Marxisme: leer van belemmeringen



Kritiek


Transcendentale Polemiek
Waarom links na 2008 verzuipen moest



Peter Sloterdijk mag dan een mistig filosoof heten, hij slaagde er toch maar in een fundamentele kritiek te formuleren en, als een waar ziener te vertellen waarom Links niet meer bij machte zijn zou de publieke opinie te overtuigen, ondanks het feit dat men van een culturele hegemonie zou kunnen spreken: wie zich cultureel betrokken, geëngageerd weet, moet immers wel links zijn. Misschien leeft die waan wel, maar in het hoofdstuk over "transcendentale polemiek" komen we iets op het spoor dat het boek "Kritiek van de cynische rede" nog altijd het lezen meer dan waard maakt.

Een parenthesis mag hier niet ontbreken: Sloterdijk heeft sinds 1981 een groot aantal werken laten uitgeven, onder meer over hoe we ons leven kunnen veranderen, door te oefenen, over het belang van het waar van ons denken, in de trilogie "Spheren" en ook over woede en tijd sprak de man. Men zou inderdaad kunnen betogen dat het boek dat we hier fileren uit de tijd is, maar het boek is er nu eenmaal en het kan dus geen kwaad het als een goede gids te aanvaarden om een aantal discussies dezer dagen te verkennen. In zekere zin onteigenen we de inzichten van Sloterdijk, maar is dat niet het eigene aan elke publicatie van enige importantie? Hoeveel interpretaties werden niet geschreven over de Phaedros? Plato kan niet meer protesteren, maar er zijn er genoeg die in zijn naam spreken.

Maar misschien weet Sloterdijk net dat het nuttig kan zijn dat iemand, dat velen met zijn gedachten aan de haal gaan, of minstens aan de slag. Toch merkt men in het publieke debat dat relatief weinig publicaties bereid zijn een ernstig een debat te voeren. Men kan altijd spreken over "la gauche caviar", maar echt zinvol is de kwalificatie niet, omdat het misschien kan aanleiding geven tot het inzicht dat men gemakkelijk een ideologisch goed in elkaar getimmerd systeem kan aannemen als werkkader, zonder verder veel zweet te laten aan het verder omgaan met de praxis. Aan de andere kant zal men ter linker zijde lang niet altijd een aanzet tot zelfkritiek vinden. Toen Jose Saramago stierf had men er natuurlijk aandacht voor, maar over zijn Werdegang, waarbij de man die het communisme genegen was en er zich voor had ingezet,  er later van afzag omdat het te utopisch was, ging het net niet. Het valt evenwel op dat men na 1989 het systematische van het socialisme niet meer accentueert, het dialectisch materialisme? Niet meer over gehoord, wellicht want men krijgt de indruk dat over Hegel, Marx en Engels niet zo heel veel meer gesproken wordt. In die zin kan het lezen van het hoofdstuk bij Sloterdijk voor moeilijkheden kan zorgen. Feit is wel dat ik zelden enige reactie heb gezien op dit werk en dan bleef vooral het luik ideologiekritiek helemaal achterwege.

Doorheen het boek weefde Sloterdijk aan de hand van de uiterlijke vormen van kynisme en verschijningsvormen van cynisme een tapijt waarvan de inslag te duiden valt als het onvermogen van het marxisme en van Marx te ontkomen aan wat die de bourgeoismaatschappij en de bourgeoiswetenschappers verweet. Meer nog, als Sloterdijk uitlegt hoe Hegel de theorie van de dialectiek, these, antithese en daarbovenop synthese expliciteert, komt hij ertoe aan te geven dat de antithese in het marxisme en het cynische denken neerkomt op het negeren van de antithese, door een derde partij, de synthese te veronderstellen die al boven de these staat, terwijl daar geen goede aanleiding toe bestaat. In feit verhult de benadering de onmiskenbare overwinningsfantasie, waarbij de ideoloog meent dat het proletariaat sowieso zou winnen.

Verder lezen we, of leren we dat we dialectiek vooral moeten begrijpen als het lezen van de tegenstellingen, waarmee het een agonale theorie zou zijn, wat uiteraard past in het polemische karakter dat we de dialectiek moeten toeschrijven. Waar evenwel de dialectiek sinds Plato terzijde geschoven werd ten voordele van de analyse, de analytische kritiek, zal niemand aan de dualiteiten en polariteiten kunnen ontkomen.

De  argumentatie die we voorgeschoteld krijgen behandelt niet het marxisme alleen, of heeft het niet enkel over gigantische bouwwerk van Hegel, maar laat zien dat men Heraclitos echt wel moet zien als een beginpunt, dat evenwel niet zwanger gaat van de problemen die de dialectiek telkens weer oproept, terwijl niet te overwegen valt dat de dialectiek enige analytische filosofie uitsluit, omdat in dat geval ons denken de hangende kwesties alleen in dualiteiten zou benaderen, terwijl het omgekeerde evengoed het geval zou zijn, met name dat dan de dialectiek genegeerd zou worden. De dialectiek kan niet het gehele ontologische in zich opnemen. Wat moeten we daarmee? Begrijp ik het goed, dan kan men niet het gehele bestaande als een proces van strijdende polariteiten beschouwen, omdat - denk ik dan - het bestaande niet a priori aangedreven wordt door strijdende elementen, sterker nog dat we in voorkomend geval met een polemische oftewel agonale theorie te maken krijgen. Dat Heraclitos vond dat de oorlog de vader is van alle dingen, betekent niet meer dan dat. Er is een dynamiek in het bestaande en dat herkennen we als een agonaal proces. Maar anders dan bij Hegel en Marx zal men in de visie van Heraclitos niet zien dat we nu maar de oorlog in stand moeten houden, wat bij Marx wel het geval is - tot de eindtijd bereikt is. In zekere zin zou men ook kunnen besluiten dat de revolutie en de eindoverwinning van het proletariaat er vanzelf zullen komen, omdat dit nu eenmaal deel is van de gang van zaken: de bourgeoisie als klasse put zichzelf uit. Eerder lijkt het erop dat het proletariaat in de visie van Marx ook niet echt bestaan heeft. Arbeiders in de staalindustrie voelden zich meer dan hun collegae in andere sectoren en ook de boekdrukkersgezellen voelden zich vanwege hun vakkennis niet zomaar uitgebuit.

Maar de verwijzing naar Heraclitos laat Sloterdijk ook toe mee te geven dat het marxisme leed onder de eigen overwinningsfantasie, waardoor ze alleen maar mocht en kon slagen. Maar zoals met andere bewegingen het geval is geweest, ontstaat ontnuchtering als dat gewenste resultaat er niet onmiddellijk komt/gekomen is. Dan ontstaat een nieuwe fase in de theorievorming, waarbij de gedachte aan overwinning nog versterkt wordt, door te poneren dat men de actie zelf moet aansturen. Het is in deze optiek dat Saramago vond dat het communisme als utopische beweging hem niet meer kon bekoren. Ook Norman Cohn heeft het utopische van het marxisme in historisch perspectief bestudeerd. Sloterdijk laat zien, zonder er expliciet naar te verwijzen dat Karl Marx al had voorzien dat zijn theorie niet louter beschouwend kon zijn, want de revolutie diende uit te gaan van de arbeidersklasse en geleid door geschikte leiders. Bovendien weigerde Marx in te stemmen met pragmatische benaderingen, aldus zijn commentaar bij het Gothaer Programm, 1875 lieten zien. Toch staaft dit ook waarom men het Marxisme-Leninisme mag beschouwen als een leer van belemmeringen.

Sloterdijk stelt dan vast dat Marx visie op de geschiedenis nogal wat wringen met de feiten veronderstelt, in de mate dat al die oorlogen toch maar uitdrukkingen waren van oorlogen op grond van klassenbewustzijn. Daarom stelt hij een Algemene polemiek voor, die de oorlog erkent maar tegelijk weigert er een a priori succesvolle theorie van te maken. Men heeft metterdaad geprobeerd veel conflicten tijdens de middeleeuwse en protokapitalistische periode (12de tot 18de eeuw) in het kader van de klassenstrijd te herschrijven, maar dat was niet altijd zo succesvol, want wat hebben de Boerenrepubliek van Munster en de klassenstrijd met elkaar te maken als die boeren en andere bewoners van de boerenrepubliek zich niet vervreemd voelden, uitgebuit op grond van economische verhoudingen, maar wel degelijk begrepen dat een boer ook met God kan onderhandelen. De algemene polemiek erkent dat er andere types van oorlogen mogelijk zijn en dus dat de klassenstrijd niet allesbepalend kan wezen. Dat dit voorkomt uit vaststellingen van historische aard, belet niet dat het vooral een logische benadering mag heten.  

Het betekent dat men volgens Sloterdijk niet om de weeffouten in de marxistische filosofie en ideologie heen kan, maar dat het perfect mogelijk en denkbaar is dat mensen er blind voor blijven, onder meer voor het feit dat de dialectiek zoals die door Hegel ontwikkeld was en door Marx toegespitst op de verhouding tussen kapitaal en arbeid, de eigen begoocheling niet erkennen kan, te weten dat ze de versluiering van de overwinnaarsfantasie niet zien of willen zien. Niemand zal beweren dat deze kwestie, van arbeid en kapitaal van de baan zou zijn, want het zal altijd een vraag blijven hoe arbeid van betekenis kan zijn bij de opbouw van kapitaal. Maar het blijft wel opmerkelijk dat men de houding van de zogenaamde 1 % af blijft wegen tegen de 99 % andere, die in onze contreien daarom toch alles behalve arm moeten heten. Rijdt men per fiets naar sommige aangename pleisterplaatsen, dan merkt men hoeveel grote villatuinen er zich bevinden.  Hun rijkdom is het product - doorgaans - van veel en hard werken en ook wel van erfenissen. Dat laatste, meent men, zou men moeten verhinderen, maar waarom zou men eerlijk verworven eigendom niet mogen doorgeven aan de volgende generatie? Het kan problematisch heten, maar het is wel overtrokken dat men dit onrechtvaardig noemt. Het punt is dat men de eigenaar kan proberen te overtuigen dat kapitaal te investeren in eigen omgeving, maar dat doet men eerder door verleiding dan door dwang. Wel, als zo een Warren Buffet meer bezit dan zijn secretaresse maar minder belastingen betaalt - omdat men dat dertig jaar geleden onder Reagan als evidentie voorstelde - dan moet men nagaan hoe men faire belastingsystemen kan ontwikkelen. In die zin was en ben ik verbaasd dat men de taxshift zag als een vorm van herstel van het herverdelingsmechanisme, terwijl dat voor het bedrijf een permanente verschuiving inhoudt van (delen van) de winst. Men heeft de afgelopen maanden geschreeuwd en gehuild om de taxshift, maar men vergat dat een verklaring voor het wegsaneren van overbodige jobs, voor laag geschoolden doorgaans, omdat die jobs doorgaans te weinig meerwaarde realiseren en vanwege de hoge loonkosten.

Wat moet men dan doen? Misschien is ongelijkheid in levensomstandigheden niet altijd te rechtvaardigen, maar een absolute gelijkheid willen nastreven kan men ook niet rationeel argumenteren zonder dat de argumenten zichzelf ontkrachten. Het probleem is dat dit met vele factoren te maken heeft. Zo ziet men vaak genoeg over het hoofd dat medewerkers van de vakbonden lang niet altijd op de arbeidsvloer te vinden zijn. En toch, zo een advocaat die in een geding met een werkgever tussenkomst kan zeer mooi werk leveren en aantonen dat de werkgever in dat specifieke geval nogal wat fouten te verwijten vallen, van machtsmisbruik onder meer.

Men zal er hopelijk tijdig toe komen dat men dat voortdurende streven naar een maatschappelijk ideaal er ook toe kan leiden dat de persoonlijke ontwikkeling van mensen er bij inboet, want in het marxisme zat dan nog wel enige emancipatorische dialectiek, maar door vanuit het systeem te vertrekken verloor het individu aan betekenis, wat Stalin uiteindelijk had begrepen. Daarom kan men best de uitleg over de dialectiek van belemmeringen, zoals Sloterdijk het noemt, begrijpen als een verklaring voor het feit het marxisme, het historisch materialisme niet kon bijdragen aan het welzijn van elk individu. Bovendien werd de moraal terzijde geschoven als mogelijk domein waar men het eigen handelen aan zou kunnen toetsen: de leer zou alles overwinnen en elk handelen dient daartoe bij te dragen. Men zal merken dat dit tot een belemmering leidt van de dynamiek van de samenleving en in die zin ook een inbreuk op wat men rationeel handelen zou kunnen beschouwen. Er ligt immers een exogeen doel voor, dat op het oog beredeneerd lijkt, rationeel kan men het niet noemen. "Een rationaliteit die zich in dienst van subjectverharding heeft gesteld, kan niet rationeel meer heten". Subjectverharding? Net daar komt de polemische theorie ten volle tot haar recht en Sloterdijk legt geduldig uit dat van mensen en van het systeemdenken kan gezegd dat "in de moderne tijd het leven zozeer is verhard ter verdediging van de subjecten dat ons denken, laat, maar niet minder tevergeefs het ware algemene inzicht in een dergelijke subjectiviteit kan verwerven. Hoe het leven werkelijk zou kunnen zijn, wordt in het volledig ontwikkelde systeem van belemmeringen met de dag meer vergeten." (p.593)

Sloterdijk stelt dan ook dat we ons zouden dienen in te stellen op ontwapening indien we als subjecten geholpen willen zijn. Ontwapening, weg van de polemische reflex. Zou dat wenselijk zijn? Men voelt aan dat Sloterdijk hier de lezer weinig ruimte laat, wil deze zich beschermen tegen het alles overheersende systeem dat zogenaamd tot ons voordeel zou moeten strekken. Voor de val van Muur (1989) had hij dat al begrepen. Zijn kritiek ten aanzien van onder meer de Negatieve Kritiek van Adorno laat toe te begrijpen dat we van het marxisme net zo min als van het kapitalisme onze mentale wegenkaart moeten maken. Echter, domweg afwijzen maakt ons niet beter. Maar dat is een ander verhaal - ook volgens Sloterdijk.

Bart Haers 







Reacties

Een reactie plaatsen

Populaire berichten