Wie zijn nu (Vlaamse) kopstukken?
Dezer Dagen
Frans van Cauwelaert in beeld?
![]() |
Frans Van Cauwelaert (1880 - 1961) |
Noem het een ergernis, noem het vooral een bezorgde vraag van de historicus: waarom al die aandacht voor een man als August Borms[i]? Hij leeft voort, terwijl anderen, die meer zoden aan de dijk hebben gezet, zoals Frans van Cauwelaert in de politieke debatten vergeten zijn geraakt, want gemakkelijk kan men wie het over de man wil hebben kaltstellen door te verwijzen naar mogelijke financiële malversaties. Maar van Frans van Cauwelaert kan men zeggen dat hij de samenleving in Vlaanderen door taalwetgeving heeft vernederlandst, wat hem door lieden als August Borms en Cyriel Verschaeve niet in dank werd afgenomen. Ook Gustaaf Sap heeft er mee voor gezorgd dat de eeuwig doende politicus Van Cauwelaert met financiële aantijgingen kon worden lastiggevallen, terwijl in naam Sap ook Vlaamsgezind was. Een portret van Frans van Cauwelaert, zoals Lode Wils[ii] in meerdere delen uitschreef, verdient best wel aandacht.
Lode Wils zelf heeft gedurende jaren zowel onderzoek
naar leven en werken van Frans van Cauwelaert, terwijl hij intussen ook de
onverzoenbare strijd tegen het België van koning, kerk en kapitaal onderzocht.
De hoge clerus was pro patria Belgica en de lagere clerus, zelf vaak geboren op
(kleinere) boerenbedrijven of zelfs arbeidersgezinnen, zich emancipeerde en zo
mee de emancipatie van de Vlaming ter harte ging nemen, met parochiale werken,
zolang de deken en de brouwer het goed vonden. Wils stelde dat de Vlaamse
Beweging in hoofdzaak katholiek was omdat de elite liberaal was, maar bij die
elite was er na 1830 en zeker na 1848 een sterke groep van katholieke
nobiljons, die de liberale samenleving niet geneigd waren te omhelzen. Het is
een deel van het werk van Lode Wils dat vaak is aangegrepen om de Vlaamse
Beweging kleinburgerlijk en dorps te bevinden. Iemand als Cyriel Buysse was
niet tegen de Vernederlandsing van het onderwijs en de samenleving, maar dorps
kan men de schrijver uit Afsnee niet noemen; hij schreef over kleine mensen in
een bekrompen wereld, maar hij was zeer vertrouwd met het werk van Louis
Couperus, net zoals ook Stijn Streuvels dan wel een bakker uit Heule was, maar
zeer vertrouwd met de literatuur van zijn tijd, Tolstoj en Knut Hamsun. Het
beeld dat Lode Wils van de Vlaamse Beweging ophangt kan men niet met enkele voorbeelden
onderuithalen, maar het zou wel aanleiding mogen geven tot nader onderzoek van het
literaire leven in steden en dorpen. En ja, het Davidsfonds quoteerde boeken op
een morele schaal, maar verspreidde wel heel wat lectuur en literatuur. Kent
men de titels niet, dan moet men begrijpen dat een oordeel altijd een vooroordeel
moet heten. Zijn we het dan eens met de censuur van het Lectuurrepertorium? Ik
hoorde van oudere generaties dat zij
niet zomaar een boek uit de schoolbibliotheek konden aanvragen, maar
daarbij, als er morele bezwaren waren, een toelating diende te vragen aan de
superior. Zo volgde men het leesgedrag van leerlingen, maar evengoed was men op
colleges wel geneigd, hoorde ik, zonder andere bronnen ter beschikking te
hebben, dat goede leerlingen heel wat vrijheden kregen en ook “gevaarlijke”
boeken mochten lezen, mits achteraf een leesverslag werd ingediend en
besproken.
Frans van Cauwelaert kwam in 1910 in botsing met
kardinaal Mercier, precies over de Vernederlandsing van de Universiteit van
Leuven, wat Mercier onmogelijk kon accepteren, want het Vloms is geen
taal van wetenschappen. Dat Simon Stevin – uiteraard protestant – al in de zeventiende
eeuw Wiskundige vraagstukken in het Nederlands behandelde, was voor Mercier,
die in andere opzichten wel vrij modernistisch naar voor kwam, geen argument.
Het Nederlands was voor Mercier ook nog de taal van de protestanten, maar de
neothomist Mercier had wel oog voor wat Van Cauwelaert presteerde als
academicus, in de experimentele psychologie, waarvoor hij in Freiburg werd
aangetrokken als bijzonder hoogleraar. De katholiek van Cauwelaert vond dat er te
veel mangelde aan het statuut van het Nederlands en vanaf 1910 begon hij
stelselmatig politieke actie te ondernemen, zeker na zijn verkiezing voor de
Kamer in 1911. Met Camille Huismans en Louis Franck gingen ze onder de
geuzennaam de drie kraaiende hanen pleiten voor een Nederlandstalige
universiteit. Hij stelde toen ook al een programma op, zelf noemde hij het een
minimumprogramma voor de Vernederlandsing van het Onderwijs, bestuur en gerecht,
wat toch een veelomvattend programma moet heten, met ook zeer vele
consequenties, impliciete en expliciete. Is de taal van bestuur het Nederlands
dan moeten burgers en bedrijven wel in het Nederlands corresponderen en
communiceren met die overheden. Is de taal van het gerecht het Nederlands, dan
moeten diezelfde burgers en ondernemingen, notarissen en advocaten evenzeer
zich van het Nederlands bedienen en daartoe is goed onderwijs in het Nederlands
onontbeerlijk. Een minimumprogramma noemde men dat, maar het zou ertoe leiden
dat na WO II het Nederlands in Vlaanderen zo vanzelfsprekend zou worden dat het
Frans niet meer vanzelfsprekend de tweede taal is voor jongeren. Niet voor
niets begreep Jules Destrée gauw genoeg dat Vlaanderen aan de Franstaligen zou
ontsnappen: Sire, il n’y a pas de Belges”.
Onder meer Borms en anderen hebben tegen een aantal
taalwetten tot verzet opgeroepen en in de Kamer gestemd tegen de invoering
ervan, omdat dit hun maximumprogramma niet diende, terwijl het bij nader
toezien wel de noodzakelijke voorwaarde was om tot een Nederlandstalige
samenleving in Vlaanderen te komen. Men heeft de afgelopen dagen weer te hoop
gelopen tegen het districtsbestuur van Merksem, omdat het niet afdoende
duidelijk had gemaakt dat de figuur van Borms best meer duiding zou krijgen.
Het graf werd geschonden en extreemrechtse groepen, lopen dan weer te hoop
tegen de linkse clubs. Iedereen blij, tenzij men zich afvraagt waarom men die figuur
van Borms zo centraal zet, terwijl in het artikel van Walter Pauli gezegd wordt
dat de man maar een duidelijk wapenfeit had gepleegd, zich te offeren voor
Vlaanderen, eerst in 1918, later in 1928 bij de Bormsverkiezingen en tot slot
na de bevrijding, bij zijn terechtstelling. Het zijn meerdere feiten, maar het
gaat om die specifieke houding van het vereren van slachtofferschap. Dat Borms
Duitsland en een van de kampen van Auschwitz bezocht en droomde van een
overwinning door het nazisme verdraagt geen twijfel. Maar is hij daarmee een frontfiguur
van de Vlaamse Beweging? Blijkbaar zijn er in het Vlaamse Parlement die hem een
kopstuk vinden, maar in de loop van de jaren is me wel duidelijk geworden wat
voor een heilloze weg die man en zijn volgelingen gingen.
Er zijn andere kopstukken, zoals Frans van Cauwelaert,
die doorheen hun carrière blijk hebben gegeven van inzicht in mens en samenleving
en het belang van de taal voor Vlaanderen, inzichten die dezer dagen uit het
oog worden vergeten. De oprichting van de krant De Standaard in 1914 en de
eerste verschijning in 1919 blijft een belangrijke daad van zelfbevestiging, al
vergeet men dat bij die krant wel eens. Er zijn ook anderen, denk ik telkens
weer, al die leraren, onderwijzers, artsen en advocaten die in stilte, dat wil
zeggen in hun dagelijkse werk blijk hebben gegeven van hun aandacht voor de
Vlaamse Res Publica in worden, ook via de taal en doorheen de opvoeding van hun
kroost van respect voor het Nederlands, onder meer door de ABN-kringen in de
colleges te vervoegen en er propagandist voor te worden. Zij gingen doorgaans
niet naar het Oostfront, wel, zoals mijn vader en vele van zijn vrienden, op
een uitzondering na, doken ze onder, om aan de verplichte arbeidsdienst te
ontkomen, met alle risico’s van dien. Zij volgden niet blindelings een leider,
namen als volwassenen verantwoordelijkheid op in schoolraden en andere
besturen. Zij breidden hun vorming levenslang uit door nascholing en literatuur
tot zich te nemen, al lang zonder ergens ook maar een briefje met “ik begeer te
lezen…” te hoeven overleggen.
Dat burgerlijke Vlaanderen, waarvan Marc Reynebeau
vindt dat het kleinburgerlijk moet heten, steunde de uitbouw van culturele
centra, opgezet door mensen als Frans van Mechelen en Johan Fleerackers kunstacademies, kunstenaars door werken aan te
kopen. Ja, de dochter speelde piano, de zoon viool of cello en de echtgenote
hield salon, waar al eens een schrijver kwam spreken of een professor. Bij de studie
de afgelopen jaren over de Verlichting merkte ik vaak dat die salons, leesclubs
noodzakelijke steunberen waren voor de culturele en intellectuele
ontwikkelingen in Vlaanderen. Eric Defoort heeft hierover in zijn werk wel
aandacht gehad voor hoe cultuuroverdracht en -creatie mogelijk zijn, gewoon
omdat vaak het onderwijs, wegens gegeven in het Frans, en het publieke leven niet
altijd de beste toegang bood. Maar vanaf de jaren ’50, zeker na 1970 werd de
televisie een belangrijke drager van cultuuroverdracht en cultuurproductie, waarbij
lange tijden het vormende aspect en de juiste taal van belang was. Natuurlijke
taal? Tja, dialect is wat men leert als men opgroeit in het dorp waar de ouders
en grootouders zijn opgegroeid, tenzij men onderwijzer kon worden. Het is
opvallend dat links aan de ene kant niet nalaat de Vlaamse Beweging af te
schilderen als bekrompen en geborneerd terwijl kennisverwerving voor die
middenklasse alleen al beroepshalve een noodzaak was.
Neen, men moet Borms niet vergeten, maar er zijn
andere figuren, die minstens even belangrijk waren voor Vlaanderen en nu
moedwillig buiten beeld worden gehouden, zoals Frans van Cauwelaert. Dat hij
betrokken was bij de tribulaties die zouden leiden tot de oprichting van de Kredietbank,
nu de KBC, laat onverlet dat hij met zijn minimumprogramma meer heeft bereikt
dan de maximalisten ooit hebben kunnen realiseren, namelijk niets. Figuren als
Van Cauwelaert, maar ook Gaston Eyskens, men kan veel kritiek formuleren, omdat
hun handelen geboekstaafd is, maar ook gevolgen had. De staatshervorming van
1970 met de Grendelgrondwetsartikelen – het monster van Grendel, aldus
Jean-Pierre Rondas en dat op goede grond – was een ongekende vooruitgang in het
proces waarbij Vlaanderen meer zelfbestuur zou krijgen, over Wallonië
bekommerde men zich niet, maar de hervorming legde ook een grote last op het
vervolg, omdat de vereisten voor nieuwe grondwetsherzieningen en hervormingen slechts
tegen een hoge prijs mogelijk zouden zijn en dat was nu net wat. Wat men niet
altijd zag, lag besloten in de wijze waarop realisaties afgewogen werden, wat
bij de Sint-Michielsakkoorden duidelijk werd, toen de Vlaamse Volksbeweging vol
in het orgel ging om de voorstellen, het akkoord af te schieten, terwijl onder
meer een autonoom regionaal parlement voor Vlaanderen, Wallonië en ook Brussel
werd verder autonoom, maar een parlement had het al. Als er maar een prijs aan
vast ging, was het mis en dat heeft de Vlaamse Beweging, zeker ten tijde van
Egmont zichzelf aangedaan.
Frans van Cauwelaert had dat voorzien en daarom achtte
hij de Vernederlandsing van de samenleving prioritair, die via de, door de
extreemrechtse beweging vermaledijde taalwetterij had uitgewerkt en eraan had
vastgehouden tegen vorst en partij in. Niet aan politiek doen is gemakkelijk,
als men vanzelf de stemmen binnenrijft van ontevreden burgers. Maar die burgers
worden ook door de media in de armen van het Vlaams Belang gedreven, omdat de
media telkens weer de kans geven aan lieden als Van Grieken zich als
maagdelijke beschermers van den armen burger voor te stellen, omdat redacties
altijd weer de tegenstelling koesteren, in het licht zetten, want zo heerlijk
simpel is het te zeggen dat jantje heeft gemorst en Pietje moet het opruimen. Ach,
politiek bedrijven met een doel, zoals van Cauwelaert, het is niet simpel, maar
hij presteerde het toch maar. Wat zou de huidige burgemeester van ’t Stad daar
nu van denken? Wellicht ook dat een politicus die politiek bedrijft niet altijd
alleen maar erkenning en waardering krijgt, maar ook dat het leven niet altijd
zo rechtlijnig verloopt als goeroes het graag willen voorstellen.
Bart Haers
[i] Artikel van Walter Pauli zegt
alles over hoe men de blik op de geschiedenis verengen kan. In Knack: https://www.knack.be/nieuws/belgie/van-de-august-borms-in-elk-van-ons-verlos-ons-heer/
[ii] Hoe overvloedig Lode Wils
over Van Cauwelaert onderzoek heeft verricht en geschreven, laat zich aflezen
uit de bibliografie:
·
Lode Wils, Frans Van Cauwelaert, Houtekiet, Antwerpen, 5 delen:
o
De Messias van Vlaanderen. Frans Van Cauwelaert, 1880-1910, 1998
o
Frans Van Cauwelaert en de barst in België, 1910-1919, 2001
o
Frans Van Cauwelaert afgewezen door koning Albert I. Een tijdbom onder
België, 2003
o
Burgemeester Van Cauwelaert, schepper van Nederlandstalig Vlaanderen,
1923-1932, 2005
o
Frans Van Cauwelaert, triomf, val en wederopstanding, 1932-1961, 2009
Reacties
Een reactie posten