Nieuwjaarsgedachte: bespaar ons populisme



Reflectie


Scepsis, verwachtingen en illusies
Hoopvol verder tjolen


Joachim Gauck legt dit jaar zijn ambt neer
als Bondspresident en dat lijkt wijs. Hij
werd verkozen bij gebrek aan een kandidaat
van de CDU-CSU die alle filters wist
door te komen en toch, als mens en als
politiek figuur kan deze ouder wordende
man inspireren. Hij mag ambtshalve niet
schreeuwen maar bij momenten klonk
hij overduidelijk. 
Natuurlijk wensen we elkaar het beste voor het nieuwe jaar, zoals we dat elk jaar doen en meestal menen we dat ook nog. Waarom ook niet? Het gaat om iets anders, denk je bij het ontwaken, vernemend dat in Istanbul weer doden zijn gevallen onder feestende bezoekers van een club. Dat geweld is endemisch en kan overal opduiken, maar hoe ons daarop in te stellen en weigeren te vergeten dat dit geweld niet alles bepalend is?

Nieuwjaar vieren, het is mooi, maar ook behoorlijk opgefokt, maar goed, laat men van de gezelligheid genieten, daar kan geen droogkloot iets tegen hebben. Het punt is dat we vergeten dat we wel wensen uitwisselen maar ook veel scepsis, zonder dat we die hoeven uit te drukken: als het een beetje gaat!. Anderen zeggen dan met lichte ironie "deo volente". Voor nog anderen ligt alles wel al vast en mogen we spartelen en wroetelen, er helpt geen lievemoederen aan: niets is immers toeval.

Toch zien oprecht bezorgde mensen met angst en beven dit jaar tegemoet, met nog meer onheilspellende verkiezingsresultaten in onze buurlanden. Wie zal garen spinnen bij het terrorisme en bij de zogenaamde economisch moeilijke tijden? Economische tijden hebben de neiging altijd moeilijk te zijn en bedrijfsleiders kunnen altijd onverwacht in moeilijkheden komen, terwijl er wel eens een paar zijn die de risico net iets te weinig schuwen. De werkeloosheid en de werkgelegenheidsgraad zouden in Vlaanderen, anders dan berekend voor het hele land, vrij goed zitten, maar men heeft er belang bij met de statistieken te goochelen en afhankelijk van de doelstellingen, van het feit te behoren tot meerderheid dan wel oppositie, zal men de best dienende data hanteren en zo nog wat meer onzekerheid in het systeem brengen. België is nog maar voor enkele zaken doorslaggevend bevoegd, zoals curatieve gezondheidszorg, justitie, defensie en deels voor een aantal andere zaken, terwijl voor het overige het deelstatelijke beleid doorslaggevend moet heten en dan doet Vlaanderen het behoorlijk en leven de meesten onder ons in relatief veilige sociale omstandigheden.

Er zijn problemen, er is armoede, maar jaar na jaar verdienen onderzoekers en instellingen er een goede boterham aan, maar vaak doen zij uitspraken over de graad van armoede en andere moeilijkheden waar mensen mee geconfronteerd worden die niet altijd in de werkelijkheid terug te lezen vallen. Armoede is niet de kenmerkende eigenschap van de Vlaming, zoals men ook niet kan zeggen dat elke Vlaming een hardwerkende mens is, wel dat velen graag de handen uit de mouwen steken en weten dat de belastingdruk hoog is en dat totale staatsschuld niet zo gemakkelijk te reduceren valt.

Het feit dat men de regering wil aanvallen op het feit dat ze veel facturen doorstuurt naar de burgers, valt altijd weer moeilijk te rijmen met het feit dat de overheid op vele terreinen werkelijk veel op zich neemt en soms voor moeilijke keuzes staat, die onmogelijk technocratisch beslecht kunnen worden, ontgaat, in mijn voorstelling van zaken, journalisten, commentatoren en mensen die deze regering ongunstig gezind zijn. Dat is hun vrijheid en op zich is er geen probleem mee. Alleen merken deze critici niet dat ze zelf geen project voorstellen, tenzij de weg van de minste weerstand te volgen: veel beloven en veel belastingen heffen.

Intussen merkt men hoe het onderwijsbeleid een speeltje werd voor mensen die het niet om onderwijs te doen is, maar om de vraag hoe men gelijkheid kan realiseren. Of die gelijkheid zich uitstrekt tot gelijke welstand? Dat valt nog te bezien, maar zonder vrijheid, zonder broederschap blijft gelijkheid nastreven een totalitair project. Inzake onderwijs mag men best scholen oprichten waar alle leerlingen dezelfde leerstof krijgen en dat bestaat in het lager onderwijs. In het secondair onderwijs bestond het ook in hoge mate voor wie ernaar streefde naar het universitair onderwijs door te stromen, maar bijvoorbeeld de handelsschool bereide voor op meer praktische opleidingen. Zeggen dat eenvormig onderwijs niet kan is dus fout, maar dat onderwijs in athenea en colleges, soms ook in kostscholen, als er Latijn-Griekse humaniora werd aangeboden, was behoorlijk elitair en velen waren geroepen, weinigen uitverkoren. Wie aan de zesde klasse begon, haalde lang niet de hogere cyclus en zelfs wie aan de Grammatica begon, de derde klasse, wist niet altijd of hij het diploma na de retorica zou mogen in ontvangst nemen.

Het was in een aantal opzichten goed dat men de leerplicht optrok tot 18 jaar, maar dan had met de ervaring van het verleden juist moeten inzetten op duidelijk onderscheiden leer- en vormingsprogramma's, waarbij technisch en beroepsonderwijs hoger werden gewaardeerd en waar die leerlingen ook meer tijd kregen om hun beroep goed onder de knie en in de vingers te krijgen. De samenleving zou er triest aan toe zijn als iedereen rechten studeerde of pedagogie, geschiedenis eventueel, want we hebben zowel ingenieurs nodig als lui die hun plannen ook kunnen omzetten in producten. Diversiteit, aldus verschillende denkers, zoals Arendt is zowel economisch als sociaal noodzakelijk om een werkzame democratie op te bouwen en in stand te houden. Eenvormigheid en homogeniteit nastreven leidt tot bloedarmoede en sclerose.

In wezen is het onderwijshervormingsbeleid een ambitieus plan van totalitaire aard, waarbij men een soort eindproduct wil dat voldoende gestandaardiseerd is, reden ook waarom ondernemersondernemers graag zo een hervorming zouden willen zien ontstaan, vergetende dat het uniforme onderwijs waarover we het hoger hadden, de klassieke humaniora voor nogal wat succesvolle buitenbeentjes zorgde, die ons op meerdere vlakken veel hebben nagelaten, aan kennis, kunst en kritische zin.

Men heeft het graag over het populisme van Wilders en Le Pen, van Trumpisme en zo en daar valt niet veel tegenin te brengen, het verwijt van gratuit populisme, maar als we kijken hoe in de loop van decennia mensen in het systeem van de gezondheidszorg en dan vooral in de besluitvorming nogal wat macht hebben verzameld, dan merkt men dat er bijvoorbeeld onder medici een uitgesproken afkeer voor die besluitvorming is ontstaan omdat zij, die medici zich niet van de indruk kunnen ontdoen dat er van de therapeutische vrijheid nog weinig overblijft. Het begint natuurlijk al met een goede anamnese van de patiënt, een zo helder mogelijke diagnose en inderdaad, dan zal de arts moeten besluiten tot behandeling. De kostprijs van medicijnen, een zaak ook van de overheid, wordt mee bepaald door de farmaceutische nijverheid en die streven winstmaximalisatie na. Onderhandelingen zorgen voor een moeilijk te bewaren evenwicht tussen de vele partijen in de gezondheidszorg, zodat het voor de patiënt wel eens onbegrijpelijk kan worden. Bovendien staan de behandelingsmogelijkheden niet stil, staan we soms met vragen over therapeutische hardnekkigheid en met mensen die zo oud mogen worden dat hen de zin om te leven langzaam ontvloeit. Voor artsen is er dus wel heel wat werk aan de winkel, maar vaak storen ze zich aan het feit dat zeventig tot tachtig procent van hun handelingen weinig om het lijf hebben en zijn er slechts een klein deel van hun patiënten waar ze werkelijk iets betekenen. Dat gaat dan vooral om de huisartsengeneeskunde, al ken ik wel huisartsen die er hun werk van maken en sturen ze toch tijdig hun patiënten door naar een specialist.

Ach, het zijn net mensen, moeten we maar denken, want soms weegt eergevoel, dan weer vlot gewin door in hun besluiten, maar de meeste, denk ik, zien hun patiënten graag en zijn oprecht bezorgd. Het is voor patiënten niet altijd eenvoudig het handelen van hun arts te beoordelen, maar via google gelijk trachten te halen, lijkt me niet zo wijs, een tweede opinie vragen behoort tot de rechten van de patiënt, maar is lang niet zo ingeburgerd als men zou willen, al zijn er dan weer patiënten die van de ene naar de andere arts huppelen omdat zij nooit tevreden zijn over behandeling en therapie.

Deze uitwijding[i] over geneeskunde in verband met de discussie over de roep van populisten is des te pregnanter omdat zowel artsen als patiënten de indruk krijgen dat de overheid niet voldoende doet of net teveel, zonder dat men er beter van wordt. Nu, wie niet naar de arts moet, geniet van de stilte der organen, kan toch maar beter genieten van die gezondheid, wetende dat als het mis gaat, er bekwame artsen paraat staan om te helpen en dat doorgaans betaalbaar.

Wat ik tegen het populisme in te brengen heb is dit: zij merken aan wat fout gaat, of onvoldoende goed zou zijn, roepen dat de staat te veel doet of, met betrekking tot Europa, deze politieke entiteit teveel op zich zou nemen en dat alles terug nationaal bedisseld moet worden, dan zal het plots allemaal uitstekend gaan, lees: zij hebben een heilsboodschap. Mensen blijken die inzichten te delen, omdat ze niet merken hoe Europa ongemerkt voor wie niet heeft opgelet, ook ontiegelijk veel goeds heeft gerealiseerd, waar we echter en helaas maar weinig over horen. Zou men toch de douanegebouwen in Rekkem meten opvoegen en herinrichten om er opnieuw de reisdocumenten van particulieren en importpapieren te laten afstempelen? Men kan dat toch in ernst niet willen, zonder ook een groot verlies voor personen en voor de afzonderlijke economieën te veroorzaken. Kan men becijferen wat Schengen aan besparingen aan administratie en aan winst en groei heeft voortgebracht door de afschaffing van grenscontroles en andere administratieve lasten bij in- en uitvoer binnen Europa? Nu de omstandigheden, de vluchtelingenkwestie en anderzijds het terrorisme voor problemen zorgen, wil men de grenzen sluiten. Voor de BENELUX zou dat catastrofaal uitpakken, maar het zou de veiligheid niet echt bevorderen. Misschien moeten we ook niet willen geloven dat een strak beleid alle problemen zal oplossen.

Velen die nu heil verwachten van een populist, zien inderdaad in het bos de bomen niet meer, verliezen zich in feiten die de media graag uitbreid brengt over beleidsfouten of grote thema's, zoals de klimaatverandering die grote veranderingen vergen van iedereen. Laten we niet zo blind te geloven dat het allemaal vanzelf zal opgelost raken of dat een sterke leider de boel kan redden. Veel gaat namelijk goed in Europa en een aantal pijnpunten, zoals het gebrek aan een stevige militaire poot die op revanche zinnende buren tot meer terughoudendheid kunnen brengen, moet men dan ook opbrengen. Het was een filosoof afkomstig uit Oost-Pruisen, student in Königsberg bij Kant en later dominee in Riga, zou wel eens inspiratie kunnen bieden voor hoe Europa zich in de geldende wereldorde en de vele spanningen die er zijn kan opstellen. Een leger om achter de hand te houden en alleen defensief in te zetten was voor Herder een garantie voor een blijvende vrede. Ook Kant dacht na over "eeuwige vrede" en vond evenzeer dat staten elkaar dienen te respecteren zonder naïef te wezen. Kant geloofde niet in een samengaan van Europese mogendheden, maar dat had er ongetwijfeld mee te maken dat al die landen bestuurd werden vanaf ongeveer 1740 door min of meer verlichte vorsten die ook nog eens beroep deden op goed opgeleide ministers en hoge ambtenaren. Na de oorlogen van 1870, 1914-1945 moet men de vorming van de EEG in 1957 wel als een sublieme oplossing accepteren.

Het punt is dus dat we van populisten vaak voorstellingen krijgen voorgeschoteld die de toets der kritiek niet doorstaan. Onze samenlevingen zijn niet meer homogeen, maar zijn dat domweg ook nooit geweest. Het individuele en persoonlijke element is in de Europese samenleving al vroeg, van de twaalfde eeuw af pertinent aan de oppervlakte gekomen. Figuren als Abelardus en Héloïse, maar ook Galbert en Lambert li bègues ofte Lambert de Stotteraar, ze duiken op, net als Chrétien de Troyes en zovele anderen, dat we moeten vaststellen dat met het opkomen van waardering voor het persoonlijke de samenleving niet langer uit kleine autonome groepen bestond in nederzettingen levend. De nieuwe samenleving, met snelle verstedelijking in delen van Europa zorgde ook voor scherper onderscheid tussen mensen in die samenleving. De patriciërs trokken in Gent de macht naar zich toe en gedurende decennia, eeuwen zelfs was er voortdurend debat over wie nu de macht mocht uitoefenen. Dat gaf aanleiding tot mechanismes van verantwoording, van delen van de macht en ook wel eens conflicten die veel weg hadden van een burgeroorlog. Ook tussen steden werd er gevochten, indien nodig, maar evengoed werden ambassades uitgewisseld. Wie dieper in de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen of het hertogdom Brabant wil doordringen, zal merken hoeveel feitjes en feiten van de 11de eeuw af toelaten een vrij goed beeld te krijgen van die samenleving. Maar evengoed kan men dan mits met evenveel ijver onderzocht, veel weten te vertellen over de 18de eeuw en zelfs over de twintigste eeuw valt veel te vertellen, meer toch dan alleen die oorlog van 1914 tot de vrede van Versailles, wat men nu graag over het hoofd ziet. Oh ja, wie de diversiteit in de Republiek der Verenigde Provinciën bekijkt, zal merken dat er behalve 100.000 tot 250.000 Vlamingen en Brabanders heen trokken ook veel Fransen, Zweden, Denen en Duitsers, sommige om politiek-religieuze redenen en andere om louter economische redenen, op zoek naar avontuur met de VOC.

Onze positie als burgers in de samenleving is complexer geworden, want de overheid verzorgt veel dezer dagen, van veiligheid over gezondheidszorg tot infrastructuur en zelfs regulering van de energiemarkt. Als we elk deelaspect grondig in de vingers willen hebben dan volstaat het niet de hoofdlijnen van het nieuws te volgen. Maar het blijkt voor de media moeilijk, zeker ook voor kwaliteitsmedia - ondanks verdienstelijke pogingen - de balans tussen actualiteit en een breedhoeklensbeeld tot stand te brengen. Met dat laatste bedoel ik vooral dat men niet enkel om het politieke gekibbel moet geven, negeren kan immers niet, maar ook om wat onze samenleving constitueert en structureert en dat is werkelijk meer dan alleen het geschreeuw van politieke marktkramers en commentatoren. Men moet maar eens de avonturen van Tevje de melkboer volgen, hoe die ergens op een markt staat en eerst de ene spreker toejuicht en vervolgens de andere. Vandaag zien we dat mensen van sommige sprekers alles aanvaarden, de grootste leugens het eerst en het meest en van de andere niets meer aanvaarden. Is dit een gebrek aan oordeelsvermogen? Ik vrees dat het blijk is van groot wantrouwen in de politiek, terwijl die er zich niet zonder grond over kan beklagen dat ze zo hard hun best doen om het ons, het volk naar de zin te maken.

Maar het volk als homogene massa grijze muizen achter de vierde wand bestaat niet. Mensen hebben een individualiteit ontwikkeld die hen wel eens tot mimetisch verlangen kan brengen of tot conformisme, maar als het er voor hen om gaat, dan kiezen ze wel voor een eigen positie. In een massasamenleving evenwel kan men nog altijd met wat geschreeuw tegen de bestuurders en de elites groepen mensen bij elkaar brengen, zodat men algauw de media meekrijgt - want waar massa's samenkomen is er nieuws - en dan kan men een groeiende aanhang vormen, zonder dat kritiek - die elitair is - er nog vat op heeft. Maar noch Trump, noch Wilders, zelfs niet Le Pen steunen echt op de inbreng van leden, maar op hun enthousiasme en vreugdevolle geschreeuw: nu wordt alles anders! Niet dus. Willen we dat echt wel, dat alles anders wordt. In 1944 kon men zeggen: "nun muss sich alles wenden", zoals Wibke Bruhns schreef in een biografie van haar vader, grootvader en familie. Wil een op vijf Vlamingen echt een ander leven? Zou dat voldoende zijn om een grote ommekeer te bewerken? Of zou een Trump niet finaal alles bij het oude laten?

Ook dit jaar zal weer van alles brengen, overlijdende beroemdheden en het schielijk verdwijnen van onbekenden, van dierbaren, die verder niet bekend zijn. Dit jaar zal weer geroep en geschreeuw brengen over waarheid en leugen, over post truth times, waarbij men mag roepen wat men wil, want men mag zeggen wat men denkt. En dan? Wie bepaalt wat waar of juist is? Juist, niet langer de eruditie, niet langer de elite, maar wie het zelf zegt. Waarheid? Wat een illusie.

De gevolgen? Après nous le déluge. Dat is wat we moeten vrezen en waar we moeten tegenin gaan. Als Wilders of iemand anders zaken vertellen die niet kloppen - los van de vraag of het moreel aanvaardbaar is - moet men dat luide zeggen. Maar men dient ook wel zelf iets in de aanbieding te hebben. Dus probeer ik ook dit jaar weer na te denken over democratie is en wat niet, maar ook wat goed zou kunnen zijn voor mensen die zich nu achter een antidemocratisch banier scharen. Nadenken over het falen van links? Wellicht ook, maar wellicht dan ook nadenken over de vraag waarom traditioneel rechts ook zoveel pluimen verliest en vooral, wat we van de media mogen verwachten. Maar ook hoop ik dat we verder goed kunnen leven, niet enkel consumerend, niet enkel zoekend naar het hoogstens genot, al moet men dat niemand ontzeggen, tenzij het schadelijk zou wezen. Genot? Mag. Geluk? Tja, wat het is en hoe we het ervaren, dat blijft weer iets anders, maar soms kan een eenvoudig geluk al veel waard zijn.

Bart Haers      




  






[i] Uitwijden? Betekent wijder maken, een ander terrein betrekken. Uitvoerig spreken is uitweiden, maar daar durf ik me niet aan te bezondigen. 

Reacties

Populaire berichten