Wat als de verbeelding van Coucke er niet was?
Dezer Dagen
Patrimonia en welvaart
Fiscale billijkheid
![]() |
Marc Coucke, de ondernemer die zich plots moet verantwoorden voor zijn fortuin. |
Het thema van de belastingen
was nooit zo hot als dezer dagen, terwijl we toch regeringen hebben die
beloofden de totale belastingdruk te verlagen. Maar elke afschaffing van
tussenkomsten vanwege de overheid wordt als een bijkomende belasting beschouwd.
Nu, dat de overheid een aantal programma's heeft om evidente noden aan te
pakken, kan men alleen maar toejuichen. De vraag is hoe zwaar de bureaucratie
moet wegen en hoe zwaar de overhead mag wegen in het staatsbudget. Het zijn
vragen die tijdens de regeerperiode Elio di Rupo niet gesteld werden, tenzij
door de oppositie.
Nu een opvallende ondernemer
erin slaagt een mooie som te krijgen voor zijn bedrijf, merkt men dat het
ressentiment wel heel zwaar gaat opspelen. Aan de andere kant, bedrijfsleiders
van KMO's en ZZP'ers (zelfstandigen zonder personeel) hebben het niet onder de
markt, want als ze hun bedrijf aan het einde van hun werkzame leven liquideren,
betalen ze nog eens 25 % liquidatiebonus. Coucke nu liquideert niet want hij
verkoopt zijn aandelen. Betaalt hij dan een beurstaks of anderszins voor de
overdracht van waardepapieren? Het valt uit de kranten niet te achterhalen en
bovendien lijkt men erop gevlast de heer Coucke te laten bloeden. Is dat
rechtmatig?
Ik weet niet of er een goed
antwoord is op die vraag, maar of de reactie van Marc Coucke terecht is, blijft
ook een kwestie die men niet in drie woorden kan beantwoorden. Is de overheid
inefficiënt? Men zegt dat justitie slecht beheerd wordt en we weten dat
anatoom-pathologen, psychiaters en beëdigde tolken niet tijdig vergoed worden
voor de diensten aan magistraten verleend in het kader van een onderzoek. Twee
gevallen van protest tegen de achterstallen vanwege justitie werden deze week breed
uitgemeten, maar hoe men met beperkte middelen de zaken kan regelen, blijft nog
maar de vraag. Toch kan men zich afvragen of de bijdrage in de gerechtskosten
die bij vonnissen opgelegd worden, niet voldoen om de betrokken experten a
priori te vergoeden? Wellicht verdwijnen die deelnames in de gerechtskosten in
een pot en betaald men volgens het principe Last in Last out. Het zou dus
allemaal, met de huidige informatisering beter afgehandeld kunnen worden, maar
er bestaan nu eenmaal geplogenheden. Overigens, mocht een onderzoeksrechter
niet alle onderzoeksdaden laten stellen, dan komen de burgerlijke partijen dan
wel de verdediging met de nodige vragen opzetten.
Ten gronde blijft de vraag of
we de overheid zomaar inefficiëntie kunnen aanwrijven, zonder na te gaan hoe
wet- en regelgeving ontstaan en hoe men soms vergeet de ambtelijke uitrol goed
te volgen. Inefficiëntie is er dus wel, maar het hangt ook nog af van het
perspectief. Als men kijkt naar de zorg voor mensen met een mentale beperking,
dan merkt men dat de zorgvraag tegen de verwachtingen in is toegenomen. Tegen
de verwachtingen omdat men in België en in Nederland, maar ook Frankrijk sinds
de jaren 1980 prenatale screenings uitvoerde om te zien of een foetus, embryo
helemaal in orde was. Niet iedereen gaat over tot abortus, maar toch, het
aantal gevallen van mensen met het syndroom van Down daalde. Echter,
vroeggeboorten konden alsmaar meer levensvatbaar gehouden worden en in de
couveuse voldoende verder verzorgd zodat ze na negen maanden min of meer aan de
verwachtingen voldeden. Maar de verdienste van de artsen die de neonatale
zorgen op zich namen, bracht mee dat sommige afwijkingen pas met de jaren aan
het licht komen. Het komt mij voor dat men die paradox van de vooruitgang van
de geneeskunde niet tijdig heeft ingeschat, al blijft het dan nog de vraag of
zo een levensvatbaar kindje niet sowieso geholpen moet worden. Een derde
instroom van mensen met hoge zorgbehoefte zijn slachtoffers van verkeersongevallen.
Men lijkt er zich niet geheel van bewust dat ook hier de toegenomen
mogelijkheden van de geneeskunde tot geluk van velen meer mensen kan redden,
maar soms betekent die redding een grote vraag naar bijkomende ondersteuning,
naast revalidatie. Men zal dus bij de benadering van de zorgvraag best goed
kijken naar de verschillende processen.
Niet enkel deze evolutie maar
ook andere brengen voor de samenleving, c.q. de overheid kosten met zich,
waarvoor niet altijd zomaar middelen kan voorzien. Het valt op dat er vele
domeinen zijn, waarvan men op het eerste zicht het nut of het belang niet kan
inzien, maar als men het leed in overweging neemt dat uit de wereld geholpen
wordt, verzacht het oordeel vanzelf.
Marc Coucke mag dus wel vinden
dat de Belgische overheid inefficiënt werkt, de uitspraak is te algemeen om er
iets mee aan te kunnen vangen. Zal men de NMBS beoordelen als een loutere
kostenpost, zoals in een liberaal economisch discours bedacht kan worden, dan
zou men ook kunnen overwegen dat de spoorwegen een maatschappelijke baat vertegenwoordigen
die ons in verschillende opzichten kan interesseren, namelijk in de mate dat
goed werkende spoorwegen het autoverkeer beter kan opvangen - tot we allemaal
met een Tesla gaan rijden natuurlijk. Ook kan de werking van de NMBS of andere
operatoren ervoor zorgen dat de steden beter toegankelijk zijn. De voorwaarde
zal zijn dat de kost voor de NMBS beheersbaar blijft en daar wringt de schoen.
De spoorbonden willen een aantal voordelen en verworven rechten niet op de
helling geplaatst zien, willen behouden wat ze hebben, maar verhinderen zo dat de
spoorwegen performanter worden. De kostprijs van de geleverde diensten door de
spoorwegen moet men beter bewaken, maar het aanbod kan men best organiseren in
functie van de gewijzigde vraag, dat wil zeggen dat mensen ook voor hun vrije
tijd gebruik willen maken van de spoorwegen en daarom ook later op de avond nog
de trein terug naar huis willen kunnen nemen. Op dat vlak blijft de lijn Gent -
Antwerpen een regelrechte ramp, wegens de te korte treinen - omwille van de
kleinere stations waar de trein nog altijd stopt. Ik weet dat dit een
stokpaardje is, dat ik graag berijdt, maar toch, het valt op dat men dit domein
geen vooruitgang ziet.
Mag Marc Coucke vragen dat de
staat efficiënter worden zou? Want dat kan twee zaken betekenen: a) het aanbod
aan diensten, van veiligheid tot welzijn met minder bureaucratie afdoen; b)
alles nog meer onder controle krijgen en dus integendeel meer administratie,
nog meer bureaucratie in het leven roepen om de beheersing van de
maatschappelijke processen en de risico's op ordeverstoring tegen te gaan. In
dat geval werkt de efficiëntie als een vliegwiel voor nog meer overheid en
macht van de overheid. Efficiëntie is in deze een gevaarlijke term, omdat ze
bij uitstek relatief is.
Hier komt Paul Frissen en
diens vaststelling over de fatale staat toch wel om de hoek kijken: hoe ver kan
de overheid gaan om elk onheil dat mensen overkomen kan te voorkomen, om elke
vraag uit de samenleving op te lossen? Men klaagt erover dat de overheid inzake
onderwijs op de bijkomende middelen voor kinderen uit achterstandsmilieus te
ondersteunen, wil beknibbelen. De
vaststelling dat men leraren beter zou kunnen betalen, zoals in een school in
Manhattan gedurende vijf jaar is gedaan en met succes want de kinderen scoren
stelselmatig beter op testen dan kinderen uit andere achterstandswijken. Het
gehanteerde loon bedroeg nagenoeg het dubbele van een courant lerarensalaris.
Dat dit de bereidheid meer inspanningen te leveren, blijkt men niet voor mogelijk te houden.
Zo zijn er wel meer domeinen waar de kost de baat vooruit gaat
maar de efficiëntie op een andere manier bereikt kan worden dan door in de
kosten te snijden. Blijft dan de vraag naar de belastbare massa en wat men zal
belasten en met welke argumentatie. Piketty en Stiglitz maken furore, maar het
lijkt erop, denk ik, dat men niet kan beweren dat Piketty verder komt dan de evident
vaststelling dat vermogensverschillen toenemen, onder meer omdat men de
afgelopen dertig jaar de ceo, de manager zoveel kwaliteiten is gaan toedichten
dat het bijna niet mogelijk blijkt, eraan te twijfelen. Toch kende men in
Vlaanderen, nu bijna dertig jaar geleden de DIRV, de derde Industriële
Revolutie, waaraan Gaston Geens veel belang hechtte, maar ook ondernemers als
Luc Debruyckere en Louis Verbeke en wat men in de wandeling de Vlerick Boys is
gaan noemen. Vandaag lijkt de regering nog niet een hefboom te hebben gevonden
om ondernemers, captains of industry, mee
te krijgen. Als men vermogens wil belasten om de gelijkheid te bevorderen, dan
kan men zich afvragen of dat ethisch is. Gelijke behandeling voor de wet, is
het minimum dat men kan verwachten, respect voor mensen ongeacht hun
omstandigheden is een meer maatschappelijke kwestie, maar het streven naar
gelijkheid kan de dynamiek uit de samenleving halen. Men kan terecht
onderkennen dat grote vermogens soms een grote greep op het beleid of details
van het beleid kunnen krijgen en dat moet men niet aanvaarden. Echter, ook hier
zal een doorgedreven wetgeving weinig aan veranderen, wel zal men hopen dat
journalisten politici zonder rechte rug aan de schandpaal nagelen, want ook dat
schept ongelijkheid en ineffeciënt beleid. Moet ik nog over het Schipdonkkanaal
zeuren, waar welgestelden het burgeractivisme van groene en rode inspiratie weten
mee te krijgen? Van gebrek aan efficiëntie gesproken door toedoen van een
verbond van welgestelde villabewoners, Vuile Mong, een volkszanger, boeren en
zelfs vakbonders. Dat wekt dan weer mijn bevreemding op en maakt mij duidelijk
dat die gelijkheid nastreven vooralsnog vooral een utopitistische bedoening is.
Wie een fortuin eerlijk heeft
verdiend, mag er ook de vruchten van plukken. Hoe het zit met erfenisrechten,
blijft een ander hoofdstuk, maar ook daar dreigen met het oog op
rechtvaardigheid onbillijke maatregelen uit de Kamer te zullen komen, die
misschien vooral weer de zelfstandigen en de hogere middenklasse zullen
treffen, eerder dan de werkelijk grote fortuinen. Hoe men het dan wel moet
doen? Daarover moet men met mensen als Marc Coucke zelf aan de praat gaan. Fiscale
billijkheid kan men niet aan een enkel criterium afmeten en de gelijkheid die
men nastreeft kan men ook niet geheel doortrekken, want dan loopt men het
risico veel dynamische mensen het hier niet meer zien zitten.
Nu we het einde van de DDR en van
de andere communistische dictaturen vieren, met de opening van de Muur in
Berlijn op 9 november 1989, nauwelijks enkele maanden na de gebeurtenissen op
het plein van Hemelse vrede, moeten we goed in overweging nemen dat het
Europese politieke bestel het meest succesvolle is gebleken, maar ook dat het
kwetsbaar is. De neiging om in excessieve oplossingen heil te zoeken voor
zogenaamd onoplosbare morele problemen, vormt daarbij een opvallend vaak
genegeerde bedreiging voor het bestel. Debat moet kunnen, maar of men per se
extreme remedies van node heeft? Dat heeft toch de 20ste eeuw aangetoond en ik
reken onder die excessen ook graag het neoliberalisme en neoconservatisme.
Gematigde benaderingen hebben echter als nadeel dat ze zo zoutloos smaken. En
toch, heeft net Marc Coucke niet getoond dat verbeeldingskracht veel waard kan
blijken?
Bart Haers
Reacties
Een reactie posten