Over democratie, macht en samenleven


Reflectie

De Grieken Begrijpen


 Beeld van de Hoplietenfalanx. Men denkt zich niet vanzelf
dat sommige landen zich eerder met iAthene dan wel met
Sparta identificeren. 
Men discussieert over de School van Morgen, maar de aanleiding, een discussie over het belang van een brede, humanistische vorming botst op het verlangen een onderwijs op gang te brengen dat perfect afgerichte aapjes oplevert. Intussen weet men dat kennis van talen en van wis- en natuurkunde niet enkel een zaak van papegaaienwerk zijn, maar ook van een geleidelijk ontwikkelen van mogelijkheden. Studie van oude culturen geeft geen direct meerwaarde, maar het boek van Tom Holland, Perzisch Vuur, laat zien dat het begrijpen van een cultuur – waarover relatief weinig bekend is, wel degelijk de ogen kan openen. Niet om de namen van de protagonisten van buiten te leren of bepaalde citaten op te slaan, maar om de ontwikkeling van een brede cultuur te leren kennen, dus de cultuur van de Grieken… en van de Perzen.

Vandaag botsen we, zo lijkt het, steeds weer op de grenzen van de democratie, maar voeren we telkens weer dezelfde discussies. Hoewel ik een van diegenen ben die vindt dat vergelijkingen tussen moderne democratie en de situatie in Athene, of liever de evolutie van de stedelijke evolutie naar een democratisch bestuur, moeilijk hard te maken zijn, denk ik toch iets te kunnen leren van die oude Grieken en hun discussies. De wieg van de democratische gedachte brengt mij ertoe na te gaan hoe de concepten tot stand kwamen. Hierbij kunnen we de heer Tom Holland opnieuw als gids in dienst nemen, want wat hij te vertellen heeft, biedt ons niet enkel een plezierig verwijlen in de herinnering aan toen ik jonger was maar ook de verwondering over het vergeten van wat we eens leerden. . 

In een later stuk over Alexis de Tocqueville zal de moeilijkheid blijken over hoe we naar onze samenleving kunnen kijken en er verschillende facetten van onderzoeken zonder te vergeten dat dit denken de observatie niet mag verdringen. Maar ook de Tocqueville kwam met vragen over vrijheid en gelijkheid, over bestuurspraktijken aanzetten, vragen die niet altijd voldoende onderkend worden. Despotie en vrijheid vallen niet te rijmen, maar de Grieken wisten blijkbaar geleidelijk de tirannen uit te bannen, althans in Athene.

Locale gemeenschappen kan men moeilijk vergelijken met een overgroot imperium. Uiteraard was Athene zelf al niet meer alleen het stadsgebied Athene zelf maar het gebied Attika en had het grote belangen op de eilanden, waarvoor regelmatig oorlogen gevoerd werden, ook in de periode die Tom Holland in Perzisch vuur beschrijft. We weten dat Athene model stond voor de democratie, maar wie dit boek leest merkt dat dit niet een van de ouden gegeven zekerheid was. Ik herinner me eerder de opleiding bij Prof. dr. John Devreker, die ons met enige lijzigheid een introductie gaf in de geschiedenis van de klassieke oudheid, de Griekse en de Romeinse, eerder dan aanzetten daartoe tijdens de humaniora, want het ene overschreef het andere. Het interessante was dat ik al studerende de samenhang tussen de Griekse en Romeinse oudheid, voor 323 BC beter ging zien. Evengoed werd duidelijk dat de uitwisseling met andere gebieden in de Middellandse zee best eens interessant kon zijn. Daarvoor moest ik op zoek naar andere bronnen, want zoveel kwam er in die cursus over Griekenland en Rome niet aan bod. Over Perzië is er wel iets geweten, maar Europese geschiedschrijvers lijken het eerder als een exotisch verhaal te zien, terwijl het kennen van die geschiedenis wellicht de mogelijkheid biedt over zaken als macht en onmacht van een bestuurlijk systeem na te denken.

Want het wordt toch stilaan duidelijk dat de wijze waarop we over democratie spreken en waarop we andere regimes beoordelen die niet (voldoende) democratisch zijn vaak berust op de aanname dat de democratie de normale situatie is van een samenleving. Tom Holland zal op dit moment geen antwoord bieden, wel biedt hij aanknopingspunten om aan te geven hoe de ontwikkeling van die bijzondere omstandigheden zich heeft voorgedaan en dat het misschien wel van belang kan zijn na te gaan hoe zich dat in de formele institutionele verhoudingen weerspiegelt en hoe dit op een informele manier laat aanzien.

Beter nog is het te onderzoeken hoe een debat over de schuldslavernij in het Athene van de zesde eeuw uitmondt in een herstel van de vrijheid van mensen, persoonlijke vrijheid; maar ook gegarandeerde rechten en participatiemogelijkheden. Daar zijn de formele kanalen van belang, maar evenzeer en vooral op meso-niveau de gesprekken in de wijnhuizen en andere gelegenheden de samenleving vorm kreeg. De wijk genaamd Keramikos was behalve een begraafplaats ook een wijk van wijnhuizen, hoeren en andere mensen die bij de goegemeente niet goed aangeschreven staan maar wel onvermijdelijk met een stad verbonden zijn. De ontwikkeling van een nieuwe samenleving begint wel niet in die wijk, maar zonder de impliciete instemming van al die mensen, ook van een wijk als de Keramikos gaat het eenvoudig niet.

Tom Holland laat namelijk zien hoe van Lykargos tot Cleisthenes de aandacht verschoof van eunomia naar isonomia, waarbij de vraag gesteld kan worden of het goed bestuur (eunomia) verdwijnt als men de isonomia alle gewicht toekent. De discussies worden er niet eenvoudiger op, maar misschien is dat niet het meest zwaarwichtige probleem. Toen de koning van Sparta de Akropolis bezette en hij dacht dat Athene in zijn handen was, in 507 voor christus, kwam het volk in opstand en verdreven de burgers van Athene Cleomenes, die hoogst verbaasd moet zijn geweest dat mensen zomaar een koning durfden aan te vallen. Ik bedenk er dan maar even bij dat nog geen jaar later in Rome de koning ook verdreven zou worden, de eigen koning om de republiek op te richten. Het verschil tussen Athene en Rome? De isonomia, maar ook in Athene bleven oude adelijke families de hoogste ambten uitvoeren waarbij aan het licht kwam dat ze niet meer vrij hun spel kunnen spelen.

In deze zin is de interpretatie van het schervengericht bij de Atheners wel interessant. De burgers van Athene mochten op zeker ogenblik naar de agora om er een naam van een politicus die te machtig werd op een potscherf te schrijven. Aan het einde van de dag moet degene die het meeste potscherven naast zich ziet liggen voor 10 jaar of langer in ballingschap. Het gaat erom de ervaring in wetgeving te gieten dat te machtige politici het belang van de stad uit het oog zouden kunnen verliezen. De strijd die Themistocles moet voeren om minstens een deel van het zilver uit Laurion te besteden aan een vloot, een militaire vloot gaat dan ook hard en zijn tegenstanders dwingen een referendum af. Maar men weet dat kort na Salamis, de zeeslag waarbij Xerxes zijn geduld in eigen kunnen verloor, Themistokles wel mocht opkrassen. Hij was plots te machtig. Een dictatuur is meedogenloos voor de bevolking, een democratie lijkt het wel kan meedogenloos zijn voor chefs. Het criterium is dus het verzamelen van teveel macht in een persoon. Als we over de afgelopen periode nagaan hoe sommige politici werkelijke macht konden verzamelen en afhankelijk van hun ideologische stroming werkelijk de kans liepen op een ostracisme dan wel juist tegen kritiek in bescherming genomen verder zien  we dat de niet gemedieerde democratie wel eens een voordeel kan hebben. Maar we hebben de media nodig natuurlijk…

Het bestuur van het land, het goed bestuur is een moeilijke kwestie waarbij men maar moeilijk met veel dogma’s en axioma’s kan uitpakken. De omstandigheden, zo blijkt in het werk van Tom Holland bepalen in hoge mate hoe de bestuurspraktijken uitpakken voor wat we nu gewone mensen plegen te noemen. In een stadstaat als Athene, met een relatief beperkte oppervlakte en een overzichtelijke bevolking voor iedereen, speelt de bereikbaarheid van de machtsuitoefening een grote rol. Dat wil zeggen dat de bevolking vanzelf de gevolgen voelt van fout beleid. De discussie over het zilver van Laurion, waar Holland nogal wat aandacht aan besteedt, laat zien dat de keuzes voor de stedelijke magistraat, de bestuurders met aan het hoofd de archont, voor iedereen in een bijzonder daglicht stond, want de idee dat men dat zilver zou privatiseren was wel aantrekkelijk voor wie er profijt van halen zou, voor iedereen was duidelijk dat Athene zich dringend aan het bouwen van een vloot diende te wijden en dat heeft men dan ook gedaan. Toen Xerxes de wateren van Hellespont liet geselen en zware kettingen ter boetedoening in het water liet werpen, waren de Atheners bezig 200 triremen te bouwen onder leiding van Themistocles. Toen de troepen van de Basileus bij de Thermophilen, de Hete Poort, op werden gehouden en finaal, na een listige beweging van een keurkorps de troepen van Leonidas, de koning van Sparta wisten uit te schakelen, bleek het voor de Perzen een onbegonnen zaak omdat ze de ravitaillering niet op orde hadden. De verovering van Attika werd een flop omdat de strategen en Themistocles voorop de inwoners had laten evacueren. De vloot werd verstopt in de zeestraat van Salamis, een eilandje tussen Attica het vasteland.. De strategie van een zeeslag op open zee, die de Basileus wilde uitlokken, mislukte door strategische en tactische spelletjes van de Grieken.

Na de zeeslag vertrok Xerxes ontstemd over de nederlaag en mocht zijn neef, Mardonius de strijd in Griekenland afhandelen. De strategen van de Griekse steden slaagden erin een gezamenlijke strategie uit te werken en hoewel Athene nog eens bezet werd, kon Mardonius toch verslagen worden. De opstand in Babylon was voor Xerxes aanleiding om zijn blik niet langer op de rafelranden van de beschaving, althans in zijn visie te richten, maar terug naar het centrum van zijn macht te keren, Mesopotamië en Perzië. Het zal wel voor het eerst geweest zijn dat een rijk bestuurd kon worden en zo lang stand kon houden via een aantal technische snufjes zoals een goed bruikbaar geschrift, snelle ijlboden en uiteraard ook goede boekhouders. Toch weten we maar weinig over de Perzen en hoe ze het bestuur van de koningen der koningen ervoeren. Waren er Griekse ballingen aan het hof van Darius en van Xerxes en kregen die soms interessante taken, dan is ook duidelijk dat de osmose van de culturen op het niveau van de bestuurders op gang kwam. En dat wil zeggen dat inzichten over bestuur op termijn wel degelijk van beide zijden overwaaiden, over de Egeïsche zee, zoals het vuur van de bakens tijdens de expeditie van Xerxes en nadien om de heer der landen op de hoogte te houden door Mardonius onderhouden werd.

Een kleine excursie is hier wel interessant: In Perzisch vuur lezen we dat de Koning der Koningen met de steden van Ionië, de Griekse steden op de kusten van Klein-Azië, nu Turkije zoals dus in hoofdzaak Milete werden gebrandschat. Efeze en co werden op last van de Basileus door de zeevaarders van Sidon en Tyros vooral geliquideerd en konden zo enige tijd een voorsprong veroveren op de anderen. Maar wie kijkt naar de situatie in de tweede eeuw na Christus kan er niet omheen, de steden die gebrandschat waren, leefden opnieuw en waren opnieuw bekende centra in de wereld van toen. Wie Sidon en Tyrus zegt, denkt ook aan Carthago en dan wordt het plaatje nog wat interessanter, want dan blijkt er zich in die zesde en vijfde eeuw voor Christus een wereldoorlog te hebben voorgedaan. Want Carthago ging de strijd aan tegen de tiran van Syracuse, Gelon, die daardoor niet veel kon uitrichten tegen de Perzen, als hij dat al gewild had.

In dat plaatje van schuivende internationale verhoudingen is de keuze van de Atheners interessant om in een aantal opzichten het gezag bij het volk zelf te leggen. De volksvergadering mag beslissen over belangrijke zaken, maar een zeker pragmatisme brengt hen ertoe de archont en andere magistraten verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van hun handelingen. De democratie, zou men kunnen zeggen, is niet volkomen. Maar is het wel mogelijk in een vergadering met 500, laat staan 500.000.000 – zoals de EU – over alles samen te beslissen?

Bovendien compenseert men de macht van sommigen door het risico in te bouwen dat de burgers zich mogen uitspreken over diens verbanning. Zelfs de overwinnaar van Salamis en de man die uiteindelijk toch nauw betrokken was bij de wederopbouw van Athene en Attika Themistocles onderging het lot van de verbanning. Na hem zou Pericles de kroon op het werk zetten, door de werkzaamheden aan het Parthenon op te starten.

Voor een goed begrip van de geschiedenis van de oude Grieken is die geografische spreiding, de moeilijkheid zich te verbinden, niet enkel om de belangen van de eigen stad te behartigen maar ook zich in te schrijven in een gemeenschappelijk programma op het moment van de Perzische inval indrukwekkend en toch houdt het geen stand. We weten dat dit pas lukte – zo leert het toch de officiële geschiedschrijving – toen Philippos van Macedonië en vooral diens zoon Alexander de Griekse steden kon onderwerpen, om vervolgens tegen de Perzen op te trekken. Hoewel Alexander, net als Xerxes de wens koesterde zowel in het Oosten als in het Westen te regeren kwam ook hij niet meer zover Carthago te veroveren. Belangrijker nog is dat Griekenland toen politiek was uitgespeeld, net als Perzië, maar dat net dan een nieuwe macht opdook die een vorm van eunomia hanteerde en geleidelijk verder uitbreide, het belang van de isonomia ging aanwenden. 

De Griekse cultuur, na 323 V.C. wordt Hellenisme genoemd en ze heeft zich   verspreid tot in Egypte en de streek van Babylon, waar tot in de tijd van Augustus opvolgers van de diadochen, de generaals van Alexander met meer of minder gezag besturen. Alexander is het dan ook als enige echt gelukt de veroveringstocht van Cyrus de Grote over te doen, waarbij hij meteen ook de kans verkeek, door te zeer de zeden der vreemde heersers over te nemen, met zijn troepenmacht verbonden te blijven.

De politieke betekenis van de oorlogen in Griekenland zouden dan ook best een aparte behandeling verdienen, omdat de Peloponnesische oorlogen zo vernietigend zijn gebleken voor zowel Athene als Sparta. Wat dus Croesus was overkomen door een orakel domweg in zijn voordeel te vertalen, overkwam de twee supermachten in het toenmalige Griekenland. Maar hoewel de politieke macht weg deemsterde bleef Athene nog wel een paar decennia een interessante bestemming voor toeristen uit Rome.

De periode van opgang is doorgaans langer gespreid in de tijd  dan de periode van afgang, hoewel dat een relatief begrip is en toch wel aandacht vergt. Want er is een verschil tussen het plotse verdwijnen van een grootmacht, zoals met de Assyriërs het geval is geweest of Carthago, en het geleidelijk wegdeemsteren, zoals met de Grieken is gebeurd. Bovendien is opvallend dat meer dan 2000 jaar na de feiten veel van het gebeuren nog deel uitmaakt van een het collectieve geheugen van geschoolde mensen. De vragen die het verdwijnen van Sparta en Athene oproepen als relatief belangrijke steden in het oude Griekenland, maar ook de relatieve onbeduidendheid ervan in het licht van de vijand, het Perzische rijk, blijven hopelijk toch wel hangen.

De vraag die Tom Holland  bewogen heeft: wie waren de barbaren en wie was gecultiveerd? In termen van luxe, calme et volupté stonden de Perzen ongetwijfeld op kop, al wist men dat de Perzen een te duchten leger hadden. Aan de andere kant de Grieken, die in vergelijking met de weelderige hoofdsteden, zoals Babylon boerendorpen waren, weinig meer te bieden hadden dan wat ze zelf konden opbrengen. De Griekse steden konden in het bergachtige gebieden ook niet zomaar beginnen aan een demografische race, want dat zou de bevolking duur te staan komen. Overigens, de troepen van Xerxes raakten zonder voorraden en blijkbaar had een Perzische soldaat recht op voldoende voedsel en drang, zodat de Basileus steeds de ravitaillering op orde diende te hebben. Dat gold voor elke legerleider natuurlijk maar het maakt het mogelijk voor de tegenstanders die achilleshiel af te knijpen en de machinerie valt in duigen.

De Grieken hebben zich verzet tegen pogingen van Darius en Xerxes om hun land in bezit te nemen, terwijl het er niet de schijn van heeft dat Athene of Sparta ooit Milete of de andere steden echt ter hulp zijn gekomen of willen komen. De Koinè is pas naderhand ontstaan toen het politieke Griekenland verdwenen leek en het culturele Griekenland hoge toppen kon scheren. Graeca capta Romam vincit? Maar het is wel een Griekenland dat een essentiële ervaring heeft meegekregen en die niet meer fundamenteel, dat wil zeggen, uitsluitend Grieks mag heten. De verschuiving in de religie naar een rationeel beargumenteerde filosofie, met als hoogbloeiers Socrates, Plato en Aristoteles hebben allicht mee iets opgepikt van wat de Perzen om en om met zich meedroegen, het verhaal van Ahura Mazda, want dat was het motief van Darius en meer nog van Xerxes: vechten tegen de duisternis. Tot vandaag is het voor velen in onze samenleving een geliefd thema: het licht brengt in de duisternis. En het zal niemand ontgaan dat de vrijzinnige beweging evengoed die metafoor hanteert als de gelovigen dat voorheen met grote overtuiging deden, bijvoorbeeld de missionarissen. Maar ook de idee van een godsdienst gericht op 1 enkele God, al dan niet met een hofhouding van engelen en heiligen en martelaren, komt niet enkel via het christendom, maar ook, mag men aannemen uit de confrontatie van de twee culturen. Zoroasther heeft al voor de Spiltijd de inzichten gebracht van de ene God die zich tegen het kwade in de wereld moet verzetten en van de mensen verwacht dat ze die strijd ook opnemen. Stellen we vast dat ook de Joden in Babylon met de verschillende culturen van het Midden-Oosten en het Oosten in contact zijn geweest en dat de grote redactie van de Bijbelboeken dan pas aan de orde kwam, na de terugkeer uit Babel en na de heropbouw van de tempel van Salomo door Cyrus, waarlijk een milde gift, dan kan men geredelijk aannemen dat de schriftgeleerden die zich met de Thora inlieten allengs en wellicht zonder er zich ueberhaupt bewust van te wezen,  wat overigens bij beïnvloeding ondanks alles de regel schijnt te zijn. In het Vierde Beest heeft Holland laten zien dat in de Tweede eeuw een nieuwe redactie is ontwikkeld van de Thora, waarin de dingen die nog geheim waren voor de redacteuren voordien nu plots door geheime en dus oncontroleerbare overleveringen tot hen waren gekomen.

Bij de Grieken zien we niet dat soort verschijnselen, al zal de omgang met Zeus, Arthemis en de andere goden geleidelijk minder innig worden. De goden mogen op de Olympus blijven, het orakel bleef, na even te moeten herstellen van het prestigeverlies tijdens de Perzische oorlogen, aan de gang tot in 390 PC Theodosius het liet sluiten, want toen moest het christendom zegevieren.

Alle kleinstaaterei ten spijt heeft Griekenland dus een bijzondere invloed nagelaten op onze cultuur, hoewel we nu niet zo goed meer weten wie Peisistrates was of Cleomenes. Maar die kleine steden in het westen het centrum en het Oosten van de Middellandse Zee, hadden wel degelijk behalve hun gemeenschappelijke taal die later zeer ver zou uitwaaieren, onder en na Alexander, ook het vermogen om samen te gaan als er een gemeenschappelijke vijand voor de deur stond. Maar uiteindelijk kon alleen een bijna barbaarse koning als Philippos van Macedonië de Grieken verenigen. Het bestuur van de steden verschilde dan ook niet zo heel veel, de aanpak van het militaire gewicht, de falanx was vergelijkbaar. Hoewel men kan vermoeden dat de steden om en rond Rome, in Campanjë of zeker de Etrusken militair ook de Romeinen niet zo heel ver ontliepen of er hopeloos voor onderdeden, zien we dat in Italië wel een stad het schiereiland naar zich toe kan trekken. Het belang van die vergelijking is dat zo duidelijk wordt dat men best eens primaire reacties achterwege kan laten in de politiek. Themistocles keek wat vooruit, maar stief niettemin in ballingschap.        

Het complexe weefsel van de Atheense samenleving en van het Griekse bestel komen  hiermee niet aan de orde, gewoon omdat de bronnen er niet zijn. Auteurs als Herodotos en Polybios hebben over deze gebeurtenissen geschreven en zijn tot ons om redenen van bijzondere waardering gekomen. De kennis van diens wereldgeschiedenis is niet meer zo groot, al werd de naam wel eens genoemd. Het punt is niet dat dit voor ons van geen belang meer zou zijn, Polybios of enige andere auteur uit de Oudheid, de Middeleeuwen of Verlichting, maar dat we menen dat we met die werelden geen band meer hebben, de Pericles, de grote bevorderaar van de kunsten en de letteren, die Aeschylos steunde toen die de Perzen op het toneel bracht, maar dus ook niet kon voorkomen dat Athene in een dwaze oorlog ten oorlog ten onder ging. Het doel van de oorlog mag dan wel legitiem zijn geweest, de zich aan verraad overgevende kolonies terug bij de eigen stedenbond, c.q. de Attische dan wel de Peloponnesische bond of Korinthe terug brengen, de oorlog zelf vernietigde zowel Athene als Sparta. Hoezeer het ook buiten het bestek valt van het werk dat Holland ons presenteert, toch is het wel verbonden met de gebeurtenissen aan het begin van de eeuw. 

Tot slot kan men zich afvragen en velen vragen het zich ook af, terwijl de meesten er zelfs geen kennis meer van hebben, tenzij om in een quizz uit te blinken, waarom we ons met die gebeurtenissen uit een andere era zouden moeien. Om Socrates of Plato te begrijpen, hoeft het volgens erudiete filosofen niet, maar daar rijst al een begin van twijfel. Belangrijk nog, als Holland stelt dat het lot van Europa in Marathon, Salamis of op de hoogten van de Thermophylen bezegeld is geworden, dan is het zo dat daar een historisch gebeuren een keer heeft genomen die men niet verwacht had. De mogelijkheid van de Grieken dan nog te overleggen en zich ondanks het gevaar van dubbelagenten en andere onfatsoenlijke lieden aan de gemaakte afspraken te houden. Maar toen zich confederaties van steden vormden, zoals de Delische Bond, waarvan Athene eerst een lid was en vervolgens een leidend lid om finaal van de confederatie een door Athene overheerste republiek te maken, zien we dus ook ineens dat het politieke verloop best wel indrukwekkend mag heten. De Duitse Kleinstaaterei is ook niet vanzelf opgelost, maar het was Napoleon die de aanzet  gaf een reeds nakend nationaal besef  te laten opbloeien. Enfin, we weten wat eruit is voortgekomen. Tom Holland zal het wel niet zo hebben opgezet, maar Europa bevindt zich nu in een dubieuze fase van kleine staten die zich wel samen hebben geklonken maar nog niet de stap hebben gezet naar een grotere eenheid. De Grieken proberen te begrijpen kan helpen de hinderpalen beter te begrijpen en de mogelijkheden aan te wenden tot een grotere en zinvolle samenwerking te komen. Vandaag meent men dat de burgers aan inspraak verliezen als er meer Europa komt, maar in onze kleine natiestaten zijn er andere mechanismen verantwoordelijk voor dat de burger zich niet wel weet en die te maken hebben met de actuele bestuurspraktijken. En daar zal het kijken naar de oude Grieken niet echt veel zoden aan de dijk zetten, omdat de mechanismen en behoeften van burgers en overheden vandaag wel degelijk anders geconstitueerd zijn. Maar ja, toch moeten we erover nadenken… en dan helpt het wel Themistocles of Demosthenes te proberen te begrijpen. Bovendien leken de Perzische oorlogen voor de auteurs misschien wel zoiets als de helse oorlogen in de vorige eeuw voor ons.

Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten