Een mentale agenda voor Vlaanderen

Dezer Dagen

Een agenda voor morgen
Verwachtingen zonder zekerheid

Dit boek lag begin Jaren 1980 in de bibliotheek
en op de salontafel, maar ik denk dat mijn broers
en ik er wel degelijk mee bezig zijn geweest. 
Het verhaal begint in de dagen dat we uitkeken naar wat het fenomenaal fascinerende jaar 2000 zou brengen en hoe we zelfs op school te lezen kregen hoe visionaire auteurs die schitterende toekomst zagen, want schitterend zou die zijn. Shuttles in de ruimtevaart? Ze waren er maar zijn weer afgevoerd. De kolonisatie van de maan of zelfs Mars, het zat er in dat we evolueren zouden naar een meer permanente aanwezigheid op de maan, dat we al eens een bemand retourtje naar Mars zouden beleven, maar we zitten nu wel al jaren met afwisselende bemanningen net buiten de dampkring, ISS die rond de aarde rondje naar rondje maakt. En toch was 2000, is 2015 fantastischer dan die visionairs hadden kunnen voorspellen, maar ook lastiger en hebben we kwesties te behandelen die men toen niet kon of wilde voorzien.

Visionairs lieten hun fantasie wel eens gaan, maar het gebruik van pc door particulieren was nog niet echt aan de orde rond 1975, terwijl medische vooruitgang en de kennis van nieuwe materialen wel volop aan de gang waren, maar nog niet gekristalliseerd in het concrete functioneren, laat staan dat onze levens zijn gebleven wat die waren voor mijn voorzaten, voor uw voorzaten. Meer nog, bekijkt men de fases in ons leven, van kind over puber, adolescent, jongvolwassene tot... oudje, dan merkt men dat er vandaag in het beleven van die onderscheiden fases, ook passages tussen de onderscheiden fases vaak de continuïteit over het hoofd gezien wordt en dat vaak de mogelijkheden die een levensfase biedt best goed onderkent, ook de (hoge) ouderdom. Verder kregen we ook het inzicht dat men niet meer zo conformistisch in het leven hoeft te staan. Afgezien van het gegeven dat de sociale controle haar dwingende karakter verloor, mag men niet over het hoofd zien, dat sinds 1975 de levensverwachting zo is toegenomen dat we niet zo nodig dit dan moeten doen. Maar voor we gaan juichen, veel van die inzichten zijn intussen op de een of andere manier alweer van het bord gewist. In plaats van sociale controle hebben we nu andere controle-instanties, die van overheidswege menen te moeten toezien op ons miezerige bestaan. Het oude paternalisme werd vervangen door een staatspaternalisme waar John Wiliams erg van zou zijn geschrokken. In zijn roman waarin hij zijn visie op Augustus uitwerkt, speelt precies de terughoudende staat een grote rol. Dat het boek nu opnieuw aan de orde komt, pleziert me, terwijl dat succes ook de vraag oproept of het om nostalgie gaat, niet naar Wiliams, wel naar de tijd waarin hij werkte, leefde en schreef.

Over dit thema, hoe om te gaan met de toekomst schreef ik wel vaker, omdat het een topos, vaste prik is in de literatuur en tegelijk omdat politici graag van visie getuigen dat proberen te doen in kleurennota's of actieplannen, Vlaanderen in actie is er de laatste flauwe vertolking van geweest. Men kan vragen dat de overheid een beleid zou voeren dat begeesteren kan en alle partijen doen er hun uiterste best toe ons ervan te overtuigen wat het beste zou zijn voor ons, morgen, maar soms ook overmorgen. Maar als die fraaie toekomstperspectieven de vorm moeten aannemen van wet- en regelgeving gelden andere prioriteiten, waaraan niet te ontkomen valt. Stellen dat er geen alternatief mogelijk is voor het gevoerde beleid, impliceert dat men misschien nog over de symptomen van mening kan verschillen, over de uitwerking van oplossingen zou die niet bestaan. Ik heb het vroeger anders gedacht, wat echter betekent dat men het statuut van een politieke beslissing, door een regering, door een parlement ernstig moet nemen, want het is geen oplossing die een perfecte en onfeilbare oplossing brengen moet.

Het punt blijft de overheid door het garanderen van fundamentele vrijheden altijd beperkt zal blijven als het om slagkracht gaat, want het blijft zo dat besluiten maar in de samenleving alleen iets betekenen wanneer de betrokken burgers die ook accepteren en willen naleven, c.q. ondersteunen. Ook het werken aan positieve vrijheden heeft invloed op het regeringsbeleid en de wetgever. Hier kan het gebeuren dat burgers de garantie van rechten die niet hen maar wel anderen aanbelangen, niet dragen of er huiverig tegenover staan. De welvaartstaat werd vanaf de 19de eeuw in de steigers gezet, maar het duurde lang, tot na 1945 voor dit land dat de grondslagen ook leidden tot een beter vangnet voor mensen in moeilijke omstandigheden, door ouderdom, werkeloosheid en ziekte. Men kan dit gebouw niet zomaar onttakelen en tegelijk is het van belang te begrijpen dat het duurzaam moet blijven.

Dat heeft dan betrekking op de toegenomen levensverwachting en waar in de overzienbare toekomst de grens van die groei zal liggen. Of zal de geneeskunde zover kan gaan datmensen herbouwd kunnen worden terwijl ze leven. Niemand zal het belang van de vorderingen van de wetenschappen in vraag stellen, wel zal men, zoals ook Ignaas Devisch al vaker aangaf nagaan wat dat voor de condition humaine betekent. Hoe afmeten wat wenselijk is, vergt meer debat dan het zwaaien met onderzoeksrapporten.

Men zal ook begrijpen dat de volgende decennia de betekenis van werk voor de samenleving en voor het individu nog verder zal veranderen. Loon, werk (hebben) en arbeidsvreugde wegen niet even zwaar in de discussie, terwijl de technologische mogelijkheden de betekenis van jobs veranderde en nog zal veranderen. De weg die we moeten gaan betreft zowel een economische, zorgen dat er meerwaarde gecreëerd worden kan, dat mensen kunnen ondernemen en niet door het financieel kapitalisme in de greep gehouden wordt. Het zijn parameters als rente, risicomijdend gedrag en de betekenis van het ondernemen die in de toekomst mee de kwaliteit van leven zullen bepalen.

We hebben de afgelopen decennia vaak pogingen gezien de toekomst vanuit een of andere trend te voorspellen en daarbij de wens als vader van de gedachte laten optreden. Alvin Toffler was hot na het publiceren van zijn visie over toekomst door te beschrijven dat de informatie het van de industriële productie zou overnemen. Daarmee zat hij de werkelijkheid op de hielen. Ook andere facetten van zijn visie raakten dicht bij wat we nu beleven. Maar toch was zijn eenzijdige beeld van de industriële tijd te schematisch om helemaal overtuigend te zijn. Er was massaproductie, standaardisatie en massacultuur, maar net toen Toffler dat schreef, waren we in een situatie gekomen waarin de samenleving een meer en meer versplinterde in subculturen, die nu nog doorleven. Tegelijk leidde, zoals Sloterdijk vaststelde, de ontwikkeling van het individualisme niet per se tot eenvormigheid, wat nu meer aan de orde lijkt. Sloterdijk stelde dat de markt, actoren op de markt cynisch zelfs de mooiste en nobelste subculturen weet in te palmen. Maar de veggi's kunnen dan weer niet klagen dat de commercie er een zaak van gemaakt heeft.

Men kan Alvin Toffler die vergissingen of dat mistasten niet kwalijk nemen, want in periode waarin hij dat boek schreef kon men dromen van draadloze communicatie, van snelle informatie, maar men wist niet, kon niet weten hoe het zou uitpakken. Die nieuwe technologieën gaven ons vele voordelen en mogelijkheden, wat er aanleiding kan toe geven Alvin Toffler een niet cultuurpessimistische visie aan te wrijven. Wel is het zo dat we niet zeker kunnen zijn of we met wensgedachten dan wel min of meer objectieve benaderingen te maken hebben.

Sinds de pc ons ter dienste staat, blijken we ook meer en meer in staat modellen te bouwen en laten we dat intellectuele instrument graag los op allerlei evoluties. Maar we vergeten dat er vake sprake is van chaotische evoluties, niet van lineaire aard en moeilijk te controleren zijn wat, zoals Tomas Sedlacek wist in herinnering te brengen en reeds door Keynes onderzocht was: niets is zo moeilijk te voorspellen als de toekomst.

Onze pogingen toe te werken naar een wenselijke toekomst zal dus altijd benaderend zijn en nooit een concreet beeld van de toekomst opleveren tenzij de geschiedenis echt zou stil vallen en alles vast zou komen te liggen, maar dat betekent een collectieve dood, want als niets zou veranderen, betekent dit dat niemand meer handelt, noch als individu noch als samenleving. Men kan deze gedachte de evidentie zelf vinden, er is een probleem als men meent te kunnen vertrekken vanuit een redering "ceteris ne varietur". Want hoe graag we ook economisch handelen van het politieke, het culturele willen afscheiden en geloven dat de zaken los van elkaar evolueren, vergist zich. De grote festivals van popmuziek, House, Techno en klassieke muziek, jazz ook leiden ertoe dat we moeten en mogen spreken van goed draaiende industrieën die niet enkel betrachten de onderneming jaar na jaar voort te zetten, tegelijk wil men groeien en zoveel mogelijk mensen aanspreken, wat dan weer leemtes oplevert en nieuwe initiatieven genereert. En toch is de popmuziek vandaag niet langer deel van een subcultuur, gedragen door jongeren, maar drie, vier generaties van elk ongeveer 10 jaar hebben er deel aan en blijven ze verder dragen. Dat betekent een gigantisch en fijnmazig systeem van mensen, van bands en van producers, van instrumentenbouwers en van dragers van de muziek. Een business die in Vlaanderen veel groter is dan zogenaamde culturolo's denken te veronderstellen en waar mensen die voor harde economie zijn al net zo weinig inzicht in hebben. De toekomst voorspellen is niet mogelijk, wegens onbeheersbaarheid van vruchtbaarheid, levensverwachting en levenskwaliteit. Maar toch is het goed na te denken over hoe we de samenleving hopen te zien evolueren en welke waarden we daarin idealiter gedragen zien.

Als de minister-president van een regering in een regio die notoir open is op economisch, maar ook cultureel vlak, op politiek vlak nogal gepolariseerd, dan begrijpt men dat het moeilijk is zomaar een template aan te bieden. De Bouwmeesters hadden goede ideeën, maar de kritiek dat hun visie op wonen de bewoners van hun droomhuizen en droomsteden niet aanspreken kan, leek of lijkt hen niet te raken. Ik denk dat de ruimte voor particulier initiatief in plaats van groots opgezette bouwprojecten Vlaanderen mee een welvaart gegeven heeft, die door de inbreng van banken en stedenplanners in gevaar kunnen komen. Het besluit moet niet zijn dat we niet plannen moeten of kunnen maar dat de plannen parameters zouden moeten aangeven in plaats van preciese blauwdrukken. Geplande steden waar op een zeker ogenblik de strakke idee/regie los wordt gelaten, levert algauw een levendiger gemeenschap, zoals men in Louvain-La-Neuve konden zien, terwijl die andere nieuwe stad, Brasilia voor de bewoners niet echt lijkt aan te spreken, al hoorde ik Brazilianen de kritiek weerspreken.

Verwachten wij dan helemaal geen agenda voor Vlaanderen Morgen, een werkagenda met dingen die moeten zeker niet. Wel is het mogelijk op terreinen na te gaan waar men situaties kan verbeteren. Maar het belangrijkste zal zijn terug te keren naar een onderwijs dat wetenschappen goed kan overdragen zonder de reflectie op de achtergrond te laten als een bezigheidstherapie. De regering zal dus vragen stellen over de aard van onderwijs en in welke mate dat meer op maat van de verschillen die er evident tussen leerlingen bestaan gericht is en tegelijk mensen de kans geeft zich te ontplooien op terreinen die we wel eens overbodig durven te vinden, zoals filosofie, literatuur, kunst. De spanning tussen individu en samenleving kan men niet vanzelfsprekend oplossen, de discussie voeren over de correctheid van de evolutionaire psychologie, die ons tot zelfzuchtige wezens vormt ook een element in het toekomstdebat. Susan Neiman deed dit in een essay "afgezien van de feiten" omdat ze daarin precies een mantra van deze tijd heeft onderzocht en afgewezen. Het mensbeeld dat we hanteren beinvloedt immers hoe we de toekomst zien. Verachting voor de mensheid en de contingente wereld dan wel liefde voor precies dat rare wezen dat we zijn, of voor de wereld zoals die is, het blijft een discussie die men vaak als nogal abstract voorstelt terwijl ze juist ons omgaan met de mogelijkheden bepaald, mee vorm geeft.  

De regering, elke regering zal dus niet enkel niet alleen objectief handelen, maar wel zonder aanziens des persoons doch ook betrokken bij het welzijn van mensen. Mensen die menen dat idealisme alleen in hoofde van Fidel Castro, Evo Morales of andere linkse dictators kan bestaan, kunnen dus ook eens in overweging nemen dat ze anderen de prijs voor hun vergissingen laten betalen.

Kan men in een democratie naast de wetenschappelijke productie van inzichten ook het geloof in mensen, het vertrouwen in elkaar en een scheutje idealisme mee laten wegen? Als er dus geen groots en meeslepend project komt van deze regering, betekent dat er vooral dat er eerder impliciet een idealistische opzet in het beleid zit. De een zegt dat zij of hij niet tegen rechtvaardigheid kan, maar is altijd waartoe rechtvaardig handelen moet leiden en hoe we beleid eraan afwegen?

Dat leidt ons tot andere vragen die we ook zullen moeten onderzoeken. Maar dat men niet komt vertellen hoe of dat expliciet moet gemaakt worden, terwijl beleid impliciet uitgaat van normen en inzichten die we als burgers onderschrijven dan wel menen dat er iets veranderd moet worden. Daarover gaat politieke strijd en die gaat dieper dan de oppervlakkige discussies met al te rooskleurige plannen. Toch gaat het beleid ook over zeer concrete zaken, van scholenbouw, onderwijs en gezondheidszorg, maar ook het verzekeren van een klimaat waarin mensen vrij kunnen leven, werken en hopen.  Men kan het verhaal vereenvoudigen om het beter te begrijpen, maar eenvoudig kan het debat niet zijn, noch kunnen de argumenten al te eenduidig op tafel gegooid worden.

Bart Haers


Reacties

Populaire berichten