De dichter gezongen

Kleinbeeld



over het voorlezen uit eigen werk

Gustave Van de Woestijne schilderde
boerenkoppen, maar het kunnen ook mensen
geweest zijn die een of ander psychisch
probleem hadden. Maar kan
men aan het gezicht zien wat er
met mensen gaande is? Men kan
proberen maar doet men hen daarmee
recht? 
Verwenweek in de bib? Wat zou dat nu betekenen? Ik weet wel, bibliotheken willen hun rol opnemen in hun strijd tegen de ontlezing, terwijl er nog altijd veel boeken gemaakt, gedrukt en gekocht worden. Het punt is dat mensen  aangespoord worden boeken te kopen, louter als consumenten zodat een "natuurlijke" omgang met lyriek, poësie en romans, novelles of kortverhalen en nog zoveel meer wat we literatuur plegen te noemen als highbrow wordt afgedaan en men een onderscheid tussen de Decamerone en Vochtige streken best niet maken zal. Een roman van Sandor Marai? krijgt dezelfde behandeling als "De Helaasheid der dingen". Toch zijn er verschillen, maar we willen de geachte lezers niet te zeer onderschatten. Cruciaal is niet dat de Decamerone ons vertelt over wat mensen aan erotische verbeelding koesteren kunnen, soms om de dofste ellende te overwinnen, dan wel het eindeloze verhaal van ellende en misère waaruit geen uitweg was, tenzij die ene. Zelfs Anna Karenina laat andere mogelijke levenslopen zien, enerzijds Stepan Oblonsky die met zijn vrouw een precaire modus vivendi vindt en kan doorgaan de vrolijke Frans uit te hangen. Ljewin is dan weer de utopist, die wilde boer zijn met de boeren, maar ook met zijn broer, de anarchist hopeloos zoekt naar begrip. Deze mensen leven in een reële wereld, maar gaan er anders mee om.  

Gedichten? Wie leest gedichten? Nou, er zijn genoeg mensen die zot zijn van Nolens, zo te horen, culturele centra lopen vol voor de performances van Tom Lanoye en Giphart, voor Arthur Japin maar dichtbundels verkopen dus maar nauwelijks. Uw dienaar was op zeker ogenblik gevraagd om mee te werken aan die verwendag, ook een samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg. Dichters lopen altijd wel even buiten de schreef, of er lijkt een hoek af, maar heeft dat niet met een noodzakelijke sensitiviteit te maken? Soms zijn mensen, zoals Jotie 't Hooft bijzonder sensitief, maar ze gaan ten onder aan een verslaving, maar ook aan het leven. Anderen komen er na veel worstelen enigszins bovenop en proberen iets te brengen.

Over de seizoenen is al van alles gezegd, zodat men zich kan beperken tot de beste gedichten over zomerse hitte, winterse doodsheid, het gevoel van als nieuw stromend bloed in de lente om nog te zwijgen van de metaforen waarin de herfst prominent op de voorgrond komt. Hier past dan echt wel enige onbeholpenheid, naïviteit, maar soms is het maar schijn, is de naïviteit doorleefd, een secondaire onbevangenheid, omdat we alles al gezien hebben.

Dan komen er weer gedichten over levensplicht? Zijn we dan verplicht te leven? Neen, dat nu niet, maar hoe staan we in het leven? Karamellenverzen leren ons dat optimisme een morele plicht is, wat Felix te vertellen heeft? Je kan het ook over de betovering van de witte Nachten hebben, enfin, over de Gentse feesten, over plannen. En dan denk ik dat je met gedichten een leven kan vertellen.

Het leven is ons niet altijd genadig en tussen vreugden en ontzetting, staat ons veel te wachten, dat we niet altijd verwachten. De een ondergaat trauma's en ontdekt dat men iets wel kan accepteren, zichzelf en toch er iets van maken: tussen acceptatie en overgave, onderwerping, resignatie liggen vele mogelijkheden, van een wil bijvoorbeeld iets van wat rest te maken en toch een andere vorm van overgave te bevroeden dan die aan een ziektebeeld. Psychiatrie, zegde Ine, heeft haar opgevangen en een nieuw begin gegeven, terwijl de taboes, het stigma bij mensen altijd weer tot onverwachte en niet altijd even lieve reacties leidden. Maar wie kijken en begrijpen wil, zal merken dat als het goed is, de psychiatrie, beter de zielenknijpers vaak wel degelijk heel wat kunnen betekenen voor patiënten. Terwijl ik nadacht over wat de voormiddag had betekent, merkte ik, dat haar woorden mij geraakt hadden en dat ze een punt heeft, dat men de goede kant onder ogen moet zien, namelijk dat wie een beetje ontspoord was, wie enigszins verstoord was, kan door goede medische zorgen geholpen worden, terwijl psychiatrische zorgen ook verder gaan.  Er is wel eens kritiek, soms moet men werkelijk goed toekijken hoe het gaat, zoals Trudy Dehue onverdroten onder onze aandacht brengt, maar er zijn er genoeg die baat hebben bij de bestaande psychiatrie en daar deelt ook de samenleving in de zegeningen[i].

Zelf vond ik het leuk een paar van mijn obsessies kond te doen, of beter, want obsessies zijn het wellicht in de ogen van de toehoorder, de lezer, mag ik van fascinaties spreken. Hoe mensen zich soms gracieus kunnen bewegen, bijna zwevend boven het trotoir, de wenteling, de fijn gesneden vormen, kon ik niet anders dan beschrijven. Het was na een donkere wintermaand dat de zon plots terugkeerde en ik mij bevrijd te moede voelde. Maar ik droeg ook een variatie en interpretatie van Vers 6 voor van Paul van Ostaijen. Doorheen de jaren is het gedicht me steeds meer vertrouwd geworden, maar ondanks de wanhoop die er lijkt uit te spreken, laat tegelijk toe te denken, dat we opnieuw kunnen beginnen. De idee van nativiteit, zoals Hannah Arendt dit bracht, komt mij dezer dagen bijzonder hoopgevend voor, maar vooral inspirerend, want men kan op geen enkele manier van het concept een ding maken, terwijl het ook haaks staat op het determinisme dat we dezer dagen zouden moeten aannemen voor waar. Het begrip "geboorlijkheid", beginnen, opnieuw beginnen kan ons bevrijden van de angst vast te lopen in wat ons vast houdt, beperkt, inperkt.

Gedichten voorlezen, het vergt een zeker incasseringsvermogen, want de dichter merkt de kleine hoekjes, het craquelé en wat er nog aan op- en aanmerkingen op aangebracht zou kunnen worden. Maar tegelijk breng je iets tot leven en dat probeer je te doen, zomaar, pardoes en toch met ziel. De verjaardagswens voor een overledene, ook dat wilde ik brengen, omdat het mij achteraf verraste dat ik het persoonlijke op een ander plan kon tillen, daar waar de herinnering levendig worden kan.

Wie zegt dat zo een beetje poëticale onzin verder niet uitgedragen moet worden, mag bedenken dat ik in mijn jonge jaren wel vaker poëtische momenten heb mee mogen maken, waar onder meer Drs. P en ... tja, wie trad er ook weer op? maar goed was het wel. Het viel me altijd weer op hoe fragiel het vlak is waarop men balanceert als men een gedicht gaat voorlezen en dat de muziek er wel vaak bij gehaald wordt, maar dat er een waterscheiding zou aan te geven zijn, dit is poëzie en dat is muziek. Daarom was ik verheugd dat iemand mijn gedichten, paar gedichten wilde uitzingen, sober, begeleid door een gitaar en het klonk mooi.

Iemand vroeg wat het met de dichter deed dat twee gedichten gezongen werden. Kan ik het niet benoemen, dan weet ik dat het een sublieme vermenging is van dankbaarheid, van ervaren dat er muziek in zit en dat het mooi is de fataliteit van "Eenzaam is de denker" zo te horen. Het is, het was gisteren wat het was, maar wie erbij was, kon het wel genieten en dat vond ik ook wel mooi.

Bart Haers  
    



[i] Mevrouw Dehue wees er namelijk op dat de wetenschappelijke praktijk ten aanzien van depressie en ADHD en aanverwante problemen vaak niet door louter medische vragen gestuurd wordt, maar vooral een poging zijn om bepaalde behandelingen meer aan te bevelen dan andere en dan mag men inderdaad de vraag stellen wie daar voordeel bij doet. Over depressie schreef ik een recensie: http://kwestievanverwondering.blogspot.be/2011/06/psychische-gezondheid.html

Reacties

Populaire berichten