Wetenschap versus mythe? universalia versus het dagelijkse


Kritiek


Schijnzekerheden 
overtuigen matig
Prometheus geketend

Sir Isaac Newton geldt als toonbeeld van onverbiddelijk
wetenschappelijker en toch dacht hij zelf met
het ontcijferen van het boek der natuur doende te zijn.
Hij ontwikkelde aan de ene kant een nieuwe wiskunde
en bleef toch ook doende met het vermogen goud
uit lood te produceren, alchemie dus. Dat inzicht
blijkt bij aanhangers van het sciëntisme
maar niet te willen doordringen. 
Rik Torfs en Etienne Vermeersch vliegen elkaar weer eens in de haren, waarbij ze uiteraard niemand van node hebben als secundant. Toch irriteert de discussie om meerdere redenen. Ten eerste is de zekerheid van de natuurwetenschappen maar toegankelijk voor wie de wiskunde begrijpt waarin die zekerheden verteld worden en de werkelijkheid achter die wiskunde kan begrijpen. Een tweede reden waarom het debat anno 2014 irriteert, kan men vinden in het feit dat wetenschappelijke bevindingen inderdaad de aard der dingen, van de natuur kan beschrijven, maar telkens wanneer men claimt het menselijke en het menselijke handelen wetenschappelijk te kunnen beschrijven, met eventueel enige voorspellende kracht, komt in de kortste keren bij benaderingen van individuen en samenlevingen uit die utopisch blijken en de handelingsvrijheid van mensen uitschakelen. Een derde reden ligt dan ook voor de hand, want stellen dat vrijheid een illusie zou zijn, zoals aanhangers van het wetenschapsdenken, dat wil zeggen een denken dat alleen wetenschappelijk gestaafde inzichten bron van waarheid en dus van inzicht kunnen zijn, wel eens doen, op grond van niet altijd even doorslaggevend onderzoek - ik heb het over de idee dat de vrijheid kan gemeten worden aan de hand van eenvoudige oefeningen, zoals het knippen met de vingers - want die vrijheid staat uiteraard tegenover een (wetenschappelijk) determinisme dat ook al door Immanuel Kant betwijfeld werd. Schreef hij niet dat hij met zijn kritieken heel wat bij elkaar had gebracht, maar dat het een eilandje blijft in een oceaan van onoverzienbare feiten en data? Natuurlijk, met een paar goede algoritmes kan men daar ook wel enige klaarheid in krijgen. Bovendien gaan we ervan uit dat de sociale wetenschappen, antropologie, psychologie ons ook wel enig houvast kunnen bieden, zodat de marge van onzekerheid alsmaar kleiner wordt. Maar is dat ook werkelijk zo, voor u en mij?

Neem nu de idee van maakbaarheid, van geluk, van succes en van onszelf. Het is een droom die op vele manieren doorheen de geschiedenis hoogtepunten heeft beleefd en dan weer werden die vergeten, in tijden van barbarij in een of andere vorm.  Het ridderideaal, het humanistische ideaal van de uomo universale... het waren pogingen, die evenwel slechts binnen een vrij beperkte kring leefden.

Het is dus van node dat we begrijpen dat de zekerheid van Etienne Vermeersch niet contingent kan zijn, maar juist daar komt de hoop en het vertrouwen die Torfs in de aanbieding heeft mooi uit. Het tijdelijke is niet voor elke filosoof even belangwekkend. Want natuurlijk kan men er alleen maar blij om zijn dat we niet opnieuw de stelling van Pytagoras hoeven te bedenken of de hydrostatica van Simon Stevin. Ook het gedachtenexperiment met de clootkrans van dezelfde wiskundige kan ons wel helpen en vergeten we natuurlijk Isaac Newton, Leibniz noch Einstein en al die anderen, die we niet onmiddellijk in gedachten hebben, laat staan dat we altijd nog weten wat ze hebben onderzocht, laat staan dat velen er zich rekenschap van geven dat sommige bevindingen vaker dan verwacht lange tijd als vergissingen werden gepresenteerd. Of voor waar aangenomen om vervolgens na nieuw onderzoek toch verworpen te worden.

Ontkennen we hiermee het belang van wetenschappelijk onderzoek? Geenszins, wel weten we niet altijd hoe we dat alles in ons mens- en wereldbeeld dienen te vertalen. Neem nu het succesvolle traject dat Voyager I en Voyager II hebben afgelegd doorheen het zonnestelsel en die nu ergens voorbij het bereik van de aantrekkingskracht van de zon zouden geraakt zijn. Ik vind dat nog altijd een prachtig verhaal, net omdat onze leraren ons toen, in 1976-1977 vertelden dat net dat de bedoeling was van de lancering, proberen voorbij de uiterste grenzen van het zonnestelsel te geraken. Alleen, die bijna veertig moet toch heel wat gebeurtenissen met zich meegebracht hebben voor die toestellen? Toch hebben we maar van enkele intieme ontmoetingen, onder meer met de maan Titan weet, terwijl we over de reis van de omgeving van Mars naar Jupiter, waar toch heel wat ruimtepuin rond de zon draait, een gevaarlijke zone denkt men dan, maar weinig vernamen. En bovendien, hoe communiceert men in de vluchtcontrolecentra met deze toestellen, want de programmeertalen zijn toch onvoorstelbaar veranderd? Ook die toestellen werden intussen industriële archeologie en toch, toch kan men er nog wel mee communiceren - al weet ik niet wanneer de laatste signalen gehoord, vernomen dan wel opgemerkt zijn.

Maar het verhaal van Voyager I en II laat nog iets anders zien, niet ontkrachtend het vermogen van mensen de aard der natuurlijke dingen beter te begrijpen, maar juist bevestigend dat het niet altijd helder is wat waar begint en waar iets eindigt. Want de grenzen van het zonnestelsel, dat blijkt toch niet zomaar te bepalen, maar het gaat eerder om een gebied voorbij de halfplaneten als Pluto... een voorbeeld van een definitieprobleem voor de astronomen. Kortom, ik neem graag aan dat wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke bevindingen voor helderheid zorgen in de natuur der dingen, maar tegelijk blijkt dan weer dat we niet geheel zeker kunnen zijn van de instrumenten die we hanteren om die natuur te leren vatten.

Moeten we daarom terugvallen op de informatie die de mythen en grote religies hebben geboden? Dat zou een begrijpelijke reactie zijn en we zien genoeg hoe sommige bewegingen binnen de oude religies die keuze maken, zich verzetten tegen de evolutietheorie, de theorie over het uitdijen van het heelal en wat al niet meer. Maar het komt deels ook voort uit het feit dat "Het Westen" en "De Moderniteit" het wetenschappelijke mens- en wereldbeeld zeer definitief en als volkomen zeker  aan anderen opdringen en daarom met grote verachting spreken over wie een geloof aanhangt, zich in een bepaalde mythologie vermeien kan. Roodkapje kennen we maar het waren de gebroeders Grimm die op ontdekkingsreis gingen in het Thüringer Wald en andere regio's in de Duitse landen en daar allerlei verhalen gingen optekenen. Natuurlijk fatsoeneerden zij de verhalen en later werden ze zo uitgegeven dat kinderen er niet mee op verkeerde gedachten gezet werden. Dus komt de vraag: over welk Roodkapje spreekt Etienne Vermeersch? Maar zelfs als het over de RKK gaat, over de dogma's en de doctrine kan men zeggen dat deze soms wel heel simpel uitpakken, maar tegelijk, als men er zich verder mee inlaat, dan moet men met onder meer Leszek Kołakowski wel kennis van nemen, van die oude mythologie, omdat zij op verschillende manieren ons zelfbegrijpen heeft vorm gegeven. De moderne psychologie, die zou toelaten onszelf en vooral anderen te kneden, gaat uit van een volkomen maakbaarheid - nu zou toch een deel van onze psychische dispositie afkomstig zijn van onze genen - maar die maakbaarheid (naar men zegt 40 %) loopt niet altijd zoals verwacht. Juist van de Jezuïeten werd gezegd dat zij kinderen perfect konden modelleren naar de gewenste hoog presterende normen die ze hanteerden.

Maar wat mij duidelijk is geworden, onder meer als men zich inlaat met taalkunde, met historische teksten en ook wel met interculturele psychologie is dat de bij aanvang opvallende verschillen in de verhalen van Inca's, Chinese tradities als die van Lao Tze en Confucius, de Indische Veda's... dat de aangedragen thema's overzichtelijk maken wat mensen in hun geworpenheid in de tijdelijkheid bewogen heeft en nog steeds bewegen kan. Men kan, schrijven Jacques de Visscher en Guido Vanheeswijck onderkennen dat mensen zonder verhalen, zonder mythologie niet kunnen, omdat de wereld hen niet genoeg is. Dat maak ik dan op uit de bijdragen die ze schreven over het werk van Leszek Kołakowski, die in het Polen van Gomulka de discrepantie tussen de beleden aandacht voor de wetenschappelijk gedetermineerdheid van de geschiedenis en de werkelijkheid van alledag. Het is een probleem dat ook Martha Nussbaum in haar essay over politieke emoties aandraagt, in de mate dat ze meent dat alleen politici die erin slagen met een positief en enthousiasmerend verhaal voldoende burgers mee te krijgen om een bepaalde crisis te boven te komen, terwijl populisten en raddraaiers de crisis verdiepen en geen gedragen oplossingen weten te vinden.

Het zal dus zaak zijn de antropologische kijk op de verhalen en de betekenis van wetenschappelijke inzichten als verhalen onder ogen te zien die zich niet altijd even eenduidig tegenover elkaar verhouden. In het contingente bestaan dat we met elkaar delen, kan men best wel geloven dat de wetenschap zekerheid schept over de natuur der dingen, maar die zekerheid blijkt altijd weer zichzelf te relativeren. Over het begin van het universum, de expansie van de singulariteit en de verdere ontwikkelingen, ook chemisch die ertoe leiden dat de zon de zon werd en de aarde de aarde, het leven het leven, kan men heel wat vertellen, maar het komt mij voor dat men daarbij zoveel aandacht heeft voor het noodzakelijke karakter van die ontwikkelingen, dat men vergeet dat wij veel ervan post factum hebben weten te reconstrueren, wat uiteraard een onvoorstelbare verdienste moet heten.

En in het eindige van onze levens speelt dat noodzakelijke een nog veel minder overtuigende rol, al zeggen we graag dat toeval niet bestaat, telkens weer doen er zich gelegenheden voor waarin het toeval nu net overweldigend aanwezig blijkt, ten goede en soms ook ten kwade, zoals bij vlieg- en andere rampen het geval is. De ramp met een bus vol kinderen die in Zwitserland tegen een tunnelwand knalde en 28 levens eiste, waaronder dat van de chauffeur, bleef voor een deel van de ouders lange tijd een geval van zelfmoord vanwege de chauffeur, omdat ze geen andere redelijke verklaring vonden. Een redelijke verklaring of een verklaring die we redelijkerwijze kunnen aanvaarden, schept gemoedsrust, maar het is niet altijd zeker dat er zo een verklaring te vinden is. Moeten we dan wetenschappers beletten die te zoeken? Dat kan men geenszins voorop stellen, wel integendeel, hoe groter de beschikbare kennis over de krachten die op zo een bus kunnen inwerken - en ik heb het over natuurkrachten, die in wetten beschreven zijn - hoe beter we ongelukken kunnen voorkomen.

Maar het is op dat punt dat de academicus Rik Torfs onze aandacht wil vestigen, dat ongelukken kunnen gebeuren, maar dat er ook, quasi onbegrijpelijk en zonder aanduidbare reden ons ook gelukken kunnen overkomen, zegeningen vanwege anderen, de omstandigheden en uiteraard ons eigen handelen. Rik Torfs speelt met de klassieke voorstelling van de hemel als de plaats waar we rijstpap met gouden lepeltjes zullen verorberen voor eeuwig en drie dagen. Hij meldt uiteraard dat de fysische verschijning van het leven hiernamaals niet meer contingent is, dat tijd en ruimte aan de hemelingen anders verschijnen dan wij dat gewoon zijn, want een 1000 jaar zou niet langer dan een dag duren voor de Eeuwige vader. Het zijn voor ons onvoorstelbare dimensies en daar putten sommige mensen hoop uit, voor anderen blijkt het een afschrikwekkend toekomstbeeld. Maar net de utopieën die men de afgelopen eeuwen heeft gevestigd, gelukkig zonder succes, waren gebaseerd op inzichten waar men niet aan hoefde te twijfelen en die ook nog eens 1000 jaar wilden doorstaan.

Het denken van Tomas Sedlacek, dat hij in zijn naar sommigen menen rommelige essay heeft uitgewerkt, dat economie als wetenschap zinvol is maar dat het tegelijk moeilijker valt dan men zou willen, er de voorspellende waarde van te onderkennen. Macro-economische inzichten hebben zeer zeker hun betekenis, maar de omstandigheden, die wel eens durven af te wijken van de veronderstelde situatie bij de nulmeting, kunnen het model op langere termijn onbruikbaar maken voor concreet gebruik, door ministers of een kredietbeoordelaar aan deze of gene zijde van de Oceaan. Moet men daarom de economie als wetenschappelijke discipline afwijzen? Geenszins, maar wie er zich op wil beroepen in goede tijden, moet er niet meewarig over doen op andere momenten.

De discussie zoals Etienne Vermeersch die voert, irriteert omdat hij, zoals ik hiervoor betoogde zelf negeert wat er in het wetenschappelijke bedrijf gaande is, namelijk de onzekerheid over definities en formules en de spanning tussen verschillende benaderingen. Mensen als Kołakowski, maar ook Sedlacek en Arendt, Nussbaum ook, hebben het niet zo hoog op met een star geloof in de wetenschappen als onbetwistbare kennis, net omdat de wetenschappen, eens ze als onbetwistbare zekerheden geponeerd worden, zelf ook weer mythologische dragers van zekerheden worden. Het verwondert me altijd weer dat Vermeersch net in die val trapt. Ben ik dan zo dwaas blind te geloven in mythen, in Sinterklaas en - ga weg - de persoonlijke god? Ten eerste, ik weet dat het verhalen zijn, soms kan het inzichten verhelderen omdat ze niet zelden universele menselijke inzichten en ervaringen weergeven, maar hoe men daarmee hiernumaals mee om kan gaan, ligt ook weer aan de omstandigheden. Denkend over de crisis in Syrië en Irak, kan men vaststellen, zoals Marc De Kesel beschreef, dat sommige vormen van geloof zo zelfverzekerd zijn van het eigen gelijk, dat zij die het aanhangen geheel in de greep blijken van een bijgeloof, waarin slechts facetten van wat een religie te bieden kan hebben, voor waar aannemen. Ik weet tot slot dat Etienne Vermeersch over de Islam vrij scherpe inzichten heeft en met allerlei soera's kan goochelen, maar hij komt niet, zoals Marc De Kesel het wel lukt, bij het probleem uit, i.e. dat deze lui die vechten voor het kalifaat zo een steil geloof in hun waarheid hebben, dat het a) modern moet heten in de zin dat het een zeer doelmatige aanwending van de teksten veronderstelt en b) dat het vooral onzekerheden uit wil sluiten en ook daar kan men die benadering modern noemen, als modern impliceert dat men een grotere vat op de realiteit wil krijgen. Het accepteren van onvoorspelbaarheid is een belangrijk gegeven in onze omgang met het dagelijkse leven, maar ook in het formuleren van onze verlangens en verwachtingen. En daar lijkt Rik Torfs meer oog te hebben voor wat mensen ook beweegt: de hoop op een beter leven, niet alleen na het leven, maar ook in het ondermaanse. Daarom blijft de discussie waarbij wetenschap tegen mythologie geplaatst wordt voor mij vaak een kwestie van onwil de mogelijkheden van beide benaderingen,inzichten te onderkennen en dat zij inzichten verschaffen in de dingen die zijn, zowel de eeuwige waarheden als de omstandigheden die voor ons bevattingsvermogen soms ondoorzichtig zijn.

Het gaat erom dat beide domeinen, dat van de wetenschap en dat van de mythe verschillende aspecten van ons menselijk kenvermogen bestrijken. Soms sluiten inzichten van wetenschappelijke aard mythes eenvoudigweg uit, gewoon omdat de mythe een voorlopige verklaring van astronomische grootheden bood, soms kan de wetenschap niet alle facetten van de condition humaine bestrijken en dan komen nieuwe dan wel zeer oude mythes te hulp. Het gaat niet meer om verklaringsmythes, maar bijvoorbeeld om inzichten in menselijk gedrag, zoals de Griekse tragedie, de roman of andere verhalen die ons menselijke bestaan ook kunnen belichten en ons inzichten leveren. Kan men zich nog een Medea indenken, een Agamnoon die zijn dochter offert? Niet echt, of toch, maar dan in andere omstandigheden. En daarom irriteert de discussie, zoals Etienne Vermeersch die voert. Wetenschappelijke vooruitgang heeft ons leven onvoorstelbaar comfortabel gemaakt, voorzien van vele gemakken en zelfs onze gezondheid zeer bevorderd, daar zal geen zinnig mens iets tegenin brengen, maar het ontbreekt in de benadering van Vermeersch aan wat Leo Apostel wel onderkende, de zin voor spiritualiteit, ook al gaat het dan om atheïstische spiritualiteit, maar daar lijkt men het wel moeilijk mee te hebben, Vermeersch niet in het minst.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten