Europese waarden? niet aan Pediga overlaten



Brief


over Europese Waarden
en de exodus uit Syrië, Irak etc.


Brugge, 24 augustus 2015


L.S.

Emilie de Châtelet, vriendin van Voltaire,
en vertaalster van de Principia
mathematica, maar ook de eerste
die een begin maakte met het denken
over kynetische energie en
zo Einstein wellicht een hint gaf. Maar
spreken we over Verlichtinging, dan
komt ze zelden in beeld. 
Nu we geconfronteerd worden met een ware exodus uit gebieden waar een uitzichtloze oorlog woedt, komen er stemmen op die onze Europese waarden willen verdedigen. Pediga maakte enige tijd opgang, waarbij men beweerde de Europese waarden, de waarden van het Avondland te verdedigen. Ik vraag me af wat ze daarbij voor ogen hebben staan, want als het zo eenvoudig was die waarden exhaustief op te sommen, dan was het eenvoudig die te verdedigen. Maar niet opkomen voor de cultuur van het Avondland kan men niet maken, want zij die hierheen komen, weten vaak wel wat onze samenleving zo bijzonder maakt. Een poging een en ander op papier te gooien, mag ik dan ook niet achterwege laten, zonder enige garantie te kunnen geven dat het volledig en onbetwistbaar zou wezen.

Een eerste aspect dat we wel moeten aandragen is de organisatie van het vreedzame samenleven, waarbij zaken zoals eindeloze vetes uit de wereld geholpen konden worden door de ontwikkeling van rechtspraak, waardoor betwistingen van wisselende complexiteit op vreedzame wijze geregeld konden worden.

Evengoed kan men zich afvragen of mensen met een eerder leven in landen als Albanië of uit oorlogsgebied het monopolie op geweld dat bij de overheid is neergelegd echt niet zouden waarderen. Er schijnt sinds de jaren 1990 in onze steden een zekere penoze te zijn neergestreken, maar goed, men kan niet elke inwijkeling zomaar beoordelen en veroordelen, zonder onderzoek. Er zijn door een zekere laksheid wel problemen ontstaan en soms werd er misgebruik van de gastvrijheid gemaakt, maar wie hier komt, schijnt getroffen door de rust en braafheid hier.

Het is van belang, moet gezegd, te begrijpen dat de meeste van die mensen best wel weten te waarderen dat ze in principe niet zomaar door de politie worden aangesproken, al lijkt dat laatste dan weer wel eens mis te gaan. Het systeem dat we kennen als de rechtsstaat moeten we dus vooral koesteren, waarbij we dus niet aanvaarden dat politiemensen burgers zonder aanleiding gaan aanspreken. Aan de andere kant moeten we mogelijke terreurdaden zeker aanpakken en hopen dat mogelijke daden verijdeld worden. Het is de enige vorm van politioneel optreden waar proactief handelen aanvaard kan worden. Dat houdt in dat politiemensen inderdaad opsporingstechnieken moeten kunnen aanwenden om mogelijke terroristen de weg te versperren.

Het komt mij voor dat dit maken van distincties in ons systeemdenken wel van belang is, al lijkt men het begrip discriminatie en het verbod erop dezer dagen excessief te interpreteren. Dit wil zeggen dat we het eens moeten raken over wat we beschouwen als schadelijk voor de persoon en de maatschappelijke samenhang. De gedachte dat discriminatie nooit mag en nooit kan, zou wel eens tot vormen van onrechtvaardigheid kunnen leiden. Ook daar is dus zin voor verhoudingen nodig. Maar dat mensen ondanks mogelijke handicaps en andere schijnredenen voor discriminatie in principe voor vol aanzien worden, geeft juist deze migranten de kans hun weg te maken. Tegelijk verneemt men wel dat ze niet goed geschikt zouden zij... maar heeft men wel enig zicht op die mensen uit Syrië, Irak? Wat is ons beeld en kunnen we dat ook staven?

Als zij al dromen van een paradijs op aarde, dan mag men niet verbaasd zijn als ze onze angstige en afwijzende houding ervaren. Het doet ook geen goed aan de zaak als men vanuit een of andere welgemeende kosmopolitische ingesteldheid de 'domme' massa nog eens inpepert dat er nog veel meer klaar zijn om te vertrekken, vooral vanuit Afrika dan. Het punt is dat men zich kan afvragen hoe ze 'ginds' weet hebben van onze welvaart en onze bereidheid hen op te vangen als ze maar kunnen vertellen dat ze een oorlog achter de kiezen hebben. Dan gaan wij weer uit de bol als het gelogen blijkt, maar ons systeem vergt - van hen - dat ze een specifiek verhaal vertellen. De Syriërs? Natuurlijk hebben die oorlog achter de rug, maar bijvoorbeeld Congo kent al sinds 1995, 1996 bijna voortdurend onrust en vaak gevechten, maar we noemen het niet altijd oorlog.

Zij komen hierheen, uit veilige landen en uit andere. Maar is Burundi een veilig land? Je kan nauwelijks weg als je publiek kritische geluiden laat horen. Waar wij uitgaan van burgerschap dat vrijmoedig, vrijpostig het beleid aanvalt, dan is duidelijk dat dit elders in de wereld veel kan kosten, om te beginnen het eigen leven, maar niet zelden ook dat van verwanten. Want al zegde Stalin dat zonen niet hoeven te boeten voor de fouten van de vader, het lijkt erop dat niet iedereen het daarmee eens is, Stalin zelf nog het minst. In onze juridische cultuur kan alleen via een duidelijke rechtsgang iemand veroordeeld worden en iemand schuldig verklaren bij associatie, kan al heel moeilijk. De rechtsstaat is dan ook voor ons een garantie tegen willekeur vanwege de overheid. Daar spreken we dezer dagen nog weinig over, omdat we ons toch maar willen verdedigen tegen elk mogelijk gevaar. Veiligheid is belangrijk, maar mag het gezegd dat we zo onze veiligheid ook in het gedrang kunnen brengen?

Precies daar ligt het scharnierpunt: omdat wij terecht kritisch tegen onze leefwereld aankijken, merken we er de zegeningen nog nauwelijks van, laat staan dat we die zouden benoemen. In de houding van organisaties als Pediga merkt men pas goed hoe schraal het vigerende beeld is van de cultuur van het Avondland, maar het is wel een consequentie van onze manier van communiceren, namelijk dat we stevig in de verf zetten waar we tegen zijn en zelden aangeven waarvoor we ons willen inzetten. Want het Avondland van Pediga, daar heb ik op het oog weinig mee, maar ik kan hen wel begrijpen.

Dat Avondland van ons, dat betekent aandacht opbrengen voor de mogelijkheden, zelfkritiek en, zoals Kant al begreep, het opnieuw beginnen, iets nieuws aanvangen. Sommigen zullen mij voor de voeten werpen dat ik niet spreek over de radicale verlichting, terwijl ik niet zo gelukkig ben met die terminologie, want dat verwijst naar radicaliteit en dat is wat zelfs Diderot in een aantal geschriften niet voor lief wilde nemen. De duale benadering van de Verlichting, die Jonathan Israël voorstelt, heeft dan wel het voordeel van de helderheid, het gaat voorbij aan de dynamiek zelf, waarbij vanaf Descartes - om die terminus te nemen - auteurs vaak een tegenstander aanvielen en diens argumenten leken te fileren, maar finaal wel propageerden. Het had te maken met de censuur. Maar er is nog een probleem, dat bij Voltaire aan bod komt. In 1734 schreef hij degeruchtmakende "Lettres Philosophiques" en wilde daar onder meer mee de nog jonge koning aanbevelingen geven het landsbestuur meer toe te spitsen op wat Voltaire in Engeland had beleefd - tijdens een ballingschap om te ontkomen aan een nieuwe embastillonade. Daarin stelt Voltaire het koningschap bij de genade Gods aan de kaak en poneert andere mogelijkheden. Men zal opmerken dat in de benadering van Voltaire zelden de politiek van Louis XV aan de orde komt, terwijl we diens beleid bekijkend,  wel pogingen kunnen onderkennen om het landsbestuur te hervormen en vooral de privilegies van de verschillende adelsgroepen te beperken, dan wel af te schaffen. Schrijft men de Academie Française toe aan François I, dan vergeet men dat de diensten van bruggen en wegen wel aan Louis XV mogen toegeschreven worden, met het oog op de ontsluiting van afgelegen regio's in het land.

We weerstaan verder aan de aandrang het hele verhaal van de Aufklärung uit de doeken te doen, tenzij om aan te geven dat er ook nog een Schotse Verlichting is geweest, dat er ook een Duitse variant bestaan heeft en dat de Nederlanden niet blind waren voor de evoluties in het denken. Belle van Zuylen is er maar een voorbeeld van, terwijl ook de bisschop van Brugge wel degelijk werken uit de Verlichting op de tafel en in de bibliotheek had zitten.

Zou het inderdaad zo wezen dat we er blind voor werden omdat we het allemaal geassimileerd, geïnternaliseerd zouden hebben? Te vrezen valt dat mensen die dit geloven zelf nogal verwaant overkomen. Precies een aantal werken van Voltaire, maar ook zijn optreden in rechtszaken, waar hij de luiheid van rechters aan de kaak stelde en gerechtelijke dwalingen niet ongedaan kon maken maar wel de wetgeving kon doen bijsturen, komt mij voor een onvoorstelbare uiting te zijn van activisme. In die zin vertegenwoordigt net Voltaire de radicale verlichting. Dat geldt dan ook voor zijn geliefde vriendin, Emilie (Gabrielle Emilie le Tonnelier de Breteuil, marquise de Châtelet 1706 - 1749) die de Principia Mathematica van Isaac Newton in het Frans vertaalde, over kinetische energie, maar ook over Godsdienst en het bestaan van God nadacht.

Ondanks de voortdurende belijdenis van de gelijkheid van man en vrouw, hoort men nauwelijks iets over deze dame, af en toe iets over madame de Charièrres en vergeet men dat Catharina de Grote, prinses van een klein vorstendom metterdaad begaan was met de letteren - kocht ze niet de bibliotheek van Diderot? - de als Tsarin aller Russen de culturele invloed van Europa en van de Verlichting dieper liet doordringen in Rusland.

De Europese cultuur is er een van het boek, dat wil zeggen, van bibliotheken, waar in allerlei vormen het denken is vastgelegd en daar berust een misverstand op: men denkt dat men op die geschriften voort kan gaan om te weten dat de Verlichting de Verlichting was. Maar de Verlichting speelde zich af in een hete fase in een aantal revues, tijdschriften en klandestiene uitgaven, die zogenaamd in Amsterdam waren gedrukt of Leuven en zonder toelating van de censuur in Frankrijk werden ingevoerd. Of het in Londen gemakkelijker was? Ik zou het niet weten, maar dat Bernard Mandeville zijn Fabel van de bijen kon publiceren, terwijl de auteur de wereld ten onder vond gaan aan deugd, moet wel verwonderen. Adam Smith zou op zekere aspecten zijn kritiek uitbrengen.

Kijk, dat is voor mij - bij een tour d'horizon - misschien niet de hele cultuur van het Avondland, maar ik beschouw de Verlichting, die net iets vroeger begint dan bij Descartes, bij Erasmus dus, bij Thomas More en ook een Vives, al vinden auteurs als Jonathan  Israël dat niet echt relevant, terwijl relevantie niet objectief vast te leggen valt, want criteria zijn er niet voorhanden, tenzij dus het aanhangen van een (beginnend) atheïsme. Maar wat dan gezegd van Marsilio Ficino en Giordano Bruno, die zich inlieten met het Corpus Hermeticum, een tekst uit de tweede eeuw, zoals in 1614 bleek na onderzoek vanwege Casaubon... om maar te zeggen, de kritiek en kritische methode bleek al mogelijk en vormde aanleiding, motor voor het ontwikkelen van nieuwe inzichten. Merkt men op dat die spelletjes met een zogenaamd pre-mozaïsch gedachtegoed weinig met ratio en wetenschappelijk inzicht te maken heeft, dan moet men ook erkennen dat het optreden van Giordano Bruno, Dominicaan van huize uit, maar vervolgens een zwervend leven leidend doorheen Europa en vervolgens vervolgd wegens ketterijen gelinkt kan worden aan Copernicus, die het wereldbeeld grondig op de schop nam, door de oneindigheid van het heelal te poneren. Zoals de alchemie wel aan Newton besteed was, maar naar ons inzicht niet meer dan een faux pas kon wezen, zo waren er filosofen bezig met teksten waarvan de oorsprong onduidelijk en de opzet vaag leek, behalve voor hen.

Zegt de Britse theoretisch natuurkundige Stephen Hawking dat de filosofie afgedaan heeft, dan is hij daar niet uniek in, maar in de mate dat wetenschappers, ook theoretisch natuurkundigen met een heel specifiek domein bezig zijn, lijkt het moeilijk zomaar te besluiten dat de filosofie van geen betekenis meer is. Alleen, de aanspraken van sommige systeembouwers moet men ook niet te ernstig nemen. Echter, er is wel nog altijd nood aan denken over de dingen zoals die zich aan ons voordoen en waar we wel eens mee in onmin kunnen leven, zoals bijvoorbeeld de exodus uit Voor-Azië van slachtoffers van een dictator die de oorlog tegen zijn eigen burgers niet schuwde. Wat we moeten doen? Hoe we het kunnen en waartoe moet het leiden? Het zijn vragen die vooral burgers en politici zich stellen. Maar ook filosofen kunnen er zich maar beter mee inlaten en proberen aan te geven dat we niet van succes in deze kwestie kunnen spreken, noch als de inwijkelingen onze cultuur zomaar innemen, niet als we hen dat onmogelijk zouden maken. Collectief zal het succes wellicht blijken als deze mensen mee de waarden waar we voor zeggen te staan mee gaan behartigen.

Net als Arendt naar de VS trok en er het Engels wel meester werd, maar met een hoorbaar Duits accent ging spreken, les geven en schrijven, kortom iets nieuws begon, mag men verwachten dat uit deze episode misschien wel iets nieuws kan beginnen. En neen, niet in de richting van jihadisme, maar integendeel, omdat deze mensen hierheen vluchten voor dictator en godsdienstfanaten, kan men verwachten dat zij precies de inzichten die we in Europa zeggen te delen zullen onderschrijven. Het probleem waar we voor staan? De concepten van vrijheid, gelijkheid en broederschap, van kritisch denken en autonomie grondig overdenken in het licht van nieuwe omstandigheden. Vormde dat de basis van de Verlichting dan lijkt mij dat ook nu onze opdracht, want de kwesties waar het om gaat, vallen niet zomaar als dingen te om- en beschrijven, maar zijn wat wij ervan maken.

vale,


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten