Verenigde Naties 70 jaar



Reflectie


Als een Paus spreekt
Over wereldvrede en de problemen van de tijd


Het hoofdkwartier van de VN, volgens Marnix
Gijsen was het al een praatbarak, maar het
diplomatieke verkeer had zo ook voordelen. De
club van Rumsfeld en co vonden het een
haast vijandig vreemd lichaam
in de VS
Voor de historicus over honderd jaar zal deze tijd gemakkelijk verbonden worden aan dreigingen, gevaren die mankind  zouden bedreigen en het feit dat de wereldorde zwaar onder druk wordt gezet. Ontegensprekelijk kijken we verbaasd toe hoe andere regio's hun deel van de koek opeisen, hun aandeel hebben in het gebruik van grondstoffen en vervuilen van lucht, water en land. De paus is er aandachtig voor, maakt er welhaast een kruistocht van en tegelijk lijkt hij er geen gelegenheid in te zien een uitspraak van hem over verantwoordelijk ouderschap in de boodschap te schuiven. Natuurlijk, in de VS zijn conservatieven nog altijd de mening toegedaan dat men beter voor het zingen de kerk uit kan gaan, eerder dan betrouwbare preservatieven en anticonceptiemiddelen te gebruiken; het komt er nog wel van, want in zijn redevoeringen voor het Congres en voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de instelling van naties die manhaftig en soms met beperkte steun en middelen probeert haar doelstellingen, c.q. het handvest uitvoering te geven, raakt hij dat probleem van het leven aan, het kwetsbare leven aan.  

Na het fiasco van de Volkerenbond wilde men steviger en robuuster instituties om de internationale verhoudingen niet meer in termen van oorlog (met andere middelen) te benaderen, 70 jaar Verenigde Naties als een mislukking beschrijven, lijkt mij overtrokken en in wezen een gebrek aan inzicht in de omvang van het experiment dat er uitvoering door kreeg. Iedereen kan beweren dat de instellingen, organisaties en diensten die de VN vormen te duur uitvallen, te bureaucratisch blijken en weinig zoden aan de dijk zetten, maar criteria en vergelijkingen blijven uit. Welke dijk?

Sinds mensenheugenis leven we in een wereld waarin oorlog endemisch zou zijn, altijd zomaar kan uitbreken en volgens grote, verlichte geesten dan ook nog eens nergens over gaan. Dat het aantal internationale oorlogen tussen naties afgenomen is, lijkt hen te ontgaan.

Nergens over gaan? Het blijft moeilijk want het kan natuurlijk ook wel zo zijn dat een land, een vorst de dwingende noodzaak van gebiedsuitbreiding kan verantwoorden, vanuit zijn logica, de logica van de strijd om macht binnen een systeem. Men pleegt in Vlaanderen de veldslag van 1302 zeer te verengen tot een Vlaams heldenverhaal, maar van een uitleg over  de posities van de verschillende partijen is geen sprake. Bovendien zijn er maar weinig gebeurtenissen, dunkt me, die op zich bekeken zouden kunnen worden, want er zijn altijd contexten, meervoud. Men zal me wel toeroepen dat dit de evidentie zelf is, maar in de populaire en pseudo-intellectuele voorstelling van zaken hoeft men zich niet in te laten, als het over 1302 gaat om de gebeurtenissen waar Philippe IV le bel bij betrokken was of de hertogen van Brabant. Men geeft er zich vooral geen rekenschap van hoezeer de macht van de Franse koning zou toenemen en dat Henegouwen-Holland-Zeeland net als Brabant veel mochten verwachten van een toekomst zonder een sterk graafschap Vlaanderen. En ja, Vlaanderen zelf was verwikkeld in verschillende conflicten, externe en interne, die men dan over het hoofd ziet. Oorlog was een middel om die conflicten op te lossen, maar de agressor kon zich mispakken.

De oorlogen van Louis XIV le Grand spelen zich af op een ander schaakbord, met andere spelers, maar men moet eerst de ambities en logica van de vorst kennen, nagaan of hij werkelijke plannen had op langere termijn, landhonger bijvoorbeeld, om te begrijpen waarom hij een periode van dertig jaar tot drie keer toe de Nederlanden binnenviel, zoals in 1672, in 1695 en volgende jaren en uiteindelijk nog eens om de erfopvolging in Spanje veilig te stellen en de Zuidelijke Nederlanden te verwerven. Zijn opvolger zou minder gebruik maken van militaire slagkracht - onder meer omdat de middelen uitgeput raakten en de belastingen zo slecht verdeeld dat ze onvoldoende opbrachten, waarbij ook nog eens de inning zelf, doorgaans verkocht niet echt efficiënt bleek. De achttiende eeuw kende wel oorlogen, ook oorlogen op andere continenten, maar tot 1740-1748 leek men vermoeid in het voeren van grote en langjarige campagnes - in feiten kon men in de praktijk niet in die termen denken omdat men beperkt was inzake vervoer en logistiek.

De Napoleontische oorlogen zouden dat probleem deels oplossen door juist meer aandacht aan de genie te besteden. Maar al bij al kon men nog duidelijk spreken van veldslagen en oorlogen die min of meer beperkt waren in tijd en ruimte. Reeds tijdens de Amerikaanse Secessieoorlog zou blijken dat men inderdaad langdurige campagnes kon opzetten en lag de strategie niet meer alleen aan posities verwerven na het conflict, maar begon de gedachte veld te winnen dat de oorlog gewonnen diende te worden door de tegenstander uit te schakelen.

De 20ste eeuw heeft die logica doorgetrokken tot en met het Verdrag van Versailles, waardoor de vrede geen stand zou kunnen houden. Na WO II stond men voor gigantisch probleem een duurzame vrede mogelijk te maken. De keuze van de Sovjet-Unie, Stalin dus, zich duidelijk af te sluiten van het Westen, hielp in zekere zin een aantal directe conflicten uit de wereld, het bestaan en de proliferatie van nucleaire wapens zorgde bijkomend voor het probleem dat een direct conflict tussen de supermachten de zaken helemaal uit de klauw kon laten lopen. De VN als zodanig hebben op verschillende terreinen invloed gehad, zoals cultuur, hulp aan vluchtelingen en financiële stabilisering (IMF en Wereldbank). Wil men beweren dat die hele structuur een gigantisch succes geworden zou zijn, dan maakt men zich belachelijk, maar het omgekeerde beweren, dat de VN en alles wat erom heen hangt van geen tel zou zijn, alleen geld kosten - aan de VS in de eerste plaats - kan men dan kan niet ernstig met argumenten staven. Want mits men bereid is alle argumenten een plaats te geven, kan betoogd worden dat de VN een instrument is gebleken waardoor ontwikkeling mogelijk werd, waarbij botte machtspolitiek soms getemperd kon worden maar dat de staten, naties verplicht werden meer aandacht te besteden aan hun vermogen tot samenwerking. Perfect is het nooit geweest, maar zonder kunnen we ons de wereld niet meer voorstellen, zoals Tony Judt betoogde, nu zowat tien jaar geleden. Er is meer dan de verdienste van het loutere bestaan, het was en is de uitdrukking van de globale poging binnen de grenzen van wat regionale politieke verhoudingen en de strategische belangen van de grootmachten toch voor enige maatschappelijke ordening te zorgen die burgers op meerdere manieren ten goede is gekomen en dat is ook in delen van de wereld buiten Europa meer dan de afwezigheid van oorlog.

Het gebrek aan waardering voor de VN komt dan ook voort uit verschillende aannames, maar die er samen wel voor zorgen dat we de oorspronkelijke ambitie uit het oog verliezen en dat we de werking niet anders kunnen bekijken dan vanuit de gedachte dat het internationale bestel wel falen moest, moet. Want voor de goede orde, de VN berust op twee gedachten die we sinds de 18de eeuw hebben meegekregen: Van Kant begrepen we dat we voor de vrede vooral moeten hopen dat naties zich vreedzaam tot elkaar zouden opstellen maar dat zoiets als een instelling die bewaken kan, dat een eengemaakte wereldstaat niet wenselijk en denkbaar is. Aan de andere kant vond ook Herder dat de natie ertoe deed, maar die zou zich onthouden van militaire avonturen ten koste van andere. Herder beleefde de Napoleontische oorlogen en ondergang van een eeuwig gedachte wereld. Kant en Herder meenden dat het volstaat dat staten zelf de oorlog afwezen, de Verenigde Naties vervoegen betekent dat men inderdaad afziet van oorlog als middel om politieke doelen te bereiken.

Stap voor stap ontstond een klimaat, een structuur waarin gedachten over oorlog en vrede meer mensen konden bereiken. Het probleem dat de laatste decennia steeds sterker de kop opstak was de vaststelling dat oorlogen binnen falende staten een grotere invloed hebben op het leven van burgers en vooral hen elke kans op een goed leven ontnemen. Dat men als wereldgemeenschap niet mag ingrijpen in binnenlandse aangelegenheden van een staat, zorgt voor onbegrip, maar indien ik mij niet vergis wordt daaraan wel gewerkt. Toch blijft het een heikel punt, al werkt men al sinds 1979 met het concept dat de filosoof Jean-François Revel heeft gemunt, het recht tussen te komen, maar concrete machtsverhoudingen kunnen dat nog verhinderen, zoals het verhaal over Syrië laat betreuren.

Instellingen die niet aan hun doel beantwoorden kan men maar beter opdoeken, heet het, maar soms valt daar geen beslissend oordeel over te vormen. Na de val van de Muur en van de Sovjet-Unie leek het een uitgemaakte zaak dat de VN een gepast forum zouden bieden voor mogelijke conflicten. Hoe veel bedenkingen men ook hebben kan bij het optreden van de nieuwe Tsaar in Moskou, Vladimir Poetin, de grote verantwoordelijkheid ligt toch bij de VS, die zeker sinds Georges Busch aantrad en daarmee een groep neoconservatieve politieke denkers die de VS niet wilden isoleren, maar wel aanzetten tot eigenmachtig optreden met het oog op een nieuwe Amerikaanse eeuw, een agressief beleid voert om de eigen echte en vermeende belangen veilig te stellen. In Kosovo kwam ons dat goed uit, in Irak heel wat minder.  

De bomaanslagen van 11 september hebben een groter resultaat gehad dan Osama Bin Laden in gedachten moet hebben gehad, maar ook een ander. De aanval op Bagdad en Sadam Hoessein - die een dictator was die het zelfs op zijn schoonzoons gemunt zou hebben gehad - vormde nog geen begin van de ellende die men er nu kent, maar het feit dat een deel van de elite zonder meer werd uitgeschakeld in het binnenlandse machtsspel mag men niet over het hoofd zien. Het bleek overigens geen nalatigheid of vergissing maar een nogal morsig begrip van democratie, waarbij men partij en groepen zonder meer mag uitsluiten van macht en ambten in het bestel.  

Het feit dat Paus Franciscus poogt via zijn redevoeringen voor het Amerikaanse Congres en voor de Algemene vergadering van de Verenigde Naties anderen aandachtig te maken te voor wat er mis zou gaan in deze wereld, lijkt een haast ritueel gebeuren, waarnaar hijzelf ook verwees. Hij was wel de eerste paus die spreken mocht voor de Verenigde Kamers van het Congres en had het daar over het probleem van migraties en migranten, voor het land van herkomst - denk ik dan altijd ook - en voor het land van aankomst. De ontvangst wordt door de aankomers en de onthalers anders aangevoeld en waar wij wel eens denken, zoals Angela Merkels deed, dat het hopeloos in de soep is gedraaid, merken die migranten van de tweede of derde generaties dat ze het hier toch getroffen hebben. Racisme, jawel, mijnheer Haers, er is racisme, maar die merk je nauwelijks nog als meisje zonder hoofddoek en met een behoorlijk diploma, zeggen sommige mij - eerder krijgen ze last van hun familie die hen een al te wufte levensstijl verwijten - die hun uiterste best doen goed te leven volgens de normen die we kennen, met nogal wat stress. Meisjes met een hoofddoek voelen zich wel eens aangestaard en menen dat dit niet mag. Maar het zijn strubbelingen, die soms grappig, soms grimmig worden, zelfs als het over het zwempak van meisjes gaat. Maar het thema zelf laat zien dat hier geen consensus over bestaat wat de grenzen zijn voor het accepteren van een bijzondere behandeling.

In een seculiere samenleving waarin we de emancipatie en de vruchten ervan menen te waarderen is dat probleem van segregatie van vrouwen uit het publieke leven onaanvaardbaar, waarbij we niemand opleggen om dat te doen en iets anders te laten. Er zijn vele kanten aan en net als men denkt dat men er een greep op krijgt, blijkt dat een illusie. In die zin is het optreden van de Paus wel bijzonder, omdat hij in beide omstandigheden mensen aansprak op wat nu aan de orde is, de doodstraf in het congres, het vluchtelingenprobleem in beide en het belang van goede internationale instituties in de VN. De werking van de VN dient men niet af te wegen aan wat nog niet is bereikt, maar op wat we nu wel menen te kunnen realiseren: grote stabiliteit in meer regio's, continenten en pogingen wel degelijk falende staten opnieuw op het rechte spoor te krijgen.

Erg belangrijk is evenwel dat de Paus op eerdere uitspraken over verantwoord ouderschap niet lijkt te terug te komen. Ook stelde hij zijn adres aan het verenigde Congres dat we steeds meer geweld kennen, maar hier moet eenieder voorzichtigheid aan de dag leggen, want de meetinstrumenten lijken niet betrouwbaar en een blik op de Amerikaanse realiteit leert dat precies daar politiegeweld geweldig op de voorgrond drumt.

  Nadenken over de VN en erkennen dat de instituties ons baat hebben gebracht, laat ook toe tot het inzicht te komen hoe ver men na WO II is kunnen gaan om internationale samenwerking mogelijk te maken en een universele invloed uit te oefenen. De VN bieden dan ook uitzicht op een andere globalisering dan die van economische dan wel militaire macht alleen.


Bart Haers  

Reacties

Populaire berichten