in de spiegel aangluren, heeft geen idee van wat hij fout kan
doen, want hij is tenslotte wie hij is en alles wat hem toevalt, ook Anna, komt
hem rechtens toe, al mag het hem ook niet kosten. De verschillen tussen beide
mannen, ziet men echter ook bij Kitty en Anna, die beide dus moeten weten om te
gaan met de mannen om hen heen. Omgaan met haar man, Karenin, gaat na de
ontmoeting met Wronski niet meer, maar ze is volkomen afhankelijk van hem voor
haar welbevinden, zoals het omgangsrecht met haar zoon, een term waarover
Karenin zich vrolijk zou gemaakt hebben, zodat ze finaal vaststelt dat ze
nergens meer thuis lijkt te horen. Katerina, Kitty daarentegen, zal ontdekken
dat het samenleven met Lewin wel kan lukken, als ze voor alles duidelijk weet
te maken wat ze zelf wil en denkt. Zij ontvoogdt zich door haar huwelijk, laat
zich niet misleiden, zoals het haar zus overkwam, door de lapszwans Stepan Oblonski.
Er zijn ook nog andere figuren, die wel gedoseerd aan ons worden voorgesteld,
die samen meer vormen dan een côterie, maar wel een beeld geven van de
Russische aristocratie van die tijd. Bestuurlijke praktijken komen om de hoek
kijken, wetenschappers maken hun opwachting en toch, het lijkt alles welhaast
zinloos. Iedereen speelt zijn of haar toegemeten rol, zoals Bredero dat al had
bedacht en ook Shakespeare vond wel iets in die gedachte. Toch blijken vooral
Anna Karenina en Kitty het minst voorstelbaar te handelen, waarbij Anna
uiteindelijk op een treinstation haar einde vindt en Kiti daarentegen een dame
wordt, waarbij men zich kan afvragen of haar tegenslagen haar gerijpt hebben,
of dat ze een natuurlijke aanleg heeft tot empathie en begrip.
De jonge lezer die dit alles
las, dacht er wel eens over na, wat het leven brengen kan en hoe het is,
herinner ik mij, dat vrouw worden in het werk gaat. Een gesprek op een
zeilkamp, na een zware dag zwoegen op de Noordzee over dat boek, over
rolverdelingen en verwachtingen, zoals je dat als zeventienjarige wel begint te
bezien, liet me toe een glimp van dat versluierde gebeuren te ontdekken.
Naderhand dansten we op de slotfuif van het kamp, maar nadat we de boot op orde
gebracht hadden, de zeilen na het drogen gevouwen en de schoten opgerold, zaten
we nog met z’n tweeën, de fokkenmaat en ik, zij en ik, te kijken naar de
meeuwen en andere vogels, de langsvarende boten, vanop de ponton. Soms verliest
de tijd alle betekenis en ik denk dat we dat daar in feite niet zo lang gezeten
hebben, dat zelfs het gesprek niet met zoveel woorden is gevoerd, maar we wisten,
toen we rechtstonden en naar de douches gingen, dat het nodige gezegd was. Wat
onthuld werd, bleef me nog lang bezig houden, maar dat de vriendschap langer duurde
dan het kamp was wel duidelijk.
Over de roman Anna Karenina spraken
we ook, bij gelegenheid en het bracht verdere verhelderingen over wat het leven
in petto kan hebben, voor haar, voor mij. Het erotische verlangen konden we met
elkaar delen, geleidelijk werd mij duidelijk dat een ander, zij dus, ook wel
eens onverwacht kan reageren, onbezonnen of net zeer bezonnen, waar je zelf
niet aan zou denken. Toen we elkaar uit het oog verloren, ging dat vanzelf,
omdat het leven ons andere sporen liet volgen, maar de herinnering aan die
gesprekken en genoegens leiden niet tot nostalgie, want het was er nu eenmaal,
maar tegelijk blijft er iets van dankbaarheid. Ik heb het vermoeden dat Lev Tolstoj
net die gedachte meegaf aan Lewin, maar het duurde even voor die zover was,
want de grote levensvragen joegen hem vele richtingen op, terwijl het een boer
was die hem de simpele les gaf, te leven naar Gods geboden, al hoef je daar
geen inspanning toe te doen, zag die boer.
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten