Faalt Europa echt?



Dezer Dagen

Voortekenen bedriegen niet
Baudet en de huiselijkheid

Mustafa Kemal Atatürk, Vader des
Vaderlands die tussen 1919 en 1923
vocht tegen de troepen van Mehmet V,
de laatste van de Ottomanen en
tegen de Britten, de Grieken...
maar hij overwon en vestigde een
seculiere staat. Hoe het verder moet?
De voortekenen zijn onduidelijk. 
Thierry Baudet houdt van klassieke muziek? Ook ik kan wel een strijkkwartet, een ballade van Chopin of Rach II en zoveel meer waarderen. Esthetiek van de westerse architectuur. Natuurlijk... maar wat is dat dan? Beauvais, de basiliek van het heilig bloed in Brugge? De Erasmusbrug in Rotterdam of het nieuwe Centraal Station aldaar? Geen probleem. Toch voel ik weinig verwantschap. Hoe dat zo komt? Zijn pleidooi over huiselijkheid, het opnieuw bestieren der dingen op het niveau van de natiestaat ten koste van Europa roept vragen op.

Kijk, het heeft te maken met de merkwaardige vaststelling dat de heer Baudet zich expliciet libertair noemt, waar ik niets tegenin te brengen heb, behalve dat het toch ook weer lijkt alsof hij dat kan hebben, dat libertaire. Men zal begrijpen dat ik libertijnen best kan velen, maar als het een pose wordt, dan kan het lastig worden. Mijn icoon is niet Pim Fortuin, al had die wel iets dat we niet mogen vergeten: zijn drang het systeem op de proef te stellen en het feit dat hij bij gelegenheid de gestelde lichamen van de Nederlandse politiek, de kroonprinsen van het bestel in hun nakie zette was ongezien en verhelderend. In die zin vertegenwoordigde Pim Fortuyn het kynisme dat Sloterdijk presenteerde, al leek Fortuyn niet op de man die op de markt met zijn lid bezig was. Maar hij expliciteerde de aanmatiging van de kroonprinsen dat ze de boel zomaar konden overnemen.

Maar libertijn zijn betekent ook dat men het toeval laat voorvallen, wat bij Baudet niet het geval blijkt. Zeker is het dat zijn politieke visie weinig heilzaam blijkt. Stel dat we een vloot aan de Grote Sirte laat opkruisen met het doel alle bootjes van vluchtelingen tegen te houden, dan zal blijken dat men die drenkelingen gewoon aan boord zal moeten nemen. En een vloot tussen Kos en Bodrum? Een meer betwist gebied omtrent territoriale wateren valt moeilijk in te denken. Ooit waren er geen grenzen, maakte Hallikarnassos deel uit van de Griekse wereld en tegelijk lag even verderop het Perzische Rijk. Later was er het Byzantijnse rijk en nog even later kwam er het Ottomaanse Rijk, waar Griekenland deel van uitmaakte tot 1821. In 1923 werd Kemal Atatürk de grote leider die Turkije op een moderne leest schoeide. De Grieken werden uit de aloude woongebieden verdreven. Juist, de natiestaat stelt zulke eisen. Merken we intussen wel even op dat Kemal Atatürk vooral een modern Turkije wilde, het schrift moderniseerde en ook de industriële ontwikkeling ter hand nam. 

Wat zou Thierry Baudet bedenken als we inderdaad zouden besluiten de EU op te doeken? Ik durf er wel iets op verwedden dat zo iemand dan net terug voor zoiets als de EU zou kiezen. De EU die we nu kennen, zegt men mij, heeft niemand gewild. Maar de zwakte van de EU is precies dat de lidstaten meer macht hebben gekregen na het verdrag van Lissabon en dat het gezamenlijke beleid, het communautaire bestuur waar de Commissie voor staat in het gedrang is gekomen. Nu, de Commissie is de voorgaande jaren misschien wat al te driest en vooral pietepeuterig te werk gegaan, dat kan ik onderschrijven. Maar het kind en het badwater gooit men best niet in een moeite weg, want het kind, weet u wel.

Natuurlijk is het mogelijk omtrent de EU overdreven verwachtingen te koesteren, maar dan doet men zoals de nationalist of de socialist die alle heil van de staat verwacht. De staat heeft een rol in het bestel, in de samenleving, maar de samenleving is meer dan de staat en de relatie tussen individu, samenleving en overheid moeten we altijd goed onder ogen zien.  Die relatie bestaat erin dat burgers van de overheid een en ander mogen verwachten, maar tegelijk kan die staat niet zover gaan onderwerping van de burger te eisen voor de eigen doelstellingen van toevallige bekleders van de macht. In een democratie is de politicus deel van een bijzonder tijdelijk kader.

De voortekenen liegen er niet om, teveel mensen in het politieke kader geloven dat men alles geregeld kan krijgen, terwijl mensen hun gang gaan. Dat men goede wetgeving en behoorlijke handhaving van node heeft, daar zal men normaliter niet over vallen. Wat wel stoort, zo te zien is dat de overheid zelden in overweging neemt dat niets doen ook een optie is, kan zijn. Europa heeft er zich aan bezondigd, lidstaten niet minder, soms met nobele doelstellingen, lang niet altijd met gewenste resultaten.   Neem nu het prostitutieverbod in Zweden, waarbij ook de prostituant, de hoerenloper zelf ook bestraft wordt. In Nederland heeft men prostitutie zo goed als  gelegaliseerd maar ontstaan er wel problemen rond tippelzones en rond zones met raamprostitutie. Die overlast bestaat overigens ook in ons land. Moet men het volkomen verbieden? Of moet men mensenhandel aanpakken en slavernij - want daar komt het op neer? Dat laatste lijkt primordiaal, maar in een onzeker bestaan is bescherming best wenselijk en daaruit putten de pooiers dan weer hun macht. Feministes zijn tegen uitbuiting van vrouwen als seksslavinnen en daar kan een redelijk mens zich iets bij voorstellen. Maar zal een redelijk mens ook begrijpen dat een georganiseerde vorm van vrijwillige prostitutie voor de samenleving een bescherming vormt voor vrouwen die het niet in hun hoofd halen zomaar met wildvreemden aan te pappen. Zonder uitbuiting moet het kunnen, maar vrouwen moeten uit het beroep kunnen stappen.

Het gaat erom dat regelgeving de menselijke natuur niet zomaar moet involgen maar mensen willen inpassen in een mal, dat lijkt me toch niet doenlijk en zelfs niet humaan. Ideologische scherpslijpers hebben het voordeel dat ze naar die mens als mens niet hoeven te kijken maar hun ideaal in het geding kunnen brengen. De proletariër? U vindt die niet meer in het wild, maar ze verenigen zich nog graag op 1 mei. De homo economicus? Klinkt goed, maar u zal hem hoogstens bij Madame Tussauds vinden. De ideaaltypes kunnen dan zeer verleidelijk lijken, in het goede dagelijkse leven werkt het zo niet, alleen al niet omdat we zeer verschillende opties voor hebben liggen en omdat mensen doorgaans niet zo coherent handelen als men zou willen.

De voortekenen liegen niet, natuurlijk, maar wat voorspellen die dan wel? Tomas Sedlacek legde uit dat slechte voortekenen soms adequaat geanticipeerd worden, maar evengoed worden ze niet gelezen door experten. Wist men al dat de goede gang van zaken verstoord was voor de OPEC in 1973 de olieprijzen verdrievoudigde? Ik weet het niet meer, maar uit verschillende bronnen kon ik afleiden dat rond 1972-194 de opgaande cyclus aan het aftoppen was en dat de neergang kon aankomen. Maar evenzeer herinner ik me niet dat daarover in de pers moeilijk werd gedaan. Pas toen de OPEC de westerse wereld onder druk zette met een olieboycot en drastische verhoging van de petroleumprijzen werden we opgeschrikt. Maar gedurende de dertig jaar die volgden, kwamen nieuwe olievelden in productie en kon men de prijzen drukken. De dingen blijven zelden gelijk, de parameters veranderen - ongemerkt - en dat hebben we geweten. Maar kan de overheid dan niets doen als de hemel ons op het hoofd valt? Jawel, alleen zal men tijdig tegenroer geven om te verhinderen dat men te ver uit koers raakt en voor politici is dat een subtiliteit die men moeilijk in de vingers lijkt te krijgen. Overacting blijkt niemand vreemd.   

Het lijkt erop dat men doortastend optreden hoog inschat, maar dat men vervolgens vergeet dat de zaak ook met zorg begeleid moet worden, zien we over het hoofd. Neem de discussie over onderwijshervormingen, waarbij men per se vooruitgang mogelijk maken wil. Wie is er tegen vooruitgang, op Thierry Baudet na? Velen willen niet zomaar een vooruitgang die hun bestaan op de helling zet, zoveel mag duidelijk zijn, maar men wil ook geen vooruitgang omwille van de vooruitgang alleen. Overigens, mensen zijn, zoals Philipp Blom vaststelde, zelfs in de meeste enthousiaste periode van vooruitgang zoals de periode 1871 - Blom beperkt zich voor de Duizelingwekkende Jaren tot de periode 1900 - 1914, maar dat om redenen van duidelijkheid - tot 1914 niet eenduidig op vooruitgang gevlast. Het stabiele van een geordend en regelmatig familieleven bleek voor veel mensen belangwekkend terwijl ze intussen bezig waren de aard van de materie helemaal te doorgronden. Of in het onderbewuste gingen wroeten, auto's met een verbrandingsmotor gingen bouwen.

Het is die schijnbare onbepaaldheid die antropologische discussies opwekken, waarbij er graag gedacht wordt aan het bepaald zijn van de mens in een of andere richting, voor sommige wetenschappers doorgaans een weinig flatterende, maar dat zou aan onze voorgeschiedenis liggen. Dat die geschiedenis complex is en over lange periode vrij opaak blijft omdat er geen bronnen zijn, mag evolutionair biologen niet hinderen. Alleen, de tekenen aan de wand laten ook andere, onverwachte uitingen zien van menselijk gedrag dat we op rekening van empathie, compassie of zelfverheerlijking moeten schrijven, geen uitingen van wreed gedrag zijn, al kan teveel zielenschoonheid ook wreed overkomen. De mens bestaat al niet, maar mensen kunnen tot geweld, tot zelfdestructie geneigd blijken, er zijn er ook altijd nog andere. Daarom denk ik dat Thierry Baudet ook op grond van argumenten geen gelijk zal krijgen, maar zelfs als dat mogelijk zou lijken, dan zijn de feiten altijd nog dwingender: we begrijpen wel dat niemand zomaar op de vlucht gaat, huis en haard achterlaat en wetende dat men wellicht niet levend of bij leven zal terugkeren naar het land van weleer. Hoe de vlucht verloopt? Dat is pas een kwestie van toeval, ook al probeert men een en ander te voorzien en te plannen, zo eenvoudig als een trip naar de Côte Azur of Andorra zal het wel niet wezen. Is men eenmaal de controle kwijt, dan wordt het opletten en velen sterven onderweg. Hen terugdrijven naar Turkije zou overigens wel eens als casus belli kunnen begrepen worden en dan valt nog te bezien of al die roepers nog zo gevlast zijn op dat harde optreden van de Europese vloot.

Neen, er zijn voortekenen, maar de omstandigheden laten zich niet altijd lezen. Dus varen we blind? Misschien niet maar hebben we voldoende mogelijkheden om op gegist bestek te varen? Dat vergt oefening en enige moed. Niet dat onze verkozen assemblees geen moedige mensen zou tellen, maar de moed die ze graag uitstralen is doorgaans en hoogstens overmoed.


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten