Een baby als reïncarnatie
Recensie
Wat we niet weten,
verwachten van een baby
![]() |
Bijschrift toevoegen |
Charles
Lewinsky, Andersen. Oorspronkelijke titel: Andersen. Vertaling: Elly Schippers.
Uitgeverij Atlas Contact 2017. 430 pp. 24,99 €
Een
roman recenseren is altijd een heikele onderneming, omdat je eigen smaak en
leeservaring de enige graadmeters zijn, waar je iets mee kan. Heb je een roman
met enige koortsachtigheid gelezen? Heb je genoten van inventies van de auteur?
Waarom zou de ene vinding beter uitpakken dan de andere? Wat wil de auteur ons
vertellen?
Ook ik
heb “de lotgevallen van de familie Meijer” gelezen, net als “Terugkeer
ongewenst”, over een acteur die Theresiënstadt niet overleeft. En daar begint
al het puzzelen voor mij als lezer, want beschrijf hij in het eerste boek de
relaties binnen een joodse familie in Zwitersland, dan komt in het tweede boek
de ervaring van het kamp aan de orde, wat voor de schrijver wel een heel
bijzondere oefening moet zijn geweest. In dit werk over een bizar geval van
reïncarnatie zien we hoe het beulswerk tijdens de twaalf donkere jaren aan bod
komt en toch, het lijkt niet per se te gaan om het bandwerk dat de Endlösung,
de Holocaust dus, met zich bracht. Charles Lewinsky brengt ons een volkomen
fictieve situatie, maar laat ons weinig ruimte er afstand van te nemen, want
ook aan het einde blijven we achter met vragen, zoals wellicht ook de ouders.
De vragen evenwel zijn niet voor iedere lezer dezelfde.
We
weten dat een mens zich pas geleidelijk van het eigen bestaan bewust wordt en
dat begint doorgaans pas na de geboorte, naarmate de baby de omgeving om zich
heen begint te zien en zichzelf als een onderscheidend iets gaat ervaren, wat
verbazend snel gaat en toch ook de nodige tijd vergt, voor elk kind weer is het
anders. Tegelijk is het een topos in de literatuur, het verhaal van een
onverwachte wederkeer in het leven, al blijken de resultaten niet altijd even
overtuigend. Klopt het hier wel, dan komt dat aanvoelen pas al lezende,
naarmate je het prenatale verhaal van een persoon leert kennen, die later Jonas
als naam zal meekrijgen, maar die zichzelf als Damian Andersen in de wereld had
gezet, nadat de grote triomf in een totale nederlaag was uitgelopen. Na de
peripetieën van de deling van Duitsland en de daarbij horende bezetting van het
land, tot men in de westelijke zones tot het inzicht kwam dat in een Koude
Oorlog de stelselmatige behoeftigheid van het gebied geen goede zaak zou zijn,
kon de voormalige officier van de inlichtingendienst en ondervrager van
mogelijke schuldigen aan verraad en erger, die zijn hand had laten amputeren, een
eigen zaak beginnen, zeer bescheiden, een handeltje in zuivel en andere
basisproducten. Geleidelijk en toch steeds sneller zou hij de zaak uitbreiden en
een icoon worden in de Duitse winkelstraten en winkelboulevards. Wanneer die
Damian Andersen komt te sterven, moet hij dertig jaar wachten op het
onverhoopte, een terugkeer naar de wereld der mensen, zij het onder de
vernederende omstandigheid dat hij als foetus begint en dan geleidelijk alle
stadia moet doorstaan.
De
eerste bladzijden lijken onbegrijpelijk, gehakt stro, maar naarmate het lezen
vordert, ontdek je hoe de auteur ongemerkt de lezer in die ontwikkelingsgang
meeneemt. Dat geldt wat mij betreft ook wat het dagboek van de vader, Arno
brengt, in spiegelbeeld, in die zin dat je je in de positie van de vader kan
inleven, die de gang van zaken opvolgt en geleidelijk met grotere raadsels te
maken krijgt, die hij pas langzaam zal overzien, veel langzamer dan Jonas zich
ontwikkelt. Daarbij valt op dat telkens wanneer Andersen/Jonas aan het woord
is, de commentaren op de dingen des daags vaak een vervreemding uitdrukken die
de ouden tegenover onze tijd zouden kunnen delen. Zo spreekt Jonas, baby,
peuter over de kaal geschoren vulva van de vriendin, Maja, eerst Max, die hij,
Jonas vrij mag bewonderen, want nog een baby, terwijl zijn ogen al langer die van
een volwassene evenaren. De ontdekking van de wereld door deze Jonas stelt ons
als lezer voor vragen over onze kijk op de dingen en hoe mensen functioneren en
net daarom blijken de bladzijden die door Arno bijgedragen worden, over de baby
Jonas en over zijn relatie met zijn vrouw Hélène, met Federico en de beste
vriendin van zijn vrouw, Max, later Maja.
Huwelijk
en ouderschap zijn dezer dagen niet meer onafscheidelijk, vertrouwen in de
partner is groot zolang alles goed gaat en men zich op boeken en online-gidsen
voor goed ouderschap kan beroepen. Het is natuurlijk moeilijk uit te maken of
het toeval in het spel is dat Arno als ICT-er bij het bedrijf Andersen als
extern consultant aan de slag moet en al eens de dwerg, zoals Jonas genoemd
wordt, moet meenemen, omdat er geen andere oppas is. Ongeveer zoals Ada in een
storm- en onweernacht door bomen geveld wordt en haar zwangerschap in coma moet
doorbrengen, waarna Quinten een geheel eigen ontwikkelingsgang kent, die hem
naar de Stenen Tafelen brengt en tot het teruggeven aan de hemel. Ik heb het
natuurlijk over de fantasie van een groot charlatan, dixit Reynebeau, Mulisch
dus. Ook Lewinski, jonger dus, houdt zich bezig met facetten van de oorlog,
waar niet zoveel auteurs zich dezer dagen aan wagen. Het genoegen de
verwikkelingen te volgen, kan men niet altijd goed overbrengen, omdat veel in
de keuze van details naar voor komt. Toch zit er in het verhaal om die reden
een zekere lichtvoetigheid. Zo komt de discussie over helikopterouderschap aan
de orde en de instinctieve voorzorgen die Jonas neemt, door hen weinig over
zichzelf te laten weten. Toch moet hij een kind wezen, zal hij een kind wezen.
Men
kan deze roman niet lezen zonder zich bewust te worden van de bijzondere
omstandigheden waarin we zelf in een cultuur hebben geleefd, waarin het kind
een bijzondere plaats inneemt, een majesteitelijke plaats, zoals Sigmund Freud
dat al voorzien had, terwijl dat wezen ook slechts heel langzaam een autonoom
wezen wordt. Ouders zeggen graag dat hun kindje perfect is of, als het niet zo
is, dan moet men er alles aan doen om het zo hoog mogelijk op de ladder te
krijgen, een succesvol leven te laten leiden, zeker in de middenklasse. Men
wordt voltijds helikopterpiloot, houdt op alles toezicht en ontneemt hen, zoon-
of dochterlief de kansen om autonoom met de dingen om te gaan. Lewinsky weet
tot in de perfectie de situatie om te keren, door Jonas zelf alle controle in
handen te geven, zoals Jonas zelf reeds prenataal beproeft door Hélène te
manipuleren, onder meer met muziek, de keuze van muziek. Mozart staat hoog op
zijn lijstje, al zal hij als leerling op de muziekopleiding nooit Mozart
spelen. Zou ook Mozart een oude ziel in een jong, nieuw lichaam geweest zijn?
Hoe
Jonas/Damian omgaat met de technieken van deze tijd, ICT dus, lijkt voor de
hand te liggen, maar dat hij het bedrijf Andersen helemaal doorlicht, zich
bewust wordt van het feit dat zijn zoon Cosmas een nietsnut is, zelfs de tweede
generatie kan het al niet meer, stelt Jonas/Damian vast, kan ons op dat moment
niet meer verbazen. In diens zoon, Felix zal Damian veel van zichzelf vinden,
waarbij het de vraag is of hij zichzelf daarom te graag ziet, dan wel of hij in
Felix een vertegenwoordiger terugvindt van de orde die hijzelf wou. Dan wordt
de man die Damian Andersen zou worden toch niet alleen de protserige aanhanger
van de Nazi-bende, maar eerder de man die opgaat zijn beroep, door geniepige
trucs hun geheimen ontfutselen, iets waar hij voortdurend naar verwijst in zijn
verslaggeving, ook nog prenataal dus.
Het
boek eindigt men een opvallende switch, wanneer Damian/Jonas, na opzoekingswerk
de kleinzoon op het spoor komt en verneemt dat die school zal gaan lopen in een
eliteschool in Beieren, heeft Jonas al zijn plannen al klaar. Als zijn oma, de
mama van Arno plots ontdekt dat hij niet Jonas is, maar iemand die in zijn huid
schijnt gekropen, laat hij haar struikelen onder de tram. Niemand was zo dicht
bij zijn waarheid. Ook heeft hij niet enkel het bedrijf doorgelicht en de foute
beleidskeuzes onderkend, hij heeft het ook een klein fortuin lichter gemaakt,
door een nieuwe rekening te openen, Stichting Herinnering Damian Andersen,
waardoor het geld in principe in het bedrijf blijft, tot voor hem de tijd rijp
is om het spoorloos te laten verdwijnen.
Kunnen
mensen dezer dagen nog fatsoenlijk verdwijnen? Men zou denken van niet want
ongeveer alles wat we doen laat sporen na, of men kan ons pingedrag naspeuren,
men kan onze gesprekken volgen, wanneer men onze CIM-kaart heeft, of de
gegevens. In het geval van Jonas had zelfs het verbod een anonieme CIM-kaart te
verkopen niet geholpen, of toch? Want de grootste moeilijkheid is dezer dagen
identiteitskaarten te maken die niet via het bevolkingsregister gecheckt
worden. Neen, fatsoenlijk verdwijnen kan niet, via identiteitsfraude en andere
misdaden. Jonas merkt dat hij af en toe fouten maakt, net de mensen verkeerd
inschat die hem bij de lurven kunnen vatten.
Het
mooiste plan dat hij kon bedenken, eindigt op een impulsieve bekentenis aan
Felix, voor Damian de kleinzoon, voor Jonas de vriend, maar Felix kan het
verhaal niet aan, al is niet geheel duidelijk wat hij niet kan vatten of
verdragen. De eeuwige wederkeer van alles? Dat zou hem inderdaad wel kunnen beangstigen, de wijze
waarop Jonas zonder compromis en zonder omzien mensen uitschakelt die hem
kunnen hinderen, want hoe kan je weten hoe je iemand kan vertrouwen die niet
terugschrikt voor moord en doodslag, zij het zo verdoken als mogelijk, zo
subtiel als hij met zijn grootmoeder had gedaan of met de oudere schooljongen,
die andere kindjes had geld en mobieltjes afgetroggeld. Ook op de kostschool
komt Jonas tussen tegen een bullebak, die jongere leerlingen sigaretten doet
meebrengen. De vernedering zonder kans op revanche, daar is het hem om te doen.
Het is
de liefde, die hem de das omdoet en dat kan verbazen van iemand die nooit blijk
gaf van enige toenadering en vond dat hij alleen voor zijn job kon leven:
mensen ontmaskeren. De ontmoeting met zijn “kleinzoon” Felix Andersen, brengt
hem in vervoering wat men beter niet doet als men zich op de zaak concentreren
wil. Meer nog, hij begaat de wandaad de jonge Felix zijn hele verhaal te doen,
hun relatie uit de doeken te doen, wat ons niet helemaal verder helpt, al
verzekert Jonas ons dat hij werkelijk alles heeft verteld, waardoor de
oplettende jongeman, naar het hart van Jonas/Damian zich overweldigd weet en
gedesoriënteerd. Aan het eind kiest ook Jonas voor een roemloos einde.
Wat
wil Charles Lewinsky nu vertellen? Hij verzint een personage dat zichzelf heeft
verzonnen, laat die figuur geboren worden in een gezin van deze tijd en alle
facetten van dat bestaan in onze tijd doorleven. Tegelijk leeft dat kind met een
bewustzijn van een ander, vroeger leven, wat betekent dat onze gewoonten en de
organisatie van het leven in een ander, minder evident daglicht komt te staan.
Als Jonas, peuter nog, kan lezen, wat niemand weet, maar ontdekt dat hij uit de
kranten die hij leest bij de kooi van de Cavia, geen eenduidig verhaal kan
opbouwen, alleen banaliteiten vindt, waarmee hij nauwelijks aan de slag kan,
merkt men al een kritiek die journalisten niet altijd graag lezen of horen. Ook
het feit dat hij van kindsbeen af graag naar de radio luistert of naar het
journaal kijkt, wat zijn vader lastig vindt, want saai, komen we bij een aspect
dat ons wel even moet doen opkijken: hoogopgeleide mensen reageren verveeld op
nieuwsberichten. Een documentaire over de praktijken in het door de Amerikanen
overgenomen gevangeniscomplex Abu Graib brengt Jonas niet van zijn stuk en in
de aantekeningen van Arno valt niet aan te geven of hij enige reactie zag bij
Jonas. Jonas komt er later op terug en meent dat hij de documentaire en de
praktijken van die bewakers weinig zoden aan de dijk zouden zetten. Hijzelf
koesterde geen gevoelens ten aanzien van de objecten, de mensen die hij moest
ondervragen. Merk op dat de Amerikanen met de ontmenselijking van de gevangenen
vooral propaganda voor eigen winkel maakten. Dat het beeldmateriaal de
legitimiteit van de oorlog in Irak ook verder ondergroef, bleek pas later. Toch
vond Jonas het bizar dat men gevangenen zo wilde behandelen, want men zou er
niets meer uit krijgen.
Deze
roman gaat dus uit van een bijna ondenkbare gedachte dat een baby wel eens de
geest zou meekrijgen van een andere persoon, een reïncarnatie zou zijn en in
het geval was het dus een voormalige Gestapo-officier of zo. Om aan vervolging
na de oorlog te ontkomen had hij zijn hand laten amputeren, afzetten en
was hij in staat gebleken een
uitgebreide identiteit op te bouwen, waarmee hij zijn ondervragers had kunnen
overtuigen of om de tuin leiden. Er klinken twee stemmen op, die van Jonas,
vervolgens die van de vader, Arno, die in zijn latere aantekeningen moet
vaststellen dat hij zijn zoon niet had gekend noch begrepen heeft dat die
persoon bijvoorbeeld node zijn gestalte en vermeende leeftijd, van een kind aanvaardde.
Remus, zijn hond, die hij kreeg omdat hij een nagenoeg perfect schoolrapport kon
voorleggen. Dat lukte en de hond kwam en Jonas was de baas over het dier,
zonder geweld of woede in te zetten, eerder door een grote onverschilligheid
aan de dag te leggen. Het komt overdreven over, maar bij gelegenheid zou Remus
tot de dood gewacht hebben op zijn baasje. “Zit”. Remus gaat zitten en wacht
tot Jonas hem laat inrukken. Een keer bleek dat voor anderhalf uur te lukken.
De
kracht van associaties in het verhaal en dan nog niet eens altijd opvallend,
maar bij nalezen wel opvallend genoeg, laat ons zien hoe iemand een plan
uitvoeren wil en ondanks de zeer jeugdige leeftijd daartoe in staat blijkt… tenzij
die gladjanus, die niet te beroeren blijkt voor iets van liefde, plots wel
zichzelf kan vergeten en dus ook zijn plan. De pleger van schrijftafelmoorden,
die een uitermate welstellend magnaat in de voedingswinkelsector wordt – met dank
aan het geld gestolen als ondervrager van slachtoffers van het regime – blijkt in
een nieuw leven toch tot fouten in staat, omdat men nooit alles, nooit iedereen
onder controle heeft. Charles Lewinsky slaagt erin verhalen te brengen die men
niet direct zou verwachten, over kwesties die ons nog altijd aanbelangen, zoals
de weerzinwekkende manier waarop veiligheidsdiensten hun kennis verzamelen en
hoeveel brutaal raffinement daartoe nodig is. Onze moderne samenleving, die we
graag als waanwijs of streetwise voorstellen, is heel wat minder cynisch dan we
het graag voorstellen, maar tegelijk zijn we niet in staat, niet meer in staat
om tegenslagen te verwerken en door te gaan met ons leven.
Waardering
voor deze roman kan men zeker opbrengen, ook al omdat het goed geschreven, goed
geconstrueerd is, al is het nooit opvallend hoe de verteller(s) hun verhaal
brengen, want het lijken de gebeurtenissen die aangeven hoe het gaat. Ook de
spanning tussen normen, die we aan baby’s en peuters, aan kinderen stellen, die
we via boeken en google kunnen naspeuren, krijgt in deze een bijzondere plaats.
Zou de roman op een sisser uitlopen, zoals een criticus wel eens beweert, dan
hangt het af van wat men verwacht. Een ander einde was wellicht nog veel
gruwelijker uitgevallen. Persoonsongevallen, dat krijgt men te horen als iemand
onder de trein terecht komt. Ik vond pas laat het boek in de boekhandel, omdat
recensenten in Vlaanderen van die boer geen eieren lust. Zelden zo een roman
gelezen waar de gruwelijkheid zo helder in beeld gebracht wordt, op een
ongewone wijze.
Bart
Haers
Reacties
Een reactie posten