Democratie? Wat is dat?




Dezer Dagen




Wat is Democratie?
Hoe deze vraag behandelen?



Het Binnenhof te Den Haag, eerst slot van de
graven van Holland en later centrum van
bestuur sinds 1598 ook zetel van de regring. Johan
de Wit bestuurde van hieruit en werd er ook vermoord,
met zijn broer. Maar het Binnehof was lang
de plaats waar de staten in vergadering samenkwamen
en zo 's land belang bespraken en besloten. 
Rik Torfs schrijft dat wie geen nazi of fascist is, zich niet aangesproken hoeft te voelen als iemand hem of haar zo aanspreekt. Lankmoedigheid bepleiten is een goede zaak, maar soms volstaat het niet. Wat als men noch nazi noch democraat is? Of wat is dat, democratie?

We weten het al langer, iedereen zegt dat hij of zij democraat is en derhalve de democratie genegen. Verder vragen heeft doorgaans geen zin, want iedereen zegt te weten wat het is. Net omdat we in de twintigste eeuw het doorontwikkelen van het democratische bestel hebben beleefd en ook de afwijzing ervan, zoals bij de Nazi's, de Leninisten en andere stromingen die besluitvaardigheid beplei(t)ten. Hetgeen men zelden in overweging neemt, betreft de mogelijkheid zonder bestuur en wetten te leven: anarchisme. Meestal blijkt dat niet goed mogelijk, want mensen zijn niet bereid zichzelf in te perken, zo lijkt het wel, vinden wetteloosheid vooral voor zichzelf een probleem, want zonder normen, wetten en regels voelt men zich algauw naakt en onbeschermd. Men kan altijd nog proberen de regels of beter, de omstandigheden naar eigen hand te zetten, voor men het weet kan men zelf slachtoffer worden van de hardheid en mededogenloosheid van anderen. Een anarchie kan best, op voorwaarde dat mensen niet enkel goed voor zichzelf zorgen, maar ook voor anderen wil zorgen.

Democratie heeft zich niet zomaar ontwikkeld, maar de weg naar een open democratie was lang en vol hobbels en erger, zoals burgerkrijg en autocratische vorsten, maar ook dictaturen en centralistisch bestuur. Als we nu menen te weten wat democratie is, komen we vaak niet verder dan te zeggen dat de meerderheid beslist. Maar zou dat wel democratisch zijn, zoals de Angelsaksische politiek, waar de winnaar alles krijgt? Of is het beter dat men volgens billijke becijferde maatstaven, een formule de verschillende verkozenen die voldoende stemmen halen hun kans geven. Het is wel zo dat zo een verdeelsleutel ook niet 100 % billijk is, maar het laat toe meerdere stemmen aan het woord te laten - waarna dan weer het verwijt komt van besluiteloosheid. Maar voorstellen om referenda te organiseren vindt niet iedereen een goede zaak, ook niet in democratisch opzicht, omdat men dan naderhand zelf verantwoordelijk geacht wordt voor de gevolgen van een ondoordachte keuze. De eindeverantwoordelijkheid weegt zwaar in een democratie, want daar gaat het om, zoals het ook om verantwoordelijkheid van elke dag draait, wat de politieke zaak aangaat. Toch kan men er niet omheen dat niet alles door de politiek bestierd moet worden.

Wat men ook in kaart zal moeten brengen is het belang van kennis en expertise, waarbij men aan de ene kant de vaardigheden bij het bedrijven van het politieke gedoe kan bedoelen als vakkennis, van de overheidshuishouding, wetgeving maar ook bijvoorbeeld de aanleg en het onderhoud van wegenwerken. Dan komt landsverdediging - en oorlog om het hoekje kijken en vervolgens...

Dan komen we dichter bij waar het in een democratie over gaat, maar toch kunnen we de vraag niet oplossen. Zoals ik al schreef, de anarchie was en is voor open geesten een prachtige benadering, maar men kan vaststellen dat mensen die samenleven altijd vormen van macht zullen organiseren, omdat er nu eenmaal gedeelde belangen bestaan, waarbij het niet gezegd is dat dit altijd een zaak zou geweest zijn van een eenling die iedereen bestuurt en stuurt. Wie kan zich indenken hoe onze verre voorzaten de Kelten, de lui van de Hallstatt en La Tène-cultuur, die in Europa leefden tijdens de opgang van de Griekse en Romeinse samenlevingen met elkaar overlegden en besluiten vormden? De vraag is en blijft hoe het komt dat in Athene en ook Rome - ondanks het bestaan van een vorst - de macht een zaak was van een raad, die gedeelde belangen gemeenschappelijk behandelden. Partijen bestonden niet, maar wel een instrument om iemand die te veel macht en praatjes kreeg uit te sluiten. Maar men concipieerde wel een gedeeld belang en dat is wellicht wat cruciaal moet heten voor een bestuur. In een democratie gaat het dus solidariteit bij het bestuur, maar tegelijk kan men wel gemakkelijk een inner circle vormen waar de andere burgers geen uitstaans mee hebben. Dan kan men van een oligarchie gewagen. Zulke systemen kunnen enige tijd functioneren, maar krijgen het doorgaans lastig, wanneer het rechtvaardigheidsgevoel getart wordt.

Ook hier kunnen we weer vaststellen dat de democratie vorm krijgt door de werking van tegengestelde krachten. Tijdens de Renaissance van de 12de eeuw ziet men in een aantal vorstendommen hoe de macht van de koning of de vorst ingeperkt wordt. Anderzijds kan het ook dat de machtsbalans in de andere richting opschuift, wat bijvoorbeeld de eerste centralistische vorst kwalijk bekwam: Filips IV. Filips IV ontwikkelde rondom zich een bestuursapparaat en stuurde zelfs de hoogste adel gedeeltelijk wandelen om in hun plaats te geven aan mensen als Enguerrand de Marigny, maar diens opdracht was de koning adviseren om diens plannen zo adequaat mogelijk uitvoering te geven en ook wel eens bepaalde plannen af te voeren. Filips IV ondervond merkwaardig genoeg het meeste weerstand van de Vlaamse steden, vooral Brugge, terwijl hij het Gentse patriciaat min of meer kon ophouden met wat belastingverminderingen en een paar privilegies, maar ook dat was een hogere prijs dan hij had verwacht en hoewel er na 11 juli 1302 gedurende decennia gesteggeld is over de boetes die Vlaanderen had te betalen, was ook duidelijk dat Vlaanderen door het conflict - en dus de annexatie bij het Franse kroondomein - in feite nog minder gelegen liet aan de vorst, de graaf Robrecht van Bethune en diens opvolgers.

Waar kwam die macht dan uit voort - en dus ook de onmacht van de graaf? Een deel was ongetwijfeld stoutmoedigheid, maar evengoed ziet men hoe de steden machtsinstrumenten in handen gespeeld kregen of gewoon usurpeerden - maar ook van de vorst kan dat gezegd worden - zodat de conflicten tot het einde van de middeleeuwen endemisch bleken. Maar dan kreeg  met Karel V, Hendrik VIII en in mindere mate François Ier het vorstelijk absolutisme vorm. Pas in de zeventiende eeuw, met onder meer Louis XIV en later met Louis XV, Maria-Theresia en Joseph II kon het bestuur van bovenaf grote invloed zou gaan uitoefenen op het dagelijkse leven, niet enkel ten kwade. Waar Louis XIV nog volop kon zwelgen in zijn eigen glorie en militaire zegepralen, bleken de vorsten tijdens de achttiende eeuw vooral toch andere sporen te zoeken. Frederik de Grote slaagde erin met coalities een paar oorlogen te winnen, vooral tegen Oostenrijk, maar ook tegen Frankrijk dat zich verrassend genoeg in 1756 aan de kant van Habsburg tegen Pruisen schaarde. Maar hoewel er overal raadgevers aan de slag waren, ziet men het graag zo voorgesteld dat de vorst in hoogst eigen persoon de zaken van staat bestiert. De hervormingen inzake belastingen van Louis XV en Maupeou waren een grote stap in de ontmanteling, maar de voortijdige dood van de koning herstelde precies de adellijke en kerkelijke privilegies. Toch bestonden er ook vormen van raadgeving vanwege het volk, al werden die zelden gehanteerd, zoals de Staten-Generaal die enkel in de Republiek der Nederlanden echt betrokken waren en zelfs maar functioneerden.

Onze visie op deze vorsten van het Ancien Régime is onveranderlijk negatief, omdat de Franse Revolutie zelf meende aan de vorstelijke macht een einde te hebben gemaakt. Juist, met Robespierre en Napoleon kwamen nieuwe staatslieden naar voor, die dachten hun legitimatie bij het volk te vinden, hoewel ze niet echt over een luisterend oor beschikten. Maar de Franse democratie is nooit aan het centralisme kunnen ontkomen, zoals ook in de V/VIde republiek nog altijd het geval blijkt. Leiding geven betekende en betekent dan inderdaad vooral eigen niet altijd even scherp omlijnde denkbeelden uitvoeren. Het is ook vandaag vaak een kwaliteitslabel voor politici, dat ze hun zin kunnen doordrijven, maar met democratie heeft dat niet altijd te maken.

We hebben goed praten over de rol van vorsten, maar laten we niet uit het oog verliezen dat er in de verschillende Europese politieke entiteiten zoiets bestond als een goed ontwikkeld gewoonterecht en tegelijk dat tot aan de Franse Revolutie - zegt men - de juridische ratjetoe van locaal positief recht zou bestaan hebben. Wie naar het eigendomsrecht kijkt en zoals dat bij erfenissen ontwikkeld is geworden, merkt hoe dat vrij goed geregeld was en dat er wel eens erfenissen ingepikt werden, maar dat er tegelijk ook beschermingsregels waren. Zo kan men ook vaststellen dat er een strafrecht ontwikkeld was, waarbij vergrijpen soms zeer streng bestraft werden, zoals in het Engeland van de 19de eeuw, toen men Australië wilde koloniseren. We leggen die link nu wel, beschouwen de kolonisatie als een beweegreden, maar hoe dan ook werden mensen streng aangepakt ook voor het stelen van een brood.

In die periode, al voor de Verlichting een aanvang had genomen begonnen aan universiteiten en elders discussies over de goede staat en over wie nu recht van spreken zou hebben. Capaciteiten en financiële soliditeit gaven vaak de doorslag, op stedelijk gebied, waarbij geldt dat capaciteiten, zo werd gedacht, toe zouden nemen met de leeftijd. Bestuur hoorde, zoals verschillende teksten die door de tegenstanders van Filips II van Spanje en Bourgondië werden opgesteld melden: "major et sanior pars" -  de meerderheid van verstandige lui hebben beslist. Wie bijvoorbeeld naar de VS kijkt en de invloed van de Nederlandse politieke cultuur ziet moet dan ook denken aan hoe Nieuw-Amsterdam was ingericht voor de Britten er New York van maakten. Democratie was en is mogelijk, zo bedacht men toen al, als men met elkaar in overleg kan gaan en als men tijdig tot besluiten kan komen zonder de gemene zaak in het gedrang te brengen.

Voor zover het te overzien valt - ook voor mij - functioneerden steden het best als er een collegiaal bestuur was, maar ontstonden er conflicten als de bestuurders niet meer door (nieuwe) groepen aanvaard werden, waarna er soms langdurige conflicten ontstonden, niet zelden door buitenstaanders bespeeld. Men dreigt wel eens in die verwarde geschiedenissen het overzicht te verliezen en dat is wat het bestuderen van democratie wel eens ernstig bemoeilijkt. Feit is dat tijdens de negentiende eeuw  - ongeveer de periode 1815 - 1914 - in Europa en VS de democratische instellingen tot bloei kwamen. Vooral groeide de participatie aan het lokale bestuur en ook aan het landbestuur. Hoewel dat van land tot land verschilde en Rusland vooral meer autocratisch lijkt te zijn geworden. Daar ziet men hoe de toename van de communicatiemogelijkheden het centralisme versterkte, terwijl het elders de mogelijkheden van lokale entiteiten versterkte om zelf meer het heft in eigen handen te nemen.

Precies na WO I, toen in de oorlogsvoerende landen een deel van de belovende jeugd gesneuveld was en mensen de oorlogszucht hadden afgewezen, ontstond als gevolg van de massasamenleving de neiging bij de elites de massa's als onbetrouwbaar te beschrijven opnieuw toe. Het volk kreeg dankzij sociale wetgeving en toenemende economische zekerheid meer zelfvertrouwen en zowel linkse als rechtse politici gingen zich om bizarre redenen aan cultuurpessimisme bezondigen. "De opstand der horden"? José Ortega y Gasset was een van die verlichte denkers in het nieuwe Spanje van rond de eeuwwisseling, 1900 dus. Was dit modern, bij de tijd of een pessimistische benadering? Dat valt moeilijk te zeggen, omdat het een aansporing was de instellingen ter herdenken. Ook Huizinga noemt men wel eens passief en conservatief, terwijl het boek "schaduwen van morgen" oprechte zorg aan de dag legt voor het algemeen belang en dus net wil overtuigen het werk aan welvaart en beschaving niet te laten rusten of in handen van verkeerde mensen te geven. Anders was het gesteld met "De ondergang van het avondland" van Spengler, dat er leek van uit te gaan dat de democratie niet slagkrachtig genoeg is of kan zijn. Na WO II zou de discussie doorgaan, vooral omdat men na de ervaringen met Nazisme en Fascisme moest vrezen voor nieuwe bedreigingen, terwijl anderen werkten aan de verdere uitbouw van de democratie, de welvaartstaat en steeds meer mensen langer naar school konden. De samenleving veranderde en men zag steeds vaker mensen opduiken die gingen schwärmen met totalitaire verleidingen. Nu de herinnering aan WO II vervaagde, meent men opnieuw te moeten terug grijpen naar autocratisch bestuur en vooral herkenbaar bestuur.

Democratie is veel, dames en heren, kan inderdaad leiden tot machteloosheid, maar de technologie waarover iedereen nu beschikt, maakt een nieuw soort debat mogelijk, maar dat vindt niet iedereen even inspirerend. Schelden is een zaak, een foute voorstelling van zaken geven en vooral de hangijzers al te simpel voorstellen, maakt het wel gemakkelijker om keuzes te maken, maar hoe we dat ingewikkelde apparaat dat u en mij toelaat zelf keuzes te maken, ons eigen leven te leiden, moet ons tot omzichtigheid aannamen. De democratie zal zichzelf niet verdedigen, want men kan wel proberen de macht te veroveren of te behouden, de democratie zelf is de cultuur waarin men functioneert, maar niemand is eigenaar of behoeder, terwijl wij allen samen wel de weldaden mochten genieten.

Wat is democratie? Het zou vermetel zijn in enkele bladzijden die vraag te beantwoorden. Het betoog kwam erop uit dat de wortels ouder en dieper in onze cultuur reiken dan men graag voorwendt, menend dat het om iets fragiels gaat. Maar als machthebbers stelselmatig met de wetten en grondwet gaan jongleren en als burgers de naleving van wetten niet cruciaal vinden, kan het zo misgaan. Hitler bijvoorbeeld kwam via verkiezingen aan de grootste fractie, maar het was de combinatie van stuurloosheid van zijn opponenten en de ijver van figuren als von Paepen die hem in het ambt van kanselier hielp. Via plebiscieten kon hij vervolgens zijn aanhang vergroten. Maar verkiezingen waren uiteraard niet meer nodig en over de te voeren oorlogen besliste hij op het oog zonder veel ruggespraak. Velen hebben wel jarenlang van zijn bewind geprofiteerd en mensen waren bereid, zoals de pedel van de universiteit van München jonge mensen te verraden aan de Gestapo, meer nog, ze achtten het hun plicht. Kortom, wie het over democratie wil hebben moet veel aanraken en moet veel uitleggen. Hoe goed kunnen we formuleren wat algemeen belang is?


Bart Haers  

  

Reacties

Populaire berichten