Wie heur geen geweld en doet
Kleinbeeld
Het Nederlands in Vlaanderen
Taalovergevoeligheid
![]() |
Scène uit De Spaanse Brabander van Bredero. |
De
Vlaamsche tale is wonder zoet,
voor
die heur geen geweld en doet,
maar
rusten laat in 't herte alwaar,
ze
onmondig leefde en sliep te gaar,
tot
dat ze, eens wakker, vrij en vrank,
te
monde uitgaat heur vrijen gang!
wat
verruwprachtig hoortoneel,
wat
zielverrukkend zingestreel
O
Vlaamse tale, uw kunste ontplooit,
Wanneer
zij 't al vol leven strooit
en
vol onzegbaar schoonzijn, dat,
lijk
wolken wierooks, welt
uit
uw zoet wierookvat!
(Guido
Gezelle, Verzameld dichtwerk 1879)
Uit welk vaatje zullen we
tappen? Dit gedicht van Gezelle spoort met 's mans afkeer voor het
Noord-Nederlands en dus zal men verwachten dat ook ik van het
Grachtengordel-Nederlands zou gruwen, maar dat is geenszins het geval. Ik
herinner me wel nog hoe sommigen het Nederlands van de NOS, van de Nieuwslezers
bekakt bevonden en net dat leek me niet echt aan de orde, aangezien een
nieuwsdienst, wil ze betrouwbaar zijn ook een betrouwbare taal dient te
hanteren. Maar tegelijk, de kritiek op standaardtaal was al in de nasleep van Mei
'68 aan de orde, maar Jan de Wilde en de andere chansonniers van die dagen, Wim
Decraene en Kris De Bruyne zongen in het Nederlands, zonder dat dit gekunsteld
klonk. Wat meer is, sommige jonge zangers en zangeressen die in het
streekidioom zingen, overtuigen minder net omdat er weeffoutjes in hun dialect
zitten.
Nu, wat wel opvallend blijft,
na zoveel jaren is dat de taaltuinieren zich vooral met wieden en uitroeien
hebben bezig gehouden en te zelden de schoonheid, de zoete geuren uit het
wierrookvat hebben laten horen. Het Nederlands werd, zoals het Frans een taal
die men diende te beheersen en waarbij men zich geen fouten tegen de taalregels
kon veroorloven, want dan viel men uit de boot. Intussen drong de invloed van
Pierre Bourdieu door, die stelde dat men taal, standaardtaal als cultureel
kapitaal van de elite diende te beschouwen en daarom, vonden medestudenten aan
de Universiteit Gent dat men geen Nederlands meer mocht spreken, maar kiezen
zou voor een tussentaal, de taal van het klootjesvolk.
Het gevolg is dat men aldus
uitkomt bij Guido Gezelle terwijl men toch alles behalve provincialistisch en
al helemaal niet taalparticularistisch uit de hoek wil komen. Meer nog, de
voorbeelden zijn legio van mensen die algemeen Nederlands, de standaardtaal
verkiezen te spreken en daarom in de media als stijve harken worden weg gezet.
Het valt op dat mensen die de taal in elke zin geweld doen, zoals de voormalige
Gouverneur van de Nationale Bank, Fons Verplaetse en ook Jean-Luc Dehaene kon
er weg mee, met het verhaspelen van de taal, daar nauwelijks op werden
aangesproken. Maar Geert Bourgeois... die is dus de stijve hark.
Het blijft dus maar de vraag
hoe we vlot met onze taal leren omgaan. Ik kan maar vaststellen dat mensen,
geboren tijdens het interbellum en die nu bijna 90 zijn, een zeer vlot Nederlands
beheersen, want het is de generatie van de ABN-kringen, het is ook de generatie
die het Nederlands als cultuurtaal diende uit te dragen, om aan te tonen dat
kardinaal Mercier het fout voorhad, toen hij stelde dat het Nederlands geen
taal was voor wetenschappen, laat staan voor filosofie of theologie. Het
Nederlands is er uiteraard wel geschikt voor, maar wie kent nog de radiocolumns
van Simon Carmighelt en Godfried Bomans? Ook in Vlaanderen waren er overigens
mensen die de Nederlandse taal met veel zwier wisten te hanteren, zoals Hugo
Claus.
Overigens, zouden jongeren
echt alleen maar tussentaal met nog een zweempje dialect spreken? Sommige
observaties bevestigen dit, andere observaties wijzen op het gebruik van het
Nederlands en dat met toenemende zwier. Mij komt het dus voor dat we het
Nederlands opnieuw de zwierigheid van de Spaanse Brabander moeten meegeven, de
taal laten zinnestrelen en de norm niet
als een hakbijl aanwenden om mensen te diskwalificeren. Maar we leven nu
eenmaal in een wereld waar een norm meteen weer een dualiteit schept. Met azijn
vangt men evenwel geen wespen en het zou dus nuttiger zijn, als men het
hanteren van de taal van Harry Mulisch of Nelleke Noordervliet zien kan, horen
kan met alle zwierigheid die ze daarbij tentoon spreidden en spreiden..
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten