Paul Scheffer, aan complexiteit ontkomen we niet
Brief
Over complexiteit en
maakbaarheid
Brugge, 18 juli
Adelheid,
![]() |
Edgar Morin, socioloog en filosoof, onderzocht de complexiteit van informatie |
Paul Scheffer bepleit in een opiniebijdrage dat politici en hun adviseurs het woord of beter het begrip “Complexiteit” uit het woordenboek en taalgebruik zouden schrappen. Hij meent namelijk dat politici en bestuurders te gemakkelijk complexiteit inroepen om niet tot actie over te hoeven gaan. De maakbaarheid, meent Scheffer, schiet erbij in omdat de complexiteit zou verhinderen dat we nog kunnen geloven dat we dingen kunnen veranderen. Je begrijpt dat ik die benadering maar deels kan onderschrijven.
Het klopt dat men wel eens verzucht dat de dingen complex
zijn en dat men dus niet hoeft te beginnen er iets aan te veranderen.
Complexiteit als excuus voor afwachten en jawel, luiheid.
Maar het probleem is niet dat men te pas en te onpas complexiteit
inroept, toch niet in de media, in het publieke discours van politici, want
doorgaans maakt men net abstractie van elke mogelijke complexiteit van een
fenomeen dat politieke actie vergt. Het verhaal van de pandemie laat zien dat
men vaak nieuwe besluiten diende uit te vaardigen omdat men een of andere groep
over het hoofd had gezien. Bovendien bleek tijdens de coronapandemie ook nog
eens dat burgers, experten en politici pas toen begrepen hoe hun leven eruitzag,
hoe complex afwegingen wel niet zijn. Bovendien zag men dat groepen en goeroes
die de maatregelen afwezen altijd goed wisten welk draadje ze uit het kluwen
konden lostornen om overtuigend het beleid voor incompetent te houden. Hun positie
leek op het oog helder en transparant, net omdat ze geen moeite hoefden te doen
om een doel voor te stellen, want het enige doel was het beleid afbreken en vooral
menen zij dat het om vrijheid gaat. Intussen steunen deze groepen wel zonder
hartzeer of zelfkritiek illiberale groepen. Als dat al geen complexe
constellatie mag heten.
Je vertelde onlangs dat een historicus geen beeld van
een periode, van een bepaalde geografische ruimte kan ophangen aan de hand van
wat je denkt dat constituerend moet heten, omdat men dan een vooropgestelde
uitkomst wil onderbouwen. Paul Scheffer verwijst naar René van Stipriaan en
diens indrukwekkende biografie van Willem van Oranje, ook wel de Zwijger
genoemd. Hij meent dat in die tijd, de zestiende eeuw, bestuurders en burgers met
een veel complexere samenleving en cultuur te maken hadden omdat de
communicatie zoveel trager verliep, maar worstelen we dan nu niet met een overvloed
aan informatie die ons telkens weer overweldigt? Maar Scheffer kan wel gelijk
hebben dat het moeilijker oordelen is met een gebrek aan info, zoals Filips II
liet zien. Maar net die trage communicatie laat ook toe dat op het slagveld en
in de handel verrassingen mogelijk zijn.
Ik stel dan ook vast dat Paul Scheffer onze
samenleving niet goed weet te overzien, al zou dat mogen verbazen van een auteur
die schreef over de moeizame integratie en de spanningen rond immigratie in
Nederland en België. Zijn punt is dat het maakbaarheidsideaal vleugels verliest
als we ons altijd gaan bezighouden met de complexiteit der dingen, maar waren
het in de tijd van Willem steden en vorstendommen die hun eigen voorrechten en
privilegies hadden en zo de besluitvorming konden traineren, dan waren er
binnen steden en andere structuren ook voldoende partijen die elkaar het licht
in de ogen niet gunden. Kijken we naar de hedendaagse politieke cultuur, dan
merkt men dat ook nogal wat partijen zijn, twintig fracties in de Tweede Kamer
om maar iets te zeggen, vaak als gevolg van afsplitsing – Bomans had dat
fenomeen in het kerkelijke landschap ook al gezien, want iedereen wil
uiteindelijk zijn eigen kerk hebben, lijkt het wel; iedere afsplitsing blijkt
dan ook nog eens een eigen trouwe aanhang te vinden, zonder dat duidelijk wordt
waar de verschillen nu echt aan de orde zijn – zodat er veel minder inspanningen
gedaan worden tot een synthese te komen van wat er aan de hand is, wat men zou
willen remediëren en waarom. Het klinkt vaag natuurlijk net omdat we in een
redenering verwikkeld zitten die zich niet over concrete kwesties buigt, maar
wel over hoe we omgaan met de observeerbare wereld.
Er is overigens
altijd nog een discussie omtrent maakbaarheid, die net terugkoppelt naar de
complexiteit van de dingen. Wat voor mensen willen we zijn, luidt dan een
eerste vraag, maar in welke omgeving willen we functioneren en dan zou het raar
zijn, als daar een overweldigende consensus over bestond, net omdat belangen en
verwachtingen niet zomaar met elkaar te verzoenen vallen. Ik heb het wel eens
lastig gehad met het begrip “maakbaarheid” omdat er onderliggend een idee aan
ten grondslag ligt, die men ongeveer kan raden, maar daarom niet kan invullen.
Maakbaarheid kan immers gaan over het scheppen van voorwaarden voor geluk, maar
evengoed kan het gaan over gelijkheid dan wel vrijheid en dan wordt maakbaarheid
wel een stevig bot om op te kauwen. Ik weet wel dat we altijd al bezig waren,
als mensen en bij elke nieuwe technische revolutie de wereld meer maakbaar te
maken, al lijkt zo een sprong vooruit altijd op het eerste zicht nieuwe
problemen voort te brengen, omdat we vaak een blinde vlek niet opmerken voor
wat er aan ongewenste neveneffecten kan opduiken.
Maar we moeten er ons toch maar van bewust zijn, zeker
ook politici dat ze een complex systeem besturen of dat althans proberen, want
net omdat we geen goed zicht hebben op de interacties tussen deelgebieden, kan
het beleid inderdaad, zoals Paul Frissen schreef in een essay over hoe de
overheid geneigd is alle mogelijke risico’s dicht te plamuren. Ook dat is een
vorm van maakbaarheid nastreven en daarbij onderschat men dan ook nog eens de
complexiteit of negeert men die zelfs gewoon, wat vroeg of laat tot onvrede
leidt in de samenleving. Kan men de globalisatie anders zien dan als een uitgebreid
programma tot algemene lotsverbetering, dan leidde dat er ook toe dat bedrijven
wegtrokken uit West-Europa, tot onvrede van minder geschoolde werknemers die
hun toekomst meer zagen. Het gaat er dan uiteindelijk om te bedenken dat de
overheid, wie dus in het bestel functies uitoefent die met bestuur te maken heeft,
vaak gaat geloven dat het volk niets weet en de bestuurder dan wel diens adviseurs
alles weten. Afgezien van de raderen van de besluitvorming in het politieke
milieu, zal men ook vaststellen dat wie de kwesties goed kan samenvatten, vaak
het gemakkelijkst het oor krijgt van de leiders. Maar als de synthese, de
samenvatting, het proces – waarvan Scheffer zegt dat dan niet over de inhoud
gaat, maar daar kan men vraagtekens bij zetten – niet spoort met wat het geval
blijkt, kan elke poging tot het realiseren van doelen in de kiem gesmoord
worden, vaak zonder dat men dat onmiddellijk door heeft.
Beleid voeren is altijd uiteraard een realiseren van
iets dat er nog niet is, want al in wetten en begrotingslijnen is uitgewerkt,
daar moet men zich niet mee bezig houden, tot er iets aan blijkt te schorten
zodat men zelfs het strikte behoud van wat is, of het zonder meer dromen terug
te kunnen naar een vergeefs verheerlijkt verleden als uiting van geloof in
maakbaarheid dient te onderkennen. Willem van Oranje overigens was als jonge
man wellicht nog zoekende, maar eens hij mee leiding gaf aan de Opstand zat hij
vaak met de handen in het haar, niet
enkel om financiële redenen – zijn geldzorgen kregen een permanent karakter,
omdat zijn geldschieters zich niet altijd aan hun gegeven woord hielden. Maar
de mogelijkheden om toch voort te gaan bleken altijd weer net groot genoeg om
door te gaan. Het is vandaag ook altijd nog een politiek heet hangijzer, de
financiering van de partijen, omdat we tegelijk willen dat de partijen niet
chantabel zijn en tegelijk mogen ze ook niet te veel losgezongen zijn van de
samenleving, wat het geval kan zijn als ze te veel eigen middelen hebben. Moet
men dan de kleine partijen ook werkingsmiddelen geven, dan kunnen er plots
partijen opduiken die meer dan genoeg middelen kunnen mobiliseren. Is onze
visie – sommige mensen denken dat we ons weg moeten houden van visies, maar als
men er niet aan begint, hoe kan men dan tot maakbaarheid komen? Daar kan ik
Paul Scheffer wel volgen. Bovendien is het lastig te begrijpen dat men het niet
over processen zou willen hebben, maar een even abstract begrip als
maakbaarheid, dat evenmin iets zegt over de uitkomst van al dat maken wel belangrijk
noemt. En ja, ook het neoliberalisme geloofde zeer in de maakbaarheid maar dan
niet vanwege de overheid, maar het bleef geloof in maakbaarheid, al speelde de
onzichtbare hand daarbij een belangrijke rol. De rol van de overheid in het
functioneren van de samenleving kan men niet negeren, daar kan ik Paul Scheffer
in bijtreden, gewoon omdat die overheid in een complex bestel wel degelijk vele
collectieve diensten moet verlenen, aanbieden, verzekeren. Maar dat kan niet
zonder oog te hebben voor precies de complexiteit en inzicht te zoeken over hoe
men de zaak kan aansturen en wat men moet aansturen. De complexiteit is gegeven,
omdat we nu eenmaal in een postindustriële massasamenleving leven, waar het
individuele altijd wel deels in statistieken gevat kan worden, maar individuen
maken ook keuzes die niet passen in het verwachtingspatroon en dat zorgt voor
onenigheid en soms gevaar op geweld,
zegt men dan, maar het om persoonlijke vrijheid, toch een waardevol goed. Een
van de maakbaarheidsidealen bestond erin dat we geweld zouden afzweren, wat
overigens in Europa vrij goed gelukt is, zonder dat de individuele
vrijheid in het gedrang kwam, wel
integendeel.
We hadden het laatst ook nog over het verdict van het
Supreme Court omtrent abortus en wapendracht, omdat we die gang van zaken niet
begrijpen, want, laten we eerlijk zijn,
men kan niet pro life zijn en aanvaarden dat mensen elkaar kunnen neerschieten.
Vooral het afschaffen van de regel dat abortus een zaak van individuele
vrijheid van vrouwen is, dat zij moeten kunnen beslissen in welke mate dit een
zaak is voor de overheid, blijft een interessante kwestie. We weten dat
Frankrijk in 1920 abortus expliciet verboden heeft om de demografische
achterstand bij te benen, die niet enkel het gevolg was van de oorlog, maar ook
van de zwakke geboortecijfers in Frankrijk voor de oorlog. De invoering van het
verbod werd pas later aangevuld met positieve maatregelen voor wie kinderen had
en goed wilde opvoeden. Ook dit vraagstuk gaat over een essentieel aspect van
maakbaarheid en waar de voorstanders van verantwoord ouderschap al eens
verweten wordt de toekomst te hypothekeren, terwijl dr. Alette Jacobs al wist
dat in haar buurt in Amsterdam mensen met twee, hoogstens drie kinderen hun
kinderen beter konden opvoeden en een betere scholing waar ze van een dubbeltje
toch een kwartje of meer kon worden.
Maakbaarheid, laten we duidelijk zijn, komt altijd
weer tevoorschijn als een vorm van paternalisme, waarbij experten beter weten
dan mensen met de voeten op de grond die hun eigen sores moeten oplossen. Men
kan ook vaststellen dat maakbaarheid nooit onderzoekt hoe men op persoonlijk
vlak met de gevolgen van beleid op grond van maakbaarheid af te rekenen krijgt.
Dat het complex is, zoals Edgar Morin uitgebreid heeft beschreven, ook omdat
hij merkte dat wie voor maakbaarheid ging, vaak met ontstellende resultaten te
maken kreeg, kan men niet negeren. Wie de digitale revoluties vanaf de late
jaren 1970 heeft zien passeren, waardoor we binnen de vijf jaar met een homecomputer
zaten, merkt meteen dat de vooruitgang vaak van universiteiten en bedrijven
kwam, waar de overheid geen snars van leek te begrijpen – behalve belastingen
heffen op schermen. De wereld rondom ons, Adelheid is fantastisch snel
veranderd, ten goede, zeer zeker, maar ook zijn er kwesties opgedoken waar we
ondanks alle ideologisch gedoe over maakbaarheid nu net geen antwoord op
gevonden hebben. Zoals de vraag wat jongeren nu zouden moeten leren, gegeven
het feit dat men veel kan opzoeken, maar tegelijk wetende dat men ook een Wikipediapagina
niet zomaar blindweg kan vertrouwen, al doet de organisatie erachter wel veel
inspanningen om betrouwbaar uit de hoek te komen. Opvallend is dat men gelooft
dat alle heil van wiskundestudies en natuurkunde – minder van scheikunde – zou komen,
terwijl de emancipatie van Vlaanderen net hand in hand ging met het democratiseren
van het middelbaaronderwijs, katholieke colleges en vrijzinnige athenea,
terwijl men op zeker ogenblik besloot dat iedereen dezelfde schoolse kennis zou
moeten opdoen. Maakbare gelijkheid? Wellicht, maar ouders die weten dat hun
kinderen beter kunnen, zullen er dan alles aan doen om hun kinderen op eigen
kosten behoorlijk onderwijs te verzorgen, zoals dat tot voor kort ook in China
het geval was.
De wereld maakbaar? Adelheid, je liet me onlangs zien
hoe verwaten dat ideaal is en hoe weinig nut het heeft mensen per se kunst aan
te praten. Wie er interesse voor krijgt, steunt men, laat men zaken zien maar niet
iedereen kan in een oogopslag het belang van “Guernica” vatten, noch de
esthetische ervaring meekrijgen, want het is
een complex werk, waar je langer naar moet kijken, rustig weg de vele
details overzien en hopen dat je aan het eind het geheel nog ziet. We moeten
afzien van de idee dat er een groot plan is, want daarmee steunen we
(ongewild?) complotdenkers en wekken we achterdocht omdat de dingen niet
verlopen zoals we zouden willen dat ze verlopen. Maakbaar is de wereld wel
degelijk, maar er is geen instantie die alles overzien kan, die alle radertjes
aansturen kan. Misschien ligt daarin het falen van Plato, die dacht dat een
stadstaat best bestuurd zou worden door een Filosoof-Koning, die dan zou
bepalen wat goed is voor de stadstaat en, mogen we hopen, voor de burgers. Maar
Athene liet zien, gedurende enige tijd, dat een gezamenlijk bestuur van de
stadstaat veruit te verkiezen valt boven het toevertrouwen van alle macht en
gezag aan een chef, zelfs als die een filosoof zou zijn. En dan mogen we ook de
vraag stellen of filosofen wel bereid zouden zijn zoveel macht te aanvaarden,
in de veronderstelling dat hun wijsheid fataal ontoereikend moet heten om een
bestel draaiende te houden en burgers een goed leven naar eigen inzicht te
gunnen.
Neen, wat maakbaar is, gaat uit van burgers,
individuen en groepen, die zich in organisaties, bedrijven of groepen van
gelijkgezinden organiseren. In die zin heeft het zogenaamde middenveld, door
politici al eens verguisd tot organisaties in hun nabijheid mee onderuit dreigen
te gaan, want dan moet men natuurlijk halthouden, om geen onnodige schade aan
het eigen netwerk aan te richten. Het is ook wezenlijk in een democratisch
bestel dat niet de staat de (verheven) doelen stelt van wat er moet gebeuren,
maar het is aan burgers en de volksvertegenwoordiging om daartoe hun bijdrage
te leveren. Dictaturen kunnen wel overleven onder leiding van een strak bestuur,
maar op enig moment verliest men aansluiting met de vooruitgang die zich elders
voordoet. Daarom moeten politici niet altijd zo hoog van de toren blazen, Adelheid,
maar als zij niet trots zijn op wat bedrijven, organisaties, burgers van het
land realiseren, wie kan het dan wel doen? Net daarom vertegenwoordigen zij
ons, de burgers. Juist, burgers mogen ook wel uitspreken dat het land, klein of
groot wel degelijk iets betekent voor hen, maar dat neemt niet weg dat ze per
se de zittende regering moeten steunen, tenzij wellicht in tijden van oorlog.
Paul Scheffer stelde dat het maakbaarheidsideaal niet
losgelaten mag worden en dat men niet meer mag spreken over de complexiteit der
dingen. Maar die zijn nu eenmaal en evident complex en bovendien, de overheden
moeten vooral zorgen dat er ruimte is voor initiatief, vernieuwing,
modernisering, een zekere maakbaarheid, zonder zelf a priori het monopolie op
te eisen voor wat er dan moet uit komen, want een slimme gast, vrouw, kan
misschien veel betere ideeën hebben en weten hoe die te realiseren. Men kan
niet om de complexiteit heen, leden van de Europese Commissie en
Directoraten-Generaal, maar wat men voorstelt aan wet- en regelgeving dient
vooral het welzijn en de welvaart van burgers te bevorderen, van de Algarve tot
Karelië, van Cork tot Bulgarije.
Hartelijk,
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten