Hypes en vergetelheid


Recensies

Wat recensies brengen


De boekhandel bezoeken is nog altijd de beste manier
om boeiende en lezenswaardige boeken te vinden. Het aanbod
is groter dan de letterenbijlagen van de kranten laten
vermoeden. 
De boeken die de brede media negeren zijn legio. Een blurp kan helpen, zoals die van Tom Barman bij het boek van Michel Foley. Maar veel vaker krijgen we nietszeggende recensies of interessante werken komen totaal niet aan bod. De rel over het verbranden van een blad papier dat een recensie zou zijn op een boek dat gehypet werd, spreekt dan ook boekdelen. Het punt is dat recensies in Vlaanderen altijd wel een nasmaak hebben die weinig bijdraagt aan een literair klimaat.

De zaak is dat Marc Reugebrink meent dat het beter is dat er geen negatieve recensies komen, want het medium, het literaire boek is al zo gemarginaliseerd, dat het meer schade brengt dan goeds. Maar een slechte recensie, dat is een recensie die de lezer niet vertelt wat het boek in kwestie te melden heeft. En moet een recensie hypes volgen? Of maken? We volgen het wereldje al te lang om niet te zien dat de recensent wel eens vergeet om echt tot een oordeel te komen. Maar ook met signalementen zit het niet zo snor. Hoogstens bij een najaarsoverzicht komen er eens verrassingen boven.

Wat ook opvalt, blijft de scheiding der geesten tussen Noord en Zuid. Niet Cyril Buysse is men gevolgd, wel de dichter Guido Gezelle. Jawel, enkele auteurs uit het Noorden krijgen wel asiel, maar teveel werken die in het Noorden verschijnen, blijven hier onvermeld. Men zou kunnen zeggen, geen erg, want er zijn Noordelijke publicaties genoeg… en toch, het blijft merkwaardig, hoe Arjen Fortuyn veel werk maakt van Vlaamse auteurs, terwijl er hier niemand lijkt rond te lopen met voelsprieten die verder reiken dan Putte.

Maar die geografische scheiding der geesten is echt niet zo belangwekkend, al blijft die wel te betreuren. Het erge is, dat de keuze voor bepaalde werken en niet voor andere voorspelbaar is geworden.  Het verhaal is dat een men nog steeds meent dat boeken geschreven moeten worden volgens het recept van Arnon Grundberg, Brusselmans of Mortier. Men kan dat alles niet op een hoop gooien, zoveel is duidelijk. Wat wel het geval blijkt te zijn is dat een ideeënroman, zoals “Blindgangers” van Joke Hermsen wel vier sterren kreeg, maar misschien werden sommige ideeën niet goed ontvangen. De bepaling van vrijheid en van betrokkenheid die in de roman botsen, werd niet echt onder de aandacht gebracht. Via Google blijkt dan weer dat er wel een heel pak recensies aan het boek gewijd werden.

Gaat de actuele roman over uitzichtloosheid? Het was al zo met het werk van Clem Schouwenaers, die nu helaas volkomen vergeten is. Het is een gekende riedel, maar toch, ook en vooral de recensenten verkleinen het speelveld van de literatuur. Men mag Louis-Paul Boon gedenken en zijn oeuvre bovenmaats vinden,  het betekent niet dat Boontje in de jaren 1940 tot 1970 de enige schrijver was en daarna gevolgd door Hugo Claus. Het blijft verbazen dat men het zo graag heeft over giganten en dwergen. Waren Daisne en Lampo dan echt zo onbeduidend? Of is het werkelijk zo dat men niets goeds te zeggen heeft over wat niet de top zou heten te zijn?

Het punt is dat de roman voor sommigen uitgerangeerd is, dat men over de huidige mens en diens leefwereld niet veel meer te melden heeft, terwijl precies Joke Hermsen, maar ook Joris Note en anderen wel iets te melden hebben. De roman was een middel om dingen uit te vogelen, te ontdekken hoe in een bepaalde setting mensen reageren. Sommigen vinden dat Goethe in “Wilhelm Meisters Lehrejahren” niet veel anders doet dan wat anderen in zijn tijd deden, het verhaal schrijven van een jongmens op de dool, door schaakmeesters in geheime genootschappen gemanipuleerd en dat het jongmens finaal dolgedraaid dacht het licht te hebben gezien. Dat is inderdaad het stramien waarop Goethe zijn verhaal heeft geborduurd. Maar zoals Karel van het Reve – alweer hij – meende, kan men er moeilijk aan voorbij dat een goede roman op die manier niet van een zwakke roman te onderscheiden valt. Uiteraard is Goethes Wilhelm Meister een jongmens op de dool, die ten koste van veel zijn eigen bestemming wil vinden en die denkt in het theater te vinden. Er is inderdaad een geheim genootschap – de Illuminaten? – dat hem gaat volgen en middels enigmatische figuren als de wondarts en de dorpsgeestelijke, maar ook een gravin en een freule op bepaalde sporen probeert te zetten. Er is de verrader, Jago, die mensen ronselt voor een of ander leger en verdacht veel lijkt op de Jago uit een stuk van Shakespeare, Othello. Overigens schrijft Goethe hier uitgebreid over de mogelijkheden en moeilijkheden van het opvoeren van Shakespeare in Duitsland en de ongepaste praktijken van theaterdirecteuren. Er is ook het verhaal van Mignon en haar onduidelijke afkomst. Kortom, het boek heeft een en ander om het lijf, dat in de verwerking en uitwerking op de lezer, als die er open voor staat, heel wat te bieden heeft.
Wat kan de recensent doen met actuele titels? Afgaan op de achtergrond van de auteur, zo lijkt het wel. Afgaan ook op politieke voorkeuren? Het zou kunnen, maar valt niet hard te maken. Feit is wel dat het helpt als je iets vertelt dat ingaat tegen de visie van de hedendaagse pispaal bij uitstek, Theodore Dalrymple, al heeft men zelf nooit een bladzijde van zijn werk “Life at the bottom. The worldview that makes the underclass.” gelezen waarin Dalrymple verwijst naar de verleidingen die links én rechts in de aanbieding hebben en mensen de kans ontneemt een eigen leven te maken.

Zowat iedereen die iets wil zeggen over vigerende inzichten, zal graag verwijzen naar Dalrymple als voorbeeld dat men maar beter niet kan navolgen. Maar Dalrymple heeft ten eerste wel het recht een aantal inzichten te spuien, want we leven ten slotte in een samenleving die de vrijheid van drukpers – ook via modernere dragers – zegt te huldigen. Ten tweede zal men bij auteurs als Tony Judt bevestiging vinden voor de idee van Dalrymple dat een bepaalde progressieve stroming inderdaad mee heeft bijgedragen tot  wat men kan noemen de verleiding van het slachtofferschap en van de idee dat we nergens zelf iets aan kunnen verhelpen, al helemaal niet aan ons karakter. Het punt is dus dat wie de mens die vermogens ontzegt hem of haar ook laat wegzinken in zinloosheid. De helaasheid der dingen, zeg maar.

Het (literaire) boek heeft niet meer de betekenis die het vroeger had, zegt men, want er zijn nu andere mogelijkheden. Maar een goede documentaire kan toch ook wel onze aandacht trekken. Alleen, de Vlaamse openbare omroep maakt dan een causerie met intelligent ogende lieden als Dirk Draulans en die zanger van Noordkaap – juist, Stijn Meuris en echt voldoen kan die aanpak toch niet. Maar een reeks documentaires over de organisatie van het platteland en de open ruimte, over landbouwgeschiedenis én over de industriële geschiedenis, over de betekenis van abdijen… alleen, de VRT vindt het geen opdracht voor het eigen publiek goede documentaires te maken, zoals Simon Shama die maakte over het UK, over de toekomst van de VSA… niet iedereen is een Simon Shama.

Het komt me voor dat men medium en content te gemakkelijk met elkaar vereenzelvigt. Het is duidelijk dat film, beeld een ander medium is dan het geschreven woord en toch kan men niet beweren dat beeldmontage maar goed is als die snel en zenuwachtig is, stroboscopisch. Want het gaat erom dat de film ook een idee kan presenteren, alleen, we lijken te geloven dat er geen alternatief mogelijk is dan de toenemende stroom series over misdaad en politiemensen met een hoek af.

In die zin hoeft het boek niet per se nog meer van hetzelfde te bieden, maar wat zien we, de meest populaire boeken lijken misdaadseries te zijn, zoals de milleniumtrilogie (met een vierde deel als ik het wel heb) van Stieg Larsson. Het valt dan op dat we weinig informatie krijgen over hoe mensen tot gestructureerd geweld kunnen komen, zoals terroristen dan wel lieden die eenmalig uit de bol kunnen gaan.

Hoewel er veel te lezen viel en vooral te bekijken viel rond het proces van Anders Breivik, blijft die ene wonderlijke vonk die hem van nefaste denkbeelden dreef tot het plegen van een moordende bomaanslag en een dito raid op een eilandje. Niemand zal ooit vernemen hoe hij die stap heeft kunnen zetten, hoeveel twijfel er bij te pas kwam en hoe hij finaal een onverschrokken strijder bleek.

De opmerking van Reugebrink dat men alleen positieve recensies mag presenteren, komt me wat gek voor. Zelf denk ik dat een krant of tijdschrift vooral ruimte moet bieden voor diverse domeinen en dus zowel aandacht kan opbrengen voor het literaire boek, zowel fictie als beschouwende publicaties. Of men het essay noemt of het kind een andere naam geeft, het blijft een genre dat we vandaag minder onder de aandacht zien komen. Maar even opvallend is dat boeken waarin wetenschappers ons een aantal inzichten presenteren, op het niveau van een synthese steeds minder aandacht krijgen. Nee, over de voedselzandloper hebben we het niet, wel over werk dat ons inzicht kan vergroten als het om bijvoorbeeld energieproductie gaat.

Men laat ons graag weten dat die auteurs zo druk, druk en druk zijn met publiceren in toptijdschriften, dat hun rol in de samenleving, als zij die al zouden onderkennen niet ernstig zouden kunnen nemen. Het kan niet ontkend worden dat universiteiten zelf weinig belang hechten – in de praktijk dan toch – aan het presenteren van onderzoeksresultaten, tenzij in korte stukjes in hun alumnibladen. We hebben te weinig tijd om het allemaal te lezen.

Ook de brede bladen, magazines en dagbladen kunnen hierin een rol spelen, maar het blijkt dat vooral harde wetenschap of sociale psychologie de voorkeur wegdragen. Ernstige recensies van recent historisch werk, maar ook van filologen blijft in de media onderbelicht, tenzij het om de discussie gaat betreffende de tussentaal. Altijd weer blijkt dat men een brede scoop zegt te hanteren maar de focus blijkt bepaald eng.

Terwijl de boekenmarkt gedurende decennia onoverzichtelijk breed werd, waarbij soms nieuwe domeinen werden aangesneden, zoals fantasy, nieuwe vormen van science fiction en de hele industrie rond de vampierencultus ook niet weg te branden viel, bleven andere thema’s in de boekhandel totaal onbesproken. Het is niet zo dat een ontspannend boek niet zou mogen. Maar bij nader toezien laat een goede studie, leesbaar geschreven over de ontwikkeling van het mariene leven  of de wijze waarop de banken hun cliënten – ook de grote cliënten in het ootje zijn gaan nemen – de lezer toe zich een breder inzicht te vormen over de gebeurtenissen.

We zijn niet zoals diegenen die menen dat een krant pas gelezen kan worden nadat we de Phaedo even uitgespeld hebben of enkele deeltjes van Casanova’s memoires hebben gesavoureerd. Kranten hebben hun betekenis om te weten wat er gebeurt – waarbij we wel betreuren dat er zoveel misdaadnieuws te rapen valt. Maar er zijn dus ook mogelijkheden om belangrijke dossiers of kwesties uitgebreider te behandelen. De publicaties van het HIVA (Hoger instituut voor Arbeid en samenleivng) in Leuven over onderwijs werden in De Standaard zelden uitgebreid besproken, maar Guy Tegenbos gaf er wel de weerslag van weer in zijn opiniestukken. De hele discussie over waarom het onderwijs dan wel hervormd zou moeten worden en in welke zin bleef onbesproken.

Men vertelt wel eens glunderend dat er over een paar decennia geen gedrukte boeken meer te krijgen zullen zijn, maar de vraag is of het e-book inderdaad de ruimte zal blijven hebben om moeilijke onderwerpen te behandelen. En vooral of de kranten die werken zullen recenseren. Het feit dat over het boek van Ides Nicaise, waarin hij stelde dat het onderwijs een machine zou zijn die de ongelijkheid zou versterken in plaats van inperken, wel bij Werner Trio aan de orde is geweest en dat was het dan, laat zien hoe belangwekkende discussies vaak inderdaad achterkamertjes besproken worden. Dat kan niet anders dan impliceren dat bepaalde discussies best niet transparant verlopen of dat het publiek niet voldoende beslagen geacht wordt en dus geeft die houding blijk van een antidemocratische dedain tegenover de burgers.  En de media? Die voeren strijd voor hervormingen, zonder verantwoording.

Toch hebben kranten er belang bij de letterenbijlage niet te zien als een aardig presentje aan de uitgevers. Nu de boekenmarkt lijkt te stagneren en zelfs aan krimp toe te zijn en de kleinere boekhandelaar met een gespecialiseerd aanbod de gevormde klant goed weet te bedienen, blijken steeds meer mensen het lezen van een boek zonde van de tijd te vinden. Recensies hoeven het lezen van het boek zelf niet te vervangen, wel integendeel, maar als men van recensies promopraatjes maakt, zonder zich echt over het belang van een boek te buigen, dan haakt het publiek wellicht af. Sommige boeken hebben niet meer nodig dan een signalement, maar andere verdienen een bredere aanpak. Alleen merken we dat het aantal goed uitgewerkte recensies afneemt, terwijl promopraatjes toenemen. Er ontstaat hier een probleem over de legitimiteit van het boek zelf en vooral, denk ik, verschuift men de aandacht van de roman, maar ook het essay naar het puur ontspannende boek. Beweren dat het niet mag bestaan is nonsens, beweren dat alleen het spannende boek dat lekker wegleest, bestaansrecht heeft, blijkt nog veel erger.

De rel rond het verbranden van een recensie over een boek dat nog maar weinigen gelezen hebben, lijkt daardoor vooral een statement. De reactie van Marc Reugebrink dat er alleen maar positieve recensies mogen verschijnen – in de brede media – is ook niet echt hoopgevend. Het debat over literatuur en het debat middels essays lijkt op het oog te zijn stil gevallen, maar toch, als men het essay “Identiteit” leest en ziet welke andere benaderingen de auteur Paul Verhaeghe in het geding brengt, kan men wel vaststellen dat dit debat mogelijk is. De boekhandel verkoopt meer dan (gesubsidieerd) bedrukt papier, maar de grote verscheidenheid aan titels mag de kranten en bladen er niet van ontslaan zich enkel op de top sellers te richten, maar juist die bladen hebben een rol, er zorg voor te dragen dat bijzondere boeken, die niet de publiciteit van een Aspe of een Stieg Larson meekrijgen, net wel onder de aandacht te brengen. Om der wille van het debat dus Voor thermonucleaire energie pleiten, eventueel op basis van andere brandstoffen dan uranium, daarover is er al lang niets meer gehoord.

We vonden de rel rond die recensie maar niets, vragen ons steeds vaker of recensenten wel het hele boek lezen en zich niet tevreden stellen met de persmap van de uitgever en denken dat het boek dat hier ter discussie stond misschien geen belangrijke gedachte heeft, alvast een gedachte die nog niet ergens anders was gepresenteerd. Men noemde de roman Blindgangers een ideeënroman en men leek er zich om te verheugen, maar wat de ideeën dan waren vernemen we niet en dat er heel wat meer dan twee ideetjes uit te distilleren vielen, was blijkbaar al van het goede te veel. En over de aanpak van de auteur, Joke Hersmen, lezen we ook nog eens keer heel weinig. Geen recensie dus zoals we die als lezers mogen verwachten. Juist omdat veel lezers de recensies wantrouwen, blijkt men zich op aanbevelingen van anderen te richten of van de boekhandelaar. Goed voor het boek en de boekhandel, maar misschien is de te commerciële aanpak van de boekenbijlage op korte termijn een negatieve stimulans… er lezen meer dan ooit mensen de Standaard, maar of iedereen nog tijd neemt voor de SDL?

Nog een element dienen we aan te dragen, namelijk de gedachte dat lezen voor de kick best kan, maar dat lezen, anders dan film juist een zaak is van rustig en geconcentreerd een andere wereld betreden mogelijk maakt. Michel Foley maakt zonder meer publiciteit voor Marcel Proust en veegt het anti-elitisme van tafel. Voor een nerd een opmerkelijke prestatie. Rode oortjes krijgen van het lezen? Best, maar soms verloopt het anders dan we dan denken, niet door Mieke Maaike, maar met dank aan Salman Rushdie. 


Bart Haers     



Reacties

Populaire posts