Wie was Manuel II Paleologus

Brief

Aan de ongeletterde mensen van deze tijd

Manuel II Paleologus, keizer en schrijver, zoals
ooit Marcus Aurelius, maar van Manuel horen
we maar heel zelden. Hoe canons ons
verblinden, blijft me wel vaker verbazen? 
De gedachte kan ik maar niet van mij verjagen dat we een in tijd van quotes iemand kunnen vernietigen. Zelf hoef ik de paus niet te verdedigen, maar als een mens die zich niet kan verdedigen aangevallen wordt, moet men hem of haar wel bijstaan. Tegelijk is er iets van een andere orde in het geding, het vermogen en de bereidheid een tekst te lezen die niet onze visie verdedigt ernstig genoeg te nemen om hem, die tekst, geen geweld aan te doen. Is dat niet wat de geletterde mens beweegt?

Nu de paus aankondigde uit zijn ambt te zullen treden werd met veel gedruis de scène in de aula van de universiteit te Regensburg weergegeven waarin de paus een lezing gaf over de relatie tussen rede en geloof met de titel: Glaube, Vernunft und Universität. Erinnerungen und Reflexionen. In de opbouw van zijn tekst vernemen we dat hij recent (i.e. 2006) in een boek een uiteenzetting las over de dialoog tussen Manuel II Paleologus en een verder anonieme Perzische geleerde. Ik kan mij niet herinneren dat een westerse journalist dat boek van professor Theodore Khoury gezien heeft, laat staan ernaar verwezen, laat staan dat iemand de werken en zelfs enige biografische levensfeiten heeft onderzocht. Dan blijkt dat Theodore Khoury van Libanese afkomst is, geboren 1930 en werkzaam aan de Universiteit van Munster waar hij zich bezig hield met de interreligieuze dialoog van Christenen en Islam. In dat kader is de intellectuele nieuwsgierigheid naar de geleerde keizer Manuel II Paleologus best begrijpelijk. Des te onbegrijpelijker is dat men een enkel citaat heeft losgescheurd uit de tekst. Begrijpelijk is wel dat men vanuit sceptische hoek het discours over de redelijkheid van het geloof niet wil aannemen, onbegrijpelijk is dat men een welgemeende redevoering op deze wijze gewoon ondergraaft. Wie voor de academie spreekt, spreekt niet aan de toog van café de reisduif. Maar ook, wie het niet van belang vindt die bizarre periode aan het einde van de 14de en begin 15de eeuw in dat gebied, de kusten van de Zwarte Zee te bestuderen, kan zich toch maar beter van commentaren onthouden. 

Een andere opmerking voor ik het citaat bekijk is ook wel gewettigd, met name de discussie over de waarachtigheid waarmee we naar teksten kijken. Het was Umberto Eco die, in de roman de naam van de Roos illustreerde hoe gevaarlijk het kan zijn als men een tekst niet meer ziet in de context. De brave mensen die menen dat men uit elke rede, elk interview een opmerkelijk citaat kan distilleren vergeten dan dat iemand niet zomaar citeert of misschien een opmerkelijk inzicht te berde brengt om de eigen gedachte beter te stofferen. Lang heb ik gedacht dat het postmodernisme verantwoordelijk was voor het in het wilde weg knippen en plukken uit teksten, waarbij men dan de context achter zich laat. Belangrijker blijkt dat ook het postmodernisme zelf een poging was de intertextualiteit te benadrukken. Er is dus geen reden om aan te nemen dat men ad libitum met teksten en citaten mag goochelen. Nu zijn het precies vaak zeer gelovige christenen die uit de bijbel van alles weten te halen… zonder context. Eigen aan het omgaan met teksten van theologen als de paus, maar ook filosofen, politici bestaat in omzichtigheid. Nog eens, de heren van de kerk zullen zichzelf wel verdedigen en hun aanpak, mij gaat het erom dat ongeletterde mensen de redevoering voor een academisch publiek totaal naast zich neer hebben gelegd en dat is een houding die mij stoort. Overigens, in Wilhelm Meisters Lehrjahre schetst hoe sommige mensen alleen om de weetjes bekommerd kunnen zijn en de kennis niet ter harte nemen, wat dolle pret oplevert.

Bekijken we dan het tekstfragment, dan komen we terecht in een periode, rond 1400 toen het Byzantijnse rijk er erg aan toe was, zeer wankel en de Keizer, Basileus, een behoorlijk erudiete man, zich afvroeg in geschrifte wat er nu van aan is, wat Mohammed gebracht heeft. Voor hem is het ongeloofwaardig als men het geloof met geweld oplegt. De paus kent ongetwijfeld de geschiedenis van de kerk en van sommige zeer naarstige missionarissen, in vroeger tijden, maar ook in de negentiende eeuw, zodat zelfs in dit citaat een gedachte zit die we niet zomaar terzijde kunnen schuiven, jawel, een bijna openlijke vorm van zelfkritiek. De Keizer dreigt  zijn rijk, vreest voor zijn onderdanen dat zij ook hun cultuur zullen verliezen en kan blijkbaar niet om met de gedachte dat geloof zonder rede mogelijk zou zijn. De Iraanse geleerde vond dat God ver boven alle redelijkheid staat en volkomen transcendent is. De paus verwijst vervolgens naar een belangrijk probleem in de Islamitische geloofsleer, dat delen van de inzichten over de Jihad uit de tijd van Mohammed komen en andere uit de latere Hadith toen de Islam al grote delen van de toen bekende wereld veroverd hadden, ook Iran. Let wel, voor een moslim kan dit geen probleem zijn, want de teksttraditie onderzoeken behoort niet tot geplogenheden. Maar dat zijn sommige christenen evenmin gewend te doen.

De paus wil aangeven dat er in de opvattingen een probleem kan ontstaan als het geloof redeloos wordt en de wereld van het geloof en de wereld van de kennis volkomen gescheiden raken. Natuurlijk kan men deze discussie bij deze beëindigen omdat het geloof sowieso onredelijk zou zijn. Maar zelfs dan kan het interessant zijn de discussie over de redelijkheid van opvattingen wel te volgen. Want het staat me voor de geest dat er wel vaker voorvallen geweest zijn dat opvattingen zozeer het redelijke vermogen van de mens verduisterden dat er geweld getolereerd werd. Het zal voor weinigen een geheim zijn als ik nu aan de Rede denk, zoals de Franse Revolutionairen die presenteerden en de rede tot eredienst hebben verheven. Maar ik denk ook aan de beginjaren van de Russische revolutie, toen Lenin vond dat men de bourgeoiselementen in de samenleving moest smoren. Of aan de Dekoelakisering van Stalin, die in Oekraïne volgens Timothy Snyder tot 6 miljoen levens gekost kan hebben en verantwoord met de gedachte dat men de landbouw moest bevrijden… De slachtoffers van de vervolgingen van 1936 en volgende jaren wisten dat ze alleen konden toegeven, want ze wisten dat de geschiedenis gelijk altijd zou hebben, zodat de geschiedenis die zichzelf vorm geeft de mens helemaal wegvaagt.

Het is in die context dat men er zich niet toe kan bepalen de toespraak van de paus tot die ene zin te beperken die men dezer dagen voortdurend ziet voorbij komen. Was de zin dan echt zo storend voor de moslims? Op het oog wel, als men de vraag van de Byzantijnse keizer niet weet te plaatsen, namelijk op het hoogtepunt van een zware strijd. De kwestie is of dit het citaat voor de Paus niet onmogelijk had moeten maken. Maar ja, mag men van de toehoorders in zo een academisch kader dan niet verwachten dat ze verder kijken dan het citaat? Bovendien herhalen we hier ten overvloede dat de spreker verwijst naar een boek uit 1966 (Manuel Paléologue. Entretiens avec un Musulman, Introduction, texte critique, traduction et notes par Theodore Khoury, Editions du cerf, Paris 1966) dat gemaakt werd door een Libanese Christen, katholiek, werkzaam in Munster, Duitsland en betrokken bij de dialoog tussen Christendom en Islam. In een review article in het tijdschrift Revue de l’histoire des réligions lezen we zelfs dat de controverse die Khoury leest, vertaalt en annoteert interessant en hoffelijk blijkt, hoffelijker dan andere controverses …

Men kan immers niet zomaar nadenken als men niet op enig ogenblik onwelkome inzichten mee in de rekening neemt. Maar het lijkt erop dat de lezer, toehoorder vandaag teksten niet alleen letterlijk neemt, maar een volkomen gebrek aan zin voor kritiek aan de dag legt. Zin voor kritiek betekent dus in de eerste plaats zin voor onderzoek en bereidheid de zaak die men onderzoekt ernstig te nemen. Blijkt het  allemaal nergens op te slaan dan laat men het gegeven terzijde.

Men vergeet dat de Paus van Rome voor zijn gelovigen spreekt en voor wie nog maar weinig aan de kerk gelegen is, niets te zeggen heeft. De kritiek van mensen die de paus niet als een leidsman zien, komt mij vooral overbodig voor, tenzij men in zijn of haar eer aangetast zou zijn. Kan men over een gebeurtenis van 600 jaar geleden nog beledigd zijn, zoals sommige moslims, waarbij we zoals na onderzoek bleek aan de koning van Marokko of de premier van Turkije mogen denken. Vergeleken met de cartoons is de tekst van Regensburg van een andere aard. Het verhaal is te gek voor woorden: in een rede van meer dan een half uur, waarin de kerkvorst spreekt over rede en geloof haalt men een citaat te voorschijn en men gaat er zich massaal aan ergeren. Het zij zo, maar het getuigt niet van grote bereidheid te luisteren en dus beledigt men op zijn beurt de spreker.

De discussie werd, nu de paus afscheid neemt van zijn ambt, opnieuw opgerakeld zonder enige verdere duiding. En al bij al, als moslims zich ergeren aan de kruistochten en de kolonisering van delen van de Arabische en Islamitische wereld, dan hebben ze een punt. Maar mogen Europeanen zich dan ook herinneren hoe de janitsaren werden gehaald uit ongelovige dorpen op Balkan? Dat Saladin er perfect in slaagde jongeren in te zetten om de Tempeliers en andere kruisvaarders uit Syrië en Palestina’s te verdrijven? Juist, á la guerre comme á la guerre, toch? Maar kan men er dan zevenhonderd jaar later nog pissig over doen? En dan is er natuurlijk 1453, toen het Byzantijnse Rijk verdween, terwijl we ook kunnen denken aan de verdrijving uit Cordoba van de Moren, in 1492?

De rede, daar kan ik wel mee instemmen is in al die oorlogshandelingen niet altijd zo onmiddellijk te herkennen. Maar de oorlogvoerenden hanteerden wel hun eigen rede en probeerden de tegenstander met wapens, listen en lagen te overtroeven. Maar tegelijk merken we dat bijvoorbeeld in El Andaluz een paar eeuwen lang een centrum van wetenschap en filosofie geweest is, dat ook Bagdad een lange tijd wetenschappen en filosofie hoog in het vaandel voerde. Bovendien, maar hierover zal men stellig met mij van mening verschillen kon en kan men zich de Islam net zomin als andere godsdiensten voorstellen zonder syncretisme van bestaande opvattingen en inzichten – waarbij men dan wel ver staat van het geloof in de profeet. De godsdiensten vormen dus, tot het onredelijke toe in sommige gevallen, een systeem dat precies heel sterk beroep doet op redelijke wensen van mensen en op hun wens redelijk bejegend worden.

Men kan het vreemd vinden dat ik op deze beruchte misslag van de paus terugkom, maar ik vind het vreemd dat men zo weinig moeite gedaan heeft te bedenken dat de Paus wel degelijk iets wilde zeggen. Over de redelijkheid ging het ook bij Stephen Toulmin, maar ook dit wordt niet ernstig genomen. Wetenschap kan ook op een onredelijke manier beaat bejegend worden en dan ontstaan er problemen. Het is niet altijd mogelijk visies goed te evalueren, maar, wat had u gedacht, daarvoor rekenen we op de media. En dus valt het me dan tegen dat die mensen die de media bevolken allemaal op dezelfde manier tegen de dingen aankijken.

Van de ongeletterde mensen en journalisten, verlos ons… maar wie moeten we daarvoor aanspreken? De heer Murdoch, de bazen van de VRT? Van het Nederlandse omroepbestel? We zullen zonder hun welbevinden wel zelf proberen te zien wat van waarde is. Met andere woorden, wie geen kerk, papen of pausen van node zegt te hebben, moet die ook niet elders zoeken. En wie zegt redelijk te zijn, kan dan ook maar beter redelijkheid aan de dag leggen door teksten goed te beluisteren of te lezen.

Vriendelijke groet,

Bart Haers   

Reacties

Populaire berichten