verantwoordelijk voor het goede dat men doet

Kritiek

Macht zonder reflectie
Probleem van de verantwoordelijkheid

Wat ongewoon misschien, maar het stuk van Alicja Gescinska
in De Morgen deze week, over de banaliteit van het goede,
bracht me bij een gesprek over mijn stuk over het thema macht.
Iemand zegde me dat macht en verantwoordelijkheid
gevaarlijk is. Maar dan diende ik de negatieve
connotatie ervan te onderzoeken: kan men
verantwoording afleggen voor het goede dat men doet? 
Schreven we recent iets over macht, het thema macht en wat het betekent in ons persoonlijke bestaan en in de samenleving, waardoor we tot de vaststelling komen dat men er beter niet over zwijgen zal, dan geldt ook dat macht zelf maar een element is van het functioneren van de samenleving. Wie macht uitoefent en machtsmiddelen inzet, kan er beter nog maar eens over nadenken wat dat voor gevolgen kan hebben. Handelen we steeds wel verantwoord? Het antwoord zou nu ondubbelzinnig neen kunnen zijn, maar ook dat klopt niet, want er zijn mensen die prudent hun macht inzetten.

Wat er aan de hand is, lijkt de vaststelling te zijn die bekende lui als Lieve Joris en Boris Cyrulnik onafhankelijk van elkaar aandragen en wat ook zogenaamde gewone mensen te vertellen hebben. Toch moeten we via een omweg ons verhaal aanvatten. In de boekenbijlage van de Morgen schreef Alicja Gescinska woensdag 18 december dat zij het gebrek aan aandacht voor het goede als iets gewoons net zo belangrijk vindt als de ergernis die men koestert ten aanzien van Hannah Arendt, die het over de banaliteit van het kwaad had. Haar aandacht voor het goede dat niet de helden en de topfiguren in onze samenleving doen, maar gewone mensen, vind ik een belangrijk bijstelling van het perspectief. Sommige lezers kunnen dit melig vinden, het kan dezer dagen misschien toch even tot reflecties brengen over wat we zelf doen in deze wereld. Want in onze kijk, waar alles top moet zijn, bovengemiddeld, terwijl de eenmaligheid van dat soort prestaties soms verlengd wordt door een bepaald renommee, dat steeds weer herhaald wordt, heeft het gewone geen glans, nog krijgt het aandacht. Umberto Eco heeft daar in “De naam van de roos” een voorbeeld van neergezet, dat me altijd is bijgebleven, want dat abbone, de abt van het klooster in feite geen enkele intellectuele heldendaad had verricht, enkel, bij een gelegenheid Thomas van Aquino uit een brandend gebouw zou hebben gehaald, daarom bibliothecaris kon worden, en zo abt, terwijl de echte bibliothecaris, die de hele schat van manuscripten kende, blind werd, vond ik toen al een vorm van superieure ironie.

Het verhaal is bekend, we willen de toekomst voor zijn, maar hebben geen blauwdruk en dus is elke poging tot voorkennis, prognose, een heikele kwestie. Tomas Sedlacek heeft daarom de econometrie ter discussie gesteld in de mate dat men bij het uitstippelen van de toekomst maatregelen simuleert in modellen, maar altijd een slag om de arm houdt: ceteris paribus. Soms zal men wel proberen de probabiliteit van scenario’s te onderzoeken, maar dat facet komt zelden in het publieke debat terecht. Het gevolg is dat economische prognoses zelden adequaat in de markt worden gezet. En ja, sinds mensenheugenis wordt speculeren in een kwaad daglicht gesteld, maar tegelijk kunnen we niet anders dan proberen nadelige gevolgen van ons handelen te temperen en de meest gunstige uitkomst te bevorderen. Op bedrijfseconomisch vlak kan dat om de prijs van de grondstoffen, de energie en de fiscaliteit gaan, inclusief de parafiscaliteit. Gedurende een paar decennia kan een kleine beetje oplettend volgen van het nieuws ertoe leiden dat men tot de conclusie komt, dat men van overheidswege op dat niveau weinig consideratie heeft gehad met bedrijfsleiders. De grote bedrijven konden en kunnen nog altijd gemakkelijk bepaalde lasten, een groot deel van hun lasten afwentelen, de kleinere bedrijven kunnen dat niet omwille van de kostprijs van fiscaal advies.

Toch hoort men haast maandelijks politici roepen dat er meer banen moeten komen, maar ze hebben de tak afgezaagd waarop zich banen zouden kunnen voordoen, door voortdurend fiscaliteit en parafiscaliteit in te zetten in het kader van transfers en het streven naar faire belastingen. Hoe fair die nu zijn valt dan ook te bezien. Maar ook blijkt dat die politiek van voortdurend bijsturen en optrekken van tarieven voor de bedrijfsvoering nefast uitpakken. Ik denk dan ook dat politici hierin hun verantwoordelijkheid zouden kunnen nemen door meer in te zetten op fiscale voorspelbaarheid.

Het lijkt niet zo dramatisch, maar als we kijken naar de politieke benadering van de crisis van de afgelopen zes jaar, dan moet men wel bedenken dat de overheid hier weinig doet om haar verantwoordelijkheid op te nemen en vooral de toekomst goed aan te pakken. Men hoort al verschillende maanden zeuren over ingrijpende fiscale hervormingen, maar duidelijk is alvast niet in welke richting dat zal gaan.

Verantwoordelijkheid en verantwoording blijven belangrijke aspecten van het handelen in de particuliere en publieke sfeer. Doorgaans komen we niet ver als we die discussie aansnijden, omdat men niet echt geneigd lijkt uit te gaan van een positief mensbeeld, c.q. mensen weten a) niet hoe het moet en b) dat als ze de kans krijgen die verantwoordelijkheid te ontlopen, zal men die ontlopen, zoals, o ironie, de fiscale ontwijking laat zien. Nu zou men wel eens de vraag onder ogen kunnen nemen of mensen voor de continuïteit van hun onderneming niet geneigd zijn die veilig te stellen door de randjes eraf te lopen, zonder echt aan fraude te doen. Maatschappelijk is het nog maar de vraag of die zorg voor de continuïteit van de onderneming niet even verantwoordelijk is als het onverantwoord zou wezen fiscale ontwijking dan maar voor lief te nemen.

Maar uiteindelijk is dat meer een vorm van verantwoordelijkheid en een domein van het afleggen van verantwoording. In het dagelijkse leven en in het publieke leven speelt dat op meer domeinen, namelijk daar waar mensen een leidende rol krijgen en of als medewerker met leidende personen samenwerken. Ook in het gezinsleven speelt dat mee. Nu gaat met bij het begrip verantwoording en verantwoordelijkheid geredelijk uit van juridische verantwoordelijkheid en dus eventueel strafrechtelijke verantwoording, maar ook hier beperkt men dan bewust de scoop. Zelfs als het gaat om reglementen bij de administratie en over deontologische codes merkt men de reactie op dat wat niet verboden is, wel toegestaan moet wezen. We zouden ons aan verregaand moralisme bezondigen mochten we die benadering niet onderschrijven. We zijn het nu eenmaal gewoon dat we autonome wezens zijn, maar het liefst hebben we het toch als onze mogelijke inbreuken vooraf in codes en reglementen zijn opgenomen, want zo weten we waar we aan toe zijn.

En toch zit daar, denk ik, een argument om het discours van de verantwoording en verantwoordelijkheid ook eens anders te bekijken. Alicja Gescinska schreef over de banaliteit van het goede en had daar allicht goede redenen toe, maar voor ons blijkt het ook een passende toegang tot het probleem: mensen kunnen voor zichzelf en anderen verantwoordelijkheid opnemen op grond van hun betrokkenheid bij die anderen, of het nu ondergeschikten zijn of echtgenoten, ouders, opvoeders en in nog zoveel meer situaties. We zijn geneigd die verhouding onder mensen in het dagelijkse leven niet te bekijken in termen van macht noch van verantwoordelijkheid, tenzij in termen van burgerlijke aansprakelijkheid of andere juridische omstandigheden, omstandigheden waarin we dus met justitie in aanraking kunnen komen.

Het blijft dan de vraag of we verantwoordelijkheid opnemen als iets positiefs kunnen zien? Bespreken we het thema macht, dan merken we dat elkeen licht geneigd is macht negatief te duiden. Verantwoording en verantwoordelijkheid hebben in de perceptie uitstaans, haast uitsluitend met fouten en strafrechtelijk te vervolgen handelingen. Maar er is een domein waar we haast domweg verantwoordelijkheid opnemen en soms zonder het goed te kunnen verantwoorden, voor iets, voor iemand, voor mensen. In die zin valt het op dat politici zich zelden verantwoorden voor hun soms sloganmatig aangedragen inzichten, maar altijd weer op het appel moeten verschijnen als er van een schandaal sprake zou wezen.

Het is de hamvraag voor onze samenleving of autonomie van de persoon, diens recht ook het geluk naar eigen inzicht na te streven echt fataal moet uitlopen op egoïsme en egocentrisme, narcisme finaal. Maar autonomie betekent toch dat we zelf onze keuzes maken en beslissingen vorm geven, niet dat die alleen voor onszelf betekenis zouden hebben. Die verenging van het begrip autonomie heb ik niet altijd goed begrepen, want er is geen aanleiding toe te begrijpen dat mensen autonomie alleen zouden zien als handelingen die voor henzelf goed en heilzaam zouden wezen. Autonomie kan er ook toe strekken dat men juist een beslissing neemt die anderen ten goede komt, zonder dat die beslissing ingegeven is door hogere autoriteiten.

Wat kan de bron dan zijn? Welbegrepen eigenbelang, uiteraard, maar zowel Patrick O’Rourke als Tomas Sedlacek hebben erop gewezen dat Adam Smith, de man die de notie homo economicus zou hebben gesmeed ook de auteur was van “The theory of moral sentiments” waarin hij de visie van Bernard Mandeville aanpakte. Mandeville stelde dat persoonlijk egoïsme, persoonlijke ondeugden publieke weldaden en vooral baten met zich kunnen brengen. De kwestie is dat men van Mandeville best onthouden kan dat volkomen deugdzaamheid – maar dat begrip dient men dan zeer dogmatisch te begrijpen – voor een samenleving betekenen moet dat niemand nog tot eigenmachtig handelen zou overgaan. Begrijp ik Sedlacek goed, dan heeft Adam Smith bewust een karikatuur van het leerdicht van Mandeville gemaakt om net in het licht te kunnen stellen dat bepaalde ondeugden – vices – maatschappelijk zeer ontregelend kunnen werken. Zelf denk ik dat een deugdzaamheid die persoonlijk en dus autonoom handelen uitsluit, wat betekent dat men niet bij machte zou zijn concrete situaties te interpreteren en daar naar best vermogen een antwoord op te bieden, verreweg schadelijker is, dan het besef dat we niet altijd vanzelf het goede doen. Deugdzaamheid die inderdaad door autoriteiten, de kerk of burgerlijke overheden worden geformuleerd in leefregels kan bezwaarlijk bijdragen tot het persoonlijke avontuur van het leven. Immers, wie Engelen wil maken van mensen, krijgt doorgaans engerds in de plaats.

Ruth Andreas-Friedrich heeft in haar Berlijnse dagboeken 1938-1948 nagedacht over welke verantwoordelijkheid zij had met haar omgeving, bij het helpen van Joden alsnog uit Berlijn te vluchten en later in het verzet tegen Hitler om vervolgens na de oorlog te merken dat alle solidariteit onder de voormalige medestanders verdween. Ook hier speelt dus verantwoordelijkheid een niet te onderschatten rol, waarbij haar visie op mensen wel een paar schrammetjes opliep.

Ad Verbrugge schrijft in zijn recente werk, “Staat van verwarring; het offer van de liefde” over de vraag hoe we met elkaar in erotische zin kunnen omgaan. Hij vraagt zich af hoe de feministische idee van de autonome vrouw, die baas is in eigen buik te rijmen valt met de bereidheid zich te onderwerpen van Annastasia, de vrouwelijke protagoniste in de trilogie 50 tinten. De kritiek was voor het denkwerk van Verbrugge niet echt enthousiast en wellicht zullen de lezers van E.L. James er ook geen boodschap aan hebben. Toch is zijn onderzoek niet van zin verstoken, omdat Ad Verbrugge naar mijn oordeel wel degelijk die paradox probeert te ontrafelen, dat wil zeggen dat hij het filosofische concept van autonomie, dat we als ideaal naar voor schuiven, in de psychische beleving graag zouden opgeven, als het onze (fundamentele) eenzaamheid zou kunnen inruilen voor contact, verbondenheid. Vermits de trilogie eindigt in een klassieke gezinssituatie, waarin Christian en Ana gehuwd met kinderen elkaar hebben leren liefhebben – van een happy end gesproken – kan men die lezing echt niet negeren. Maar zij past noch in de concepten over persoonlijk geluk noch in dat van de vrije mens – die anders toch wel geacht mag worden vrijwillig te kiezen voor lotsverbonden met een ander – zodat men Ad Verbrugge dan maar aanwrijft een adept te zijn van de gereformeerde kerk en van de Dordtse confessie.

Belangrijker is dat Verbrugge in zijn analyse laat zien dat op zeker ogenblik de erotische relatie voor beiden niet meer als bevrijdend wordt gezien en Ana er de brui aan geeft, waarna ze Christian ervan kan overtuigen uit de discpilinering van de BSDM te treden. Net daarin lag de heerszucht van Christian en de onderwerping van Ana. Aan het eind kiezen ze dus voor een saai maar verantwoordelijk samenleven.

We kunnen ook andere situaties bedenken waarin verantwoordelijkheid een positieve notie kan hebben, maar helaas ook doorgaans in een negatieve context wordt geduid. Onderwijzers en leerkrachten? Artsen, verpleegkundigen, ambtenaren en mensen in de welzijnssector, opvoeders… allen nemen zij uit hoofde van hun beroep een positie in van autoriteit, van gezag en verantwoordelijkheid. Heel vaak zien we in de Vlaamse regelgeving dat die verantwoordelijkheid negatief geduid wordt, dat men sancties voorziet voor wie het leerplan niet volgt of wie het protocol dat door het kenniscentrum gezondheid wordt voorgesteld niet adequaat vinden, omdat de gegeven omstandigheden niet geheel samenvallen met wat het richtinggevende protocol voorop stelt… Want het is precies een zaak van de leerkracht, de arts, de welzijnsambtenaar, zelfs de belastingambtenaar ook de gegeven omstandigheden goed te bekijken opdat het doel, een goed leerproces, de gezondheid bevorderen of de belastingplichtige zonder zwaar strafdossier – indien mogelijk – toch de verplichtingen te laten voldoen, naar behoren vervuld wordt. Toewijding en betrokkenheid kunnen dus best te verantwoorden vallen en bovendien een blijk zijn van verantwoordelijk handelen, veel meer dan de angst geen fout te maken waarvoor men ter verantwoording geroepen zou kunnen worden.

En voor politici? Over het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid zijn er al bibliotheken volgeschreven. Was JFK een onverantwoorde gek toen hij Nikita Chroetchjov c.s. de voet dwars zette, dat wil zeggen zijn schepen een blokkade rond Cuba liet leggen zodat de Sovjets hun raketten alleen met geweld hadden kunnen laten installeren op Cuba? Sommigen menen, 50 jaar na de moord op JFK dat de man gered is door Chroestjow die wijselijk zou hebben ingebonden. Ik blijf het een bizarre voorstelling van zaken vinden; beiden zijn tot het uiterste gegaan in de kwestie, maar beiden wisten dat er lijnen waren die men niet overschrijden kon zonder het eigen land en de eigen bevolking in meer dan ernstig gevaar te brengen. De hele discussie over de atoombewapening sindsdien liep op twee niveaus, waarbij de theorie van de wederzijdse vernietiging (meerdere malen zelfs) publiek vertaald werd in een noodzaak de eigen bewapening op peil te houden. Prof. Yvan Van den Berghe heeft hierover een paar jaar geleden nog een essay opnieuw laten uitgeven. Men wist dat men voor de eigen parochie geen teken van zwakte mocht vertonen, maar ook dat elke poging de ander helemaal in het nauw te drijven zou leiden tot zelfvernietiging.

Men kan in dit kader niet voorbij aan het probleem van onze tijd, de klimaatverandering. Ik denk dat die aanpak, die berust op het angstig maken van mensen niet de best denkbare is. Ook het abstracte begrip duurzaamheid blijkt niet afdoende. De idee dat we ook persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de aardmetalen, fossiele brandstoffen, de leefbaarheid blijkt men ook hier weer vooral op een negatieve manier invulling te geven, want als we niet opletten, als we teveel de auto gebruiken vervuilen we de lucht met fijn stof en stoten we uiteraard CO² uit. Een andere benadering, waarin we bijvoorbeeld zorgzamer met onze voeding omspringen, waarbij we zelf ook bepaalde praktijken, zoals het eten van tonijn op Japanse wijze niet voor lief nemen, gewoon omdat men de zeeën van blauwe tonijn berooft, of het weggooien van zowat 70 % rund om alleen de beste stukken filet pure te consumeren, blijft een probleem. Ook zien we dat een kip best niet te veel opgefokt wordt, want dat kost teveel aan granen terwijl de dieren geen tijd krijgen om consistent vlees te ontwikkelen. Ik zou ook kunnen kiezen voor een vegetarische levensstijl, maar of dat balans echt zou doen doorslaan, is me niet geheel duidelijk, want dan zou meer bepaalde oliën voortbrengende gewassen  moeten telen. Het is dan ook nooit goed, zegt men. Ik denk dat men toch enig vertrouwen kan hebben in medemensen, ook als het om verantwoordelijkheid ten aanzien van biosfeer en de biodiversiteit gaat. Alleen, denk ik, moeten dan ook de voedingsindustrie en de distributie hun verantwoordelijkheid opnemen.

Tot slot denk ik dat verantwoordelijkheid in machtsverhoudingen de machtswellust kan temperen, als men er zich al van bewust is dat macht en autoriteit in een complexe samenleving moeilijk te ontlopen zijn, wil men bepaalde zaken vooruit doen gaan. Maar tegelijk, als er alleen die macht is, als alleen, om nog maar eens iets te zeggen, de verontwaardiging de drijfveer zou zijn om zich politiek te engageren en niet de gedachte dat men zich voor de publieke zaak omdat dit onze aandacht waard is. Gaan we daarbij in tegen Chantal Mouffe of Carl Schmitt? Niet a priori, omdat zij over mechanismen van machtsverwerving nadenken, niet of minder over het aanwenden van die macht, tot nut van ’t algemeen.

Het blijft van belang over deze kwesties na te denken en zich te buigen over wat we willen organiseren als samenleving en dan kan men niet om thema’s als macht, verantwoordelijkheid en verantwoording heen, soms hoeft dat niet uitgesproken, soms wel. Maar hoewel we geneigd zijn als kritiek en als motief voor het ter verantwoording roepen van politici, bankiers, ceo’s en leerkrachten vooral negatieve ervaringen onder de aandacht te brengen, zal men toch ten minste ook pogingen ondernemen gunstige en positieve effecten van onze maatschappelijke ordening te onderzoeken en een positieve ingesteldheid van burgers voor mogelijk te houden. Er zijn fraudeurs, dieven en beurzensnijders, laat dat duidelijk wezen, maar als we alleen over postjespakkers spreken als we de politici in het vizier nemen, dan riskeren we de grond weg te slaan voor een democratisch bestel. Vrijheid en autonomie zijn uitermate groot goed, maar evenzeer het vermogen verantwoordelijkheid op zich te nemen. De ministeriële verantwoordelijkheid? Het blijft een moeilijk thema, omdat we zelden de handelingen van een minister in regno kunnen beoordelen. Veel van wat men onderneemt tijdens de uitoefening van het ambt, blijkt naderhand een nadere evaluatie te verdienen, als het op de rails gezette beleid ook uitgerold is en praktijk is geworden. Aan de andere kant, voor gemakkelijk toegeven aan lobbyisten kan moeilijk veel erkenning opbrengen, voor het ontvangen van steekpenningen nog minder en voor het soms al te slabakkende beleid rond spoorwegen of bepaalde monumenten, gebouwen van openbaar nut, moet men toch niet al te indulgent zijn.

Waar het om gaat, luistert inderdaad soms nauw, te nauw lijken we te moeten denken als we de media in ogenschouw nemen en vaststellen dat politici, hun rol vervullen, dat wil zeggen dat hun raadsbesluiten gunstig uitpakken, want dat gebeurt vooral in domeinen, waarover zo te zien weinig reden voor debat zou bestaan. Het onderwijs moet hervormd, sorry, vervormd wat de gevolgen voor leerkrachten en vooral voor de leerlingen ook zijn. Overigens kan men niet altijd goed weten wat een leerling gunstig zal meenemen in het leven. De hervormingen die nu voorliggen en waarover dan toch debat ontstaan is, berust op consideraties die men niet altijd kan hard maken. Zou armoede en culturele smaak echt zomaar meegegeven worden? Zouden dan al die mensen niets hebben opgestoken van wat men algemene kennis of algemene cultuur en een zekere mate van diletto kunnen ontwikkelen? Het niet aanbieden, blijft een zaak van gebrek aan toewijding aan jongeren. Toewijding, verantwoordelijkheid en andere kwaliteiten, die onze aandacht vragen, maar nu eerder vanuit een negatief vooroordeel ten aanzien van anderen hun betekenis krijgen, verdienen dus onderzocht te worden. Maar dat zijn natuurlijk uitingen die niet passen in een samenleving waar men eerder de autonomie verengt tot bloot eigenbelang. Dan vindt men uiteraard dat wat mensen doen ten behoeve van derden, banaal en zonder verder belang. Zou een samenleving echt zo functioneren?


Bart Haers 

Reacties

Populaire berichten