Het beste boek na 1990







Het beste boek?
Wat we ervan meedragen

Hélène Swarth? Wie kent haar nog. Moeten
we haar kennen? Niet moeten, maar hopelijk
wel weten wat ze ons bracht. Dat is het
probleem dat we niet gemakkelijk die
toegang krijgen. Of wie kent nog
"De Camera Obscura" van
Nicolaas Beets, aka Hildebrand. 
Alweer vraagt men ons om onze drie beste boeken te stemmen in een lijst. Omdat Mulisch, De Ontdekking van de hemel er niet bij aangetroffen werd, begon een mechanisme op gang te komen, want als er een boek onze tijd - toen, kort na de val van de muur en het doorscheuren van het IJzeren Gordijn - een verhaal gaf, dan was het dat wel.

Natuurlijk, men noemt het speelse exercities en meent het toch ook wel, want daarna wordt de "winnaar" ook nog eens met égards behandeld. De Volonté Générale moet het in de wereld van de boeken nu net niet voor het zeggen krijgen. Gezien het omvangrijke aanbod, zeker voor wie nu bijna 4 decennia lezen achter de kiezen heeft, kan het moeilijk anders of er vormt zich een canon van boeken die iemand belangrijk vind. Ook ik heb mijn canon, waarin niet enkel Nederlandstalige literatuur opgenomen zijn, maar ook binnen de Nederlandstalige boeken beperkt het zich niet tot romans, novellen en kortverhalen.

In wezen getuigt het van een commerciële barbaarsheid in de kunsten lijstjes te willen aanleggen of anderen zomaar te zeggen dat het belangrijk, levensnoodzakelijk is "100 jaar eenzaamheid" te hebben gelezen. Waarom niet "Het jaar van de dood van Ricardo Reis" naar voor schuiven? Of waarom zou ik niet argumenteren dat "Er ist wieder da" van Timur Vermes een belangrijk werk is voor onze tijd. Een van de redenen? Het is een bekend literair procedé bekende voorgangers, mensen die iets betekend hebben terug te laten keren om te zien wat ervan geworden is. Vermes laat zien hoe Hitler de technologie onmiddellijk vat, maar de maatschappelijke verhoudingen net niet kan begrijpen. De aanwezigheid van jonge Turkse kinderen verbaast hem, de oortjes in hun oren ook; de mooie, nieuwe stad Berlijn begrijpt hij niet, maar van de geile bezetenheid van de media maakt hij onmiddellijk handig gebruik. Is hij de dupe?

Het is maar een boek, dat overigens niet altijd gelezen werd om wat er staat, als een tijdkritiek, gericht aan het adres aan wie zich van alles wil bedienen om maar kijkcijfers te halen. Overigens, als we kijken naar Geert Wilders - die zelf zijn media kiest en vooral afwijst -, Victor Orban en andere eerder populistische leiders, dan merkt men op dat er altijd algauw omstanders opdagen die mee surfen en het soms proberen over te nemen.

Er is wel meer dat me tegen de lijstjesvormingsdwanggedachte in het geweer doet treden, zoals de vaststelling van Sebastian Haffner in "een Duitse Jeugd", die vele jaren later, na zijn vertrek uit Duitsland deed vaststellen dat kort voor WO I de neiging om lijstjes van de beste sporters, voetbalclubs etc. te presenteren in de media toenam en dat dit ongeveer gelijk opging met de massificatie van de cultuur en het politieke leven. Het was dus niet de oorzaak of zelfs geenszins causaal verbonden met het nazisme, maar de nazipropaganda speelde er wel op in: we zijn de grootste dus zijn we de beste.

Ook Hermann Hesse schreef over de massificatie en de verheerlijking van de supersups, de figuren die boven het grauw zouden uitsteken, in Het Kralenspel, waarin hij de groei van een subcultuur beschrijft die tot een provincie uitgroeit waar men de muziek, de wiskunde, filosofische concepten en allerlei vormen van kennis samenbrengt, voorop gesteld dat ze niet meer historisch werkzaam zijn, maar gewoon als kralen gelden in het spel. De hoofdfiguur maakt een merkwaardige carrière in het spel, leert zowel de "echte wereld" kennen als de andere wereldbeelden, zoals die van een Benedictijner klooster en daar ook het begrip geschiedenis. Jozef Knecht heet die man, die uiteindelijk Kastalië zal verlaten na aan zijn ambt te hebben verzaakt, omdat hij niet langer met de steriele omgang met kennis kan omgaan.

Nu goed, ik zou over wel meer boeken iets kunnen vertellen, omdat ik het gewoon met me meedraag en er af en toe aan denk of door contacten erover spreek. Ten gronde moet ik herhalen dat men de literaire wereld, de Parnassus zelf kan bevolken, maar als er al overeenstemming zou ontstaan, dan moet die niet beperkend gelden. Bovendien zal men altijd nog wel begrijpen dat iemand anders een andere idee aan Hesse overhoudt of aan "de ontdekking van de hemel". Canons kunnen interessant blijken, als ze als basis mogen gelden, want het ging er toch maar om, denk ik, dat tijdens de middeleeuwen en later bepaalde opleidingen tot een canon leidden. Wie met oudere Franse dames en heren spreekt, die nog de klassieke vorming hebben genoten, zij kunnen nog hele stukken uit Victor Hugo of Bossuët opdreunen. Overigens, dat memoriseren en declameren heeft, anders dan de moderne pedagogische theorie stelt wel een functie, omdat het mensen metterdaad ook een geheugenpaleis kan aanreiken, een blauwdruk om zich in het leven te oriënteren, zonder bij boekenwijsheid te blijven hangen. Maar de slimste van die mensen, lieten de canon algauw achterwege. Het is een van die jakobsladders die we meekrijgen bij ons opgroeien en nadien dus enige tijd terzijde laten. Soms komen er later stukken en brokken van terug.

Hopelijk kan men mij die ambivalentie vergeven, maar ik maal er verder niet om, want het probleem bestaat hierin dat men dezer dagen de canon als een vergeetput lijkt te hanteren, of beter als een vliegwiel in de molen der vergetelheid. Dan is het goed dat, zoals men met het Kralenspel betrachtte, te zorgen voor een reservaat voor kennis en verworven inzichten. Maar eens het steriel wordt, eens er niets aan mag worden toegevoegd, is het over, verliest het alle zin.

Ook ging de oude canonvorming uit van autoriteiten, die bepaalden wat jonge knapen te leren hebben. Maar het waren die jongeren die op zeker ogenblik nieuwe horizonten gingen opzoeken. De groep "Van Nu en Straks" had zelfs geen echte Nederlandstalige canon bij de hand of een waartegen ze zich tegen zou verzetten. Ook de heren en dames van Tachtig, Verwey, Gorter, Kloos, maar ook Hélène Swarth hoorden tot die groep, maar hoeveel van het werk kennen we nog? Geen nood, het is beschikbaar in bibliotheken, zegt men, maar zeker ben ik er niet van. We moeten willen dat de literatuur beschikbaar blijft, zoals DBNL betracht, maar die instelling lukt er niet altijd in.

Dus, waarom zouden niet betrachten dat er voldoende bewaarbibliotheken zijn waar lezers het vergeten, soms verguisde werk toch nog kunnen vinden. Want zij die nu menen macht te hebben, canons aan te reiken, zijn niet altijd de Koninklijke Academies, maar commerciële ondernemingen - ook de openbare omroep hecht belang aan de luistercijfers. Met andere woorden, mijn protest tegen die nieuwe lijst van 100 werken komt voort uit bezorgdheid het beeld breed te houden en zich niet op te sluiten in het werk van enkele auteurs en een handvol literaire werken. De inzichten kunnen verschillen, maar het patrimonium toegankelijk houden, dat kan toch alleen een mooie opdracht zijn.

Bart Haers



Reacties

Populaire berichten