Het XIIIe Amendement en hoe het ging


Recensie

Abraham Lincoln,
De film & de geschiedenis

Standbeeld van Lincoln in het Lincoln
Memorial te Washington.
Vorige dinsdag, 22 januari 2013 zat ik in de bioscoop UGC Brouckère op uitnodiging van de heren ambassadeurs van de VSA bij het koninkrijk België en bij de EU en wat er aangeboden werd, op de popcorn na, was best aangenaam. Maar de film van Spielberg, Lincoln, geeft dan ook een beeld van de VSA dan we geneigd ze te verwachten. 

Voor de Instellingen van de United States of America kan men alleen maar groot respect opbrengen, hoezeer die instellingen de eeuwen wel doorstaan hebben, maar niet onveranderd. De gebeurtenissen hebben op mensen en denken een enorme invloed gehad, soms ten goede, soms, zoals in 2001 ten kwade. Want finaal zijn de instellingen maar zo sterk als de bemanning van het schip van staat het toestaat.

Nu het Second Amendement – freedom to keep and to bear weapons - ter discussie staat, voor sommigen totaal sacrosanct, kan men zich afvragen hoe we de lectuur van zo een fundamenteel recht aanvatten en wat we kunnen denken van de mensen die de Bill of Rights hebben opgesteld als fundamentele expressie van wat in de constitutie zelf te lezen valt, blijft vaak onderbelicht. Wie de geschiedenis van de Founding Fathers bekijkt en de heftige discussies over het confederale karakter van de unie van de 13 koloniën, dat zich uiten zou in het opnemen van de schuld door de unie van een van de staten, begrijpt dat wat een theoretisch concept heet te zijn in werkelijkheid te maken heeft met publiek beheer en goede afspraken over financiering van de staten. Van begin af aan was de neiging groot de unie niet al te zwaar op te tuigen. De stichtingsmythes, onder andere over het leger, de vloot en de burgermilities spelen nog altijd door, al is vandaag absoluut niet meer duidelijk hoe de realiteit van 1775 of zelfs 1826 – toen Jefferson en John Adams stierven, de vierde juli – er eindelijk uitzag. Toch koesteren zowel de leden van de Tea Party als de aanhangers van het tweede amendement of Obama zelf die constitutionele inzichten.

Zo ook blijft men gefascineerd voor de figuur van Abraham Lincoln en ook wel  voor figuren als General Grant, Ulysses S. Grant, Sherman ook of zelfs Lee. Vier jaar duurde de oorlog die de Verenigde Staten bijna onoverbrugbaar heeft verdeeld en waar zelfs nu nog steeds ressentiment leeft om de verloren secessieoorlog. De slavernij was een economische kwestie, zegt men en ook recensenten kauwen dat na, maar de enormiteit van die uitspraak valt niet te schatten. Natuurlijk was slavernij een issue bij de oprichting van de USA, waarbij men er niet uit bleek te komen hoe men de opvattingen van juristen en abolishonisten als John Adams kon verzoenen met lieden als Thomas Jefferson die dachten dat men de gelijkheid uit de grondwet kon beperken tot de vrije burgers. Die kwestie is niet opgelost en toen de VSA vanwege Napoleon de Franse bezittingen kon kopen, ontstonden er nieuwe territories, die in de jaren 1850 staten zouden worden en het werd geleidelijk moeilijker de Unie te verdedigen tegen het uiteenvallen maar ook om de oude kwestie van de slavernij – de slavenhandel was al vroeger verboden in 1808, maar dat thema speelt zelden een grote rol in onze overwegingen – op te lossen. Men kan zich vandaag moeilijk inbeelden hoe diepgaand de status van onvrijheid voor personen in hun leven moet hebben ingegrepen. Dat het Zuiden tot 1976 geen president meer had gehad, heeft net te maken met de diep invretende rancune, die in de jaren zestig op grond van de houding van Lindon Johnson nog versterkt werd. De Democraat Jimmy Carter uit Georgia, die vaak als een watje werd voorgesteld sprak de Liberals aan omdat hij een aantal zaken van mensenrechten voorop stelde.

Maar de Republikein Lincoln wist dat wanneer in zijn tijd de uitbuiting van mensen als rechtenloze personen  aan de grondslag lag van het conflict tussen het Noorden en het Zuiden, de slavernij zelf niet alleen een economische consideratie kon zijn. Men kan de ethische bewogenheid van een man als Lincoln, die uiteindelijk toch kan verwijzen naar John Adams, die ook de slavernij op juridische en vooral ethische gronden afwees, niet louter politiek zien. Adams was in de fleur van zijn leven een gevierd advocaat en politicus, maar hij was pas aan de universiteit geraakt na een opleiding tot onderwijzer. Hij was van boerenafkomst maar heeft zijn eigen emanciperende weg gekozen. De ongelijkheid was voor hem niet het probleem, wel dat niet alle mensen dezelfde rechten hebben en kunnen doen gelden. De strijd tegen de slavernij was voor beiden er een van menselijkheid, ook al gingen zij in tegen de meerderheid van hun (notabele) medeburgers.

De economie van het Zuiden was een landbouweconomie die zich naderhand niet echt heeft kunnen heroriënteren op nieuwe bedrijvigheden. Als de VSA in 1865 begint aan een nieuwe era, die na WO II nog eens overgedaan werd, nog eens, was het een era  van exponentiële groei. Het Zuiden heeft daar minder deel aan gehad dan bijvoorbeeld Texas, Californië of Seattle in de voor het overige zeer beperkt bevolkte landelijke staat Washington in het Noordwesten. De slavernij was voor het oude Zuiden een ramp en de oorzaak van zeer behoudend handelen. Dat de slavenhandel in 1808 afgeschaft was, blijkt voor de verhoudingen niet veel betekend te hebben, tenzij dat de commotie er alleen maar heviger op wordt, over de kweek van slaven bijvoorbeeld. Slaven werd deel van de stock,  net als het vee.

Met andere woorden, als de zuidelijke staten er veel voor over hebben om het recht te behouden andere mensen te bezitten komt de vraag aan de orde of de aanzet tot de oorlog wel de mogelijke uitbreiding van het aantal staten, nieuwe staten waar de slavernij toegestaan zou worden, kan geweest zijn. Het probleem blijven vooruitschuiven kon niet meer want de uitbreiding van de slavernij naar nieuw op te richten staten zou het machtevenwicht ten gunste van de slavernij doen kantelen en dat zou ook internationale gevolgen hebben, want de Europeanen zouden de Amerikanen wel eens kunnen boycotten.

Waarom uiteindelijk de wapens uitsluitsel moesten geven, met een onvoorstelbaar aantal doden als offer blijft voer voor discussie, maar dat de onwil van Abraham Lincoln om alsnog tot een compromis te komen op dit punt hem te verwijten zou vallen, blijft een bizarre bedenking. Zoals in de film uitgebreid aan bod komt vormde de idee de slavernij te verbieden en dit ook in een fundamentele wet, een amendement op de grondwet te gieten zich wellicht al vroeger bij Lincoln en de zijnen, maar werd het pas helder toen het conflict in een oorlog ontaard was.

In de film zien we overigens soms merkwaardig helder hoe een en ander in zijn werk is gegaan. Als de afgevaardigden van het Zuiden zich als vertegenwoordigers van een staat presenteren, wijst Lincoln dit af, want de belligeranten zijn enerzijds de soevereine VS en opstandelingen in het zuiden die het beperken van de slavernij niet willen aanvaarden. Het gaat voor hem om de vraag, zo zien we, om de vraag of mensen goederen kunnen zijn. Eigendom of mens, dat is voor Lincoln de vraag en bij de toenmalige democraten was men het daar niet zo roerend mee eens. Want zij bepleiten de vrije markt.

Een aanzet tot Debat

In dit tweede deel komt de film echt aan bod, maar het was nodig om eerst te proberen de inzet van de Sececcieoorlog en van het XIIIe Amendement te vatten. Wat aan de orde is? Niet enkel de esthetische ervaring, of liever, de wijze waarop we het verhaal geserveerd krijgen. En dan moet de recensent zich afvragen welke criteria aan de orde zijn.

Kan men van een tragisch verhaal spreken, wanneer een man, president in functie erin slaagt de oorlog te beëindigen en na 70 jaar ook nog eens een amendement erdoor te krijgen? Maar uiteindelijk sterft hij in de opera, als alles weer in de plooi lijkt te komen door de kogel uit een revolver? Een tragedie, leest men wel eens, is alleen mogelijk in het Griekenland, excuses, het Athene van Pericles, want toen waren de voorwaarden voor dit genre aanwezig. Het lijkt me een eigenaardige opvatting, omdat de tragedie als theatervorm wel degelijk een universele betekenis heeft, precies als vorm. Maar Abraham Lincoln doet wat hij moet, tegen heug en meug, tegen de algemene overtuiging dat de oorlog moet eindigen, maar dat men zich over de Slavernij niet hoeft uit te spreken en in geen geval definitief. Sterven voor de zaak? Maar het is geen god of niet het fatum dat de moord bewerkstelligt, zegt men dan, wel een domme jonge man. In de film weten we niet wie de moord pleegt, waarom ook niet, maar het gebeurt. Dat alleen al geeft aan hoe Spielberg de film heeft uitgebouwd, want we krijgen zijn meest verstokte vijanden en zijn meest trouwe medewerkers te zien. Maar de moordenaar blijft afwezig, als was het werkelijk een blinde hand.

Sommigen menen dat Spielberg zich verliest in theatraliteit als hij een jonge huisbediende, zwart en dus slavin, het woord laat richten tot de president of tot een van de hoofdrolspelers in de House, men kan zich niet inbeelden dat die mensen gewoon familiair zouden spreken, behalve de huishoudster die met een congreslid leeft en meer is dan huishoudster.

Daarop kan de kritiek zich niet richten, tenzij om aan te geven dat de maker(s) van de film net oog hadden voor die details. Omgekeerd kan men merken dat er zelfs enige ironie aan de dag gelegd wordt ten aanzien van Abraham Lincoln zelf, als iemand roept geen nieuw verhaal nodig te hebben. De stem van Daniel Day Lewis klinkt wellicht nog niet zo scherp als de stem van de man moet hebben geklonken, maar toch, het timbre en het debiet van de woorden kwamen wel indrukwekkend voor. Met welk doel? Mijn buurvrouw in de UGC Brouckère wees  er me op dat de acteur nog niet mager genoeg uit de verf kwam, terwijl we het er wel over eens waren dat hij als Lincoln wel een overtuigende vertolking neerzette.

Het stemverloop als hoofdzaak

De film gaat over strategie bij het gestemd krijgen van een belangrijke wet waarvoor er geen evidente meerderheid is. In een democratie moet men dan veel wegen zoeken en vinden om die wet erdoor te krijgen. De verhoudingen tussen voorstanders van het Dertiende Amendement en de tegenstanders, in hoofdzaak de democraten , waren negatief maar met 20 stemmen kon men de wet erdoor krijgen. Het is zaak te begrijpen dat men politieke doelen niet vanzelf bereiken kan als de kloof onoverbrugbaar is. Men kan streken en listen aanwenden voor kleine doelen, zoals Cicero dat beschreef in de Catilinarische Redevoeringen, maar als het hogere doelen dient, zoals Augustus zich dat voorstelde in verband met het herstel van de republiek, dan is er uiterlijk weinig verschil, in de feiten daarentegen, valt niet te negeren dat die geslepen vos wel degelijk niet uit eigenbelang handelde.

Steven Spielberg laat zien dat hij die nuance belangrijk acht, wanneer hij, alweer met gevoel voor ironie, over Abraham Lincoln laat zeggen dat de meest onbesproken politicus een belangrijke zaak gestemd krijgt op de kleinst mogelijke manier. In tijden waarin de kritiek groeit op de draagwijdte van het Tweede Amendement komt dit neer op een stevige positiebepaling. Men zal dat amendement pas kunnen wijzigen indien men stem per stem kan verwerven voor het project, want ook de Democraten zijn een wijziging niet zonder meer gunstig gezind. De wijziging zou dan niet gaan over het houden en dragen van wapens door particulieren, wel over het  verbod tenzij, namelijk als de Res publica bedreigd zou worden door externe vijanden, concreet vastgesteld. Hobbywapens mogen dan wel, maar geen snelvuurwapens. Teveel onschuldige slachtoffers sterven immers en de schutters achten zich doorgaans zeer goed geschikt om wapens te dragen.

Politiek als spel van dilemma’s

Wie het dagelijkse nieuws volgt, heeft zelden de indruk dat er grote kwesties aan de gang zijn, die om een oplossing smeken. Wie meent dat de discussie over de EU en de bestaansreden ervan, meer nog, de bestaansvorm een kwestie is van dezelfde aard als de vraag over de aankoop van nieuwe tanks door het Belgische leger, dan wel over obussen…  Dan moet men juist vermijden dat het fout loopt met steekpenningen. De veilheid van de politiek, het kopen van mensen waardoor het algemeen belang verkaveld wordt, lijkt me nu net niet de inzet van het Amendement over de slavernij.

Tinneke Beeckman beschrijft in Door de lens van Spinoza hoe de politiek een aangelegenheid van naturalistische filosofie is, niet van sein und sollen. Abraham Lincoln, die zeer rechtlijnig lijkt, is bereid voor een belangrijke wet een hoop kuiperijen te laten plaatsvinden. Maar een deel van het succes van politici bestaat er vaak in dat ze gaan zeuren over de veile collega’s. In de film merkte ik wel eens kleine referenties aan populisme, bijvoorbeeld de angst van blanken dat de bevrijde slaven ook nog eens stemrecht zouden krijgen. Maar even later komt er een scène waarin Lincoln aan twee jonge medewerkers uitlegt geeft over wat gelijke elementen zijn. Vergeet daarbij niet dat rare apparaat dat in het Witte huis is geïnstalleerd, de telegraaf en men merkt dat deze film hoe dan ook waarachtig beeld geeft van de omstandigheden waarin een man, Abraham Lincoln onderscheidend is opgetreden. Want hij stond erop via de telegraaf op de hoogte te worden gehouden van de veldtochten en van het reilen en zeilen van zijn hoge officieren.

Het icoon en de man

Men kan het vreemd vinden dat in deze film niet een icoon ten tonele wordt maar een mens van vlees en bloed, met vrouw en kinderen, die ook nog eens af te rekenen heeft met de wens van de zoon om zich te melden voor het leger, met de jongste die een papaskindje is. De werkelijke problemen van Lincoln’s vrouw die een dochter verloren had, hebben hun betekenis in het handelen… maar tegelijk ook niet.

Wie in het begin het beeld ziet van Lincoln, in gesprek met een paar soldaten over de Gettysburg Adress en zij herhalen die, African-Americans – zo moet het nu luiden – met devotie krijgt koude rillingen. Als de laatste van de soldaten zijn eenheid vervoegd, zien we de president zitten… zoals men hem kan vinden op de Mall in Washington. Het icoon wordt hier volop aan het verhaal gelinkt.

Het was van begin af die spanning tussen het werkelijke leven en het icoon dat me wel kon bekoren omdat de film meer werd dan een Gone with the Wind, maar een stuk geschiedschrijving. In die zin is een recensie die zich alleen over filmische aspecten buigt en daarbij de snelle montage of de vlotte, werkelijke taal als criterium neemt, van weinig belang. Spielberg heeft reeds met Schindler’s List bewezen hoe hij door de geschiedenis vanuit een onverwachte hoek te bekijken net een veel sterkere indruk bij de kijker na heeft kunnen laten. Met deze film doet hij dit opnieuw.

Caute

Hoewel de film eindigt met de dood van de president en hoewel die president wel eens risico’s nam, zien we toch dat Abraham Lincoln erin slaagt zeer gedreven naar een doel toe te werken. Hij hanteert daarbij de visie van Macchiavelli en Spinoza, dat politici, zoals de eveneens gedode maar gelynchte Johan de Witt mocht ervaren best oog hebben voor hun doel. Moeten ze vooral oog hebben voor hun directe belangen? In deze film blijkt dat vatbaar voor discussie. Alleen, als men over Obama spreekt, ontbreekt net de aandacht voor de vraag wat Obama op het spel zet.

Ter vergelijking, het Caute! slaat niet op de paranoïa van president Nixon, die zoals men weet een aantal goede dingen heeft gedaan, maar vooral faalde omdat hij huurlingen de kantoren van de democraten liet afluisteren en omdat hij maar niet in het reine raakte met het verschijnen van de Pentagon Papers, die het onderzoek weergaven van het beleid ten aanzien van Vietnam.

Ook met Georges W. Busch, nochtans ook een republikein kan men Lincoln niet met goed fatsoen vergelijken, net omdat die president een hele machinerie op gang zette voor een oorlog in Irak die de burgers van de VSA schatten van mensen kost, enfin, de belastingbetalers. Ook liet Busch een bank omvallen, Lehman-Brothers.

En toch, mocht ik Obama zijn, ik zou ook wel refereren aan Lincoln, zeer zeker, maar ik zou toch het kader opener houden en verwijzen naar de sterke tradities in de Amerikaanse politiek, om de gepaste politiek voor deze tijd te ontwikkelen en uit te rollen. Maar goed, verdraagt onze tijd wel originele benaderingen? En hoe kan dat dan zonder referenties aan de iconen en modellen.

Bart Haers  




Reacties

Populaire berichten