Een boekvoorstelling, de waarheid en het optutten van de stad


Boeken

Zullen we de waarheid nog zoeken?
In ‘t midden vinden we ze niet

Ignaas Devisch, Ligt de waarheid in het midden. Nadenken in Wolkenkoekoeksoord. Imprint Humanismen Uitgeverij ASP./ VUB Press 168 pp. prijs : 17,95 €

Op Zaterdag kan de ochtend vlot voorbijgaan, gewoon omdat je zoveel omhanden hebt met de ochtendkranten, digitaal en in print. Intussen speelt de radio en drink je een paar tassen goede koffie, een broodje en dan even door de straten wandelen. Greet Samyn mag niet meer dan korte boodschapjes geven, al is het nu toch al weer wat meer. Enfin, de dag kabbelt voort en zo tegen twaalven komt er op Klara toch iets dat echt onze aandacht wekt, zelfs onze verwachting. Werner Trio maakt er weer eens een triootje van, hij en twee heren gaan men elkaar in gesprek en deze keer gaat het over de aard van de crisis die de democratie zou treffen. Wellicht zal niet iedereen veel verwachtingen koesteren, maar nu een programma als dit realiseren, geeft blijk van een zekere sensisitiviteit en gezegd mocht worden dat Ignaas Devisch en Tim Heysse naar aanleiding van een bijzondere uitgave van “Wijsgerig Perspectief” met als op- en inzet “Democratie en representatie”  er een boeiend gesprek van maakten. Waar of niet Waar? Wel, een aantal inzichten die in deze uitzending aan de orde kwamen, wekten toch mijn aandacht, al was het maar dat  veel gesprekken over democratie gericht zijn op een of enkele aspecten, bijvoorbeeld de individuele rechten, of het belang van de eigen waarden en normen, terwijl die op zich niet voldoende kunnen zijn voor een goed werkende democratie. 

Ook over de waarheid sprak men even en ik dacht, straks hoor ik er het fijne van als ik in Gent ben en bij boekhandel Walry binnen loop. Daar zou een nieuw boek van Ignaas Devisch voorgesteld worden met als titel: “Ligt de waarheid in het midden?”. In de wereld van de boeken is meer nog dan de handtekeningensessie op de boekenbeurs de boekvoorstelling een uniek moment. Niemand die bij het gebeuren betrokken is, de schrijver zelf niet, maar ook de gastspreker of -sprekers kunnen het zich veroorloven negatief uit de hoek te komen. Doorgaans gaat het er immers om dat vrienden van de schrijver en de schrijver elkaar schouderklopjes geven. Maar wie zal daar om malen als je beseft hoeveel het vergt van iemand om een goed essay, een behoorlijke roman in elkaar te steken en tot het eind de lijnen van de compositie in het oog te houden? De lezer, thuis kan zich onwetend van het schrijversbestaan aan het boek wijden, maar wie de boekvoorstelling bijwoont, zal al gauw merken hoe vriendelijk of enthousiast de entourage is. 
In dit geval, denk ik, was de boekvoorstelling een moment waarin de schrijver over een veel omvattende vraag zijn visie kon weergeven. Ligt de waarheid in het Midden? Tijdens zijn uiteenzetting toonde Ignaas Devisch aan hoezeer de kwestie of en hoe we in de postmoderniteit en de postpolitiek nog iets behoorlijks kunnen zeggen op ons blijkt te wegen. Waarheid leek iets persoonlijks geworden na de val van de Muur in 1989; maar heel opvallend zorgde 11 september 2001 voor een nieuwe cesuur; toen de Twee Torens in New York door twee vliegtuigen doorboord werden. 

Nu ben ik zelf de mening wel toegedaan dat de gebeurtenis voor de VSA en zeker voor het oververhitte patriottisme een hele opdoffer was, maar zoals Tony Judt uitlegt in zijn gesprek met Timothy Snyder was blijkbaar iedereen verhit, ook aan de zijde van de vermaledijde liberals, in Amerikaanse zin dus. Niemand durfde de hele opzet van de oorlog tegen Irak aan te vallen, op een buitenstaander als Judt na. Het doel van de oorlog, de democratie laten triomferen in Irak, was inderdaad, zoals Ignaas Devisch zegde zaterdag; een kwestie van een zending, missie voor de Amerikanen en zoals iedereen kon aanvoelen. Maar de waarheid van George W Busch en de zijnen was uiteraard een bijzonder instrumentele waarheid. De “War on terror” was zoiets als de strijd van de Romeinen tegen de kapers tussen de Griekse eilanden. Men kon er wel tegen vechten, zoals nu in Somalië het geval is, maar zonder een behoorlijk bestuur ter plaatse, zou het allemaal een verloren opdracht blijven. De waarheid was ver zoek in het debat en dat is, dacht ik, terwijl ik zat te luisteren wel vaker het geval. De analyse van Ignaas Devisch, dat we zover doorgeschoten waren in het aanvaarden van ieder zijn waarheid, dat de waarheid zelf nergens meer toe diende kan ons wel bekoren. De Dotcom-bubble, de bankiersbonussen en ja, ook Lernout en Hauspie, al was nooit duidelijk wie op welke manier de waarheid hanteerde. 

Nu goed, de auteur vroeg zich af, voor ons, of het wel goed is dat we vandaag die waarheid in het midden gebracht hebben en dat we zijn gaan aanvaarden dat die ene waarheid, die plots weer een en ondeelbaar is geworden, plots toch te vinden is in onze samenleving en cultuur. Men kan zich inderdaad afvragen of zo een prominent lid van de moslimbroederschap enige binding heeft met leden van fundamentalistische moslimgroeperingen, Madrassa’s en zo? Niet het geloof in Allah is het probleem, maar de wijze waarop men, op zeer modernistische wijze de waarheid claimt. 

De lezing die hij ons gaf van zijn boek, vond ik in elk geval al aanstekelijk, om het boek te gaan lezen, vooral omdat ik mij vragen stel bij de wijze waarop we met wetenschappelijke of ideologische waarheden omspringen. Het is een waarheid die staat als de Eiffeltoren dat de menselijke soort zich ontwikkeld heeft vanuit een of meer takken in de familie van de primaten. Behalve het feit dat het wat bizar is dat we ooit de unieke voorouder zouden kunnen vinden - de definitie van een soort is dat er ongetwijfeld meerdere leden van de ene soort van ontsprong nieuwe kenmerken gaan ontwikkelen, die verder evolueren tot er uiteindelijk een volledige afwijkende soort ontstaat. Het duurt wellicht een paar generaties, voor dat goed en wel lukt, want we weten zowel van een lange tijd van verwantschappen met chimpansees en we weten van stappen in de evolutie die plots zijn afgebroken. Nu we met 7 miljard mensen zijn, lijkt die prille voortijd zo onvoorstelbaar, maar een beetje genealogie van de soort, levert vele takken op, maar eindelijk kunnen we ze niet alle terugvoeren tot een stam of plaatsen in de ontwikkeling van de menselijke soort. 

En nu wil het geval dat zowel de overtuigde moslim als gelovige christenen, zeker in de VS die nieuwe inzichten zelfs niet kunnen onder ogen zien, laat staan dat zij ze zouden kunnen aanvaarden en in hun mens- en wereldbeeld opnemen. Sommige moslims hebben een virulente afkeer van de Westerse cultuur ontwikkeld, anderen hebben er een grote fascinatie voor, al was het maar voor de techniek, maar een enkeling als Eduard Saïd, bedacht ik me naderhand heeft oprecht de verbanden tussen Oosten en West, Islam en Verlichtingsdenken onderzocht. 

Vervolgens klonken een aantal protestliederen, wel leuk maar zij brachten me een beetje van m’n apropos. Stefaan Dehullu bracht ze wel met overtuiging. Misschien heb ik op enig moment die protestsongs inderdaad achter mij gelaten, maar eerlijker is het, dat in de jaren 1980 het genre een beetje ondergronds is gegaan en dat je zeker de Amerikaanse protestsongs niet echt meer te horen kreeg in het gewone leven, ook niet als je rondliep op de Blandijn. Ergens klonken ze wel, maar je kwam eerder in de danszaal van de Artevelde Herman Brusselmans tegen dan die songs. 

Het komt dan ook goed uit dat prof. Dr. Gert Verschraegen ons onderhoudt over zijn lezing van het boek. Want inderdaad, hij insisteert op het probleem van de wijzen waarop we vandaag tegen de waarheid kunnen aankijken. Eén: ontkennen dat er zoiets is als een waarheid die men niet ontkennen kan en dat jan bewust Mormoon kan zijn en Jules eerder als Hugenoot door het leven gaat en nog anderen het libertanisme in woord en daad beleven, zonder de anderen te schaden of in verlegenheid te brengen. Aan de andere kant, zou men kunnen zeggen dat je de waarheid die je zelf gevonden hebt best voor hogere waarheid kan houden en dus uiteindelijk de eigen normen en waarden als de norm beschouwen, maar dat, aldus de tweede spreker, roept problemen op als men precies de tolerantie van de westerse traditie, waarin de Verlichting een belangwekkende plaats heeft, centraal stelt. Finaal zou men kunnen stellen, denk ik dan, dat je goed moet uitkijken over welke waarheden men het heeft. De enige waarheid die in het midden zou kunnen liggen, het midden van nergens dus, zijn de waarheden, die zich in het domein van het concrete bevinden, de redenen waarom mensen elkaar beminnen of haten, onverschillig zijn of gewoon eens terloops ontmoeten. Het domein van de wereldbeelden, daar is het geloof in de waarheid en de waarheid ervan al veel problematischer. Over wetenschappelijke bevindingen kan men tenzij men het bewijs van het tegendeel kan leveren, moeilijker die inzichten bevechten, als men er eenmaal kennis van heeft. Het zal mij benieuwen in zijn boek, hoe Ignaas Devisch ons die vele aspecten van het verhaal laat zien. Het komt me namelijk voor dat de discussies over Europa, over de interne constitutionele organisatie ervan veel moeilijker als waarheden te brengen zijn. Of neem het probleem met het samenleven. Zowel de auteur zelf als de gastspreker, Gert Verschraegen lieten ons verstaan dat je over problemen van integratie, niet enkel van allochtonen en autochtonen, maar ook van wat sommige politici aso’s oftewel asocialen noemen niet zozeer met waarheid, de geopenbaarde waarheid hebben te maken. Integendeel fungeren inzichten over maatschappelijk betamen zowel ten aanzien van individuen als van de samenleving om het optimum inzake welbevinden te bereiken. Maar de waarheid ligt dan nergens en toch moet je die zoeken. 

Naderhand wandelde ik met goede bekenden door de stad, velen wandelden door de stad, uit alle hoeken van de stad doken zij op, de bezoekers die wandelend de stad bezochten, op zoek naar het licht. Oud en jong, man en vrouw, allochtoon, migrant en echte stropkes en mensen uit suburbia. Het postgebouw werd bij momenten prachtig met licht beschilderd, maar het sprookje was misschien wat vreemd. Ook het donjon van het Gravensteen was wel de moeite waard, al waren het kindertekeningen die er te zien waren. En de doorgang in de Belfortstraat, het lijkt wel een bazar, of een paleis van een Radjah, Isphagan, kortom, oosters oogt het en traag schuifelen we door het hel lichtende kleurrijke geheel van lichtjes, dat van op enige afstand fraaier oogt, dan als je de stellage waarop het allemaal bevestigd is, ziet . Oogverslindend, indrukwekkend zijn de dingen die we zagen wel, maar, het was de kunst van het schilderen met licht en op de een of andere manier moesten we ook denken aan die andere lichtkunstenaars, die ooit veel volk konden lokken. Want je kon bij momenten niet voor of achteruit, je kon ook nog nauwelijks een eettent binnen of zelfs maar een aardig wijntje meepikken. De stad werd overstroomt, want op televisie was er iets van getoond, de burgemeester toonde zich fier, maar er was veel dat ervoor pleiten zou het lichtfestival nog eens te doen, maar dan zonder er publiciteit voor te maken. Gent heeft prachtige gevels, van de oudste gebouwen uit de veertiende eeuw tot de meest recente aan het Zuid of wat hoger op. Maar met al dat gedoe, die enorme massa is een gewone wandeling er niet meer bij. Citymarketing is een kostbaar instrument, maar misschien, dacht ik, eens op weg naar huis, dat het wat teveel is. Ach, men mag dat doen, al die toeters en bellen, maar je krijgt de indruk dat de stad van zichzelf niet genoeg te bieden heeft en dat, denk ik, is nu net niet geval. Men moet de bevalligheden van de stad niet zomaar verpakken, het weze in licht. Maar goed, de wandeling was me al bij al bevallen, want ik had de tijd en het motief om door Gent te dwalen en dus kon men de drukte achteraf niet echt storen. Maar toch, het bruiste niet echt, die massa. Er waren geen bubbels en er waren geen clowns, geen muzikanten die tussen zuilen van licht het beste van zichzelf gaven. En sommige prachtige gevels konden echt wel wat meer verdragen, meer licht, meer lucht. 

Schoon ligt de stad 
Aan de samenvloeiing van rivieren
Aan de haven, aan de oude kaaien
Telkens weer komen mensen
Uit alle hoeken en kieren

Zoeken naar het licht
Dat de stad ons aanbiedt,
Maar de stad zelf
Verdwijnt wat op de achtergrond

En teveel mensen zeggen
Dat ‘t wel schoon kan zijn
Maar dat het niet echt meer is

De stad als decor
Maar is het decor waarin levens
Zich afspelen

Fraai oogde het stadhuis
De mammelokker en de draak op ‘t Belfort
De gevels, soms oud, soms zeer oud
Maar wij verkeken ons op het hout
Van een flonkerende stellage. 

Op weg naar huis bezocht deze gedachte mij. 

Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten