Hoe mensen het verzinnen: de Bijbel


Dezer Dagen

 

Lezingen van de Bijbel

Wat ermee aan te vangen

 

Isaac Isaacszn, Pharao geeft Sara terug aan Abraham, 1640.
(Rijksuseum). Het verhaal van Abraham in Egypte blijft
een bijzonder geval van bedrog, list en succes. Maar tegelijk
blijft het wonder dat we deze verhalen te lezen krijgen. Zijn ze
waar of niet? Misschien geven ze wel authentieke beelden
van menselijk gedrag weer en is dus de waarachtigheid
belangrijker dan de strikte waarheid der feiten?  
De bijbel kan men op vele manieren lezen, maar sinds men aantoonde dat de bijbel een compositie vormt van vele teksten, sinds men de auteurs als mensen is gaan zien, verdween voor velen de waarde ervan. Sommigen willen het boek desondanks nog steeds lezen als was de tekst de adem van God zelve. Maar de teksten ontstonden en hadden vanaf minstens 300 BC eerst voor de Joodse religie betekenis om vervolgens, vanaf ongeveer 100 PC steeds meer anderen te vatten en in christelijke kerken institutioneel verankerd te worden. Maar zijn die teksten nu waar en waarom zou dat van belang moeten zijn?

Zaterdagavond, bovenzaal van Brasserie het Vosken, zelf genoemd dus naar een iconisch verhaal uit de eigen middeleeuwen, sprak Eddy Daniels over de Bijbel als mythe. Het publiek was behoorlijk en de interesse groot, maar vooral sprak de spreker op  meeslepend. Want hij kon telkens weer zijwegen inslaan om finaal toch bij de gestelde doelen te komen. Het deed terugdenken aan de tijden van de oude Fondsen, waar enigszins geinstrueerden anderen iets kwamen bijbrengen en waar dan een discussie kon ontstaan. Wie de organisatie verzorgde? De Ronde Tafel, maar verder weet ik er niets over te melden en voorlopig is dat goed zo, al vind ik het wel een mooi initiatief.

Spreken over de bijbel als mythe, na al dat onderzoek dat al een aantal eeuwen op gang was gekomen, onder meer door Spinoza, maar ook de Bollandisten hadden al behoorlijk wat instrumenten voor tekstkritiek op punt gesteld, dat voorlopig niet op de bijbel werd losgelaten, al kan men ook bij Erasmus, die de bijbel uit het Grieks vertaalde, merken dat hij bepaalde elementen nogal bizar moet hebben gevonden. Binnen de kerk was, zoals Eddy Daniels aangaf de lectuur van de bijbel een zaak van ingewijden, wat in 1910 door paus Pius X in 1908, omwille van het feit dat deze Paus de bijbellezing op grond van moderne filologische en wetenschappelijke praktijken als bedreigend zag voor de gelovigen en voor de kerk. Het antimodernisme speelt in discussies over het geloof nog altijd een opmerkelijke en vaak zelfs bizarre rol. Maar toch kwam er reeds veertig jaar later, in 1943 een nieuwe encycliek, van Pius XII die het antimodernisme binnen de kerk en vooral in verband met de lectuur van de bijbel fors afzwakte. Zegde Daniels: plots werden de wetenschappelijk geschoolde katholieke lezers van de bijbel een voorhoede in de exegese en zou de kerk zo wel eens het noorden verliezen.

Nu, over de fundamentalistische lezing wilde de heer Daniels het niet hebben, wel over andere benaderingen, de minimalistische, die stelt dat als een element in een verhaal, over het verhaal van Lot's vrouw, die in een zoutzuil was veranderd, niet klopt dan kan men het verhaal afschrijven. Maar ook de authenticiteit speelt een rol: schrijven anderen, bijvoorbeeld in Gilgamesj of andere tradities over de zondvloed, dan kan het ook niet echt zo gebeurd zijn. Uiteraard blijft er na verloop van het onderzoek nog weinig authentiek en waarachtig over van de bijbel en zal men gemakkelijk kunnen bewijzen dat een God met al die ingrepen in het dagelijkse leven, een puur verzinsel is.

Nu, voor sommigen is daarmee de zaak bekeken, klaar en moet men er niet meer over zeuren, want verzinsels en nonsens, daar doen zij niet aan. Maar mensen doen graag aan verzinsels, want literatuur is altijd weer een vorm van verzinnen van dingen in een bepaalde context. Heeft God gesproken in een brandend braambos? Of was Mozes een beetje krankjorum, waarvan de symptomen kan afvinken in de DSM III, IV of weldra V? Mensen kunnen altijd wel ergens geestelijke  eigenschappen hebben, maar blijken daarom niet zonder betekenis, of onze hele cultuur, vooral inzake levensbeschouwing, literatuur, beeldende kunst is gewoon zonder grond. Maar met Tomas Sedlacek en ook wel Klaas Landsman moet men vaststellen dat ook de wetenschappen gebruiken maken van voorstellingswijzen die niet altijd op de werkelijkheid terug te voeren zijn.

De minimalistische benadering maakt het dus mogelijk de bijbel geheel onbetrouwbaar te noemen, de maximalistische poogt dan weer de bijbel als bron van ware verhalen te redden, maar ook dat geeft soms bizarre resultaten, omdat elke keer als men bewijs heeft gevonden voor een bepaald wonder gebeuren, zoals het manna in de woestijn of iets van die aard, zal men merken dat men wel heel op wetenschappelijk gronden aanvaarden doet, waardoor het ook weer een dwaalweg wordt.

Eddy Daniels schotelde ons vervolgens een forensische benadering voor, gebaseerd op de inzichten van een jezuïet, die vond dat men de waarheidsvinding in een gerechterlijk onderzoek moet overnemen, waarbij men behalve de materiële bewijzen en forensisch geverifieerde denksporen de verhalen van getuigen gaat onderzoeken en wanneer er elementen in zitten die aangebracht worden en bijvoorbeeld de spreker zelf incrimineren of een derde die hij of zij willen beschermen, dan kan dat storende element een weg openleggen naar betere inzichten.

Die Jezuïet, Herman H. Somers, die blijkbaar drie doctoraten schreef, maar nooit docent werd, vond dat de verschillende exegetische benaderingen van de bijbelteksten nogal wat kansen lieten liggen om de werkelijkheid te onderkennen. Nu weten we dat mensen soms gewoon verhalen vertellen op café of bij het diner, maar de meeste verhalen zal men niet onthouden. Echter, als verhalen in een bepaalde context verteld worden, dan krijgen ze wel degelijk een specifieke betekenis voor de toehoorder en zal de toehoorder ook de verteller op de voet volgen om mogelijke fouten tegen te gaan. De orale traditie van kennis en geschiedenissen gaan soms veel langer mee dan men denkt, maar waarom dat zo is, hangt van omstandigheden af. De Serviërs ontwikkelden voor hun irredentisme aan de vooravond van de Balkanoorlogen (1911-1913) een verhalenschat, die ze putten uit de bekende voorraad, maar tot in de oorlogen van 1990 bleef men die uitspelen. Hier is een vermenging van orale traditie en geschreven verhalen, maar dat zal wel vaker het geval geweest zijn.

Betekenen de verhalen over de schepping ex nihilo, over Eva en de slang als ze niet waar kunnen zijn, dan ook niets meer? Eddy Daniels werkte rond de betekenis van de mythe in de geschiedenis en laat verstaan dat het van belang kan zijn te onderkennen dat de reis van Abraham, de lotgevallen van Mozes en later de verhalen rond Christus een historische kern van waarheid kunnen bezitten. Maar zoals hij uitgebreid uitlegt, in 8 punten hoe men het ontstaan van al dan niet ware verhalen moet begrijpen, waarbij dus ook het insluipen van onwelkome details omdat ze de verteller of de held van de vertelling niet in een gunstig daglicht stellen, dan kan men ook gaan vragen hoe men daar verder iets mee kan aanvangen.

David en Salomon blijken niet zo een grote helden te zijn geweest, want in de bijbel staan voldoende schurkenstreken vermeld. Historisch onderzoek over het Israël tussen ongeveer 1100 BC en 500 BC toont dat het land geen eenheid was, maar een welvarend Noorden kende, Israël en een armoedig zuiden, Judea, waar Salomon en David koning waren. Toen na de inval van de Assyriërs en de wegvoering van de elite, boeren uit het Noorden erin slaagden het arme Judea toch te cultiveren, ontstaat een discussie over de verhalen rond de koningen en zal men twee verhalenlijnen bij elkaar voegen. Een met Jahweh, de herdersgod en een andere met Elohim, die volgens de ene een voorloper zou geweest zijn van Jahweh, terwijl anderen menen dat Elohim verbonden zou geweest zijn met de landbouw- en stadscultuur in het Noorden. De profeten fulmineerden ook tegen de verering van Baäl, die landbouwgod was.  

Wie afgerekend heeft met de religie en dan vooral het christendom achter zich heeft gelaten, heeft er vooral geen belangstelling meer voor, maar onze cultuur is zo doordesemd van bijbelse metaforen en vormen, dat men er wel eens moet naar teruggrijpen om bepaalde inzichten die nog welig tieren, te begrijpen. Bijbelvastheid heeft men in Vlaanderen nooit gekend en nu men de waarheid heeft erkend dat het sprookjes zijn, kan men er best niet te veel meer mee bezig zijn, terwijl het misschien wel een veelvormig zelfportret van het verschijnsel mens kan bieden. Als men spreekt over verbeelde gemeenschap, verbeelde natie, dan kan het niet anders dan dat er ook gronden voor zijn, verhalen, die men vertelt in bijzondere omstandigheden.

Waarlijk waar, zo werd ons geleerd, waren de verhalen die men in de lessen godsdienst gaf, maar men was in de jaren 1970 al aardig ver gevorderd met het blootleggen van de onmogelijkheden en tegelijk waren andere onderzoekers bezig sporen te vinden die de waarheid van het verhaal konden schragen. De maagdelijkheid van Maria, een onbegrijpelijk dogma, maar dat op zich fascinerend genoeg is, voerde de spreker terug op de moeilijkheden die zwangerschappen buiten het huwelijk konden opleveren, want overspel kende maar een straf, steniging. In de geslachtlijst van David staan vier vrouwen vermeld, die in de voortzetting van de lijn moesten voorzien, maar omdat er problemen waren, was het evident dat zomaar in te schuiven zonder verdere uitleg. Tamar was er zo een van. Ook hier kwamen gezanten van de heer tussenbeide, zoals in het verhaal van Maria zelf.

Gabriël zou betekenen dat zij te doen had met de kracht van God en zo werd haar zwangerschap aan God toegeschreven, maar het zou kunnen dat een zoon van de paranoïde Herodes bij Maria was gegaan... Panterra, zo wordt dan gezegd, was een anagram van Antipater en dan, tja, was Jezus een Romein geweest, of erger, een collaborateur met de Romeinen. De gevaren van overspel, gewild of ongewild, de moeilijkheid van een aanname door Jozef, het maakt dat het verhaal van de onbevlekte ontvangenis een mooie uitweg bood. Alleen werden die verhalen pas later geschreven, ten vroegste rond 70 na christus, toen de bevolking van Israël met een opstand tegen de Romeinen werd geconfronteerd. Maar het verhaal sluit dan toch weer aan bij een bijbelse traditie, waar vrouwen erin slagen de regels van de patriarchale cultuur te overtreden zonder er de prijs van hun leven voor te hoeven betalen.

Is het leerzaam zo een lezing bij te wonen? In alle opzichten, ook al kijk ik misschien anders aan tegen het begrip mythe en de omgang met verhalen in oude culturen en in de onze. Dat men de Bijbel, met al die onmogelijke verhalen op hun waarheidsgehalte onderzoekt, kan uiteraard geen kwaad, al heeft de kerk daar lang een stokje voor gestoken en denken verschillende andere kerken daar nog steeds anders over. De moderniteit impliceerde dat men in het spoor van Spinoza en anderen op zoek ging naar wat waar is en wat niet. De reconstructie van dat verleden laat zien dat er veel is dat de toets der kritiek niet kan doorstaan. Maar tegelijk laat Eddy Daniels zien dat er vaak heel wat moeite werd gedaan om de werkelijkheid te verdoezelen, als het om Abraham ging of Mozes in Egypte, de profeten en zoveel meer, terwijl die inspanning in wezen een nieuwe realiteit schiepen, waar men vrede mee nam. Dat Jahweh een herdersgod was en uiteindelijk toch in landbouwculturen kon gedijen, kan ermee te maken hebben dat men veel van wat niet paste terzijde heeft geschoven.

Maar dan? als de bijbel inderdaad in hoge mate mythologisch is, een sprookje is, zoals sommigen zeggen, dan blijft de vraag waarom die verhalen zo een taai leven kregen en of dat altijd met de waarheid zelf te maken heeft. Dan komt aan de oppervlakte hoe mensen hun eigen identiteit ontwikkelen en tegelijk hoe men met zingeving bezig is geweest. Verklaringsmythen en verhalen die een bepaalde visie op de mens uitdrukken, wat overigens ook net in verklaringsmythen aan de orde komt, hebben in oude, premoderne culturen hun belang gehad. De vooruitgang van wetenschappelijke inzichten en filosofische concepten hebben ons een bredere kijk op mens en wereld geboden en toch merkt men dat mensen graag in verhalen blijven geloven, als een houvast. Eddy Daniels heeft dit mooi verwerkt in zijn uiteenzetting, maar de kwestie of we die mythologie als zodanig moeten afwijzen als deel van het menselijke avontuur, blijft een open vraag. Dat God niet kan bestaan, hoeft vandaag geen bewijskracht meer, maar dat mensen wel behoefte hebben aan allerlei vormen van houvast, eventueel wetenschappelijke zekerheid, moet ons wel bezig houden.

Wat mij nog het meeste boeit in de verhalen van Abraham, David, Salomon of Jezus is dat zij telkens weer een mensbeeld aanbieden dat veel minder moralistisch blijkt dan we vaak te horen krijgen. Dat de verhalen vervelende details in zich dragen, verhoogt hun aantrekkelijkheid, de waarachtigheid ervan wordt net bepaald door hun constructie en omwille van hun gewijde aard, niet door God gewijd, maar door het gebruik in geritualiseerde omstandigheden. Wie overigens voorbij gaat aan het feit dat Jozef een "Technon" genoemd werd, een ambachtsman, maar misschien wel een aannemer en zeker geen arme duts, kan met het verdere verhaal van christus ook niet meer goed overweg. Achten we vandaag mensen die genealogisch onderzoek een bizarre oude heren, voor Jezus van Nazareth betekende zijn afstamming veel, want zo kon hij legitieme eisen op de troon van Herodes laten gelden en Pilatus lijkt daar ook oren naar te hebben, want zo een vazalkoning is goedkoper voor Rome dan een landvoogd. Want het Romeinse Rijk die tijd naar verhouding weinig mannen onder de wapens, Israël was een van de zones waar ze wel nodig waren, omdat het volk... omdat er veel opstanden waren, terwijl dankzij Rome de welvaart in het gebied opmerkelijk steeg.

Of Jezus echt een revolutionair was, valt te bezien, want hij gaf de keizer wat de keizer toekwam. Maar tegenover het Joodse establishment was hij wel heftig gekant. Hoeveel goud en andere zaken er in de tempel lagen, die vanuit het land zelf, maar ook vanuit de diaspora werden aangevoerd en vanuit Mesopetamië, blijft altijd nog een enorme hoeveelheid, maar daarover spreekt men niet zo gauw. En toch weigert Jezus taks te betalen, de tiende heette dat in christelijke tijden, aan de tempeldienaren, hij ranselde ook de handelaren uit de tempel en vond dat men God zo geen offer hoefde te brengen. In die zin bestreed hij dus wel de macht van de rabbijnen, rechters van het Sanhedrin en andere Joodse instellingen. En misschien werd hij echt wel naar Lugdunum, Lyon gebracht...

 De lezing vanwege Eddy Daniels was in elk opzicht gevat en kan ons nog wel even inspireren. Niet omdat we domweg geloven wat er in de Bijbel geschreven staat, maar omdat de confrontatie met feiten die door andere bronnen of nieuw onderzoek gestaafd worden best veel vertellen over waar wij mensen wel eens over tobben of beter nog, nadenken. Maar ook omdat Bijbel, Christendom en Verlichting heel wat invloed hebben op ons leven nu. Zelfs de vraag over de reden van de diaspora en de noodzaak van het terugbrengen, heeft vandaag nog consequenties, alvast voor de staat Israël zelf. Bijgevolg is het niet zonder zin met deze mythen bezig te zijn.

Men kan nu natuurlijk vinden dat al die heerschappen die de bijbelse wereld bevolken en ook nog een paar dames allemaal wel ergens dwalen, men kan ook vaststellen dat de redactie van de Thora en dus van de bijbel, van de evangeliën allemaal prutswerk waren van mensen, vooral van religieuze leiders met politieke aspiraties, maar dat alles kan het alleen maar boeiender maken er aandachtig en omzichtig mee om te springen: geschiedenis leert hoe mensen in extreme en andere omstandigheden handelen.

Bart Haers  

 

 

 

 

Reacties

  1. Dat Bart Haers aandacht besteedt aan deze onzin, het is hem gegund.
    Het heeft overigens geen enkele zin te reageren op deze onzin.want Bart Haers is moderator en zelfs eigenaar van deze blog. Derhalve heeft (of neemt) hij steeds het laatste woord. Bijgevolg neem ik niet eens de moeite nog te reageren op deze onzin.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Tot bewijs van het tegendeel dus. En om vast te stellen dat a) de heer Eddy Daniëls zelfs vanwege Skepp enige waardering kreeg en b) dat er ook andere baarlijke onzin verkondigd is geworden, nota bene onder de vlag van wetenschap en met het keurmerk van wetenschappelijkheid.
      Die verhalen zijn ontstaan, zoals de ouden zeggen, propter imbecilitatem nostram. Het kan zijn dat verhaal van Abraham u niets zegt, maar daarom hoeft u nog niet met grote woorden af te komen. Er is ergere onzin dan dat, bijvoorbeeld het geloof dat we het eigen leven of dat van anderen helemaal zouden kunnen beheersen, laat staan dat we dat moeten willen. Maar goed, we geloven nu eenmaal in de vooruitgang, ook als die schadelijk uitpakt.

      Verwijderen
  2. Wat jammer dat ik de lezing miste ... dat ging me door het hoofd toen ik deze tekst las. Als kleuter luisterde ik gefascineerd naar de verhalen over deze figuur. De kleuterjuf wist het zo boeiend te vertellen en de oude, sinds lang verdwenen didactische rolprenten prikkelden mijn verbeelding. Toch had ik het lastig met de vele mirakuleuse aannames in het Bijbelverhaal. In de lezing zoals hierboven beschreven wordt het verhaal als een geschiedenis des mensen waarin macht en intriges, menselijke kracht en zwakheden maar ook onvoorwaardelijke liefde (de moeder) aanwezig zijn. Het verschil tussen het Bijbelverhaal en de teksten gebruikt in de Joodse overlevering is net dat in het Bijbelverhaal de menselijke kanten van de Jezusfiguur zijn uitgewist. Hij wordt omringd door mensen maar zelf is hij de zoon van God die zijn leven geeft voor de mensen. Het is merkwaardig te zien hoe men in religieuze middens halstarrig vasthoudt aan dit gegeven terwijl een aanvulling met een historische Jezus dit oude zingevende tekstengeheel net veel boeiender en veel leerrijk zou maken vooral wat betreft inzichten in menselijke gedragingen. Onlangs zag ik - met jaren vertraging, toegegeven - "The last temptation of Christ", de ophefmakende film uit 1988 van Martin Scorsese naar het boek van Nikos Kazantzakis. (Jules Dassin verfilmde in 1957 Le Christ recrusifié, een fantastische sociale parabel Celui qui doit mourir). Het was middernacht voorbij maar de film boeide me ongemeen ondanks het soms esoterische karakter zoals in de scènes met de verlokkingen van Satan en natuurlijk het dilemma waarin de Engel hem een bestaan als mens aanreikt en de ultieme verlokking waarbij de oude man onder druk van de omgeving, de verwachtingen en het onbegrip alsnog zichzelf opofffert. Door zo sterk te focussen op de Jezusfiguur - overigens schitterend vertolkt door Willem Dafoe hetgeen me niet verbaasde want ik zag hem jaren geleden aan het werk met The Wooster Group - miste ik de historische situering van de figuur.
    Misschien voor een nieuwe film? Nathalie Jacobs

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Zo kan je het gesprek dus ook voeren. Het probleem met het begrip "historische Jezus", maar in het algemeen met de historische aspecten van de bijbel was nu net het onderwerp van de spreker, Eddy Daniels, die aantoonde dat de historiciteit naspeurbaar is in "vervelende" elementen in het verhaal. Vervelend in die zin dat ze zelden flatterend zijn. Het instellen van de besnijdenis had immers te maken met een klein fysiologisch probleem bij Abraham. Door de voorhuid weg te nemen kon hij zijn zaad storten bij een vrouw, wat voorheen niet kon. Door dat alle mannen op te legen, kon hij zijn gezicht redden. Dat is de lezing van Eddy Daniels en kan wel overtuigen.
      Zoals je zegt, de menselijke kanten, de grootheid en de zwakheid wordt in de boeken van de bijbel op soms eigenaardige manier vertolkt. Maar goed, sommigen vinden dat onzin, maar net zo goed vinden ze Freud onzin of het werk van Paul Verhaeghe. Laten we dus maar rustig de discussie verderzetten met mensen die er belang aan hechten het menselijke beter te begrijpen.

      Verwijderen

Een reactie plaatsen

Populaire berichten